null Beeld Mariel Kolmschot. Visagie: Astrid Timmer.
Beeld Mariel Kolmschot. Visagie: Astrid Timmer.

PREMIUM

‘Mijn vader, toch een conservatieve man, stelde mij voortaan altijd trots voor als zijn dochter’

Schrijfster Valérie Lempereur wist het al toen ze nog heel jong was. Het lichaam waarmee ze was geboren, paste haar niet. En dus liet ze die fout herstellen.

“Tot mijn 32ste heette ik Daan. Ik werd geboren als nummer vijf in een gezin met zeven kinderen. Ik was heel anders dan mijn drie broertjes. Die speelden graag met autootjes en met lego. Ik trok de jurken van mijn zusjes aan en was niet weg te slaan bij hun poppen. Mijn ouders vonden dat geen probleem maar de non van de katholieke kleuterschool bij wie ik in de klas kwam, dacht daar heel anders over. Ze deed haar uiterste best om een doodgewoon jongetje van me te maken. Maar wat ze ook deed, ik wist de poppenhoek en de meisjesverkleedkist altijd weer te vinden. Daarom werd er een maatschappelijk werker ingeschakeld, die me in de jaren erna meesleepte naar allerlei hulpverleners, psychologen en psychiaters. Alles om dit ‘rare, zieke’ gedrag van mij te genezen.”

“In die tijd was er nog bijna niets bekend over gender-dysforie. En zeker niet in de gelovige gemeenschap in Zeeuw-Vlaanderen waar ik woonde. Er was zelfs zó veel onbegrip voor mijn gedrag, dat ik op mijn zevende in een tehuis voor moeilijk opvoedbare kinderen werd geplaatst. Mijn ouders waren daar erg verdrietig over, maar hadden geen andere keuze. Gelukkig zag ik hen en mijn broertjes en zusjes nog wel in de vakanties. Ik was erg ongelukkig in het tehuis. Ik voelde me eenzaam, onbegrepen en een vreemde eend in de bijt tussen al die jongetjes daar. Maar woorden geven aan mijn gevoel van ‘anders zijn’ kon ik niet. Ik herinner nog wel hoe ik ervan genoot toen ik in een winkel een keer werd aangezien voor meisje. ‘Hij is een jongetje, hoor,’ zei mijn begeleider gehaast. Ondertussen glom ik van blijdschap.”

Andere tijd

“Het gevoel dat er iets niet klopte met mij, werd in de puberteit alleen maar sterker. Wat vond ik het fijn dat ik mijn meisjesachtige uiterlijk behield; ik kreeg geen lage stem en ook geen baardgroei. En als het even kon, maakte ik mezelf op met vingerverf. Ook droeg ik mijn haar wat langer. Ik was zestien toen ik voor het eerst hoorde dat het mogelijk was om een mannenlichaam in een vrouwenlichaam te laten veranderen. Ik was toen in Amsterdam, de stad waar ik me helemaal thuis voelde; ik zag er zo veel mensen die hun eigen pad kozen. Ik sprak een meisje dat zelf een geslachtsveranderende operatie had ondergaan en dat maakte diepe indruk. Tegelijk was ik daar in die tijd zelf nog absoluut niet aan toe. Ik had ook geen idee hoe ik het zou moeten aanpakken. Het was zo’n andere tijd, er was geen internet, er waren geen telefonische hulplijnen. Bovendien vond ik het sowieso een flinke klus om mijn leven vorm te geven. In mijn jongvolwassen jaren was ik allang blij als mensen mij niet meer probeerden te veranderen. Dat ik werd gezien als een vrouwelijke homoseksueel en travestiet, nam ik op de koop toe. Al deed het veel pijn, omdat ik toen al heel goed besefte dat het anders zat: ik was een vrouw! Maar uit schaamte hield ik dat voor mezelf. Ook met mijn familie, met wie ik altijd nog een warme band had, had ik het er niet over, ik was bang dat ze het niet zouden begrijpen.”

