Word abonnee

Kies nú voor een abonnement met korting

Abonneer nú met korting

Persoonlijk

Actrice Lies Visschedijk (47): ‘Mentaal is dit een heel fijne levensfase’

lies-visschedijk-47-mentaal-is-dit-een-heel-fijne-levensfase.jpg

Het is een heerlijk personage om te spelen, maar toch kruipt actrice Lies Visschedijk (47) voor de laatste keer in de rol van Soof. “Na drie films is het mooi om Soof op deze manier af te ronden.”

Maar wat heeft ze dan wel op de planning staan voor de toekomst?

Lies Visschedijk

“Zo’n lockdown levert dus ook goede dingen op”, roept Lies lachend. Er is een nieuwe liefde, Marc, in haar leven en daar heeft die hele hyperflow waarin ze nu verkeert mee te maken. Zo’n liefde waar je niet naar op zoek bent en die dan ineens voor je staat. “De grap is dat dat we elkaar al heel lang kennen. Hij is de beste vriend van een van mijn beste vrienden. Nooit eerder sprong de vonk over, maar toen ik hem deze zomer zag – ik had hem al een aantal jaar niet gezien – dacht ik: jeetje, jij bent zó leuk. En wat dat dan is, dat ik dat ineens zie, geen idee.”

Relatie met Marc

“Nadat mijn vorige relatie was uitgegaan, ben ik een tijdje alleen geweest en dat was heel fijn. Ook voor mijn twee zonen. Ik had me voorgenomen dat ik het heel rustig zou opbouwen als ik weer iemand zou tegenkomen en de man in kwestie niet meteen mee naar huis zou nemen. Nou, dat is dus helemaal mislukt.”

“Ik ben natuurlijk ook alleen met mijn kinderen, dus heel veel tijd voor mezelf heb ik niet. Dan is het kiezen tussen elkaar amper zien of zeggen: ‘Weet je wat, kom gewoon gezellig hier eten.’ De kinderen hebben er ook recht op om erbij te worden betrokken en te zien met wie ik graag wil zijn. Tenzij je je helemaal gek tindert natuurlijk, dat willen kinderen echt niet weten.”

Je nieuwe vriend heet Marc, net als je overleden man, acteur en regisseur Marc van Uchelen, is zoiets ingewikkeld?

“Nou ja, ik kan me in elk geval niet vergissen in een naam. Maar zonder gekheid, ik moet er wel een beetje aan wennen. Niet zozeer dat ik Marc I en II – ja, laten we ze voor het gemak maar even zo noemen – met elkaar vergelijk, maar dat er een nieuwe liefde is met dezelfde naam. Mijn vriend zei laatst dat hij het wel leuk zou vinden als ik wat vaker ‘Marc’ tegen hem zeg. Blijkbaar doe ik dat dus niet en verval ik in ‘schatje’.”

“Het roept overigens geen verdriet op, ik vind het eigenlijk heel leuk en bijzonder dat het zo is gelopen. Sterker nog: mijn Marc I kende Marc II en die vonden elkaar heel erg leuk. Ik heb zelfs een foto waarop ze met veel bier op naast elkaar staan op een verjaardagsfeestje.” De telefoon gaat. “Kijk”, zegt Lies terwijl ze haar telefoon omhoog houdt, “daar zul je hem hebben.” En inderdaad, Marc belt. Ze lacht verlegen, grapt dat het hele interview tot nu toe over hem gaat en spreekt met hem af dat ze later die dag gaan lunchen.”

Leuk om te zien hoe blij je bent met hem.

“Wat een lieve constatering. Het voelt heel vertrouwd tussen ons, omdat we elkaar zo lang kennen. Maar blijkbaar hebben we beiden een bepaalde weg moeten afleggen om te zien wat we, ieder voor zich, belangrijk vinden en wat we niet en wat we wel willen. Ik denk dat we elkaar wezenlijk zien, dus echt zien hoe de ander is. En dat we dat niet proberen te veranderen.”

