Persoonlijk

Schrijfster Marion Bloem: ‘Ik ben het gelukkigst als ik met mijn kleindochters ben’

schrijfster-marion-bloem-ik-ben-het-gelukkigst-als-ik-met-mijn-kleindochters-ben.jpg

Toen Marion Bloem (67) een jaar na haar moeders overlijden het ouderlijk huis opruimde, kwam het Indische verleden van haar ouders weer naar boven. Margriets Bram de Graaf sprak haar over Indo, het boek dat ze erover schreef, en over grootmoederschap en onvoorwaardelijke liefde.

Klaprozen, grillig gevormde boomstammen waarin gezichten zijn te ontdekken, kleurige vlinders. Dagelijks zie je op het Instagram-account van Marion Bloem dergelijke taferelen voorbijkomen. “Ik geniet daar nu veel meer van dan voorheen,” zegt ze op gepaste corona-afstand op het terras van haar mooie huis in Bosch en Duin. “We leven vaak zo haastig en er is zo veel druk van buiten, dat we aan dit soort geluk voorbijgaan. Maar in een tijd als deze leer je met de pieken en dalen leven. Daarbinnen worden de geluksmomenten groter.”

Het ouderlijk huis leeghalen

Pieken en dalen zijn er momenteel genoeg in Marions leven. Er is het succes van haar nieuwe boek Indo, dit voorjaar stierf haar moeder op negentigjarige leeftijd. Ze leed sinds zeven jaar aan alzheimer en Marion heeft haar intensief verzorgd. Haar vader was al overleden. Ze is nu het ouderlijk huis aan het leeghalen. “Mijn ouders bewaarden alles, ze waren zo zuinig op hun spulletjes. Mijn moeder streek zelfs het beddengoed en dat ligt nog netjes opgevouwen in de kasten. Het weggooien doet me veel pijn, ik doe dat daarom geleidelijk. Het helpt me los te laten.”

Met het opruimen kwam ook hun Indische verleden weer boven water. Zo stuitte Marion op rekeningen die haar ouders kregen van de Nederlandse staat toen ze in 1950 vanuit Indonesië hiernaartoe vluchtten. “Ze moesten betalen voor de overtocht en voor kleding en meubels die ze niet zelf mochten uitkiezen. En dat terwijl mijn vader nooit soldij heeft ontvangen voor zijn jaren in krijgsgevangenschap. Ik vind het nog altijd vreemd dat Nederland zich toen niet realiseerde wat al die mensen hadden meegemaakt. Er is veel onwetendheid over die periode. Binnenkort is er niemand meer in leven die het aan den lijve heeft ondervonden. Daarom zag ik het als mijn taak om de nieuwe generaties te laten weten waar ze vandaan komen en heb ik Indo geschreven.”

Lees ook:
Schrijfster Lucinda Riley: ‘Ik investeer emotioneel veel in een boek’

Krijgsgevangenschap

Tijdens de Tweede Wereldoorlog was Marions vader als soldaat van het Koninklijk Nederlands Indisch Leger (KNIL) krijgsgevangene van de Japanners en werd hij ingezet als dwangarbeider. Tijdens de overtocht van Java naar Sumatra werd zijn schip de Junyo Maru getorpedeerd door een Britse onderzeeër omdat de Japanners het niet hadden gemarkeerd als krijgsgevangenentransportschip. Meer dan 5.500 opvarenden vonden de dood, als door een wonder overleefde hij.

Jappenkamp

Marions moeder zat tijdens de oorlog in een jappenkamp. Ze leerde haar man na de Japanse capitulatie in dat kamp kennen, toen het voor blanken en mensen met gemengd bloed, zoals zij, te gevaarlijk was om zich buiten de kampen te begeven. Indonesische jongeren maakten jacht op hen nadat Soekarno op 17 augustus de Indonesische onafhankelijkheid had uitgeroepen. Er volgden nog vier jaren van oorlog en ellende; de zogenaamde Bersiap-periode. Nederland probeerde met veel geweld en ten koste van tienduizenden slachtoffers het gezag te herstellen.

Trauma’s

Eind 1949 verkreeg Indonesië haar onafhankelijkheid, nadat er internationale druk op Nederland was uitgeoefend. Ongeveer driehonderdduizend Indische Nederlanders kwamen naar Nederland. Over wat ze hadden meegemaakt werd nauwelijks gesproken en als ze het al deden werd er niet naar geluisterd.

“Terwijl die periode veel impact heeft gehad op hen en hun kinderen,” zegt Marion. “Ze hadden last van verschillende trauma’s. Er was het trauma van de koloniale samenleving. Daarin werd je altijd beoordeeld op gedrag en uiterlijk: probeer daarom zo veel mogelijk op die witte mensen te lijken, dan maak je kans dat je het redt. Toen kwam de Japanse overheersing; als je je strikt aan hun regels hield, liep je de minste kans om gestraft te worden. Dat was duidelijk. Maar daarna kwam de Bersiap, dat was heel onduidelijk. Mijn ouders konden zomaar worden vermoord door Indonesiërs met wie ze waren opgegroeid.

