Word abonnee

Kies nú voor een abonnement met korting

Abonneer nú met korting

Persoonlijk

Helga verloor haar man aan de gevolgen van het coronavirus

helga-verloor-haar-man-aan-de-gevolgen-van-het-coronavirus.jpg

Helga Brugman verloor haar man Aad (71) op 4 mei aan de gevolgen van het coronavirus. Samen hebben ze een dochter, een zoon en twee kleindochters.

“Het grootste verdriet voel ik voor Aad zelf. Ik vind het zo erg dat hij op deze manier uit het leven is gerukt.”

Klachten

“Op 23 maart voelde ik griepachtige klachten, ik had geen reuk meer en geen smaak. Ik had ook keelpijn en een rare hoofdpijn. Ik voelde me algeheel niet lekker dus ik bleef thuis. Twee dagen later, op woensdag, werd ik erg ziek en kreeg ik heel hoge koorts. We wisten toen nog nauwelijks iets over corona, we schudden alleen geen handen. Testen waren er toen nog niet. Het advies was thuis blijven en niemand aanraken. Onze zoon kwam de boodschappen brengen en zette die voor de deur. Aad en ik gebruikten gescheiden toiletten en sliepen apart. Op vrijdag zei Aad dat hij zich ook niet zo lekker voelde, dus het leed was al geschied. Na drie volle dagen koorts te hebben gehad, knapte ik in het weekend op, maar Aad werd steeds zieker. Op maandagavond hebben we nog samen kippensoep zitten eten.”

Coronapost

“Toen Aad op dinsdagochtend zei dat hij zich zo beroerd voelde dat hij in bed bleef liggen, heb ik de huisarts gebeld. Ze constateerde dat ik corona had gehad, maar op de goede weg was. Daarna vroeg ze Aad aan de lijn. Toen hij de telefoon weer teruggaf, zei ze: ‘Jij moet onmiddellijk met Aad naar de coronapost in Limmen gaan.’ Ik schrok, ik wist helemaal niet dat er een coronapost was. Vanaf dat moment is ons leven corona geworden.”

Onzekerheid

“Ik ondersteunde Aad uit de auto en de mannen uit de ambulance, ook in die pakken, namen hem van mij over. Ze zouden hem in de ambulance zuurstof toedienen. Ik stond te bibberen op de oprit en voelde opeens hoe slecht het nog met mezelf was gesteld. Op een gegeven moment zag ik dat ze aanstalten maakten om weg te rijden. De ambulancemedewerker riep: ‘U wordt wel gebeld.’ De man achter het stuur hief z’n hand nog op, een heel klein zwaaitje. Op dat moment verdween Aad uit mijn leven. Daar zat ik dan alleen in de huiskamer, en ik wist helemaal niks. Ik heb de kinderen gebeld en ik heb gezegd dat ze niet hoefden te komen.”

Heel gezond

“We moesten voorzichtig zijn in verband met corona, ik wilde niet nog meer ellende. Ik zei dat ik het wel zou redden. ’s Avonds toen ik het ziekenhuis belde, werd me verteld dat ze Aad heel veel zuurstof hadden gegeven. Hij reageerde daar goed op. Aad was gelukkig heel gezond, hij was nóóit ziek. In februari had hij nog een check gehad en hij was in een supergoede conditie. Hij had geen overgewicht, was heel slank en hij had geen onderliggend leed. Hij zat elke ochtend een halfuur op de hometrainer en ’s middags ging hij golfen of veertig kilometer fietsen. Hij deed alles om gezond oud te worden.”

Lees ook: Alexandra: ‘En toen kreeg ik ook corona’

Achter de sluis

“Ik vroeg de verpleegkundige of ik wat spullen mocht komen brengen. Met een koffertje ben ik diezelfde avond nog naar het ziekenhuis in Alkmaar gereden. Alles was afgezet, het voelde luguber. Er liepen geen mensen meer rond, er hing een verstilde sfeer. Langs linten werd ik naar boven begeleid en op de afdeling kwam een verpleegster naar mij toe aan wie ik het koffertje moest overhandigen. Ik vroeg waar Aad was. Ze vertelde dat er een sluis was waarin de verpleegkundigen zich moesten omkleden en achter die sluis was zijn kamer. Aad lag daar maar ik mocht hem niet zien. Terwijl ik notabene zelf corona had gehad. Donderdagochtend belde Aad mij op. Hij was heel emotioneel. Dat had ik nog nooit meegemaakt met hem. Hij was een heel vrolijke man die altijd positief was. Hij praatte niet makkelijk over zijn gevoelens, maar nu zei hij dat hij heel bang was.”

Telefoontje

“Hij vertelde dat hij steeds benauwder werd, ondanks het feit dat hij op de maximale zuurstoftoevoer zat. Ik sprak hem natuurlijk moed in: ‘Aad, je hebt zo’n voordeel dat je zo gezond bent. Je bent heel sportief en hebt geen overgewicht. Het komt echt goed.’ Maar toen ik de telefoon had neergelegd, zei ik hardop: ‘Help me!’ ’s Middags werd ik gebeld door iemand die vertelde dat het niet goed ging. Het fluctueerde heel erg, maar ze hielden hem scherp in de gaten. Toen hebben ze de intensive care geïnformeerd dat ze hem mogelijk zouden brengen. ’s Avonds om acht uur werd ik gebeld met de mededeling dat ze hem in slaap aan het brengen waren. Het ging zo hard, zijn toestand verslechterde zo snel, dat ze geen andere keus hadden gehad.”

