Word abonnee

Kies nú voor een abonnement met korting

Abonneer nú met korting

Persoonlijk

Marjan: ‘Nadat Jan met bibberende knieën een beholpen rondje heeft gesupt, wijst Amber naar mij’

hr_margriet-marjan-van-den-berg_0094-lichtblauw.jpg

“We nemen de supplank mee. Kunnen de kinderen erop.” Middelste dochter Amber is een regelaar. Zij moet werken, de kinderen hebben vakantie, komen een dagje bij ons en zij wil ze naar buiten hebben.

Maar omdat die kinderen nogal op hun grootmoeder lijken, op mij dus, zitten ze graag achter een beeldschermpje, een boek of een knutseldingetje.

‘Zo moeilijk is het ook niet’

Nu staan we buiten. Allemaal. We kijken naar de supplank. Opa blaast hem op en kleinzoon van veertien stapt erop. Hij supt wat heen en weer, stapt er weer af en vraagt: “Mag ik nu achter mijn computer?” Zijn moeder zegt nee. Kleindochter supt soepeltjes een stuk heen en een stuk terug. Klaar. “Zo moeilijk is het ook niet,” zegt Amber. Ze stapt er zelf even op, met al haar kleren aan. En dan weer net zo makkelijk eraf.

‘Jan is een doorzetter’

“Nu opa!” bedenkt kleinzoon. Als je niet achter je computer mag, moet je toch iets bedenken om het leven de moeite waard te maken. Jan heeft kleinkinderen en dochter zó verbazingwekkend gemakkelijk heen en weer zien peddelen, dat hij daar de conclusie uit heeft getrokken dat het niet moeilijk is. Hij stapt onvervaard op. Nog geen seconde later ligt hij ruggelings tegen de damwand, zijn armen om de zwemtrap heen geslagen en zijn voeten hulpeloos op de supplank die een meter van de kant is gedreven. Het duurt even voordat we weer kunnen praten. Jan is een doorzetter. Nadat hij met bibberende knieën een dapper, maar onbeholpen rondje heeft gesupt, wijst Amber naar mij.

Lees ook:
Marjan baalt flink van de afgelasting van de Winterfair

‘Als ik val wordt mijn heup nat’

“Nu jij.” “Nee joh,” zeg ik meteen. “Dat kan niet met mijn heup.” Want ik heb dus een kunstheup. Dubbel-keramisch. Tien jaar al. Daar kun je niet alles mee. Ze hebben me daar destijds ernstig voor gewaarschuwd. Pas op dat die heup er niet uit vliegt! Spaar me. Ik moet er niet aan denken. Dochter heeft daar zo haar bedenkingen bij. “Hoezo kan dat niet met die heup?” “Nou, als ik val!” Terwijl ik het zeg, bedenk ik dat dit geen argument is. Ik kan natuurlijk best in het water vallen. Ik kan ook van de damwand springen. “Ja, en wat dan, als je valt?”  Dochter kijkt me kritisch aan. “Dan wordt mijn heup nat.” Zo. Klaar. Onzinargumenten leveren altijd tijd op, want als ze eenmaal is uitgelachen, moet ze naar haar werk en zijn we van die drammer af.

‘Er ligt dit jaar een enorm cadeau onder de kerstboom’

“Je voelt wel dat je al je spieren traint op zo’n plank,” zegt Jan de volgende dag. Maar dan hebben ze de sup alweer meegenomen, dus een vervolgtraining zit er niet in. Het bracht me wel op een idee. Er ligt dit jaar een enorm cadeau onder de kerstboom. Voor Jan. En ik verzamel moed tot het weer zomer is.

Deze column van Marjan verscheen eerder in Margriet 52 – 2021. Dit nummer nabestellen kan via lossebladen.nl.

Ook interessant