Persoonlijk

Marjan van den Berg: ‘Ik kan omvallen van verbazing, als Jan zegt: ‘Ik ga even tanken’

marjan-van-den-berg.jpg

Journaliste Marjan van den Berg is getrouwd en heeft drie dochters en twee kleinkinderen. 

“Och hemel…”
De kreun is van dochter en komt tot mij via de telefoon. Ze zit in haar auto. Prettig moment om handsfree de tijd te doden met je moeder. Zeker als je in een file voortsukkelt met een gangetje van zo’n tien kilometer per uur.
“Wat is er?”
“Ik moet tanken. Nou ja, ik had moeten tanken. Gisteren al. Ik stel dat altijd uit.”
“Ik heb ook zo’n hekel aan tanken,” zeg ik opbeurend.
“Ik haat tanken…” Haar stem is nu heel laag. Zo laag als de stem van iemand die een mislukte gangster speelt in een Tarantino-achtige maffiafilm. De deur zwaait open en daar staat hij, een schuin litteken ontsiert zijn mond en neus. Hij ziet de schaal met M&M’s op de bar, zegt dan laag: “Ik haat blauwe M&M’s” en roeit vervolgens met een machinegeweer het hele gezelschap uit. Zo laag.
Zo erg haat ik tanken niet. Maar ik heb er wel een grondige hekel aan. En ik weet niet waar dat vandaan komt. Vaak pak ik de goedkope dorpspomp, waar je tevoren je bankpas moet invoeren. Dat scheelt een gang naar een kassa waar ik altijd weer moet vertellen dat ik geen spaarkaart heb, dat ik ook geen interesse hebt in vijf pakken kauwgum voor de prijs van vier, maar dat ik wel tegelijk de slappe satékroket wil afrekenen. Want daar ben ik natuurlijk weer voor gezwicht. Duizend calorieën en geen enkele voedingswaarde. En ik had me nog zo voorgenomen dat nooit meer te doen.
“Pomp elf en deze verantwoorde lunch,” grap ik dan. Zodra ik weer achter het stuur zit, prop ik die lauwe kroket in mijn mond en bedenk tevreden dat ik voorlopig niet hoef te tanken. Maar ook
zonder die snackverleiding vind ik het een gedoe. En waarom? Misschien omdat ik vind dat het ergens in de marge moet gebeuren. Omdat ik er toevallig toch ben. Ik kan omvallen van verbazing, als Jan zegt: “Ik ga even tanken.” Vervolgens pakt hij zijn auto en doet precies dat wat hij aankondigde: hij tankt. Hij doet dus geen boodschappen, eet geen kroketten en haalt zelfs die auto niet door de wasstraat. Ik zou in zo’n geval met een lijstje op pad gaan: even naar de bank om te pinnen, even naar het postkantoor, even naar de schoenmaker en dan nog even tanken. En dan werk ik de hele lijst af terwijl ik opzie tegen het slotstuk: jakkes, ook nog tanken.
“Ga nu maar meteen van de weg af, als je een pompstation ziet,” raad ik dochter aan. Ik vind nu dat ik haar richting volle tank dien te begeleiden vanwege haar erfelijke afkeer van benzine.
“Gehaald!” jubelt ze even later. Er is slechts vreugde over het halen van de pomp. Er klinkt een diepe zucht.
“En nu nog tanken…”

Foto | Ester Gebuis

Lees ook:

Artikelen van Margriet.nl ontvangen in je mailbox? Schrijf je in op Margriet.nl/nieuwsbrief

Ook interessant