Zwaar revalidatie proces

“Er brak een zenuwslopende periode aan, waarin ik elke dag op een vaste plek met een opschrijfboekje uren aan de eettafel bij de telefoon zat te wachten. Ik had alleen maar contact met mijn kinderen en met het ziekenhuis. Elke ochtend en avond belde ik met de verpleegkundige en tussen de middag belde de arts. Er werden bloedwaardes, zuurstofgehaltes en koortstemperaturen doorgegeven. Ik schreef alles op in mijn schrift, zodat ik later aan Aad kon vertellen wat er allemaal met hem was gebeurd. De eerste week was iedereen ervan overtuigd dat hij het zou redden. Ook de kring met artsen van andere ziekenhuizen, waarmee ze twee keer per week overleg hadden; ze waren allemaal optimistisch. De tweede week begon de twijfel toe te slaan. Ze vertelden me dat voor één dag IC één maand revalidatie stond. Het zou een zwaar revalidatietraject worden.”

Prednison

“Ze wilden van mij weten of Aad een man was die al blij zou zijn als hij in een rolstoel in de tuin zou kunnen zitten of dat hij weer volledig op de golfbaan zou willen staan. Aad bleek een extreem sterk immuunsysteem te hebben. Dat betekent dat zijn lichaam keihard werkte om tegen die covid te vechten. Sommige mensen hebben zo’n sterk immuunsysteem dat het ook goede dingen kapotmaakt, en dat bleek bij Aad het geval. In de derde week gaven ze hem prednison, maar daar reageerde hij helemaal niet op. Zo langzamerhand begon ik te vrezen dat het niet meer goed zou komen.”

Afscheid

“Toen hij precies vier weken in het ziekenhuis lag, werd ik door een arts gebeld: ‘Het gaat heel slecht en als er de komende dagen geen verbetering optreedt, willen we er over een paar dagen mee stoppen.’ De arts vroeg of ik donderdag met mijn dochter en zoon wilde komen, dan zouden we afscheid van Aad kunnen nemen. Met lood in onze schoenen gingen we naar het ziekenhuis. In het gesprek met de arts werden we voorbereid op wat we aan zouden treffen; Aad had zijn ogen dicht en hij reageerde nergens meer op. We moesten een pak aantrekken, een bril, mondkapje en handschoenen. Alles was van plastic en rubber. Het was een heel zware gang die we moesten afleggen. Je komt als ruimtevaartmannetjes een kamer binnen waar jouw man aan allerlei apparaten ligt.”

Vol verbazing

“We gingen om zijn bed heen staan en begonnen tegen hem te praten. En wat gebeurde er? Hij sloeg zijn ogen open. Hij zag ons, keek naar ons en probeerde te praten. Maar dat lukte niet. Hij had een masker op en zo’n slang in zijn keel. Het ging door merg en been. Ik zal nooit weten wat hij heeft willen zeggen. De verpleegkundige die er bijstond liep hard weg, terwijl ze riep: ‘Ik ga de intensivist halen!’ De arts stond even later vol verbazing aan het voeteneind van het bed: ‘Dit hebben wij nog niet meegemaakt. Hij reageert enorm op jullie’.

De vlag halfstok

“Ik kon alleen maar denken aan al die weken dat we er niet één keer mochten zijn. En nu was het te laat. Dat lichaam was helemaal op, er was niks meer over van zijn longen en spieren. De arts zei: ‘Nu ik dit heb gezien, wil ik toch nog een paar dingen uitproberen. We tillen het over het weekend heen.’ Op maandagmiddag om drie uur uur werd ik gebeld dat ze toch niets meer hadden kunnen doen, of we konden komen. Voordat we in de auto stapten, vroeg ik mijn zoon om de vlag halfstok te hangen voor Aad.”

‘Het heeft een uur geduurd’

“In het ziekenhuis moesten we weer al die pakken aantrekken. En dan sta je om dat bed met z’n drieën. Aad was nu helemaal weg. Wij zeiden dingen als: ‘Aad, wat ben je toch een kanjer. Wat doe je het goed, we zijn trots op je, we houden van je.’ We repten geen woord over het feit dat hij zou gaan sterven, dan zou hij met zo’n rotgevoel de dood in zijn gegaan.’ We wilden hem het gevoel geven dat we bij hem waren en dat het goed zou komen. Het heeft een uur geduurd. Ik was helemaal in trance.”

Onverteerbaar

Helga verloor haar man aan de gevolgen van het coronavirus

“Om het trauma te verwerken, praat ik met een psycholoog. Twee weken geleden heb ik een EMDR-sessie gedaan voor een paar beelden die ik niet van mijn netvlies kreeg. Ik ben verscheurd door verdriet. Verdriet om de kinderen die zo jong hun vader moeten missen, verdriet om het intense gemis van mijn man en het mooie leven dat we samen hadden. Maar het grootste verdriet voel ik voor Aad zelf. Ik vind het zo erg dat hij op deze manier uit het leven is gerukt. Zomaar, door één raar beestje dat hier toevallig binnen moest komen. Hij had dit allemaal opgebouwd en moest het zomaar verlaten. Zonder iets te kunnen zeggen, zonder iets te kunnen afmaken. Het is onverteerbaar.”

Dit verhaal verscheen eerder in Margriet 52-2020. Deze editie nabestellen kan via magazine.nl.

Artikelen van Margriet.nl ontvangen in je mailbox?
Schrijf je in op margriet.nl/nieuwsbrief.

Tekst | Barbara van Beukering
Fotografie | Mariel Kolmschot

Ook interessant