“Ik weet inmiddels wel dat mensen echt niet veranderen, maar dat als er iets is waar je tegenaan loopt – in een relatie, maar ook in je werk of vriendschappen – je dat zelf moet aanpakken. Een ander kan het niet en gaat het ook niet voor jou doen. Maar ik dwaal geloof ik een beetje af. Waarom word ik blij van Marc? Omdat hij me met zijn ‘zijn’ blij maakt. Zo simpel, maar ook zo mooi is het.”

Lees ook: Daphne Deckers: ‘Meer dan ooit besefte ik hoe fijn buiten zijn is’

Voordat de coronacrisis toesloeg had je de opnames voor Soof 3 afgerond. In het programma Beau vertelde je dat het hierna klaar is. Deze film is dus een afscheid.

“Het is best eng om te zeggen: ‘Dit is het’, maar na drie films en een serie is het ook mooi om het op deze manier af te ronden. En natuurlijk vind ik het jammer, want Soof is een heel fijne rol om te spelen. Een rol die, op een positieve manier, onder mijn huid is gaan zitten. Ik vind het ook wel heel mooi dat in deze laatste film alles weer samenkomt. En dat het de makers is gelukt om er ook wat drama in te gooien. Dat ze niet voor de makkelijke weg zijn gegaan, maar iets ingrijpends laten gebeuren in het leven van Soof.”

Ze ontdekt tijdens het koken een knobbeltje in haar borst.

“Een op de zeven vrouwen krijgt borstkanker; ik denk dat de meeste vrouwen en mannen wel iemand in hun omgeving kennen die het heeft of heeft gehad. Het onderwerp verdient het dat er aandacht aan wordt besteed in een grote publieksfilm. En om te laten zien wat er gebeurt in een gezin als een moeder dat overkomt. Soof vindt het moeilijk om aan haar kinderen en moeder te vertellen dat ze ziek is. Dat is misschien wel vrouw-eigen, dat voor een ander denken. Dat je niet wilt dat anderen verdriet hebben of zich zorgen maken om jou.”

“Een van de mooiste scènes vind ik dat Soof en haar moeder samen in bed liggen en haar moeder alleen maar zegt: ‘Kom maar.’ Dat vond ik heel emotioneel om te spelen. Het gevoel van gedragen worden door je moeder is heel sterk en houdt je, denk ik, ook wel overeind als je zelf moeder bent. Dat het me zo aangreep komt denk ik omdat mijn moeder mij niet meer kan dragen. Ze is 86 en woont in een verzorgingshuis, de rollen zijn omgedraaid. Haar kinderen dragen haar nu.”

En je vader?

“Die is ook 86 en still going strong. Ik heb een heel goede band met hem. Toen ik hem tijdens de lockdown niet kon zien, miste ik hem heel erg. Hij woont in een dorpje in Limburg en er is een periode geweest dat er gewoon twee mensen per dag overleden aan corona. Hij heeft het uiteindelijk zelf ook gehad, maar is er gelukkig niet ziek van geweest. Hij belde me op en zei dat hij gewoon in de tuin stond
te werken.”

“Hij baalde vooral dat hij de hele biljartvereniging moest bellen om mee te delen dat er even niet kon worden gespeeld. Bij hem op zolder staat het biljart en al jaren komen mannen uit het dorp bij hem biljarten. En dat nemen ze heel serieus, iedereen heeft een eigen keu met foedraal en zo’n blauw krijtblokje. Ook met mijn vader zijn de rollen verschoven, al is het op een andere manier dan met mijn moeder. Ik maak me zorgen om hem in plaats van hij om mij.”

Was er een reden dat ze zich vroeger zorgen om jou moesten maken?

“Nou, ik denk wel dat ze hun tong hebben afgebeten dat ik de kant van acteren op ging. Ik studeerde Psychologie, maar na een jaar ben ik overgestapt naar de Toneelschool. Dat vonden ze jammer, ze hadden liever gezien dat ik op de universiteit bleef. Mijn vader wilde graag dat ik zijn huisartsenpraktijk zou overnemen, maar daar had ik gewoon de brains niet voor. Ik snap hun zorgen nu beter dan toen. Als een van mijn kinderen het artiestenvak in zou gaan, zou ik ook denken: moet je dat nou wel doen?”

