Persoonlijk

Marjan van den Berg: ‘Ik sluit af met een slaapliedje voor mijn zus. Bij de laatste zin springt ze in mijn hart en reist met me mee’

marjan-van-den-berg.jpg

Journaliste Marjan van den Berg is getrouwd en heeft drie dochters en twee kleinkinderen.

“Is het dichtbij?”
Die vraag stelde ik aan een collega die nog een beetje in de war was van het telefoongesprek dat hij net beëindigde. Ik begreep dat hij net had gehoord dat er iemand was overleden. Dus ik keek zoals je dan kijkt: meelevend, begripvol, licht verdrietig.
“Nee, niet echt,” antwoordde hij. “Helemaal in Overijssel.”
Leg dan nog maar eens uit wat je eigenlijk bedoelde met ‘dichtbij’.
Ik begon er niet aan. Ik mompelde condoleances en sterkte en huppelde de hele dag vanwege dat heerlijke taalmisverstand. Als we de kist van mijn zusje dichtschroeven, denk ik terug aan dichtbij, veraf en huppelen. We konden verschrikkelijk de slappe lach krijgen om niets, zus en ik. De laatste keer was nog niet eens zo lang geleden. Ze had leesbrillen gepast bij de Hema. We hadden er twee gekocht en ze mopperde als altijd over het pinkastje, waar ze vanuit haar rolstoel nauwelijks op kon kijken. Op weg naar de winkel waar ze lange broeken wilde passen, zag ik opeens de plastic beschermhoesjes van de brillenpoten boven haar oren.
“Je hebt wat gepikt uit de Hema,” fluisterde ik in haar oor. “Voel maar in je haar.” Ze viel daarna met drie beschermhoesjes in haar handen bijna uit haar stoel van het lachen.
We hadden het leuk. Zolang ik tenminste niet te dichtbij kwam.
Ik moest niet zeuren over te veel roken, over het feit dat ze niet wilde telebankieren, dat ze geen mobiele telefoon wilde en bang was voor dat griezelige internet. Als ik aandrong op iets waarvan ik meende dat het haar leven zou verrijken en haar horizon zou verbreden, werd ze woest. Dus ik besloot het nergens meer met haar over te hebben. Alleen maar over leuke dingen. Zoals plastic brillenhoesjes van de Hema achter je oren midden in de Barteljorisstraat. Daardoor waren we vaak niet zo dichtbij als ik zou willen. En hebben we niet alles kunnen delen waar ik mee rondliep. Maar we hebben met elkaar gelachen. Dat is heel wat. En als ik de schroef in het deksel van de kist draai, hoor ik haar zeggen: ‘Kunnen ze dat niet zelf?’
Dat kritische zinnetje van mijn zus naast dit mooie symbolische moment doet me glimlachen. Ze is niet zo heel ver weg nu.
In de aula vertel ik over afscheid nemen van een zusje. Dat ik eigenlijk niet goed weet hoe dat moet. Dat ik dus maar de rode draadjes in haar leven benoem. Ik sluit af met een slaapliedje voor
mijn zus. Het eindigt met: ‘Ik slaap.’ En bij die laatste zin springt ze in mijn hart en reist met me mee. En ze zegt: ‘Wanneer gaan we een keer naar Overijssel?’
Potverdorie, zus. Ik vind je hartstikke dichtbij.

Foto | Ester Gebuis

Deze column is afkomstig uit Margriet 2017-14. Je kunt deze editie nabestellen via Magazine.nl.

margriet, m14, cover

Ook leuk om te lezen

Artikelen van Margriet.nl ontvangen in je mailbox? Schrijf je in op Margriet.nl/nieuwsbrief

Ook interessant