Hij zag me als de vrouw die ik was

“Alleen Dolly, mijn beste vriendin, wist hoe ik mij voelde. Ik kende haar nog van vroeger, uit een tehuis, waar ook zij was geplaatst vanwege haar ‘rare, meisjesachtige’ gedrag. Toen ik haar jaren later weer tegenkwam, herkende ik haar meteen. We werden hartsvriendinnen. Ze was mijn grote voorbeeld: Dolly was naar Casablanca gegaan om daar ook fysiek de vrouw te worden die ze altijd al was. Via haar ontdekte ik dat dit soort ingrepen ook in Nederland mogelijk waren, in het VU medisch centrum.”

“En uiteindelijk, ik was al achter in de twintig, durfde ik het aan me daar aan te melden. Dit kwam omdat ik toen mijn grote liefde had ontmoet: Sam. Hij zag mij als de vrouw die ik was en was bereid om dit pad met mij op te gaan. Ik weet nog dat hij in een cruciaal gesprek hierover zei: ‘Vanaf nu is er geen alleen meer.’ Dat ik mijn eenzaamheid achter me kon laten, gaf me de moed om naar het VU te gaan.”

“Dit soort operaties werden op dat moment nog niet zo lang in Nederland uitgevoerd. Genderdysforie was heel lang als geestesziekte beschouwd; daarom was ik ook in een tehuis geplaatst. Tot eind jaren zeventig werden ‘patiënten’ soms zelfs nog behandeld met elektroshocks! En ook nu was het maatschappelijk taboe nog enorm. Vrouwen als ik werden als ‘freaks’ of als ‘gedrochten met twee ballonnen’ gezien. Toch wist ik het heel zeker. Dit was wat ik wilde, móést doen. Anders kon ik nooit echt mezelf zijn.”

null Beeld

“Al met al duurde het traject om ook fysiek vrouw te worden tweeënhalf jaar. Ik vond het heel erg zwaar. Vooral omdat ik veiligheid miste, ik had continu het gevoel dat ik mezelf moest bewijzen. In gesprekken kreeg ik keer op keer dezelfde vragen, vaak heel intiem, impertinent. Alles wilden ze weten, ik werd helemaal binnenstebuiten gekeerd, gewikt, gewogen en gekeurd. Ik zat voortdurend in angst dat het traject gestopt zou worden, dat ik te licht bevonden zou worden. En telkens maar dat vreselijke: ‘Waarom wil je zo graag de overgang van man naar vrouw maken?’ Voor mij klopte die hele vraag niet. Ik wás al lang een vrouw! Om die reden vind ik transitie geen prettig woord; ik praat liever over ‘reparatie’ omdat alleen dat in mijn ogen aangeeft wat er moest gebeuren: het herstellen van een foutje.”

“Tijdens het traject moest ik afscheid nemen van mijn kinderwens. Als mijn zaad ingevroren had mogen worden, zoals nu gebeurt, had dat misschien ooit nog wél gekund, met een draagmoeder. Maar dat was toen nog bij wet verboden, net zoals kinderen adopteren. Dat heeft me veel verdriet gedaan.”

Zijn dochter

“Op een gegeven moment kon ik er niet omheen om ook mijn ouders te vertellen waar ik mee bezig was. Ik had dat lang uitgesteld, tot er op een dag een schriftelijke uitnodiging kwam voor een communiefeest voor de kinderen van mijn broer. Die was gericht aan de twee heren Sam en Daan. Dat raakte me zó, dat ik naar de wc rende om over te geven. Ik heb mijn hele familie gevraagd om naar het huis van mijn ouders te komen en ben zelf vanuit Amsterdam afgereisd naar Zeeuws-Vlaanderen. Op van de zenuwen. Ik wist dat veel mensen zoals ik werden verstoten door hun familie, dat stond zelfs in de folder van het VU. Maar mijn familie reageerde geweldig. Ze hadden begrip en respect, en accepteerden mijn keuze meteen. Mijn vader, toch een conservatieve man, stelde mij voortaan altijd trots voor als zijn dochter en hij heeft zich nooit meer vergist met de woorden ‘hij’ en ‘hem’.”

“Ik hoorde die dag van mijn moeder dat zij al jaren geleden voorbereid was op deze beslissing. Toen ik acht jaar oud was, had een van de vele psychologen die mij hadden onderzocht haar ingefluisterd dat ze zich door niemand moest laten aanpraten dat ik een psychische stoornis had. Ik voelde me een meisje en als dat zo zou blijven, zou ik ooit een geslachtsveranderende operatie kunnen ondergaan. ‘Het komt goed met Daan,’ had die psycholoog mijn moeder beloofd. Maar enkel onder vier ogen, omdat zijn collega’s er anders over dachten.”

Groen licht

“Na heel veel gesprekken en onderzoeken kreeg ik groen licht van de VU. Ik mocht met hormonen beginnen en uiteindelijk werd de datum van mijn ‘reparatie’ gepland. Toch haalde ik pas opgelucht adem toen alles achter de rug was. Toen ik wakker werd en Sam aan mijn bed zag zitten, wist ik: ‘Nu is het gebeurd, dit nemen ze me nooit meer af.’ Maar veel ruimte om blij te zijn was er toen nog niet; ik had onmenselijk veel pijn. Maar hoe meer ik herstelde, hoe beter ik mij ging voelen. Eindelijk paste mijn lichaam bij wie ik was.”

“Het zijn mijn ouders geweest die mij mijn nieuwe naam hebben gegeven. Zelf kwam ik er niet uit en het voelde ook niet goed: je naam hoort door je ouders gekozen te zijn. Zij voelden zich vereerd met mijn verzoek en kwamen met Valérie: een Franse meisjesnaam die dapper en moedig betekent. Dat vonden ze helemaal bij me passen. Ik vond de naam ook erg mooi. Dezelfde dag kreeg ik een prachtige ring van Sam, waar hij een stukje van de Berlijnse Muur in had laten zetten. ‘Een ring voor een bevrijd meisje,’ zei hij. Zo lief allemaal!”

“Toen ook nog mijn persoonsgegevens bij de burgerlijke stand werden aangepast, kon mijn nieuwe leven echt beginnen. Voortaan stond niets of niemand me nog in de weg om echt mezelf te zijn. Dat was een fantastisch gevoel. In die tijd vond ik zelfs het kind in mezelf terug, dat vroeger zo onderdrukt was geweest. Ik werd weer speels, genoot ervan om te huppelen.”

Leven met een geheim

“Dat ik de ‘reparatie’ heb laten doen, was de beste beslissing van mijn leven. Al is mijn leven hierna niet zo makkelijk geworden als ik toen hoopte. Een verleden als dat van mij blijft je achtervolgen. De angst om anders te zijn, om niet als echte vrouw te worden gezien, blijft bestaan, ik heb me er nooit helemaal van kunnen bevrijden. En al wilde ik het zelf afsluiten, er bleven mensen die mijn achtergrond kenden of die erover hoorden, erover roddelden of zelfs dreigden het naar buiten te brengen. Ik heb als journalist spraakmakende artikelen en boeken geschreven en was niet overal even geliefd. Ik heb meermaals berichten gekregen, waarin mensen dreigden mijn hele verleden openbaar te maken. Erg naar. En toch: al was dit de prijs, het was het mij meer dan waard.”

“Zelf heb ik heel lang niet meer over mijn verleden gesproken. Zelfs met mijn intiemste vrienden praatte ik er niet over en ook mijn familieleden, die alles toch vanaf de zijlijn hebben meegemaakt, kenden niet het hele verhaal. Ik wílde er ook niet over praten, zag het als mijn geheim. Maar leven met een geheim vreet aan je. Daarom schreef ik na een aantal boeken over anderen nu een boek over mezelf. Over mijn lange weg om als ‘mevrouw’ erkend te worden. Het maakte veel los, maar het boek heeft me bevrijd van mijn levenslange schaamte. Dit is mijn verhaal, mijn verleden en ik durf ervoor te staan. Eindelijk.”

Lydia van der WeideMariel Kolmschot. Visagie: Astrid Timmer.

Op alle verhalen van Margriet rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven. Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@margriet.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden