Word abonnee

Kies nú voor een abonnement met korting

Abonneer nú met korting

Persoonlijk

Marianne (72) woont tijdelijk bij haar dochter Bregje en haar kersverse gezin

mkf-hr-marianne-en-bregje-corona-38.jpg

Aanvankelijk zou Marianne Ouwehand alleen helpen in de kraamtijd van haar dochter Bregje (45). Door de corona-uitbraak woont Marianne (72) nu, met onderbreking, al bijna een jaar bij haar dochter en kersverse gezin. 

“Dat ik mijn kleindochter van zo dichtbij zie opgroeien is het grootste geschenk dat ik in mijn leven heb gehad.”

Een symbiotische relatie

“‘Wij gaan nooit bij onze kinderen wonen,’ zeiden mijn zussen en ik altijd tegen elkaar. Wij waren vroeger met negen kinderen thuis en daar kwam onze oma bij. Er zijn ook fijne herinneringen, maar ik zag wat het met mijn moeder deed dat ze niet alleen voor ons, maar ook voor haar eigen moeder moest zorgen. Het was een grote belasting voor haar en er waren veel spanningen. Dat wilde ik niet voor mijn eigen kinderen. Maar die stelligheid verdween, want het leven liep anders. Op mijn 27stee kreeg ik Bregje (45). Haar vader en ik scheidden toen ze drie was. Bregje en ik hebben altijd een symbiotische relatie gehad, helemaal verweven met elkaar.”

Onverwachts zwanger

“Achteraf heb ik, ook toen ze ouder werd, te weinig gekeken naar wat Bregje zelf in haar mars had. Mijn uitgangspunt was: ik ben je moeder, dus ik los alles op. Het kan me echt ontroeren als ik nu zie hoe ze in het leven staat. Bregje en haar man Gert wonen in Dordrecht. Hun kinderwens bleef lang onvervuld, toch raakten ze tijdens de laatste fase van het pleegzorgtraject onverwachts zwanger. Op kerstavond 2019 werd hun dochter Lente geboren. De eerste twee weken ging ik bij hen logeren. Ik wilde de kraamverzorging niet in de weg lopen, maar vond het fijn om te helpen. Bregje nam mijn aanbod dankbaar aan. Ze richtten een kamer voor me in, van alle gemakken voorzien; de omavleugel noemde we het. Die eerste momenten van hun prille ouderschap van zo dichtbij meemaken, was heel bijzonder.”

Op en neer

“‘Blijf je, mam?’ vroeg Bregje toen de kraamzorg naar huis was. Gert ging weer werken en ze kon na haar keizersnede nog wel wat hulp met de baby gebruiken. Ik bleef nog een poosje, maar toen lonkte het wel weer om naar huis te gaan. We spraken af dat ik wekelijks twee dagen tussen Amsterdam en Dordrecht zou pendelen. Aanvankelijk maakte ik me niet zo druk om de eerste coronanieuwsberichten. Maar toen het virus begin maart ook in Nederland serieuzer werd, groeide mijn ongerustheid. ‘Lieverd, de treinreizen worden me te gevaarlijk,’ zei ik aan de telefoon. Zij was net zo bezorgd.”

“We beseften heel goed dat ik volop in de risicogroep zit. Vanwege mijn leeftijd, al voel ik me helemaal geen zeventiger. Ik was lang de jongste in ons gezin en in mijn hoofd ben ik dat nog steeds. Maar het werd vooral link vanwege mijn gezondheid. Die liet me in 2009 in de steek. Het was een roerig jaar. Mijn zusje had een hersentumor, zelf was ik net verhuisd naar een benedenhuis in een fijne buurt in Amsterdam met de markt om de hoek.”

Gezondheid

“Op een dag voelde ik niks meer in mijn arm. Ik had een TIA. Een jaar later voelde ik een knobbeltje in mijn borst. Foute boel. Ik kwam in een medische molen terecht van langdurige chemo’s en bestralingen. De kanker verdween, maar wat bleef waren de zogeheten ‘late gevolgen van de behandelingen’. In mijn geval is dat neuropathie, een zenuwbeschadiging die leidt tot hevige chronische pijn. Het begon in mijn voeten, maar het zit nu ook in mijn vingers, waardoor ik steeds minder kan.”

