Word abonnee

Kies nú voor een abonnement met korting

Abonneer nú met korting

Persoonlijk

Lilianne Ploumen: ‘Lijsttrekkerschap was een ingrijpende beslissing’

lilianne-ploumen-lijsttrekkerschap-was-een-ingrijpende-beslissing.jpg

De dochter van de melkboer die minister werd. Dat klinkt als een verhaal uit een boek, maar het ís het verhaal van Lilianne Ploumen (58), nu lijsttrekker van de PvdA. In het boek De deur naar de macht blikt ze terug op de weg die ze tot nu toe heeft afgelegd.

PvdA-leider Lodewijk Asscher was nog maar net teruggetreden vanwege de toeslagenaffaire toen haar naam al rondzong in de media: zou Lilianne Ploumen, derde op de kieslijst, de nieuwe lijsttrekker worden? “Ik heb mezelf toegestaan om te twijfelen”, zegt ze nu, “want het was een ingrijpende beslissing, voor mij persoonlijk en voor de partij. Maar die twijfel was als sneeuw voor de zon verdwenen toen ik me realiseerde dat je als lijsttrekker een prachtig, groot podium hebt om dingen te veranderen.”

Lilianne Ploumen

En dat podium heeft ze altijd gezocht, blijkt uit haar eerste boek met de opmerkelijke titel De deur naar de macht, dat verscheen ruim vóór ze lijsttrekker werd. Die ‘deur’ is nu een stuk verder opengegaan: als lijsttrekker maakt ze kans om de eerste vrouwelijke premier van Nederland te worden. “Het woord is natuurlijk aan de kiezer”, zegt Ploumen, “maar ik vind: als je lijsttrekker wordt, moet je ook in het torentje willen zetelen. En de man die er nu zit, heeft daar ook wel lang genoeg gezeten, toch?

Het boek beschrijft de sleutelmomenten uit haar politieke carrière tot nu toe: hoe ze partijvoorzitter werd, minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking en daarna Kamerlid. Maar het begint in Maastricht, waar ze in 1962 ter wereld kwam.

Waarom wilde je dit boek schrijven?

“De aanleiding is een simpele: ik werd benaderd door een uitgever in de tijd dat ik minister was. Hij dacht dat met name vrouwen het interessant zouden vinden om over mijn geschiedenis te lezen. Eerst aarzelde ik: waarom zou ik dat doen, een boek over mezelf? Maar toen realiseerde ik me dat ik het als jonge vrouw ook heel fijn vond om te lezen over mensen als Hedy d’Ancona en Joke Smit. Ik vind het bovendien belangrijk dat de geschiedenis van vrouwen goed wordt gedocumenteerd.”

“En mijn persoonlijke verhaal valt voor een deel samen met de recente politieke geschiedenis. Dat alles overtuigde me er uiteindelijk van om het toch te doen. Dat voornemen strandde eerst vanwege tijdgebrek, maar vorig jaar gingen door corona zó veel dingen niet door dat ik er eindelijk aan toekwam. Ik heb er in het zomerreces heel hard aan geschreven in het huisje op mijn volkstuin.”

Hoe beviel dat, voor het eerst een boek schrijven?

“Het is heel veel werk en ik werd er op een gegeven moment een beetje iebelig van om over mezelf te schrijven. Maar ik genoot er tegelijkertijd van om de geschiedenis van mijn ouders op te tekenen. Het boek is echt een eerbetoon aan mijn vader en moeder, omdat zij mij hebben aangemoedigd om me te ontwikkelen. Het was ook verhelderend om terug te kijken en me af te vragen waarom ik bepaalde keuzes heb gemaakt.”

Heb je een rode draad in je leven ontdekt?

“Ja, ik realiseerde me dat ik van jongs af aan mijn mond open heb gedaan. Op mijn twaalfde ging ik al in de leerlingenraad om me te kunnen bemoeien met de lesroosters en openingsuren van de kantine. Dat is later mijn manier geworden om iets aan onrecht te doen: niet wanhopen, maar me laten horen en bedenken wat ik er samen met anderen aan kan doen.”

Is dat karakter of opvoeding?

“Ik denk een combinatie van karakter, opvoeding en de tijd waarin ik ben opgegroeid. Mijn voorouders waren tuinders en boeren, mensen die hard werkten en de regels van de katholieke kerk en de notabelen in het dorp dienden op te volgen. Zelfs de generatie van mijn ouders had nog weinig inspraak. Mijn moeder kon niet eens vrij beslissen over haar toekomst: ze wilde verpleegster worden, maar de consensus was dat meisjes niet hoefden door te leren, dus dat mocht niet.”

