null Beeld Fotografie: Feriet Tunc. Styling: Brigitte Kramer. Visagie: Ineke Brugman
Beeld Fotografie: Feriet Tunc. Styling: Brigitte Kramer. Visagie: Ineke Brugman

PREMIUM

Margôt Ros: ‘Anderhalf jaar zat ik min of meer opgesloten in mijn huis’

Vier jaar nadat ze hersenletsel opliep is actrice en schrijfster Margôt Ros (57) terug met haar nieuwe voorstelling Brabantse nachten zijn lang, waarin ze teruggaat naar haar roots. Haar vader speelt een belangrijke rol in het stuk.

null Beeld

Na de Kleinkunstacademie speelt ze in verschillende theater- en cabaretvoorstellingen, televisieseries en films. In 2008 bedenkt ze samen met Maike Meijer Toren C, waarin ze zo’n veertig verschillende typetjes speelt. De serie wordt bekroond met een Lira Scenarioprijs. In 2020 schrijft ze samen met haar partner Jeroen Kleijne het boek Hersenschorsing, over de ingrijpende gevolgen van een hersenschudding die ze opliep. In 2022 schrijven ze samen de roman Zeg maar Agaath. In december is Margôt te zien in haar solovoorstelling Brabantse nachten zijn lang.

Vijf jaar geleden kwam Ad, haar kleurrijke vader, het hospice binnen met een krat bier in zijn handen. Toen ze verbaasd vroegen wat hij kwam doen, antwoordde hij met Brabants accent: ‘Ik kom mien laatste stukske hier vieren.’ Het is, zegt Margôt, haar vader ten voeten uit. “Zijn dood naderde, dat wist hij, hij had uitgezaaide kanker, en dat is hij met een bepaalde berusting en ontzettend veel humor aangegaan. Ik ben blij dat ik daarbij heb kunnen zijn. Hij heeft me in zijn leven niet zo veel kunnen geven als vader, in de zin van opvoeder, of begeleider, maar in dat laatste stukje lukte dat wel.”

Wat gaf hij je dat je als kind had gemist?

“Aandacht, een gesprek voeren, gevoelens uiten. Mijn vader bemoeide zich eigenlijk niet met mijn leven. Hij kwam niet naar mijn voorstellingen kijken en wist niet precies wanneer ik, of mijn broer, jarig was. Hij zei altijd: ‘Jullie zijn heel zelfstandig opgevoed.’ Vooral mijn broer irriteerde dat, die had zoiets van: je hebt gewoon helemaal niks gedaan en daar zijn wij zelfstandig van geworden. Pas later in zijn leven heeft mijn vader ingezien wat zijn gedrag voor ons betekende.”

null Beeld

Wat voor man was je vader?

“Een vrolijke, positieve man, die mensen wilde vermaken met goede verhalen. Dat kon hij ook goed, verhalen vertellen. Aan de andere kant was hij ook een heel simpele man, zonder rijke emotionele wereld. Mijn ouders zijn gescheiden toen ik elf was, daarna kreeg mijn vader een vriendin. Zij overleed een paar jaar voor hem en die laatste jaren was hij het liefst alleen. Hij had niet zo veel nodig. Een praatje met de buurman op de galerij van de flat waar hij woonde, of bezoek van een vriend was voor hem genoeg. En dan met een biertje erbij. Alcohol was wel een dingetje, dat heeft in zijn leven ook wel een rol gespeeld. Mijn vader heeft een pittige jeugd gehad, hij werd door zijn moeder geslagen. Hij heeft dus geen goed voorbeeld van een opvoeder gehad. Door zijn emotionele onvolkomen-heden was onze band lang afstandelijk, maar in de periode voor zijn sterven heb ik het toch heel fijn met hem gehad. Daar ben ik dankbaar voor. Dat komt overigens ook door het hospice. Ik dacht dat het zo’n ‘dodenhuis’ was, ik werd er altijd een beetje rillerig van, maar het is een bijzondere plek. Waar het eigenlijk alleen maar over het leven gaat. Als hij daar niet was geweest, was zijn einde ook wel heel anders gelopen. Er was nu alle tijd en ruimte voor elkaar. Terwijl we naar de eekhoorns keken, stelde ik hem vragen. Of hij blij was met hoe hij het had gedaan in het leven en of hij spijt had van bepaalde dingen.”

null Beeld

Hoe gaat zo’n gesprek? Voor jullie was dat nieuw.

