Persoonlijk

Mijn verhaal: ‘Ik werd onpasselijk van de gedachte aan zo veel mensen die hier hadden geleden’

mijnverhaalvrouw.jpg

Anita: “Al jaren verdiep ik me in de Tweede Wereldoorlog. Ik heb er veel over gelezen en er als ziekenverzorgende veel over gehoord. Ook Duitsland heeft mijn interesse. Mijn man en ik vieren er graag vakantie, omdat we de natuur prachtig vinden en de mensen erg aardig. Zo’n twintig jaar geleden bezochten we er een mijn en toen de gids hoorde dat we uit Nederland kwamen, verontschuldigde hij zich voor wat de Duitsers in de oorlog hadden misdaan. Het voelde ongemakkelijk; ons twintigers was tenslotte niets misdaan.

In het voormalige Oost-Duitsland genoten we dit jaar wederom van de prachtige natuur, maar we bezochten ook drie concentratiekampen. Wat maakte dat een indruk. Kamp Buchenwald, omdat daar voor mij aanschouwelijk werd gemaakt 
op wat een doortrapte manier te werk was gegaan. Bovendien: de weidsheid van het terrein, hoeveel mensen er zijn vermoord, de 
bloemen in de verbrandingsovens… Maar zo mogelijk nóg meer indruk maakte Kamp Dora. Verbijsterd was ik toen ik doorkreeg hoe gemeen het systeem daar was. Mensen werden gereedschap. Ze moesten een berg 
ontginnen – op het weinige eten dat ze kregen – in kou, donkerte en vochtigheid; zo ontstond een plek om de V2-raketten in elkaar te zetten. En als het ‘gereedschap’ haperde, werd het afgevoerd naar een vernietigingskamp. Onze achttienjarige gids vertelde hoe de Duitsers in die tijd dachten, waarom alle nazi’s en zelfs de meeste burgers wisten van de concentratiekampen en met welke tactieken de gevangenen onder de duim werden gehouden. In de berg zelf werd ik onpasselijk van de gedachte aan zo veel mensen die hier hadden geleden, gewerkt, geslapen en dood waren gegaan zonder enige 
privacy en compassie. De donkere kilte, de nattigheid; het was een nare plek om te zijn. Eenmaal buiten moest ik er eerst van bijkomen. Daarna viel me op dat er veel tuinmannen aan het werk waren. Er was een mooi museum. Ik kreeg het idee dat de Duitsers goed voor deze plekken zorgden. Het grote verschil in houding, vergeleken met twintig jaar geleden, werd me duidelijk toen onze gids haar rondleiding eindigde met de volgende woorden: ‘Ik voel mij niet verantwoordelijk voor wat mijn voorouders hebben gedaan. Ik veroordeel ook niet wat ze toen deden. Dat kan ook niet, want ik leefde niet in die tijd. Maar met de kennis van nu voel ik me wel verantwoordelijk voor het levend houden van de geschiedenis. Dit mag niet weer gebeuren. Daarom sta ik hier om eerlijk en open erover te vertellen.’ Ik was er stil van.”

Productie | Laura Kraeger
Beeld| iStock

Dit interview stond in Margriet 2018-18. Je kunt deze editie nabestellen via magazine.nl.

Ook leuk en interessant om te lezen

Bekijk ook

Vriendinnen Ingrid en Liezet gaan op pad in het oosten van Nederland.

 

Artikelen van Margriet.nl ontvangen in je mailbox? Schrijf je in op

Ook interessant