“Mijn ouders gaven mij juist mee dat ieder mens ertoe doet en je van je kunt laten horen. Ze zeiden ook altijd: ‘Je bent niet méér, maar ook niet mínder dan een ander.’ Dat ik vatbaar was voor deze aanmoediging om mijn stem te gebruiken, ligt aan mijn karakter. En de tijd kwam ook naar mij toe, om het zo te zeggen. Terwijl ik opgroeide, werden voor heel veel mensen mogelijkheden geopend die er eerst niet waren of die je zwaar moest bevechten.”

Wortelt jouw strijd tegen ongelijkheid ook in je jeugd?

“Ik denk het wel. Het Maastricht van mijn jeugd was nog een rangen- en standenmaatschappij. Als we met mijn vaders melkwagen meegingen – hij was melkboer – zag ik de ongelijkheid. We kwamen bij mensen thuis die het heel goed hadden en bij grote gezinnen die in een veel te klein huisje moesten wonen. Het ging bij ons thuis nooit over partijpolitiek, maar er was wel een bewustzijn dat de
samenleving niet goed in elkaar stak.”

“Via de kerk kreeg ik ook veel mee over onrecht in andere landen. De ongelijkheid tussen vrouwen en mannen was bij ons thuis niet aan de orde – mijn broer, zus en ik moesten hetzelfde werk doen – maar om me heen zag ik dat het voor vrouwen niet vanzelfsprekend was om te doen wat ze wilden. Dat ademende die tijd nog wel.”

Je bent later een uitgesproken feminist geworden. Wanneer kwam je met het feminisme in aanraking?

“Ik denk in de laatste klas van de lagere school. De tweede feministische golf was toen in volle gang en ik las in die tijd al trouw de krant. Later, op de middelbare school, maakten de Dolle Mina’s indruk, met hun strijdkreet ‘baas in eigen buik’. Op mijn leeslijst voor mijn eindexamen Nederlands had ik alleen maar vrouwelijke auteurs staan, dus ik was er al jong mee bezig.”

Lees ook: Cornald Maas: ‘Ik doe precies waar ik als kind van droomde’

In je boek schrijf je dat in de jaren negentig de fut uit het feminisme raakte. Hoe is het nu gesteld met de vrouwenbeweging?

“Veel beter. Er zijn veel jonge vrouwen die zich opnieuw storten op taaie kwesties die we dertig jaar geleden al hadden moeten oplossen, zoals de pil en anticonceptie in het basispakket. Er zijn groepen die zich inzetten voor meer vrouwen in de politiek, bewegingen rond body positivity en vrouwen die – echt van deze tijd – opstaan tegen agressie en seksisme op social media.”

Hoe kan het dat sommige kwesties, zoals de pil in het basispakket of gelijk loon voor gelijk werk, nog stééds niet zijn geregeld?

“Er blijven blijkbaar krachten bestaan die zich tegen vrouwenrechten keren. Kijk naar hoe de mogelijkheden voor abortus in Polen en Hongarije zijn ingeperkt en hoe vrouwen bij Nederlandse abortusklinieken door demonstranten op straat worden geïntimideerd. Dat hadden we twintig jaar geleden niet kunnen denken. Er zijn ook kwesties die de meeste politici wel willen oplossen, maar waar nog geen goede vorm voor is gevonden. Gelijk loon voor gelijk werk is zo’n onderwerp. Laatst vond ik een pamflet uit 1974 waarin daarvoor al werd gepleit.”

“We hebben inmiddels de Wet Gelijke Behandeling, maar nog steeds worden vrouwen voor hetzelfde werk minder betaald dan mannen. Dat moet dus anders. Ik heb nu een wet ontworpen – afgekeken van IJsland – die werkgevers verplicht te kunnen aantonen dat ze vrouwen en mannen hetzelfde betalen. Al met al kun je wel zeggen dat de vrouwenzaak dus geen kwestie is van achteroverleunen en denken dat het op orde is.”

Wat betreft vrouwen in de politiek: er zijn dit jaar meer vrouwelijke lijsttrekkers dan ooit. Dat moet jou goed doen.

“Ja, dat is heel bemoedigend, want er zitten nu minder vrouwen in de Kamer dan in 1989! Het is positief dat de kieslijsten van de meeste partijen nu diverser zijn. De PvdA heeft van oudsher evenveel vrouwen als mannen op de kieslijst staan. Ik had gehoopt dat andere partijen deze verdeling eerder hadden nagevolgd.”