“Die gesprekken waren niet zoals in een Amerikaanse film, dat mensen elkaar huilend in de armen vallen en er een prachtige gesprek ontstaat voordat iemand zijn ogen sluit. Dit was gewoon de Brabantse versie. Mijn vader die daar in bed lag en niet altijd een antwoord wilde of kon geven. En soms kon hij dat wel en was ik daar heel blij mee. Sommige dingen heb ik met hem kunnen bespreken en soms was het meer een monoloog van mijn kant en dan knikte hij alleen maar een beetje. Dat vind ik ook wel jammer, want hij had meer kunnen oplossen. Hij heeft bijvoorbeeld mijn broer veel pijn gedaan, maar heeft daar geen sorry voor kunnen zeggen. Maar we hebben ook gesprekken gehad over de liefde en over mijn moeder. Mijn ouders waren niet echt on speaking terms, maar ik heb toch kunnen vragen waarom hij op mijn moeder is gevallen. Het was mooi om al die verhalen te horen. Het waren een soort puzzelstukjes van mijn leven die ik anders nooit had geweten.”

null Beeld

Je bent een voorstelling gaan maken waarin je vader een grote rol speelt. Waarom wilde je dat gaan doen?

“Ik wilde eigenlijk teruggaan naar mijn roots. Wie ben ik, waar kom ik vandaan? Ik ben een middenstandsdochter, mijn ouders hadden een groenten- en fruitwinkel en later een supermarkt. Mijn broer en ik hebben vaak in de zaak gewerkt. We woonden in Bennekel, een volkse buurt in Eindhoven. De voorstelling gaat over waar ik vandaan kom, mijn familie, mijn vader, maar ook wat Brabants is en wat dat specifiek voor mij betekent. Brabant is warmte en gezelligheid, maar ook niet alles eerlijk durven zeggen en dingen een andere kleur geven. In de voorstelling wil ik allemaal Brabantse figuren langs laten komen en mijn jeugd en fantasie door elkaar laten lopen.”

null Beeld

Je komt niet uit een creatief gezin, snapten je ouders dat je de theaterkant op wilde?

“Mijn vader vond het belachelijk dat ik daarvoor naar school ging. André van Duin had het tenslotte ook zonder school gedaan. Mijn moeder had zoiets van: wat als het niet lukt? Maar ze zag ook dat ik als kind op alle bruiloften en partijen voorstellingen aan het maken was en dat ontzettend leuk vond. Thuis moest zij eindeloos kijken naar de stukjes die ik samen met een vriendinnetje opvoerde. Pas toen ik voor het eerst op televisie kwam en mensen dat leuk vonden, zijn mijn ouders anders naar mijn werk gaan kijken.”

null Beeld

Was het voor jou vanzelfsprekend dat je die kant op zou gaan?

“Zo lang ik me kan herinneren heb ik als kind alles nagespeeld wat ik zag. Ik kon dagen in een soort rol zitten, wat achteraf gezien ook een soort vlucht was. Op mijn middelbare school waren op een gegeven moment toneellessen. Ik schreef me in, maar het duurde nog even voordat ik daadwerkelijk durfde te gaan. Geen idee waarom, maar ik vond het doodeng. Toen ik uiteindelijk ging, voelde ik meteen dat het de plek was waar ik moest zijn. En ook later op de Toneelschool had ik dat gevoel van thuiskomen. Al relativeerde ik het ook: als het niet lukte in dit vak dan kon ik altijd nog wat anders doen. In een supermarkt werken, bijvoorbeeld. Mijn werk lijkt fantastisch, ook door het succes van Toren C, maar ik heb ook lang lopen klooien en was blij als ik ergens een rol mocht spelen.”

Vier jaar geleden rende je tijdens een voorstelling tegen een ijzeren balk aan en liep je hersenschade op. Je hebt lang niet kunnen spelen, hoe is het om nu weer op het toneel te staan?

“Ik had een hersenschudding en dan denken mensen al snel, ik zelf ook, even rust en dan is het wel weer over. Bij mij was dat helaas niet het geval. Van alle prikkels, licht, geluid, geuren, werd ik ziek. Overdag op straat lopen was niet te doen. Mensen, trams, auto’s, spelende kinderen, zonlicht; ik werd er doodziek van. En heel moe. Ik kon steeds minder hebben en sloot me van de wereld af. Anderhalf jaar zat ik min of meer opgesloten in mijn huis. Ik had er vertrouwen in dat het goed zou komen, maar ben ook bang geweest dat ik nooit meer mijn oude leven terug zou krijgen. Helemaal honderd procent de oude word ik niet meer, en ik ben eigenlijk nog steeds aan het revalideren, al wil ik dat woord niet meer gebruiken, maar ik ben hard op weg dicht bij mijn oude ik te komen. Afgelopen zomer speelde ik een voorstelling op De Parade (rondreizend theaterfestival, red.). Dat was voor mij een soort test. Heb ik er genoeg energie voor, kan ik al die prikkels aan? Nou, dat ging dus heel erg goed. Dat gaf me ook een enorm vertrouwen in mezelf en een gevoel van: ik ben er weer.”

null Beeld

Je moet wel heel gedisciplineerd leven, je dagen goed plannen, genoeg rust nemen, is dat lastig voor je?

