Meest Gelezen Persoonlijk

Lisettes zoon verongelukte op vakantie: ‘Ik dacht: vanaf nu is alles anders’

mkf-hr-mxx-lisette-zoon-verongelukt-38.jpg

Lisette Poncin (55) is getrouwd met Charles en moeder van Anky (30), Max (28) en Stijn*. In 2014 kwam haar zoon Stijn om het leven bij een auto-ongeluk op Bonaire. Hij zou nu 26 zijn geweest.

“Stijn was een open, sociale, positieve en enthousiaste jongen. Altijd vrolijk en veel lol. Natuurlijk haalde hij als puber streken uit, maar hij was ook een denkertje en hechtte veel belang aan normen en waarden. Stijn was geen meeloper en had altijd oog voor de andere kant van een verhaal.”

Competitief

“Maar Stijn was ook een jongen die de lat erg hoog legde voor zichzelf. Hij moest en zou winnen en die competitieve instelling was ook zijn valkuil. Zo kon hij volgens zijn judoleraar ‘een grote’ worden, maar bij zijn eerste wedstrijd liet Stijn het al afweten. De druk van het móéten presteren, was hem te groot. Jaren later werd hij gevraagd voor het Nederlands Rugby Jeugdteam. Hij bedankte voor de eer. Wederom speelde faalangst hem parten. Tot ergernis van hemzelf. Het frustreerde hem dat hij de kansen die hij kreeg niet benutte.

Omdat die angst om te falen hem in de weg zat, besloot hij voor zijn studie Audiovisuele Vormgeving stage te gaan lopen op Curaҫao. Hij wilde zichzelf ontwikkelen ver weg van huis, zonder het vangnet van zijn familie en vrienden.”

Een grote wens

“In augustus 2013 zwaaiden we hem uit. Ik ben geen huiler, maar toen waren er tranen. Ook Stijn ging met lood in zijn schoenen door de douane. Natuurlijk, het avontuur lonkte, maar hij zag er ook tegen op. Gelukkig had hij het er algauw naar zijn zin. Zijn gezicht glunderde als hij via Skype vertelde over de locals die hij had ontmoet.

Twee maanden na zijn vertrek zochten Charles en ik hem op. Het was goed te ervaren dat hij steviger in zijn schoenen stond. Maar ik zag ook zijn worsteling. Als cameraman maakte hij lange dagen, avonden én nachten, en dat brak hem op. Het moederhart in mij wilde hem mee naar huis nemen, maar ik wist ook: als ik die beweging naar hem zou maken en hij met ons mee zou gaan, hij zou balen van zichzelf. Hij was tenslotte met een hoger doel naar Curaҫao gegaan.

Na tien dagen zat ons bezoek erop. In de auto terug naar het vliegveld vertelde Stijn dat hij een grote wens had. Zijn zus Anky zou hem komen bezoeken, maar hij wilde ook graag dat Max, zijn broer én vriend, naar hem toe kwam. Toen Max, die geen rooie cent had, van deze wens hoorde, zette hij meteen zijn gitaar op Marktplaats. De rest van het ticket hebben wij toen met liefde betaald. Ik ben dankbaar dat ze beiden hun broertje nog hebben gezien.”

Niets meer hetzelfde

“14 februari 2014, negen dagen na Stijns twintigste verjaardag, ging ’s morgens de telefoon. Anky belde. Charles en ik zaten op Lanzarote en ik wist: áls Anky belt als we op vakantie zijn, dan is er iets. Ik vermoedde dat onze hond, een oud beestje, dood was. Maar dat bleek niet de reden waarom ze belde. Met gebroken stem zei ze: ‘Mam, het ergste wat je kan overkomen, is je overkomen. Stijn is dood.’ Wat er toen door mij heen ging, is niet te beschrijven. Ik weet nog dat ik dacht: dit was dit stuk van mijn leven. Vanaf nu komt er een ander stuk en zal niets meer hetzelfde zijn.

