Persoonlijk

Marjan van den Berg: ‘Ik schrik van m’n zus. De arts vindt het ook niks en schudt het hoofd. Zo benauwd, zo veel pijn’

marjan-van-den-berg.jpg

“Ja, ik schrik hiervan.”
De arts knikt me bemoedigend toe. We staan aan het bed van mijn zus. Die doet haar ogen open als ik tegen haar praat. Maar dat was het dan wel.
Ik had griep. Dus ik bleef weg uit het ziekenhuis. Geen verstandige zet immers om je virussen mee te nemen naar een plek waar mensen toch al zo vatbaar zijn. Ik hoestte en proestte me de dagen door, tot ik opknapte en begreep dat het zó duidelijk niet goed ging met zus, dat ik snel m’n handen tien keer extra waste en in m’n auto sprong. Het is een nieuwe locatie, waar zus een kleine week geleden met toeters en bellen binnen werd gereden. Ze hebben enorme borden met looproutes, genummerd en wel. Er zijn ook aanwijzingen met tulpen, klompen en vliegtuigen. En een lift, waar ik op goed geluk in stap en waar een vriendelijke vrouw me geruststelt: “Als je hier de weg weet, is dat een slecht teken.”
Ik schrik van m’n zus. De arts vindt het ook niks en de hele verpleging schudt bedenkelijk het hoofd. Zo benauwd, zo veel pijn, zo veel functies die achteruit hollen. Het is zo complex dat ze naar de intensive care gaat worden verplaatst. Natuurlijk mag ik meelopen. “Ik ga met je mee, hoor,” zeg ik dapper tegen haar. Ze is ver weg. Alle slangetjes gaan los, zuurstof gaat eraf, het bed rolt door de gang. Een mevrouw, op leeftijd maar duidelijk op bezoek, wringt zich voor het bed langs door een deur en kijkt verontwaardigd naar de verpleging. Kunnen zij haar niet even voorrang verlenen? Ze zullen wel moeten. Het bed komt tot stilstand. Zus kreunt. “Ze zeggen weleens: ‘Die jeugd van tegenwoordig,’ maar dit maak ik zo vaak mee!” moppert de verpleegkundige.
“Ze dringen ook altijd voor bij de visboer,” knik ik. Dus maken we grappen over alle zeventigplussers, behalve die ene. Dat zusje. In dat bed.
Op de ic wordt ze een optelsom van cijfers, tubes, plakkers, grafieken en plastic zakken. Er is veel zorg over alles wat haar lijf in gaat en wat er weer uitkomt, en ik bedenk dat ik maar vaak haar naam in haar oor moet fluisteren. En de mijne. En die van haar zoon en haar kleindochter. En van haar broer. Want ik zie aan haar dat ze elk slangetje dat aan haar vastzit haat. En dat ze iedereen die haar aanraakt zwijgend maar hartgrondig vervloekt.
“Ze is als een zieke kat die wegkruipt,” zeg ik tegen haar beste vriendin in het ziekenhuisrestaurant. En dan ga ik maar weer warme chocolademelk halen. Met veel slagroom.

Journaliste Marjan van den Berg is getrouwd en heeft drie dochters en twee kleinkinderen. 

Foto: Ester Gebuis

De column is afkomstig uit Margriet 2017-09. Deze editie nabestellen? Dat kan via Tijdschrift365.nl.

Artikelen van Margriet.nl ontvangen in je mailbox? Schrijf je in op Margriet.nl/nieuwsbrief

Ook interessant