Word abonnee

Kies nú voor een abonnement met korting

Abonneer nú met korting

Persoonlijk

Lionel verloor zijn been op jonge leeftijd: ‘Het kan me niet meer schelen of mensen naar me kijken’

lionel-verloor-zijn-been-en-kreeg-hulp-van-mentelity-foundation.jpg

Lionel Gorissen verloor zijn been op jonge leeftijd als gevolg van een ongeluk en een daaropvolgende infectie. Hij kreeg een JUMP-prothese en kon niet goed tegen het gestaar van mensen. Bij Bibian Mentels Mentelity Foundation vond hij steun en begrip.

“Pas achttien jaar was ik. Een jonkie nog, en een beetje wild. Ik gebruikte drank en drugs en was veel op straat. Aan school deed ik weinig. Hierdoor had ik veel ruzie met mijn moeder en kon ik niet meer thuis wonen. Ik was dakloos en logeerde steeds ergens anders. Op een avond stapte ik onder invloed op mijn scooter om iets te eten te halen bij de snackbar. Bij een onoverzichtelijk kruispunt werd ik geschept door een taxi die van links kwam.”

“Van het ongeluk weet ik nog maar weinig details. Ik kan me vaag voor de geest halen dat ik probeerde op te staan, maar dat omstanders me tegenhielden. Een goede vriend die als een broer voor mij is, had het ongeluk zien gebeuren en belde mijn moeder.”

‘Zelfdestructieve, vicieuze cirkel’

“Het eerste wat ik me echt kan herinneren, is dat ik wakker werd in het ziekenhuis. Mijn kaak was gebroken, net als mijn linkerarm. Ook mijn linkerbeen was op meerdere plekken gebroken. Door alle pijnstillende medicatie en een zware hersenschudding was ik in de war. Ik snapte niet waar ik was. Een verpleger vertelde me dat ik een ongeluk had gehad.”

“Ik wilde opstaan, maar dat lukte niet omdat mijn been met metalen pennen was vastgezet. Mijn been kreeg ik niet in beweging en ik raakte in paniek. Ik probeerde me los te rukken, waarop ik door de verpleging werd platgespoten met een kalmerend middel. Het ongeluk was het startsein van een zelfdestructieve, vicieuze cirkel en ik had jarenlang geen idee hoe ik daar weer uit kon komen.”

Bacterie

“Een paar weken na het ongeluk bleek er een bacterie in mijn been te zitten waar de artsen zich zorgen over maakten. Er zou een stukje bot uit mijn been worden gehaald, waardoor mijn been een stukje werd ingekort. Daar baalde ik natuurlijk van, maar er was sprake van een beenbesparende operatie, geen amputatie. Tijdens de operatie trad er echter een complicatie op. Een hartslagader werd geraakt en die bloeding was niet te stelpen. Nadat ik vier liter bloed was verloren, besloten ze mijn onderbeen iets onder de knie te amputeren.”

In shock

“Toen ik wakker werd op de verkoeverkamer stond de chirurg naast me. Hij vertelde me dat mijn been eraf was. Ik was in shock, want ik had helemaal niet verwacht dat ik mijn onderbeen zou kwijtraken. Ik voelde verdriet, woede, ongeloof en pure paniek. Opnieuw probeerde ik op te staan en te vluchten. Uiteindelijk hebben de verpleegkundigen mij aan bed moeten vastbinden en verdoven. Steeds als ik weer bij kennis kwam en me realiseerde dat mijn been eraf was, werd ik gek en moesten ze mij weer platspuiten.”

Lees ook: Joselien: ‘Ik wilde dat mijn been zo snel mogelijk werd geamputeerd’

Revalidatiecentrum

“Drie maanden lag ik in het ziekenhuis, deels omdat ik steeds pech had. Een deel van de getransplanteerde huid die op mijn stomp was geplaatst, was ontstoken geraakt, dus die huidtransplantatie moest opnieuw worden gedaan. Ook was ik niet verzekerd, waardoor het moeilijk was om een revalidatiecentrum voor mij te vinden. Uiteindelijk werd er een plekje voor mij gevonden. Het was fijn om onder mensen te zijn die in hetzelfde proces zaten als ik.”

“Ik leerde hoe ik dagelijkse handelingen als lopen, aankleden en douchen met één been kon doen. Ook kreeg ik gesprekken met psychologen. Maar ik wilde helemaal nergens over praten of iemand toelaten. Ik was boos en defensief en duwde alle hulp van me weg. Naar iedereen was ik wantrouwig. Dat is iets wat ik in mijn jeugd heb ontwikkeld. Ik had geen veilige thuissituatie en mijn ouders gingen op een slechte manier uit elkaar. Ik hield me groot en over mijn gevoelens praatte ik nooit. Ook niet na het ongeluk.”

‘Handicap’

“Na negen maanden verliet ik het revalidatiecentrum. Er werd een studio voor mij geregeld waar ik kon wonen. Praktisch gezien was ik vrij snel gewend aan het leven zonder onderbeen. Toen ik mijn prothese kreeg, liep ik er meteen mee weg. Mentaal was het een stuk moeilijker. Ik kon het lastig accepteren dat ik ineens een ‘handicap’ had.”

“Fysiek was ik plots minder sterk dan ik gewend was. Ook maakte mijn stomp mij onzeker in mijn contact met meisjes. Heel lang zat ik in de ontkenning. Ik ging constant over de grenzen van mijn fysieke mogelijkheden heen. Dan ging ik toch tot in de vroege uurtjes stappen en had ik daarna de blaren op mijn stomp staan. Ook werkte ik in de bouw, iets wat eigenlijk veel te zwaar voor me was.”

Ontevreden en onzeker

“Als ik nu op die tijd terugkijk, besef ik dat ik vooral heel erg ontevreden en onzeker over mezelf was. Ik had met iemand moeten praten om beter met die negatieve gevoelens te leren omgaan, maar ik wilde niemand tot last zijn. Ik vluchtte in de drank en drugs om de pijn te dempen. Alleen in zo’n roes voelde ik me even goed en leken mijn problemen verder weg.”

Depressie

“Toch ging het een aantal jaar best goed met mij. Ik had een stabiel leven en kreeg een relatie, weer meer contact met mijn familie en een vaste baan. Maar omdat ik nog steeds mijn handicap – en dus ook mijzelf – niet had geaccepteerd, was dit moeilijk om vol te houden. Langzaamaan viel ik weer terug in het dempen van mijn emoties met alcohol en drugs. In die periode was het voor mij moeilijk om er te zijn voor de mensen van wie ik hield en ik zonderde mij af.”

“Mijn moeder maakte zich zorgen over mij en dat wilde ik niet, dus ik ontweek haar. Mijn relatie ging uit. Enkele vrienden zag ik nog. Zij probeerden mij te helpen, maar ik hield ze op afstand. Omdat ik onder invloed achter het stuur was opgepakt, raakte ik mijn rijbewijs kwijt en daarmee ook mijn baan als taxichauffeur, die ik inmiddels had. Langzaam raakte ik in een depressie, waardoor ik nog maar weinig ondernam. Omdat ik slecht voor mezelf zorgde kwam ik enorm veel aan, tot ik echt obees was.”

Lees ook: Astrid Joosten: ‘Je moet jezelf altijd blijven verkopen. Vrouwen doen dat te weinig’

Verslavingskliniek

“Vijf jaar geleden bereikte ik een dieptepunt. Omdat ik mijn huur niet meer betaalde, raakte ik dakloos. Dat opende mijn ogen. Ik besefte dat als ik zo doorging, ik niet lang meer zou leven. Of ik zou mezelf iets aandoen of ik zou aan een overdosis sterven. Er waren geen andere opties, ik stond met mijn rug tegen de muur. Toen deed ik iets wat ik nog nooit eerder had gedaan: ik vroeg om hulp. Ik liet me opnemen in een verslavingskliniek. Als een hoopje ellende kwam ik er binnen.”

“‘Jij bent verslaafd’, zeiden de hulpverleners. Dat vond ik heel confronterend, want zo wilde ik mezelf niet zien. Eigenlijk begon toen pas mijn revalidatieproces én het verwerken van alles. Problemen die ik eerst wegdronk, kwamen plots keihard binnen. Daar kon ik niet meer voor weglopen. Voor het eerst stelde ik me open en begon ik te praten. Het waren heftige gesprekken. Over mijn jeugd, het ongeluk, de amputatie en mijn gevoelens. EMDR-therapie heeft mij daarbij goed geholpen.”

Positiviteit

“Beetje bij beetje ging het beter met mij. Ik veranderde, werd relaxter. En ik leerde dingen vanuit een ander perspectief te bekijken. Positiever, in plaats van alles bij voorbaat klote te vinden. Na drie maanden verliet ik de kliniek om in een safe house te gaan wonen. Daar woonde ik anderhalf jaar samen met andere ex-verslaafden, bij wie ik steun en herkenning vond. Ik had AA-meetings en bouwde een nieuwe vriendenkring op. De band met mijn familie werd weer beter en ik vond een eigen woning. Ook begon ik weer met sporten. Dat, én de Mentelity Foundation, veranderden mijn leven.”

Mentelity Foundation

“Tijdens een krachttraining in de sportschool raakte ik aan de praat met een vrouw die mij vroeg waarom ik niet ook erbij ging hardlopen. Ik antwoordde dat ik dat niet kon met mijn prothese. Toevallig kende zij een sporttrainer van het paralympisch team met wie ze mij in contact bracht. Via die trainer kwam ik weer bij Frank Jol terecht, de prothesemaker van veel paralympisch kampioenen, onder wie Bibian Mentel.”

“Frank vroeg of ik interesse had om een voetprothese uit te proberen die hij aan het ontwikkelen was voor de Mentility Foundation: de JUMP-prothese. Dat wilde ik natuurlijk wel. ‘Geef mij die voet maar’, zei ik. Ik houd er niet van om in de spotlights te staan, maar een halfjaar geleden tijdens een training stond het team ineens voor mijn neus. Mét camera’s, omdat er een video van werd gemaakt voor de Foundation.”

JUMP-prothese

“Van Bibian en haar man kreeg ik een grote, zwarte doos met daarin de voet. Het was een hele happening en ik voelde me vereerd dat ik deze prothese mocht gebruiken. Meteen merkte ik een enorm verschil met mijn oude prothese. Het klinkt misschien stom, maar het was liefde op het eerste gezicht. Deze voet past bij mij. Met een gewone prothese kon ik alleen lopen, omdat de voet in die stand staat. Maar de JUMP is verstelbaar, ik kan de voet kantelen met één druk op de knop.”

“Dus ik kan er niet alleen mee lopen, maar ook mee sprinten en heuvels op en af lopen. Het sporten houd ik nu ook veel langer vol. Eerst lukte me dat hooguit een uur, daarna kreeg ik pijn aan mijn stomp. Met de nieuwe prothese houd ik het dik twee uur vol. Momenteel doe ik veel aan crossfit en met hulp vanuit de Mentility Foundation wil ik me ook gaan richten op andere sporten, zoals zwemmen en hardlopen.”

Allround atleet

“Mijn doel is om een allround atleet te worden. Sporten is ongelooflijk belangrijk voor mij. Het geeft me een endorfinekick en het houdt me op de been, ook mentaal. Het geeft me het gevoel dat ik weer meedraai in de maatschappij. Ik zit lekkerder in mijn vel als ik sterk en fit ben. De stichting ben ik dankbaar omdat ze mij de mogelijkheid hebben gegeven om de voet te testen en verder te groeien in de sport.”

Mooie plannen

“Ik accepteer mezelf nu, dat is de grootste verandering. En dat ik heb geleerd dat hulp vragen geen zwakte is. Als ik dat eerder had ingezien, had ik mijn leven al eerder weer op de rails gehad. Maar ik heb mooie plannen. Ik werk als woonbegeleider in de gehandicaptenzorg en volg een opleiding tot medewerker maatschappelijk zorg. Die hoop ik over anderhalf jaar af te ronden. Ik geniet van mijn werk en mijn eigen plekje, en dat ik er weer kan zijn voor mijn familie en vrienden. Ik ben van ver gekomen en heb zin in de toekomst.”

Tekst | Anne Broekman
Fotografie | Mariel Kolmschot

Dit interview verscheen eerder in Margiet 2021-12, het nummer waarvan Bibian Mentel gasthoofdredacteur was.. Dit nummer nabestellen kan via magazine.nl.

Ook interessant