Verder kan ik me weinig van dat moment herinneren. Ik was in shock. Dit mocht niet waar zijn. Dit kón niet waar zijn. Tegelijkertijd wist ik: dit ís waar. Ik had geen hoop dat de politie het mis had of dat er per ongeluk paspoorten waren verwisseld. Stijn was dood. Verongelukt op Bonaire, waar hij op bezoek was bij een vriend. Ze waren na een gezellige avond met de nodige biertjes achter de kiezen in de auto gestapt. Zijn vriend reed. Hij leefde nog. Stijn was op slag dood.”

Bonaire

Die ochtend op Lanzarote wilden we zo snel als het maar kon naar Stijn toe, maar er waren geen vliegtuigmaatschappijen die vanaf het eiland naar Bonaire vlogen. Dus was de eerste stap terug naar Nederland. Ook omdat we Anky en Max wilden zien. Zij hadden ons nodig. Zij hadden als eerste de klappen moeten opvangen van de politie.

Eenmaal thuis schoten we meteen in de actiemodus. Voor zover dat kon althans, want er was veel onduidelijk. We wilden naar Bonaire, naar Stijn. Maar omdat het een strafzaak betrof, was zijn lichaam nog niet vrijgegeven en ze wisten in eerste instantie ook niet waar hij naartoe was gebracht. In een volgend telefoongesprek bleek dat Stijn was getraceerd, dat ze hem zelfs al hadden gebalsemd en dat de kist was verzegeld.

Onduidelijkheid

We zouden hem dus sowieso niet meer kunnen zien op Bonaire. Bovendien konden ze niet vertellen wanneer Stijn naar Nederland zou vliegen. Het kon dus zo zijn dat wij naar hem zouden vliegen, terwijl hij net naar Amsterdam werd gebracht. Ik voelde me ontredderd. Wat deden ze daar allemaal met hem? Waarom wisten we nergens van? Het ging om óns kind. Om ónze broer.

Wat was het fijn geweest als iemand ons toen had kunnen vertellen wat we konden verwachten en wat we moesten doen. Maar die persoon of instantie was er niet. Het gevolg was in elk geval dat we niet naar Bonaire vlogen. Tot op de dag van vandaag betwijfel ik of dat de juiste beslissing is geweest. Ik had er willen zijn. Voor Stijn. Hij lag daar zo alleen. Ik word weer emotioneel als ik hieraan denk.”

Afscheid

“Vijf dagen na zijn dood kwam Stijn naar Nederland en mochten we hem zien. Wat waren we blij. Ik was weer op slag verliefd op mijn kind. Uren zat ik naast hem. Ook de rest van het gezin week geen moment van zijn zijde. We hebben hem gewassen en gehuld in nieuwe kleding, cadeau gekregen van de eigenaar van Stijns lievelingswinkel. Acht dagen na het ongeluk namen we definitief afscheid. Het was een prachtig eerbetoon. Stijn had altijd geroepen, geen idee waar hij het vandaan haalde, dat hij niet oud zou worden. Ook zei hij dat we bij zijn afscheid een jodellied moesten draaien. Natuurlijk lieten we die wens in vervulling gaan. Al moet het een gek gezicht zijn geweest. Honderden verdrietige mensen die samen naar een jodelahiti-nummer zaten te luisteren.”

De eerste maanden overleefde ik op adrenaline en op het bezoek van alle lieve mensen die dagelijks over de vloer kwamen. Zij zorgden ervoor dat ik werd opgetild. Ook zijn vrienden liepen de deur plat, ze komen overigens nog steeds langs. Natuurlijk was dat in het begin confronterend, want zij leefden nog wel en Stijn niet meer, maar een gevoel van trots overheerste omdat hij zo’n hechte club vrienden om zich heen had verzameld.

Knokken voor het gezin

En dan komt het moment dat de pijn iets minder rauw wordt, dat het bezoek afneemt en dat de tranen op zijn. Toen werd het pas echt moeilijk. Ook omdat ik besefte dat ik ondanks het gemis ook moest knokken voor ons gezin en voor ons huwelijk. Het schijnt dat één op de twee relaties strandt na het overlijden van een kind. Godzijdank is dat bij ons niet het geval, maar ik kan het me wel voorstellen. Ieder mens gaat op een andere manier om met verdriet. Je kunt elkaar kwijtraken in dat proces. Ook omdat je beiden dezelfde ondraaglijke pijn ervaart om het gemis van je kind van wie je zielsveel houdt. In die zin is het minder beladen om er met iemand over te praten die verder weg staat van Stijn.

Maar niet alleen je relatie krijgt een knauw, ook als gezin moet je opnieuw het wiel uitvinden. De chemie die we hadden met z’n vijven was er niet meer. We moesten een andere draai geven aan ons gezin. Maar hoe? Geen idee. In elk geval had een dagje Efteling – we dachten er goed aan te doen om met z’n allen op pad te gaan – een averechts effect. Nooit eerder spraken we zo weinig met elkaar als die dag. Door dat familie-uitje werd het gemis van Stijn uitvergroot.”

Verhelderend inzicht

“Omdat ik behoefte had om dingen op een rijtje te zetten voor mezelf besloot ik twee jaar na Stijns ongeluk een deel van de Camino naar Santiago de Compostella te lopen. Charles ging ook mee, maar de eerste week wilde ik alleen zijn. En die week heeft me goed gedaan. Al rustend op een steen bij een beekje kreeg ik een inzicht. Na zijn dood was Stijn continu in mijn gedachten geweest. Bij alles wat ik deed of zag, dacht ik aan hem.

Maar deed ik daar wel goed aan? Kon ik Stijn niet beter een beetje loslaten om verder te komen? Tot ik daar in Spanje inzag dat Stijn er áltijd mag zijn. En dat ik hem niet, zoals men zegt, ‘een plekje hoef te geven’. Want hoezo ‘een plekje geven’? Hoe dan? Waar dan? Onder de tafel? Achter een kast? Stijn is veel te groot om een plekje te geven. Hij is mijn kind. Hij mag altijd in mijn gedachten zijn. Op een mooie manier dan, zonder slachtofferschap of zelfmedelijden. De voetstappen die ik daarna zette, voelden stukken lichter. En die lichtheid kon ik overbrengen op Charles toen hij mij op mijn tocht kwam vergezellen. Die wandelingen samen hebben ons goed gedaan. We zijn dichter bij elkaar gekomen.

Altijd aanwezig

“Inmiddels is Stijn al zes jaar niet meer bij ons. Fysiek dan, want in ons hoofd leeft hij voort. Het is alsof hij al het moois waar hij voor stond, zijn energie, zijn humor, zijn positiviteit en het onbevooroordeeld zijn, over ons vieren heeft uitgespreid. Dit jaar voelde ik voor het eerst: zoals we het nu hebben als gezin, is het ook weer oké. Ik ben oma geworden van twee fantastische kleinkinderen en heb het bankwezen ingeruild voor een baan als receptioniste, omdat ik mezelf heb voorgenomen alleen nog te doen wat ik écht leuk vind. En Stijn? Die is er gewoon bij.”

9 dagen 20

9dagen20.nl, zo heet de stichting die Lisette heeft opgericht om studenten in het buitenland te wijzen op de cultuurverschillen en de gevaren die daar mogelijk in schuilen. Onderdeel van de cultuur op de Nederlandse Antillen bijvoorbeeld, is dat rijden onder invloed geen uitzondering is.

Tekst | Ymke van Zwoll
Beeld | Mariel Kolmschot

Yeah, Margriet is genomineerd voor Website van het Jaar 2020!
Help jij ons winnen? Stem dan snel

Dit interview verscheen eerder in Margriet 34-2020. Deze editie nabestellen kan via magazine.nl.

Ook interessant