Persoonlijk

Nog nooit verteld: ‘Mijn zoon kleineert mij keer op keer’

woman-thinking.jpg

Anne-Marijn zorgt in haar eentje voor haar zestienjarige zoon. Ze is dol op hem. Maar ook bang voor zijn vlijmscherpe opmerkingen die haar zelfvertrouwen flink ondermijnen.

“Ik vraag me weleens af of andere ouders ook zo hypergevoelig zijn waar het de nare opmerkingen van hun kinderen aangaat. Ik heb weinig vriendinnen om dat bij te checken en eigenlijk durf ik het ook niet goed. Zij komen zo stabiel over, vertellen vooral positieve dingen over hun kinderen of razen wanneer zij iets hebben gedaan wat niet mag. Dat laatste lijkt ze alleen maar woedend te maken, niet onzeker over zichzelf. Ik weet van mijn buurvrouw dat ze geregeld wakker ligt omdat haar zoon wiet rookt en vrienden heeft die met de politie in aanraking zijn geweest. Dat is pas erg, denk ik dan. Ik heb vervolgens niet de moed om te zeggen dat ook ík die nacht slecht heb geslapen vanwege mijn zoon Robin. En niet omdat hij verkeerde dingen doet. Integendeel. Robin is een modelkind: vliegt door het vwo heen, komt nooit te laat thuis en heeft naar mijn weten nog nooit een glas alcohol of een sigaret aangeraakt. Nee, ik lig wakker omdat hij me continu het gevoel geeft dat ik niet voldoe als moeder. Dat ik tekortschiet, dom ben, naïef, oud en nog te dik ook, zoals laatst bleek uit zijn blik vol walging bij een nieuw jurkje. ‘Die kan jij met jouw benen echt niet hebben, hoor,’ zei hij. Ik perste mijn gezicht tot een glimlach, zei: ‘Joh, wat een onzin.’ Maar even later stond ik het jurkje met tranen in mijn ogen in mijn kast te proppen, en dat komt er pas uit als ik vijf kilo ben afgevallen of als ik mij eindelijk weet te harden tegen mijn zoon.”

Loser van een vader
“Misschien dat het allemaal zo gevoelig ligt omdat ik er al sinds zijn derde met hem alleen voor sta. Natuurlijk had ik Robin een leuke vader gegund. Ik betreur het dat ik zo’n slechte keuze heb gemaakt. Mijn ex was altijd al onbetrouwbaar. Hij kon geen baan behouden en bedroog me met andere vrouwen. Maar ik hield van hem, wist hoe hij worstelde met zijn moeilijke jeugd en was ervan overtuigd dat ik hem met mijn liefde kon genezen. Ik zag niet dat hij van mij profiteerde en ik een soort moederrol vervulde. Toen Robin drie was, had mijn ex me in zulke grote financiële problemen gebracht, dat ik niet anders kon d hem wegsturen. Ondanks alles wat er was gebeurd, had ik graag een goed contact gehouden, omdat ik vond dat Robin een vader behoorde te hebben. Maar een paar maanden nadat het uit was gegaan, vond mijn ex een nieuwe vriendin en liet hij zich niet meer zien. Omdat ik altijd hoopte dat hij ooit weer zou opduiken en ik mijn ex niet zwart wilde maken bij zijn zoon, heb ik Robin hier weinig over verteld. Tot hij vorig jaar zelf op zoek ging en ontdekte dat zijn vader op straat leeft. Vol afschuw vroeg hij mij hoe ik zo stom kon zijn geweest om me met zo’n loser in te laten. Bah!”

‘Hij geeft me continu het gevoel dat ik niet voldoe’

Mijn nummer één
“Tót Robins puberteit was onze band heel hecht. Ik werkte hard – de eerste jaren vooral om de schulden van mijn ex af te betalen – en was er niet altijd na schooltijd om Robin op te vangen. Maar áls we samen waren, hadden we veel lol. Twee handen op één buik. In het weekend trokken we eropuit, naar het bos of het strand, of we keken eindeloos kinderseries. Toen ik weer meer geld had, hebben we leuke, actieve vakanties gehad. Ik genoot van mijn opgroeiende ventje en had het heerlijk met hem. Aan een andere man in mijn leven had ik totaal geen behoefte. Robin droeg mij op handen, maar in de puberteit begon dat te veranderen. Hij trok meer met vriendjes op en had geheimen voor me. Dat vond ik weleens moeilijk, maar het leek me ook een heel logische stap in zijn ontwikkeling. Dat hij me begon buiten te sluiten was het probleem niet. De kritiek die hij op mij had wél. Hij begon me steeds vaker af te kraken. Dag in, dag uit. Misschien is het normaal gedrag voor pubers, maar ik kan er moeilijk mee omgaan. In mijn werk ben ik opgeklommen tot leidinggevende. Ik heb een afdeling van ruim twintig mensen onder me. Ik ben goed in wat ik doe. Die bevestiging krijg ik elke dag. Van mijn baas en van mijn ondergeschikten. Dat zou me zelfvertrouwen moeten geven. Maar dat weet Robin thuis continu onderuit te halen. Hij heeft kritiek op mijn manier van koken, schoonmaken, praten aan de telefoon. Zelfs over de kattenbak zeurt hij; als die stinkt, omdat onze kat net is geweest, heb ík het gedaan. Wanneer ik qua boodschappen iets ben vergeten, kan ik het ook bezuren. Dan doet hij alsof de wereld vergaat. Als ik zeg dat hij er zelf ook even op uit kan gaan als hij werkelijk niet zonder kan, kijkt hij me aan alsof ik gek ben geworden. ‘Dat is jouw taak, jíj wilde mij,’ zegt hij dan. ‘Dacht je dat ik op jou als moeder zat te wachten?’ Als hij zich vervolgens omdraait naar zijn kamer en zich de rest van de avond niet meer laat zien, zit ik met buikpijn op de bank. Ik zeg voortdurend tegen mezelf dat ik het me niet zo moet aantrekken. Hij is een puber! Ik was zelf vroeger ook niet de makkelijkste. Maar ik krimp onder zijn woorden. Hij is mij zo lief. Hij is mijn nummer één in de wereld. Dat juist híj zich denigrerend, onverschillig en hard tegen mij opstelt, en ik zelden nog voel dat hij van mij houdt, vind ik niet te verteren. Ondanks dat het nu al een paar jaar aan de gang is, went het niet. Ik leef continu in angst voor hem. En het is mijn allergrootste angst dat dit voor altijd zo blijft. Dat hij op een dag het huis uit gaat en doet wat nu al vaak zijn grootste wens lijkt: zich voorgoed van mij, zijn mislukte nietsnut van een moeder, afkeren.”

Tekst | Lydia van der Weide

De namen in deze tekst zijn vanwege 
privacyredenen gefingeerd. Ook (anoniem) een geheim delen? 
Er wordt integer en vertrouwelijk met je 
bericht omgegaan. Mail naar Lydia van 
der Weide: redactie@margriet.nl.

Dit verhaal komt uit Margriet 28 – 2017

Bekijk ook:

Lees ook:

Artikelen van Margriet.nl ontvangen in je mailbox? Schrijf je in op Margriet.nl/nieuwsbrief

Ook interessant