Dat wantrouwen hebben ze ons meegeven: vertrouw alleen op jezelf, kijk altijd achterom en zorg dat je jezelf kunt redden. Vervolgens kwamen ze in een wildvreemd land terecht, waar ze zich niet welkom voelden en met schulden werden opgezadeld. Het was heel complex.”

Wat merkte je daarvan als kind?

“Er waren strenge regels, net als in het kamp. We moesten altijd op de minuut nauwkeurig thuis zijn. Waren we te laat, dan kregen we straf. Uiteraard begrepen we niet waarom, want ze spraken er nooit over. Het uitte zich voornamelijk in conflicten tussen mijn ouders. Mijn moeder was heel gastvrij, ze ontving veel vrienden en familie. Dat kostte geld. Mijn vader raakte daardoor bang dat hij hun schulden niet kon aflossen. Daarover was altijd stress, naast de stress van het aanpassen. Dat voelden we. Mijn moeder kon heel driftig zijn en sloeg ons dan soms met de pollepel. Pas toen ze wist dat wij goed terecht waren gekomen, kon ze het loslaten. Vanaf dat moment was er alleen maar liefde.”

Je begon al jong met schrijven. Had dat met de situatie thuis te maken?

“Met de pen kon ik iemand anders zijn en ontsnappen aan dat beklemmende gezinsleven met al die regels. Ik begon naarmate ik ouder werd, zeker nadat ik psychologie had gestudeerd, steeds meer in te zien hoe ze hun best hadden gedaan en alles hadden opgeofferd voor ons. Maar pas toen ik mijn moeder eind jaren zeventig meenam naar Indonesië kwamen de verhalen. We werden daar op een gegeven moment omringd door een groep vriendelijke scholieren en ze reageerde daar heel kil op. Ik dacht: waarom gedraagt ze zich zo koloniaal? ’s Nachts kreeg ze een nachtmerrie en toen kwam het eruit: ze was tijdens de Bersiap omsingeld door jongeren met bamboesperen. Dat trauma had ze nooit verwerkt.”

Wat betekent 15 augustus voor jou?

“Ik zou willen dat het een dag van bezinning was en dat de fouten die toen gemaakt zijn, erkend worden. Als Nederland destijds meteen had meegewerkt aan de onafhankelijkheid van Indonesië was veel mensen leed bespaard gebleven. Nu keerde de woede zich tegen de Nederlanders en de Indo’s. Het was een gemiste kans. Door het Nederlandse handelen zijn er trauma’s ontstaan en gehandhaafd.”

Gekibbel

Op haar negentiende verliet Marion het ouderlijk huis om samen te gaan wonen met de vier jaar oudere arts en schrijver Ivan Wolffers. Ze zijn nu bijna vijftig jaar samen. “Ik had me voorgenomen: ik wil in een relatie financieel zelfstandig zijn,” zegt ze. “Dat is me gelukt. Ook wilde ik geen kibbelrelatie, zoals mijn ouders. Dat is me niet gelukt, helaas. Ivan en ik discussiëren over alles. Het zijn geen grote ruzies – bijvoorbeeld over reparaties; ik wil een loodgieter betalen, hij wacht liever tot zijn zwager tijd heeft – maar ik vind het verschrikkelijk en het gebeurt telkens weer. Ik word daar doodmoe van. Maar ik hou van die man. Ik heb hierdoor wel meer begrip voor mijn ouders gekregen. Want soms dacht ik: ze houden niet van elkaar. Maar natuurlijk deden ze dat wel; kibbelen hoort bij de liefde. En daarin moet je een balans vinden.”

Lees ook:
Bibian Mentel: ‘Ik wil altijd blijven groeien, mezelf verbeteren als mens’

Ivan lijdt al achttien jaar aan prostaatkanker; wat is de impact daarvan op jullie relatie?

“Vooral nu met de corona vind ik het zwaar. We moeten heel voorzichtig zijn. Ze gaven hem destijds tweeënhalf jaar, maar hij is een vechter. Ik heb altijd geroepen dat ik niet zoals mijn ouders in angst wilde leven, maar door de kanker valt de stress bijna niet te vermijden. Gelukkig beleven we nog altijd veel prachtige momenten. Maar in de coronacrisis was boodschappen doen een heel ding. Is dat wel veilig?”

Waar haal je nu het geluk en de kracht vandaan?

