Word abonnee

Kies nú voor een abonnement met korting

Abonneer nú met korting

Persoonlijk

De dochter van Marrie kreeg een postnatale depressie: ‘Ze mocht niet meer alleen zijn, ook niet met haar zoontje’

de-dochter-van-marrie-kreeg-een-postnatale-depressie-ze-mocht-niet-meer-alleen-zijn-ook-niet-met-haar-zoontje.jpg

Als Sanne (41), de dochter van Marrie (72), na de bevalling van haar zoon Diede een postnatale depressie krijgt, besluiten Marrie en haar man hun dochter en kleinzoon tijdelijk in huis te nemen.

“Onze kleinzoon Diede was zeven maanden oud toen we met de hele familie op Vlieland waren om ons veertigjarig huwelijk te vieren. Alle andere familieleden waren fietsen, maar ik zat met Sanne en Diede op het terras. Ik merkte dat ze moeite had met Diede, die erg onrustig was en veel huilde. Het lukte haar niet om hem stil te krijgen en ze vroeg mij om hem over te nemen. Daar op het terras werd het mij pas echt duidelijk hoe vreselijk zwaar ze het had. ‘Ik kan het niet meer aan, mam,’ zei ze.”

Zwaar vermoeid

“Sanne was sneller zwanger geworden dan ze had verwacht, en eigenlijk was de timing niet zo goed. Het was een stressvolle tijd voor haar. Ze woonde net samen met haar man, die al twee zoontjes (toen 5 en 7) had. Bovendien ging ze dat jaar promoveren aan de universiteit, wat haar veel energie kostte. Ze moest in die tijd ook haar eigen huis verkopen, wat gepaard ging met veel gedoe. Mijn man en ik waren natuurlijk ontzettend blij dat ze zwanger was. Maar zo snel? Zoiets kun je natuurlijk niet echt plannen, maar we hadden het verstandiger gevonden als ze ofwel de zwangerschap ofwel de promotie had uitgesteld.”

“Zelf zat ze daar niet mee: de zwangerschap deed ze er ‘wel even’ bij. Maar Sanne sliep slecht tijdens haar zwangerschap, waardoor ze zwaar vermoeid de bevalling in ging, die een kleine maand te vroeg kwam. Ze heeft nauwelijks van haar verlof kunnen genieten. De nacht na de bevalling kreeg Sanne een ernstige bloeding, waardoor ze langer in het ziekenhuis moest blijven. Diede had een te laag geboortegewicht, wat ook zorgelijk was. Dit is geen goede start met de baby, ging er door mijn hoofd.”

‘Het viel ons niet op hoe slecht het met haar ging’

“Na de bevalling sliep Sanne nog altijd slecht. De borstvoeding lukte niet goed, terwijl Diede vanwege zijn lage gewicht juist vaak voeding nodig had. Hierdoor was Sanne dag en nacht bezig met kolven en flesjes geven. Ze was doodmoe, maar bleef doorgaan. Ik denk dat Sanne haar spanning op Diede overbracht, waarop hij reageerde met veel huilen. Toen heb ik ook gezegd: ‘Kind, stop er alsjeblieft mee.’ Maar de arts op het consultatiebureau had gezegd dat ze er absoluut niet mee mocht stoppen, omdat het zo belangrijk was voor haar kind. Dus bleef Sanne ermee doorgaan, hoe zwaar het ook voor haar was. Ik vond het heel triest, maar ik kon haar niet overtuigen. Na drie maanden ging ze weer aan het werk, ondanks de vele gebroken nachten. Het viel me op dat ze zo’n zin had in werken, terwijl veel moeders dat juist moeilijk vinden na verlof. Elke dinsdag vingen wij Diede op, Sanne werkte dan bij ons op zolder. Toch is ons toen niet opgevallen hoe slecht het werkelijk met haar ging.”

Niet meer alleen

“Op de maandag nadat we terug waren gekomen uit Vlieland heeft Sanne zich ziek gemeld op haar werk. Het ging echt niet meer. Ze had een goed gesprek met haar huisarts die concludeerde dat ze een postnatale depressie en haar verwees naar de psychiater. Die legde uit dat het een ziekte was, dat de gedachten die ze had niet van haarzelf kwamen. Dat deed haar goed, want ze kreeg het gevoel dat ze gek werd, dat ze zichzelf was kwijtgeraakt. En nog belangrijker: het kon worden behandeld. De psychiater gaf aan dat Sanne niet meer alleen mocht zijn, ook niet alleen met Diede. Gek genoeg bleek dat een opluchting voor Sanne, want dat wilde ze zelf ook niet meer. Maar ja, dan moest er dus iemand de hele tijd bij haar zijn. Omdat haar man dat vanwege zijn werk niet kon bieden, werd er over opname gesproken. Wij hebben toen aangeboden om Sanne en Diede op te vangen. We wilden niets liever, want het leek ons vreselijk voor haar en Diede als ze zou moeten worden opgenomen. Ze kwam de helft van de week met Diede bij ons wonen, de andere helft werkte haar man thuis. We hadden het vertrouwen: dit kunnen we met elkaar aan.”

Lees ook:
Depressie, overspannenheid of een burn-out: dít zijn de verschillen

‘Ze raakte snel in paniek’

“We probeerden het thuis gezellig te maken, maar dat lukte niet altijd. Sanne deed ontzettend haar best, ze wilde graag zelf voor Diede zorgen, maar ze was meestal gewoon te moe. Ze vertelde me ook de naarste dingen: ‘Mam, als ik naar Diedes ogen kijk, zie ik monsters en dan word ik zo bang. Ik weet niet meer wie ik ben.’ Ze raakte ook snel in paniek en leek dan volledig de weg kwijt. Daar raakte ik eerlijk gezegd zelf ook wel een beetje van in paniek. Er is ons nooit verteld hoe we dit moesten aanpakken. We hebben het op onze manier gedaan en dat was kennelijk goed genoeg.”

“We probeerden haar zo veel mogelijk rust te bieden. Ze was zo onrustig, in alles zag ze spoken. Mijn man ging bijvoorbeeld een keer met Diede wandelen en liet hem toen wat plantjes aanraken. ‘Dan wordt hij vergiftigd!’ riep ze. Dat losten we dan op door rustig met haar te praten en te zeggen: ‘Heb er vertrouwen in dat het goedkomt. Je zit nu in een rotperiode, je bent ziek, maar hier kom je weer uit.’ Sanne en haar man hadden elke week een gesprek met de psychiater en psychiatrisch verpleegkundige. Ook de huisarts belde regelmatig. Na een tijdje begonnen de antidepressiva en antipsychotica te werken. Ze werd weer wat rustiger en ik zag dat het beter met haar ging, waardoor ik er ook weer meer vertrouwen in kreeg. Na twee maanden zijn mijn man en ik op vakantie gegaan. Dat vond Sanne goed. Ze durfde het weer alleen aan, samen met haar man. Vanaf dat moment ging het gelukkig alleen nog maar vooruit.”

Nog een kindje

“Drieënhalf jaar na de geboorte van Diede waren we bij Sanne op bezoek. Haar man was in Amerika op een congres. Ze vertelde ons dat ze bezig waren om een tweede kindje te krijgen, maar dat dat niet lukte. We schrokken er ontzettend van dat ze nog een kindje wilden. Ze had al die tijd aangegeven niet nog een keer zwanger te durven zijn. We begonnen er voorzichtig over, maar daar praatte Sanne meteen overheen. Ze had duidelijk een keuze gemaakt. Terug in de auto spraken we onze zorgen naar elkaar uit. Mijn man was zijn mobieltje vergeten, dus hij moest terug. Hij vroeg me: ‘Wat vind jij ervan, als ik er zometeen met Sanne over begin?’ Het leek mij een goed idee als hij haar zou vertellen dat we het heel angstig vonden.”

“‘Laat haar heel duidelijk terug-denken aan wat er allemaal is gebeurd bij Diede,’ zei ik nog. Nou, dat hebben we geweten. Sanne is heel boos geworden op mijn man. En ik kreeg de volle laag toen ik kwam oppassen op Diede. ‘Mam, dat hadden jullie me niet moeten flikken,’ zei ze. Zij wilde heel graag nog een kindje en had er goed over nagedacht. Ik legde uit dat ik bang was en me zorgen maakte. Dat had ze zelf ook, en daarom had ze met haar man een heel plan uitgewerkt zodat het deze keer anders zou gaan. Ik heb dat moeten accepteren. Je hebt daar als moeder natuurlijk niets over te zeggen.”

Een uitstekende start

“Tijdens haar tweede zwangerschap werd Sanne begeleid bij de POP-poli (Psychiatrie, Obstetrie en Pediatrie). Die hebben haar het vertrouwen gegeven: doe het maar, het kan goed gaan, we zullen je begeleiden. En dat gaf ons rust. Ze kreeg iets om te slapen, deed weer aan mindfulness, ging extra naar de haptonoom en ging naar zwangerschapstraining – met ontspanningsoefeningen en elementen van pilates en yoga. Ze is minder gaan werken, en is ook eerder gestopt. Dit keer is het inderdaad veel beter gegaan. De bevalling verliep prima en het mooiste: ze had meteen een goed gevoel. Dit keer klopte het. De kraamverzorgende was ingesteld op een vrouw die eerder een postnatale depressie had meegemaakt. Zij heeft echt de nodige rust erin gebracht en ervoor gezorgd dat Sanne een uitstekende start had met haar kindje.

‘Het is nu zoveel beter verlopen’

Ik ben blij dat ze er toch voor zijn gegaan, want wij hebben er nu een heel lieve kleindochter bij. Heske is nu negen maanden – en het hele gezin gaat goed. Sanne kreeg een aantal maanden na de bevalling opnieuw klachten, maar gelukkig had ze dit keer een heel team om zich heen. Ze is weer antidepressiva gaan slikken en iets om te slapen; haar man nam de nachten voor zijn rekening. Heske is een heerlijk tevreden kindje, echt een ontspannen baby. Ik zie een prachtige binding tussen moeder en kind, het is nu zo veel beter verlopen dan bij Diede. Sanne heeft het daar nog weleens moeilijk mee en voelt zich schuldig naar Diede. Maar ik denk dat ze zich daar geen zorgen over hoeft te maken. Ze heeft het ruimschoots ingehaald met hem, ze geeft hem ontzettend veel liefde en ik zie duidelijk een sterke band tussen moeder en zoon.”

Een podcastserie

“Ik ben na de geboorte van Heske toch nog behoorlijk bang geweest dat die vreselijke depressie weer terug zou komen. Ik had gelezen dat als je een postnatale depressie hebt gehad, je een grotere kans hebt dat dit opnieuw gebeurt. Gelukkig heeft Sanne het nu ook anders meegemaakt, vooral door de fantastische begeleiding die ze heeft gekregen. Er zou hier veel meer aandacht voor moeten komen. Sanne en haar man zijn tijdens haar zwangerschap gevolgd voor een podcastserie over psychische problemen rond de zwangerschap. Daar hoorde ik haar dingen vertellen die zelfs ik nog niet wist. Zoals dat ze op een gegeven moment in de auto zat en heeft gedacht: als ik nu tegen de vangrail rijd, ben ik overal vanaf. Dat vond ik zo heftig om te horen. Ik vind het heel goed dat ze haar verhaal zo open en eerlijk heeft verteld. Dat kan andere moeders en oma’s de ogen openen.”

Sanne en haar man zijn de hoofdpersonen in de podcastserie Zwarte muisjes, over psychische problemen rond de zwangerschap. Deze is te beluisteren via anchor.fm/zwartemuisjes en podcastplatforms als Apple Podcasts en Spotify.

Tekst | Ymke van Zwoll, Denise Hilhorst
Fotografie | Mariel Kolmschot

Ook interessant