Word abonnee

Kies nú voor een abonnement met korting

Abonneer nú met korting

Persoonlijk

Marjan: ‘Ooit schreef ik een column over zijn billen’

marjan-ooit-schreef-ik-een-column-over-zijn-billen.jpg

“De kerk moet schoon.”Ja, natuurlijk moet de kerk schoon. Jan Roos wordt uitgeluid door zijn familie, de man met de allermooiste kont van het dorp, getraind door een leven lang fietsen, marathonschaatsen en stevig aanpakken op zijn melkveebedrijf.

Ooit schreef ik een column over die billen, die almaar langs mijn raam schaatsten in een van die zeldzame marathons op natuurijs, maar dan wel in rondjes. Ik zag die kont dus vaak.

‘Dat is mijn kont’

Toen ik dat verhaal voorlas om de feestvreugde te verhogen tijdens de viering van het honderdjarig bestaan van onze ijsclub, sprong Roos overeind en riep: “Dat is mijn kont!” Maar nu brengt het dorp dat markante mens weg. Zijn familie laat hem wegvaren op een boerenplat, zijn kist bedolven onder de bloemen. Onder de lage witte bruggetjes door, waar straks mensen zullen staan om hem een laatste groet te brengen. En de schipper zal een beetje moeten bukken, telkens weer, als een eerbiedige groet voor dat mooie leven dat hij wegbrengt.

Flinke onderhoudsbeurt

Maar eerst moet die kerk schoon. Die staat al een coronajaar lang te wachten op een flinke onderhoudsbeurt, dus we moeten er flink tegenaan. Met een ploeg vrijwilligers ruimen we een paar kilo dooie vliegen. We stoffen, poetsen en boenen tot alles glimt en daarna trakteren we onszelf op koffie met hele oude gevulde koeken. 

Lees ook:

Marjan: ‘Er is nog maar één onderwerp in dit huis: poep’

Voegen krabben

Nu buiten nog. Waar de familie en de kennissen die niet in de kerk passen, de dienst kunnen volgen via een geluidsinstallatie. Dan kunnen ze in de stoet meelopen naar de kleine begraafplaats en daarna, als Jan in de aarde rust, kunnen ze op dat terras een kop koffie drinken, wat napraten en vers gehaalde gevulde koeken eten. Maar dat terras staat vol onkruid en het gras komt halverwege je kuiten. Dus pakken we dat de dag erop aan.’Neem gereedschap mee’, staat er op de app. Dat doet iedereen. Bram heeft een kantenmaaier op een benzinemotor. Ben heeft een turbo-maaiapparaat. Wij, en nog een stelletje andere sukkels, hebben aardappelschilmesjes. Op onze knieën krabben wij de voegen. Na een halve meter al bedenk ik dat ik hiervan misschien wel net zo’n goeie kont krijg als onze Jan Roos. Dat geeft moed.

Mooie mensen

Dan komt Menno met een poetsmachine voor stenen. Twee enorme stalen borstels roteren alle ongeregeldheden weg. We kijken ademloos toe en gooien onze aardappelschilmesjes weg.Twee uur later heeft Jan na een belrondje zo’n apparaat opgehaald. En drie uur later veegt hij ons straatje schoon. En ons terras. Ik veeg alles aan. En ik bedenk dat het helemaal geen kwaad kan om bij het zien van iets simpels als straatstenen aan fijne mensen te denken. Mooie mensen. Mensen die er niet meer zijn en toch ook weer een beetje wel. Veel dichterbij dan ik vaak denk.

Deze column van Marjan verscheen eerder in Margriet 42 – 2021. Dit nummer nabestellen kan via lossebladen.nl.

Ook interessant