“Ik ben het nu gewend, het is een soort tweede natuur geworden. Op De Parade speelden we drie voorstellingen op een dag. Tussendoor ging ik op een stretcher liggen, met een koptelefoon op en iets over mijn ogen. Die rust, ik ga dan mediteren, heb ik nodig om te zorgen dat ik niet over mijn energie heen ga. Als ik het niet doe, krijg ik hoofdpijn. Vroeger kon ik echt in de zesde versnelling door het leven gaan en niet weten waar ik uitkwam, dat gaat nu niet meer. Dat kan me nog weleens verdrietig maken, het feit dat ik sommige dingen niet meer zo makkelijk kan, maar het merendeel van de tijd leef ik een gewoon leven. Misschien zit het verdriet ook wel in dat dingen voorbij gaan, een soort weemoedig gevoel. Ik zie mezelf rennend en springend door het leven gaan en dan denk ik: oh ja, dat is niet meer zo. Ik ben zelf niet veranderd door wat er is gebeurd, maar mijn dagelijkse leven wel. De onbezonnenheid is weg.”

Je vriend Jeroen heeft dus niet het gevoel dat hij een andere vrouw heeft?

(lachend) “Welnee! We hebben wel een tijd lang rekening moeten houden met wat ik wel en niet kon en dat was, zeker in het begin, niet veel. ’s Avonds een rondje lopen door de buurt en dan had ik het wel gehad. Wat ik heel fijn vond, is dat hij mij nooit het gevoel heeft gegeven dat ik me aanstel, of dat hij het lastig vond. Zoals ik me moest aanpassen, moest hij dat ook als hij bij mij was – we zijn zeven jaar samen, maar wonen niet samen. Ik vind het bijzonder hoe hij, maar ook mijn kinderen, hiermee om zijn gegaan. Voor mijn zoon en dochter is het ook niet altijd makkelijk geweest. De week dat ze bij mij waren, hebben ze heel lang heel zachtjes moeten doen en kon ik geen drukte verdragen. Dat hebben ze gewoon gedaan, terwijl dat voor pubers best een opgave is. En Jeroen is een heel positief mens, die geloofde misschien wel nog meer dan ik in een goede afloop. Soms was ik echt bang, en dan was het fijn om hem naast me te hebben en tegen hem aan te kunnen leunen. Hij heeft me echt door deze periode gesleept.”

null Beeld

Jullie hebben samen twee boeken geschreven, Hersenschorsing, over jouw herstelperiode, en de roman Zeg maar Agaath, is dat een bewuste keuze?

“Ik had geen ambitie om schrijver te worden, want ik houd heel erg van samenwerken en schrijven zag ik als iets dat je alleen doet. Toen ik aan het herstellen was, miste ik een boek dat mij hoop zou geven in bange dagen. Mijn revalidatietherapeut vroeg waarom ik dat boek zelf niet ging schrijven. Dat kon ik toen niet met mijn hoofd en Jeroen, die schrijver is, hielp mij met orde scheppen en alles opschrijven. Daarna had ik behoefte aan iets positiefs. Ik had dat ongeluk gehad, de wereld zat daarna op slot door corona, er brak een oorlog uit; alles was zo lang duister geweest. Daarom hebben we Zeg maar Agaath bedacht, een heerlijke feelgoodroman. Het is echt een feestje om met Jeroen te schrijven, we hebben nog veel meer plannen. Ik zie ons wel de Nicci French van de lage landen worden, haha.”

Brabantse Nachten zijn lang is van 15 t/m 30 december in het Parktheater in Eindhoven te zien. Kijk voor meer informatie op: bunkertheaterzaken.nl

null Beeld

Vak op school “Engels. Ik deed altijd net alsof ik het heel goed sprak.”

SerieAfter life, een serie waarin een zwaar onderwerp licht wordt gebracht. Hoofdrolspeler Ricky Gervais blijft zichzelf opnieuw uitvinden, dat vind ik heel knap.”

App “Storytel. Ik luister heel veel boeken.”

Acteur “Bill Murray.”

Plek om te mediteren “Op mijn bed.”

Saskia SmithFotografie: Feriet Tunc. Styling: Brigitte Kramer. Visagie: Ineke Brugman

Op alle verhalen van Margriet rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven. Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@margriet.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden