null Beeld Fotografie: Feriet Tunc. Styling: Ora Bollegraaf. Visagie: Carmen Zomers.
Beeld Fotografie: Feriet Tunc. Styling: Ora Bollegraaf. Visagie: Carmen Zomers.

PREMIUM

‘Mijn zussen en ik zijn dus absoluut niet belast door mijn moeders familiegeschiedenis. Sterker nog: we hebben zelfs een meer dan gelukkige jeugd gehad’

Tv- en radiopresentatrice Dieuwertje Blok (65) schreef een boek op basis van de dagboeknotities uit de jeugd van haar overleden moeder, gevonden in een oude hoedendoos. “Het is ongelooflijk om mee te kunnen kijken in het hoofd van je zestienjarige Joodse moeder aan de vooravond van de Tweede Wereldoorlog.”

Dieuwertje in het kort

Dieuwertje Sarah Blok (1957) werd bekend als tv-omroepster bij de KRO en later als presentator van tv- en radioprogramma’s. Sinds 2001 is zij het gezicht van Het sinterklaasjournaal en presenteert ze de sinterklaasintocht. Dieuwertje, die uit haar eerste huwelijk twee kinderen heeft, is getrouwd met radiopresentator Peter de Bie.

“Ik vind het doodeng,” zegt Dieuwertje Blok, terwijl ze koffie met zelfgebakken boterkoek op tafel zet. “Een boek maken was compleet nieuw voor me, en het is zo moeilijk om het eindresultaat te beoordelen. Het gaat immers om mijn moeder, dat maakt het kwetsbaar en persoonlijk. Ik voel me heel bloot.”

Het onderwerp van haar onzekerheid: het boek Dragelijke lichtheid, dat is opgebouwd rond de dagboeknotities van haar in 2008 overleden moeder Hennie Gazan. Zij kwam uit een familie met diepe wortels in de oude Amsterdamse Jodenbuurt. Dieuwertjes grootouders en moeder doken onder in de oorlog en overleefden. De rest van de familie, op één neef na, werd door de nazi’s vermoord. Na de oorlog trad Hennie in de voetsporen van haar moeder Saartje Gazan-Canes, die onder de artiestennaam ‘Stella Fontaine’ furore in de kleinkunst had gemaakt. Als ‘Henny Fontaine’ maakte Hennie onder meer deel uit van het cabaret-ensemble van Wim Sonneveld en ze werd de hartsvriendin van Hetty (Zuster Klivia) Blok. Allemaal interessant, maar Dragelijke lichtheid draait vooral om het schrift met dagboeknotities die Hennie als tiener bijhield tussen 1939 en 1942 – de periode vóór ze moest onderduiken – en die na de dood van Dieuwertjes vader in 1993 uit een oude hoedendoos tevoorschijn kwam. Een grote emotionele verrassing voor Dieuwertje en haar twee zussen. “Ik was helemaal weg van de inhoud,” vertelt ze. “Mijn moeder schreef heel geestig, een beetje Joop ter Heul-achtig. Ik heb in een kleinkunstprogramma enkele fragmenten voorgedragen en dacht daarna: wat kan ik hier nog meer mee? Een podcast misschien? Nadat ik het ook in een tv-programma ter sprake had gebracht, werd ik benaderd door uitgeverij Meulenhoff. Nou ben ik een enorme lezer en ik heb bewondering voor mensen die goed kunnen schrijven, maar zelf een boek maken? Ik heb nogal de pest aan het idee dat alles wat een BN’er doet – of het nou om schilderen of schrijven gaat – per definitie interessant zou zijn. Hoe vaak mij al niet is gevraagd om een kinderboek te maken! Hoezo, denk ik dan. Dan gaat het toch alleen om mijn naam? Ik ben met Meulenhoff in gesprek gegaan en kreeg te horen dat ze het graag wilden uitgeven, maar dat het wel moest worden ingebed in een groter verhaal over haar leven. Omdat ik dat niet aan een ander wilde overlaten, besloot ik toch om het zelf te doen.”

Het interessante van haar aantekeningen is dat je beseft hoe het net zich langzaam maar zeker om de Joodse bevolking heen sluit.

(knikt) “Op zich is het al ongelooflijk om opeens mee te kunnen kijken in het hoofd van je zestienjarige Joodse moeder aan de vooravond van de Tweede Wereldoorlog. Maar zij was zich daar natuurlijk nog helemaal niet van bewust. Ze schrijft er heel luchtig over, zo van: ‘Wij mogen niet meer op een bankje in het park zitten. Belachelijk. Alsof de Duitsers daarmee de oorlog denken te winnen!’ Die lichtheid heeft ze altijd behouden. Ze verzweeg niets over de oorlog, we konden haar alles vragen en op neerslachtigheid of iets dergelijks was ze niet te betrappen. Zelfs niet rond 4 mei. De Joods-Amerikaanse psychotherapeut en Holocaust-overlever Edith Eger schrijft in haar boeken over een niet kapot te maken diepe kern in jezelf waardoor sommige mensen in de kampen, maar vooral ook daarna, overeind bleven. Ik geloof dat mijn moeder die kern, die haar in staat stelde om ondanks alles zo positief in het leven te staan, ook had.”

null Beeld

“Mijn zussen en ik zijn dus absoluut niet belast door haar familiegeschiedenis. Sterker nog: we hebben zelfs een meer dan gelukkige jeugd gehad. Dat het ook anders kon zijn, zag ik bij een goede vriend van mij, ‘oom Appie’, die in Auschwitz had gezeten. Appie was zwaar beschadigd en had enorm last van survivor’s guilt (schuldgevoel omdat jij het wel hebt overleefd en anderen niet, red.). Hij zat vol bitterheid en wantrouwen ten opzichte van alles wat niet-Joods was.”

“Appie was dol op me, hij zei altijd: ‘Jij hebt nesjomme.’ Dat betekent een warme, Joodse ziel. Geweldig vond ik dat. Ik kon ook geen genoeg krijgen van zijn verhalen over de oude Jodenbuurt waar mijn groot- ­en overgrootouders vandaan kwamen. Aan ‘misjpoochologie’ (misjpooche is het Jiddische woord voor familie of clan, red.) deden we ook altijd; dat betekent dat je als je andere Joodse mensen ontmoet, altijd op zoek gaat naar gemeenschappelijke familie, vrienden of kennissen. Oom Appie wilde dat ik met een Joodse jongen zou trouwen en probeerde mij altijd enthousiast te koppelen. Dat is niet gelukt. Ik trouwde met de niet-Joodse Paul, die de vader van mijn twee kinderen zou worden.”

Herken je iets van jezelf in het dagboek?

“Het optimistische en positieve zeker. Ik heb, net als mijn moeder, geen enkel talent voor zwaarmoedigheid. Pas tegen het einde, toen ze – weliswaar licht – begon te dementeren, kon mijn moeder af en toe wat narrig en wantrouwend zijn. Dan zei ze: ‘Zie je wel, het begint weer, ze moeten ons weer hebben.’”

“Het licht ontvlambare, snel verliefde dat zij beschrijft, herken ik ook. O, ik kon zo verschrikkelijk verliefd zijn! Mijn moeder zei dan altijd: Ach kind, wat heb je toch een licht ontvlambaar hart. Nu begrijp ik pas dat zij als tiener net zo in elkaar zat. Mijn ouders hadden een supergelukkig huwelijk, ik ken ze niet anders dan verliefd op elkaar. Ruzie hadden ze nooit. Dat was mijn voorbeeld van een relatie, en ik was dan ook in de veronderstelling dat het mij in de liefde net zo zou vergaan. Moeite doen voor je relatie? Ik wist niet wat dat was. Ik had ook nooit geleerd om ruzie te maken.” (ze lacht) “Maar door schade en schande ben ik wel wat wijzer geworden.”

Je moeder was Joods, dus ben jij dat volgens de Joodse wet ook. Was je je daar als kind al van bewust?

“Ja, daar werd niet geheimzinnig over gedaan. Het is wel zo dat mijn moeder niet religieus was en, zoals zo veel Joden, volledig geassimileerd. Dat het zo’n essentieel deel van haar identiteit zou worden, kwam door de nazi’s. En dat stukje van de geschiedenis draag ik ook weer met mij mee.”

null Beeld

“Toen mijn ouders in Nederhorst den Berg gingen wonen, toen nog een blond boerendorp, werden mijn zusjes en ik de ‘zwartkopjes’ genoemd. In het dorp ging op een gegeven moment het rare verhaal dat wij aangenomen kinderen waren, terwijl ze mijn moeder met haar bijna blauwzwarte haar en zwangere buik gewoon rond hadden zien lopen! Omdat er in Nederhorst zelf geen openbare school was, ging ik naar een door anarchistische boeren opgericht openbaar schooltje in de polder. Mijn vriendinnetje Aagje Stoker, stak tijdens een les over de Tweede Wereldoorlog bij de vraag ‘Kennen jullie een bekende Jood?’ haar hand op en zei: ‘Dieuwertje Blok, meester!’” (ze giert het uit) “Natuurlijk was ik als kind nog helemaal niet bekend, maar voor haar was het: die ken ik, dus die is bekend. Curieus eigenlijk, ik ben niet religieus, heb een niet-Joodse vader, maar ik ben toch Joods omdat mijn moeder dat was. Nog curieuzer: mijn twee kinderen zijn dat op hun beurt ook weer omdat ik het ben, terwijl zij maar één Joodse grootouder hebben. Verder speelde het nooit zo’n rol in mijn leven, hoewel ik als puber ontzettend veel boeken over de Holocaust heb gelezen en er soms over droomde; dat mijn moeder op de vliering verborgen zat, het huis in brand vloog en wij haar achter een raampje wel zagen, maar niet bij haar konden komen. De Holocaust is en blijft volstrekt onbevattelijk. Een tijdlang heb ik vergeefs geprobeerd om te snappen hoe het heeft kunnen gebeuren. Als iemand tegen mij zou zeggen dat ik een ster op moest of dat ik mij moest melden, dan zou ik toch denken: bekijk het maar? Tot ik het boek Ondergang van Jacques Presser las, waarin het duivelse mechanisme van de nazi’s uit de doeken werd gedaan. Mijn achtergrond heeft wel tot gevolg dat ik heel gevoelig ben voor risjes (Jiddisch woord voor anti-Joodse uitspraken, red.). In gesprekken waarvan ik vermoed dat er weleens iets pijnlijks gezegd zou kunnen worden, laat ik snel weten dat ik Joods ben. Iemand die mij zeer na staat zei een keer over iemand die erg op geld was: ‘Dat is echt zo’n Jood.’ Ik weet dat ze niet antisemitisch is, maar ik vergeet zo’n opmerking nooit. Daardoor ben ik zelf ook behoorlijk woke (zeer alert op racistische uitingen, red.), omdat ik die gevoeligheid begrijp.”

Je hebt Dragelijke lichtheid opgedragen aan je kinderen. Hebben zij er iets mee?

“Mijn zoon meer dan mijn dochter. Hij heeft als psycholoog bij Stichting 1940-1945 gewerkt en is dat nu bij het Sinai Centrum, ooit een behandelcentrum voor mensen met oorlogsgerelateerde Joodse problematiek, maar inmiddels ook voor ander trauma. Sam en Mick weten natuurlijk alles van de familiegeschiedenis, en ik nam ze vroeger ook wel mee naar de sabbatmaaltijd bij een vriendin. Het idee van zo’n vrijdagavondmaaltijd waarin mensen van alle generaties om een grote tafel zitten om rustig met elkaar te eten en praten, heb ik op mijn manier voortgezet. Peters kinderen en die van mij zijn al lang het huis uit, iedereen heeft zich verspreid, is druk en daardoor zien we elkaar steeds minder. Voor ons samengestelde gezin kook ik daarom met enige regelmaat het zogenaamde ‘B-diner,’ omdat we allemaal een achternaam hebben die met een B begint: de Bie, de Bruin en Blok. De kern van het B-diner is ons gezin en iedereen mag vrienden uitnodigen tot het maximum van zestien is bereikt, meer passen er niet aan tafel. Jong en oud door elkaar, kaarsen aan, het gaat om een avond met elkaar eten, drinken en vooral veel praten. Aandacht voor elkaar moet je soms afspreken. Typisch Joods is ook de mezoeza die ik van mijn overgrootvader heb. Dat is een kokertje dat een Hebreeuwse tekst bevat en buiten aan de deurpost bevestigd wordt. Die heb ik meer uit sentiment hoor, want zelf zie ik Joods zijn als één klein facet van wie ik ben. Ik ben ook vrouw, dochter, echtgenote, moeder, presentator, Nederlands, Europees, ik ben zo veel.”

null Beeld

“Het beeld van dat ene kleine facet gebruik ik ook voor de Vrijheids-colleges die ik op basisscholen geef. Ik vertel dan het verhaal van mijn moeder met de boodschap dat je niet beoordeeld moet worden op dat ene detail van je identiteit, want de Duitser, de Jood, de moslim of de Nederlander bestaat niet. Je bent immers een uniek mens. En op 4 mei heb ik meegedaan aan het initiatief Open Joodse huizen – Huizen van verzet waarin de oorlogsgeschiedenis van zo’n huis wordt verteld. Dan vertel ik over Jaap en Ans de Haan die het leven van mijn grootouders gered hebben door ze bij hen te laten onderduiken. Jaap werd door zijn verzetswerk vlak voor de bevrijding gefusilleerd. Ik vind het belangrijk om over Jaap en Ans te blijven vertellen, want echte helden hoor je niet. De grote bekken, die krijgen altijd de aandacht. Beschaving houdt zich stil. Te stil, als je het mij vraagt.”

Dragelijke lichtheid door Dieuwertje Blok € 22,99 (Meulenhoff).

De 5 van Dieuwertje

Favoriet moment van de dag: “De vroege ochtend, ik heb altijd zin in de dag.”

Onhebbelijkheid: “Ongeduld, niet kunnen kiezen en een zekere onmatigheid.”

Favoriet televisieprogramma: “Ik ben een serie-verslinder, van The crown tot Peaky blinders.”

Lievelingsschrijver: Jonathan Frantzen, dichter Remco Campert en vele anderen.”

Levensmotto: “Een uitspraak van balletdanseres Sonia Gaskell: ‘Als je valt, altijd wat van maken.’”

Heleen SpanjaardFotografie: Feriet Tunc. Styling: Ora Bollegraaf. Visagie: Carmen Zomers.

Op alle verhalen van Margriet rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven. Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@margriet.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden