Persoonlijk

Marjan van den Berg: ‘Door het raam zie ik de harde kern van het verzet wegwandelen over het schoolplein’

marjan-van-den-berg.jpg

Journaliste Marjan van den Berg is getrouwd en heeft drie dochters en twee kleinkinderen.

Ik ben niet zo’n succes als invalleerkracht. Nou ja, de stoelen vliegen niet door het lokaal en ze leren wel wat. Daar gaat het allemaal niet om. Maar ze leren met tegenzin. En onder protest.
“Gaat het met je?” vraagt Jan bezorgd. Hij kijkt me na terwijl ik over het tuinpad naar mijn auto loopt. Die nacht lag ik boven de toiletpot in de badkamer in voorbereiding op de komende lesdag. Het is maandagochtend. Ik ben vroeg. Er is een hoop te doen. Ik sluit mijn laptop aan op het televisiescherm boven het bord om de filmpjes te laten zien waarmee ik mijn les opleuk. Ik ben er klaar voor. Nog steeds kotsmisselijk, dat wel. Maar klaar.
Tien minuten nadat de bel is gegaan is er nog geen leerling te 
bekennen. Ik kijk eens op de gang. Niemand. Ik check mijn rooster. Lokaal 0002. Klopt. Ik check mijn mail. Niets bekend over lesuitval van 4A. Ik loop nog een keer de gang op. Dan zie ik het bordje naast mijn deur. Lokaal 1002. Ik zit een verdieping te hoog…
In de centrale hal spot ik een aantal kinderen uit de klas die ik les moet geven.
“Jongens! Ik zit een verdieping te hoog. Lokaal 1002!”
Ik kijk een aantal kinderen aan vanaf de trap. Ze kijken terug en zeggen eenstemmig: “Nee.”
Ik loop terug naar mijn lokaal. In gedachten verdedig ik me tegen iedereen die dat onzinnig vindt. Hoezo ‘nee’. Dat pik je toch zeker niet? Nee, maar wat dan? Hoe dan? Moet ik ze de trap opslepen? Aan een arm? Of een been? Eén voor één? Alle zevenentwintig? Of moet ik nu mijn computer ontkoppelen, alles wat ik heb voorgekookt weer afbreken en afdalen naar lokaal 0002?
Door het raam zie ik de harde kern van het verzet wegwandelen over het schoolplein. Die ene, die het hardste ‘nee’ riep, huppelt een paar passen. Ik ga terug naar mijn lokaal. Wat nu? Zal ik maar inpakken en aan de directie meedelen dat ik er echt mee ophoud? Dat ze genoeg weten voor het examen en dat dit voor iedereen een straf is? Vooral voor mij?
Dan komt die harde kern ineens binnenwandelen. Zes meiden. Verontwaardigd en boos. Hoezo zit ik in het verkeerde lokaal. Verdorie. Wat stom. Ja, heel stom. En ik voel me ook verrekt beroerd. Nee, ik ben niet ziek. Ik baal ervan hoe dit allemaal gaat. Snappen ze dat? Nee. Daar snappen ze niks van. Ik heb toch zeker eerder en vaker lesgegeven? Ja. Dat heb ik. Maar nog nooit eerder heb ik een klas tegenover me gehad die bestond uit zo’n collectief blok haat en minachting als hun klas. Nog nooit. En nu ik dat hardop tegen ze zeg, kan ik erom janken. Ook dat zeg ik hardop. Ze zijn er even stil van.
“Zo erg zijn we toch niet?” zegt iemand.
“Jawel,” knikt een ander. “Zo erg zijn we wel.”
Dan komt de rest van de klas binnenlopen. Ze zijn er allemaal. 
We beginnen.

Foto | Ester Gebuis

Deze column is afkomstig uit Margriet 2017-17. Je kunt deze editie nabestellen via Magazine.nl.

Bekijk ook onderstaande vlog van Marjan van den Berg.

Ook leuk om te lezen

Artikelen van Margriet.nl ontvangen in je mailbox? Schrijf je in op Margriet.nl/nieuwsbrief

Ook interessant