“Overigens geldt deze opdracht niet alleen voor de Tweede Kamer, maar ook voor de gemeenteraden en Provinciale Staten. Als vrouwen daar meer ruimte krijgen, kunnen ze zich politiek ontwikkelen en voorbereiden op Den Haag.”

Heb je jouw strijd voor gelijkheid met de paplepel ingegoten bij jouw dochter (27) en zoon (25)?

“Ik heb ze toevallig net gevraagd wat ze van mij hebben meegekregen. Wacht even.” (pakt mobiel, opent WhatsApp) “Hier, ze schreven: ‘Dat het belangrijk is om je best te doen voor de dingen waarin je gelooft’ en ‘dat iedereen gelijk is, ook mannen en vrouwen.’ There you go.”

“Toen ik in 2012 vertelde dat ik minister zou worden, vonden mijn kinderen dat heel normaal. Geweldig! In hun belevingswereld was het een logische optie dat hun eigen moeder minister kon worden. Ze vonden trouwens ook dat ik voor het lijsttrekkerschap moest gaan.”

Zie je je kinderen vaak?

“Best geregeld, maar mijn werk brengt toch nog met zich mee dat ik soms dingen mis. Onlangs hebben mijn man en kinderen samen gegeten, omdat onze dochter jarig was, maar ik was er niet bij. Ik werd via WhatsApp op de hoogte gehouden van het verloop van de maaltijd.” (lacht) “De moderne tijd is wat dat betreft een zegen.”

“Toen ik vroeger uit huis ging, belde ik mijn ouders eens in de twee weken en kwam ik één keer per maand op bezoek. Nu delen we de hele dag door dingen in de gezinsapp. Mijn kinderen wonen bovendien allebei in Amsterdam, net als ik, dus het is makkelijk om elkaar even op te zoeken.”

Hoe is de band met je kinderen veranderd sinds ze volwassen zijn geworden?

“Ik bemoei me veel minder met de dagelijkse dingen, ik hoef niet meer op te letten of ze hun schoenen wel hebben gepoetst of naar de kapper moeten. Dat is wel fijn, hoor. De kleine ergernissen die je hebt als je kinderen in de puberteit zitten, heb ik achter me gelaten. Maar ik ben wel blijven moederen in de zin dat ik heel betrokken ben bij wat ze vinden en ondernemen.”

“Andersom interesseren ze zich ook voor wat ik doe. Mijn dochter heeft mijn boek tijdens het schrijven meegelezen en heeft me twee keer over een dood punt heen geholpen. Dan wilde ik ermee stoppen, omdat het niet lukte of ik twijfelde of het wel interessant genoeg was, en dan zei mijn dochter: ‘Mam, ik wil álles weten. Schrijf door!'”

Als Kamerlid heb je meer vrije tijd dan als minister, schrijf je, maar hoe is dat nu als lijsttrekker?

“De agenda is natuurlijk helemaal volgelopen met debatten, interviews en digitale meetings met burgers. Maar ik werk heel graag, dus het is geen enkel offer. Als Kamerlid heb ik er wel erg van genoten dat ik weer tijd had om romans of politieke boeken te lezen. En ik heb dus een volkstuin. Van tuinieren heb ik geen verstand, maar ik vind het heerlijk om daarin te rommelen. Het is een geweldige tuin, met appel-, peren- en vijgenbomen, en ik kan er ’s zomers lekker zitten en barbecueën.”

“Voor mijn man hoefde het niet zo nodig, die tuin, maar nu komt hij er toch vaak, omdat het zo’n leuke plek is. Ik houd erg van buiten zijn, dat zal ik wel hebben overgehouden aan mijn jeugd. Wij aten vroeger thuis altijd uit onze eigen moestuin. De tuin is de enige plek waar ik mijn telefoon weleens een uur vergeet, en dat is heel gezond. Ik ben een beetje een workaholic en het is goed om soms iets anders te doen. Maar in de maanden naar de verkiezingen toe is er heel weinig in die tuin te doen, dus kan ik me helemaal op de campagne richten.”

Dit artikel verscheen eerder in Margiet 2021-08. Dit nummer nabestellen? Dan kan via magazine.nl

Artikelen van Margriet.nl ontvangen in je mailbox?
Schrijf je in via margriet.nl/nieuwsbrief.  

Tekst | Bas Maliepaard
Fotografie | Marloes Bosch

Ook interessant