Word abonnee

Kies nú voor een abonnement met korting

Abonneer nú met korting

Persoonlijk

Marjan: ‘Zelfs moeders met secretariaten zijn alert op telefoontjes van hun kinderen’

hr_margriet-marjan-van-den-berg_0257.jpg

“Met wie?”

“Kis! Ik bel je terug!”

Ik klik het gesprek weg en voeg me weer bij de vergadering. Er wordt hier echt iets besproken: we maken een eindboek voor een stichting die vijftien jaar heeft bestaan en nu afrondt. Het is een prachtig project en ik vind het eervol om er als kleine uitgever bij betrokken te mogen zijn.

Maar ja, dat kind belt. Dat zie je meteen op je mobiel. En al wordt dat kind volgende maand 36 jaar oud, het blijft gewoon een kind. Dus neem je op. Even snel. Half met je kop onder het tafelkleed. Voor het geval er iets ergs is. En je sist: “Er is toch niks? Dan bel ik zo terug! Zit in vergadering!”

Moeders staan altijd aan

Alle vrouwen die ik ken, doen dat. Mannen niet. Maar kinderen bellen hun vader ook niet als er iets ergs is. Dan bellen ze hun moeder. Want die staan altijd aan. En hun telefoon ook. Ik denk dat mannen op zo’n moment niet eens zouden opnemen. Die denken meteen nuchter: als er iets ergs is, dan hoor ik het later wel. Of ze klikken op een handig knopje waardoor de beller meteen een berichtje krijgt.

Lees ook:
Marjan: ‘Het leven wordt er niet eenvoudiger op met die twee agenda’s’

Alert op telefoontjes van de kinderen

Of ze hebben natuurlijk gewoon tegen hun secretaresse/secretaris gezegd dat ze even geen telefoontjes kunnen beantwoorden. Dat is de meest luxe variant. Maar zelfs moeders met secretariaten zijn alert op telefoontjes van hun kinderen. Ik denk dat Femke Halsema tijdens een raadsvergadering meteen onder tafel duikt en fluisterend opneemt als haar zoon haar mobiel belt. Om maar een willekeurig voorbeeld te noemen.

Kinderen weten dat. Ook die van 36. Ze vinden dat totaal vanzelfsprekend. Mama is er voor je. Altijd. Overal. En als mama zegt dat ze in een vergadering zit, dan vraagt dat kind zich af met wie dan in hemelsnaam. En hoezo.

Herkenning

“Sorry. Dat was een dochter,” zeg ik tegen mijn vergadergezelschap. Eén van de aanwezige vrouwen tegenover me kijkt me lachend uitnodigend aan en ik zeg, half verbaasd nog: “Ze vroeg: ‘Met wie?!’” De vrouw knikt. Ze heeft zelf kinderen. En een eenmanszaak als vormgever. Ze zegt: “Ze bedoelde: ‘Met de buurvrouw zeker?’ Mijn kinderen denken ook dat ik altijd beschikbaar ben. Of hooguit op de koffie bij de buren.”

We lachen. Vergaderen verder. We bespreken de offerte van de drukker, maken een keuze uit een enorm overzicht van nieuwsfeiten en bespreken een lijst met te interviewen grote namen.

Even terugbellen

Eindelijk, als onze wangen net zo rood zijn als onze oren, spreken we een datum af voor de volgende vergadering en gaan we naar huis. “Hiernaast nog een afsluitend glas heffen?” stelt de voorzitter voor, met een knikje naar de kroeg naast onze vergaderruimte.

Ik sla af. Andere keer graag. Mama moet haar kind terugbellen.

Deze column van Marjan verscheen eerder in Margriet 2 – 2022. Dit nummer nabestellen kan via lossebladen.nl

Ook interessant