Persoonlijk

Marjan van den Berg: ‘Je zou die inbrekers er bijna dankbaar voor zijn’

marjan-van-den-berg.jpg

Journaliste Marjan van den Berg is getrouwd en heeft drie dochters en twee kleinkinderen.

“Ze hadden handschoenen aan. Dat was toch een geruststelling.” Ze haalt smalle schouders op en wringt haar dweil uit boven de gootsteen. Er is al eens eerder ingebroken, een aantal jaren geleden. Toen hadden de daders geen handschoenen aan. Dan gaat de technische recherche met zwart poeder aan de slag, op zoek naar vingerafdrukken. Daarna heb je heel wat te poetsen. Dat hoeft nu eigenlijk niet.
Je zou die inbrekers er bijna dankbaar voor zijn.
Ze grijnst bij onze cynische conclusie. De handschoenen luchtten haar ook op, want nu hebben ze in elk geval niet met hun vingers aan haar kleren gezeten. En aan haar bed. Haar stoelen. Haar keukenkastjes. Haar schoenen. Haar…
Er moet dus evengoed gepoetst en geboend. Ik snap dat heel goed.Ik ben veel vergeten van die keer dat er in ons huis werd ingebroken. Maar ik weet nog heel goed dat ik de volgende dag op mijn knieën de hele tegelvloer heb geschrobd. Alleen maar omdat die gasten daar met hun vieze voeten overheen hadden gelopen. Bij ons was het destijds alleen de benedenverdieping. Wij lagen boven te slapen.
In haar huis hebben ze overal aan gezeten. Ze namen de tijd, wisten dat de bewoners niet thuis waren. Ze braken zelfs een blinde dichtgetimmerde deur open, omdat ze hoopten dat er een geheime bergruimte achter zat. Ze namen dierbare herinneringen mee, van weinig waarde voor een vreemde, maar onschatbaar voor haar. Een ringetje van haar moeder met een steentje van glas, een verlovingshorloge met haar initialen erin gegraveerd.
“Ze zijn zelfs in de schuur geweest,” vertelt ze. We lopen erheen, maar niet voordat ze de achterdeur goed op slot heeft gedraaid. “Sorry,” zegt ze. “Dat heb je nu eenmaal, die eerste tijd.” Ik knik.
Ik weet het. Je bent een beetje paranoia, vlak na een inbraak. Of vlak nadat je portemonnee is gerold. Of je telefoon. Ineens let je op. Je sluit alles af. Je verdenkt iedereen. Je verliest je argeloosheid. Je naïviteit. Je vreugde.
Ik heb een bloemetje gebracht. Veel kleur, om een beetje vreugde terug te brengen. En de geruststelling dat die angst slijt. Ze knikt. Dat weet ze ook wel, natuurlijk. Ze weet ook dat het veel erger kan. Wat lees je allemaal niet in de krant! Dat ze mensen gijzelen, mishandelen om pincodes te ontfutselen, kinderen uit bed halen…
“Het kan echt veel erger,” zegt ze nog maar eens. We doen een kopje koffie. De bloemen gaan in een vaas. Dan gaat ze toch nog een nieuw sopje maken.
“Ik heb de trapleuning nog niet gedaan.”

Foto | Ester Gebuis

Deze column is afkomstig uit Margriet 2017-32. Je kunt deze editie nabestellen via Magazine.nl.

Ook leuk om te lezen

Bekijk ook

Artikelen van Margriet.nl ontvangen in je mailbox? Schrijf je in op Margriet.nl/nieuwsbrief

BewarenBewaren

BewarenBewaren

BewarenBewaren

Ook interessant