Word abonnee

Kies nú voor een abonnement met korting

Abonneer nú met korting

Persoonlijk

Milouska Meulens: ‘Op de meest genante momenten laat mijn moeder haar trots zien’

milouska.jpg

In de jaren zeventig verhuisde de moeder van Milouska Meulens (48) van Curaçao naar een opvanghuis in Ureterp, Friesland. Milouska: “Ze deed het omdat ze haar kinderen een kans op een betere toekomst wilde geven en daar ben ik haar ontzettend dankbaar voor.”

‘Ze kon goed leren, maar moest thuis helpen in het huishouden’

“Mijn moeder, Marise Crecencia van Langeveld, werd geboren op 19 april 1953 op Curaçao. Ze was een van de oudere meisjes in een groot gezin van tien kinderen. Haar lagere school maakte ze niet af. Ze kon goed leren, maar moest thuis helpen in het huishouden. Dat heeft ze altijd heel jammer gevonden, net als het feit dat ze niet op latere leeftijd in de gelegenheid was een opleiding af te ronden. Dat ze het nog altijd met zich meedraagt, merk ik als ze mijn kinderen uitlegt dat naar school mogen gaan fijn en belangrijk is, een groot geschenk. Ik geloof niet dat het gezin waarin mijn moeder opgroeide heel arm was, maar er waren veel monden te voeden en alle hulp was welkom.”

‘Mijn vader was een rokkenjager’

“Uit de verhalen van mijn moeder weet ik dat mijn vader een rokkenjager was. Mijn moeder een knap meisje, ietwat timide. Mijn vader, elf jaar ouder, stapte op haar af toen zij zeventien was. Ze was in de tuin aan het werk toen hij een praatje kwam maken aan het tuinhek. Mijn moeder werd door hem geschaakt, ze vond het geweldig dat zo’n volwassen man belangstelling voor haar had en hij was haar eerste liefde. Ze trouwden op haar achttiende verjaardag en al snel kregen ze een dochter, Soňia. Verdrietig genoeg overleed zij na drie dagen. Snel daarna kwam ik. Ik weet dat mijn komst hielp om het verdriet van het overleden kindje te dragen en nog elke geboortedag van Soňia praat mijn moeder over haar. Mijn ouders kregen nog twee zonen en een dochter en daarmee was het gezin compleet.”

‘Ik ben haar ontzettend dankbaar’

“Toen ik vijf was, verhuisden we naar Nederland. We kwamen terecht in een opvanghuis in Ureterp, Friesland. Mijn vader kon daar helemaal niet aarden, sowieso niet in Nederland. Hij miste de zon, het eten van Curaçao, de mensen die elkaar groeten op straat en vragen naar de gezondheid van de kinderen. Hij verschrompelde hier echt en erop terugkijkend denk ik dat hij depressief was. Toen ik dertien was ging hij naar Curaçao om zijn moeder te begraven en is nooit meer teruggekomen naar ons in Nederland. Heel erg vond ik dat. Mijn vader die weg was, mijn moeder die er voor ons wilde zijn, zo goed als ze kon in een extreem ander land dan haar thuisland. Eind jaren zeventig, als een van de eerste Curaçaoënaars die hier kwamen. Het moet echt pittig zijn geweest. Ze deed het omdat ze haar kinderen een kans op een betere toekomst wilde geven en daar ben ik haar ontzettend dankbaar voor.”

‘Ze is zó trots’

“Van de carrières van al haar kinderen is de mijne het meest zichtbaar voor de buitenwereld. Op de meest gênante momenten laat ze haar trots zien. Zo ook tijdens mijn eerste bevalling, toen ze de verloskundige vroeg of zij mij herkende. Ze is zó trots, het loopt er aan alle kanten uit.”

‘Ons heeft ze vroeger nooit voorgelezen’

“Mijn kinderboek Elin zal ze vast voorlezen aan haar elf kleinkinderen. Ons heeft ze vroeger nooit voorgelezen. We hadden nauwelijks boeken in huis. Om te kunnen lezen, ging ik naar de bibliotheek. Ik las er tot sluitingstijd en nam daarna het maximum aantal boeken mee naar huis. Mijn moeder vond het indrukwekkend en prachtig dat ik slim was en het goed deed op school, ook zonder haar hulp. Ze kon me immers niet helpen met het huiswerk voor wiskunde of Frans. Maar ze was soms ook bezorgd dat ik hele dagen aan het lezen was. ‘Er is misschien iets mis, je gaat nooit naar buiten,’ zei ze weleens tegen me.”

‘Mijn moeder heeft ons geleerd om onze dromen vorm te geven’

“Zelf las ze weinig, maar ze vertelde wel graag verhalen. Spookverhalen, gebeurtenissen uit haar jeugd, verhalen over haar dromen. Eerst vertelde zij, later deden wij zelf ook mee. Vast ritueel was het elke ochtend bespreken van onze dromen. Doordeweeks kort, in de weekenden uitgebreid. Uren konden we het hebben over onze dromen en de betekenis ervan. Mijn moeder heeft ons geleerd om onze dromen vorm te geven, om te kunnen bepalen wat we wilden dromen door er ’s avonds voor het slapen geconcentreerd aan te denken. Ze leerde ons dat dromen je iets zeggen en dat er boodschappen in te vinden zijn. Voor mij was dat heel normaal, maar toen ik op kamers ging ontdekte ik dat lang niet iedereen er in die mate mee bezig is of zelfs maar z’n dromen onthoudt.”

‘Ze leerde haar vier kinderen dat je je dromen kunt waarmaken’

“In mijn boek verwerk ik de verhalen die we in ons gezin aan elkaar vertelden en schrijf ik over dromen –natuurlijk, dromen hebben een belangrijke rol in mijn eigen leven. Allemaal vanwege die mooie gewoonte van mijn moeder vroeger. De hoofdpersoon, Elin, heeft terugkerende dromen als haar vader het gezin verlaat. Hij vertrekt halsoverkop uit haar leven en Elin blijft alleen achter; haar moeder kan er emotioneel niet meer voor haar zijn. Toen ik dat opschreef, daalde het besef in dat daar bij ons nooit sprake van is geweest. Ja, onze vader vertrok, maar onze moeder bleef en probeerde er zo goed mogelijk voor ons te zijn. Ze maakte fouten, het ging soms met vallen en opstaan. Maar ze leerde haar vier kinderen ook dat je je dromen kunt waarmaken.”

Lees ook:
Aaf: ‘Waarom zijn alle momenten van een moeder doorspekt met een schuldgevoel, vraag ik me af’

Tekst | Nicole Gabriëls
Beeld | Privébeeld

Ook interessant