“Daarbij komt een hartritmestoornis en ben ik door medicatie in korte tijd enorm aangekomen, wat resulteerde in diabetes. Ik ben ontzettend positief ingesteld, maar heb wel wat tranen weggepinkt om al dat inleveren. Mijn vrijheid mis ik het meest. Maar ook het gevoel van schone lakens aan je voeten. Dat bewegen moeizaam gaat, is in deze coronatijd een nog grotere beperking. Als ik meer afstand wil, kan ik niet makkelijk even opzij stappen. Ik ben afhankelijk van of anderen voorzichtig doen, ook met mij. De realiteit is dat dat op straat vaak niet gebeurt.”

Marianne woont bij dochter Bregje

Kom maar bij ons

“Bregje belde een paar dagen later terug. ‘Mam, kom anders een tijdje bij ons wonen.’ Ik voelde opluchting, maar ik zei dat ik er even over wilde nadenken. Ik hang erg aan mijn autonomie en ga graag mijn eigen gang. Maar ik was echt bang. Het was mijn schrikbeeld om op mijn buik op de intensive care te belanden. Ik voelde me zo kwetsbaar. Nog dezelfde avond belde ik terug; ‘Heel graag, schat.’ In Dordrecht bij Bregje, Gert en Lente voelde ik me snel thuis. In Amsterdam moest ik mezelf redden in een dichtbevolkte wijk waar mensen geen rekening met me hielden. Nu hoefde ik geen boodschappen te doen en kon ik op rustige momenten van de dag fijn een rondje met de wandelwagen. Bijvangst is dat ik door die wagen automatisch afstand heb van mensen. Dat voelt stukken veiliger.”

“Natuurlijk moesten we ook wennen aan de nieuwe situatie. Het voelde anders dan de eerste keer, de aanleiding was ook minder leuk. Ik wilde niemand tot last zijn en deed erg mijn best om te helpen. We hadden nergens afspraken over gemaakt, dus deed ik zo veel mogelijk in het huishouden om me nuttig te maken. Maar doordat ik overal steeds bovenop zat, zaten we te veel in elkaars cirkel. Gelukkig had ik mijn goedbedoelde bemoeienissen zelf snel in de gaten. Het moest anders, al wist ik niet goed hoe.”

“Het lukte me niet om te kijken naar wat ik zelf zou kunnen veranderen, ik wilde gewoon niemand in de weg zitten. Rond die tijd versoepelden de maatregelen, dus zei ik dat ik weer naar huis ging. Terug in Amsterdam heb ik de eerste dagen alleen maar gehuild. De kleine dingen van het elkaar goedemorgen wensen tot samen eten, ik miste het allemaal enorm. Mijn huis stond me opeens tegen, zelfs mijn bed lag niet lekker meer. ‘Het heeft tijd nodig,’ zei Bregje. Dagelijkse Facetime-sessies vrolijkten me op. Van Lentes vrolijke snoet en gekraai werd ik rustiger. Het is goed zo, dacht ik. Ik kan dit.”

Lees ook:
De ouders van Mariska besloten samen te sterven: ‘Ik ben enorm trots’

Gordijnen dicht

“Ik pakte zo veel mogelijk mijn eigen leven weer op, maar al snel botste ik weer op het feit dat mijn beweeglijkheid niet groot genoeg is. Niemand hield afstand. De angst kwam weer volledig terug. Dan blijf ik wel binnen, nam ik mezelf voor. Twee vriendinnen die in dezelfde flat wonen durfden ook niet meer te komen. Als extra pech was er een bouwkeet tegen mijn raam gezet. Ik keek letterlijk op het koffiezetapparaat van de bouwvakkers en zat de hele dag met de gordijnen dicht. Het was augustus, toen ik met een eenzaam opgesloten gevoel Bregje opbelde. ‘Mag ik alsjeblieft nog een tijdje bij jullie?’ huilde ik.”

“Ik mocht meteen komen. ‘Deze keer maken we een aantal goede afspraken,’ zei mijn dochter. Dus terug in Dordrecht stelde ze voor dat we met schema’s gingen werken. Je zou denken dat dat heel gekunsteld is, maar verrassend genoeg gaat dat juist heel natuurlijk. Op het bord in de keuken staan onze wekelijkse taken. Wie de was doet en wie de vuilnisbakken. We zitten niet meer in elkaars vaarwater en hebben lijstjes; als er een pak Brinta op is, schrijven we het op.”