“Mijn kleinkinderen! Ik heb drie kleindochters en ben het gelukkigst als ik met hen ben. En ook dat is in deze coronatijd veranderd. Als schrijver ben je een kluizenaar; ik vind dat leuk. Ik moet mezelf soms echt een schop onder de kont geven om onder de mensen te komen. Maar de kleinkinderen hebben iets toegevoegd aan mijn leven dat er daarvoor niet was. Kijk; seks is leuk, fijn en bijzonder. Ik heb het allemaal meegemaakt en ben ook lekker ondeugend geweest. Vanwege Ivans ziekte kan het echter niet meer, dat is een gemis. Toch kan ik makkelijk zonder, heb ik gemerkt. Maar voor mijn kleinkinderen leef ik. Ik wil met ze meegroeien en met ze meeleven. Dat betekent niet dat ze de hele dag in mijn buurt moeten zijn. Van mijn moeder heb ik geleerd: geef kinderen de ruimte. Ze was blij als we kwamen, maar eiste ons nooit op. Daarin was ze een voorbeeld. Als mijn kleindochters contact met me zoeken, is dat het grootste cadeau en ik kan daar lang op teren.”

Wat leer je van een tijd als deze?

“Dat je ook in tijden van beperking heel gelukkig kunt zijn. Ik zie mijn kleinkinderen, maar mag ze niet aanraken en knuffelen. Laatst was mijn jongste kleindochter hier en ze begreep dat al zo goed. Op een gegeven moment wilde ze buiten naar de schommel, maar het gazon was nat. Ik dacht: ze kunnen me wat. Ik pakte haar op en drukte haar tegen me aan. Die blijdschap en blik van: mag dit?! Een groot geluk. Ik vind de versobering van mijn leven niet erg. Het mooie van ouder worden is dat je dat accepteert en dat je zelf dingen kunt afwegen. Ik ga liever dood aan corona via mijn kleindochter dan dat ik het van iemand in de supermarkt krijg.”

Ben je bang voor de dood?

“Nee, wel voor alzheimer, want dat is zo erg voor je omgeving. Mijn moeder was heel precies en hechtte veel waarde aan details. Toen ze dingen begon te vergeten, leed ze daaronder en raakte daarvan in paniek. Daardoor kwam ook de stress terug, die ze tijdens onze opvoeding had gehad. Dat was voor mij het zwaarst; die nare tijd kwam terug.”

Je was tot het laatst toe bij haar…

“Ze was zo goed in het overleven, ze kreeg een hersenbloeding en daardoor kon ze niet meer zelfstandig naar het toilet. Ze wilde haar waardigheid behouden en niet afhankelijk zijn. Als de verzorgsters haar wilden verschonen werd ze agressief. Ik moest haar benen vasthouden terwijl ze zich probeerde los te rukken. Dat vond ik verschrikkelijk, want zo werd ik medeplichtig. Mensonterend. Ze moet toen hebben besloten: ik geef het op. Ze stopte met eten en drinken. Ik bood haar vergeefs yoghurt aan en de wijkverpleegster zei boos: ‘Niets aanbieden, pas iets geven als ze er zelf om vraagt!’ Toen besefte ik: ze wil versterven. Ik zei: ‘Mam, als je niet meer wilt, zeg je gewoon: genoeg, is genoeg. Dan help ik je.’ Ze kwam omhoog en zei: ‘I like to go.’ In het Maleis, omdat ze dat sprak als ze iets intiems wilde zeggen, zei ik: ‘Wilt u terug naar huis?’ Ze antwoordde: ‘Ik zou nu heel erg graag naar huis willen.’ Ik heb bij haar in bed geslapen en ze is in mijn armen gestorven, 24 uur nadat ze had aangegeven dat ze niet meer wilde. Dat was mooi. Ze is nu thuis.”

Favorieten

Eiland: “Lang was dat Bali, maar door het toenemende toerisme en vanwege de opwarming van de aarde, verkies ik mijn eigen tuin als droomeiland. Vooral als mijn zoon met zijn gezin op bezoek is en we hier bij zomerse temperaturen kunnen eten en praten, is er geen betere plek op aarde.” 

Roman: “Max Havelaar was van grote betekenis voor mij als schrijver, maar ook als een startpunt om me te verdiepen in het verleden van mijn ouders.”

Gerecht: “Sajoer lodeh; groente gekookt in kokosmelk.”

Film: “Het drieluik Stand van de zonStand van de maan en Stand van de sterren van Leonard Retel Helmrich. Hij volgt hierin twaalf jaar een arm gezin dat tijdens politieke en religieuze conflicten in Indonesië probeert te overleven.”

Muziek: “Degung, meditatieve traditionele muziek uit de omgeving van Bandung op Java. Het geeft mij rust.”  

Indrukwekkendste plek: “De longhouses op Borneo, van de Ibans, waar ik een tijd heb doorgebracht en van het ene longhouse naar het andere door het oerwoud heb gelopen met man en zoon.”

Tekst| Bram de Graaf
Beeld | Dutch and Famous.

Yeah, Margriet is genomineerd voor Website van het Jaar 2020!
Help jij ons winnen? Stem dan snel

Dit artikel verscheen eerder in Margriet 35-2020. Deze editie nabestellen kan via magazine.nl.

Ook interessant