‘We leven met z’n vieren in hetzelfde huis, maar het is hun relatie’

“Het loopt op rolletjes en het leuke is dat we veel meer tijd hebben voor elkaar. Tijdens het avondeten hebben we fijne gesprekken. Het is zo mooi om te zien hoe zij zich als een heerlijk gezin ontpoppen. Ik kijk mijn ogen uit. Na het eten ga ik naar mijn eigen vleugel. ‘Ik lijk Juliana wel,’ grap ik dan. Zoals overal is er ook weleens wrijving. Ik kan slecht ruziemaken, maar pik spanningen wel snel op. Als er af en toe wat speelt tussen Bregje en Gert merk ik dat meteen. Van bemoeienissen wil ik wegblijven.”

We leven met z’n vieren in hetzelfde huis, maar het is hun relatie. Dus op zulke momenten vertrek ik naar mijn ruimte. Heel waardevol is dat ook de band tussen mij en Gert is verdiept. Hij kreeg in de tussentijd veel voor zijn kiezen; zijn moeder overleed en hij had zijn schoonmoeder in huis. Onze band was nooit zo geweest als we alleen bij elkaar op visite waren gekomen. We hebben onze eigen humor samen en ik hou net zo veel van hem als van mijn eigen kind. Laatst hebben we samen de kleertjes van Lente uitgezocht. Zaten we gezellig pakjes en rompers te vouwen, kletsend over van alles nog wat.”

Loslaten

Ik ben Bregje en Gert enorm dankbaar. Dat ik mijn kleindochter van zo dichtbij zie opgroeien is het grootste geschenk dat ik in mijn leven heb gehad. Ik word al blij als ik denk aan dat heerlijke meisje met haar eigen taal en maniertjes waar ik ademloos naar kan kijken. Ik heb niet de neiging om me in de opvoeding te mengen. Ze heeft een papa en een mama, ik ben haar oma die alleen oma-dingen met haar doet. De kinderen van de halfzussen van Bregje noemen mij oma Leen. Ik hou van allemaal, maar de band met Lente is heel speciaal. Ik besef goed hoe bevoorrecht ik ben. Mijn hartsvriendin, die we zo veel mogelijk betrekken, heeft geen kinderen en alleen nog wat oudere familie. Zij is echt alleen. 

De toekomst voelt dubbel. Ik kijk ernaar uit om terug in Amsterdam te zijn, maar vind het ook spannend. Om de overgang te verkleinen, bereid ik me deze keer beter voor. Ik app met mijn buren en vriendinnen en kijk foto’s en filmpjes van mijn eigen huis en omgeving. De structuur die ik in dit leven heb is totaal anders. Alles draait, zoals in elk gezin met kleine kinderen, in de eerste plaats om Lente. Maar het samenleven bevalt me uitstekend. Ik dacht altijd dat ik mijn huis nooit wilde delen, maar dat kantelt. Misschien zijn er vormen van woongroepen die passend zijn, maar dat is zorg voor later. 

Unieke tijd

“Deze unieke tijd neemt niemand me meer af. Het zal wennen zijn allemaal, maar met mijn gegroeide zelfvertrouwen gaat het me lukken. Ik ga niet zitten sippen en heb ook wel weer zin in mijn eigen leven in mijn eigen buurtje en een rondje over de markt. Als het zover is, neem ik een rollator zodat ik net als met de wandelwagen automatisch mensen meer op afstand kan houden. Bregje en ik zijn dicht naar elkaar toegegroeid en toch kunnen we elkaar eindelijk loslaten. Angsten die ons eerder in de greep hielden, waaieren uit.”

“Zij was bang om me kwijt te raken toen ik ziek werd, maar ik merk dat ze beter kan omgaan met de eindigheid van het leven. Op mijn beurt was ik altijd bezorgd of ze het allemaal wel zou redden, terwijl ik nu zie hoe fantastisch ze het doet. Soms aaien we in het voorbijgaan even elkaars wang. Het zit goed. Ook als we straks weer kilometers uit elkaar zitten, we houden van elkaar.”

Tekst | Caroline van Mourik
Fotografie | Mariël Kolmschot

Dit interview verscheen in Margriet 2021-17. Je kunt deze editie nabestellen via lossebladen.nl.

Ook interessant