“Terwijl ik bij mijn beide kinderen de liefde voor verhalen vertellen en verkleden zie. De jongste zit op de jeugdtheaterschool en vindt dat geweldig. Het is het enige clubje waar hij nooit morrend naartoe gaat. We noemen hem thuis altijd Pinokkio, omdat hij hele verhalen uit zijn duim zuigt. Heel overtuigend ook, soms moet ik echt bij hem checken of het waar is wat hij vertelt of dat het is verzonnen.”

Was jij zelf ook zo als kind?

“Ik was vooral veel aan het zingen. Ik wilde zangeres worden. Ik was zo’n meisje dat eigenlijk te verlegen was om dat voor publiek te doen en stond met een haarborstel voor mijn spiegel in mijn kamer liedjes te zingen. Wat voor liedjes? Nou, ik had geen vast repertoire, het waren gewoon top 40-nummers.”

“In het dorp waar ik ben opgegroeid werd ook veel aan cultuur gedaan. Ik zat bij de harmonie, een orkest dat bestaat uit blaas- en slagwerkinstrumenten, en speelde klarinet. Het ontbrak me zowel aan talent als discipline. Ik was voornamelijk goed in, als ik een foute noot blies, op een dusdanige manier naar mijn buurvrouw of buurman kijken dat het leek of zij dat hadden gedaan. Dat werkte op een of andere manier altijd.”

En zo ontdekte je je acteertalent?

“Ja! Dat je door lui te zijn en opportunisme best ver komt, haha. Maar nee, we hadden elke zaterdagochtend na de muziekles dramatische expressie in Cultureel Centrum Don Bosco. Met zo’n klein podium van een paar vierkante meter. Elk halfjaar werkten we aan een voorstelling en ik had nergens zo veel lol en plezier als bij de dramatische expressie. Dat was het gewoon voor mij. Ik wist ook dat ik dit wilde doen. Ik was verlegen, een tikje gereserveerd, maar kon dat op een of andere manier parkeren als ik op het podium stond.”

Ben je nu nog steeds met datzelfde plezier aan het spelen?

“Ik speel zeker nog steeds met datzelfde plezier. Het is wat ik het allerliefst doe. Maar ik heb along the way ook wel gezien dat het zwaar kan zijn. Als je weinig werk hebt, moet je ploeteren om niet verbitterd te raken en te denken: wie zit er nu op mij te wachten? En als je heel veel werkt, moet je ploeteren om je nieuwsgierigheid en naïviteit te behouden. Je moet toch elke keer weer iets in jezelf aanboren dat je als het ware als een kind naar de situatie kijkt. Dus het is hoe dan ook moeilijk.”

“Dat geldt voor veel creatieve beroepen, of je nu schildert, acteert of schrijft. Het is iets wezenlijks wat je doet, het komt uit jezelf. Je moet jezelf dus elke keer opnieuw uitvinden. En dan niet over the top, maar wel op een manier dat er groei in zit. En dat is geen klaagzang, maar gewoon iets wat ik me de laatste jaren steeds meer realiseer. Maar dat hoort misschien ook wel bij mijn leeftijd, dat je op een andere manier naar je werk gaat kijken, en naar het leven.”

Lees ook: Lilian Marijnissen over haar moeder: ‘Ze is mínstens net zo belangrijk als mijn vader’

Is dat fijn om te doen?

“Het is in elk geval verrijkend. En zorgt ook wel voor enige nuance. Ik kan mijn werk heel belangrijk maken, maar ik kan ook denken: het is gewoon werk. Het brood dat de bakker bakt is net zo belangrijk. Ik moet leveren, zodat ik mijn hypotheek kan betalen. En dat zegt niks over de intensiteit waarmee ik mijn werk doe en beleef, maar zorgt ervoor dat ik me er niet in verlies. Ik vind het ook niet erg om ouder te worden. Toen ik bijna veertig werd, vond ik dat wel een soort berg waar ik overheen moest, maar nu ik langzaam richting de vijftig kruip, vind ik dat mentaal een fijne levensfase.”

“Lichamelijk is het wat anders, die middelbare leeftijd. Ik ben er nog niet aan begonnen, aan die hele overgang, maar die komt uiteindelijk natuurlijk toch als een soort dieseltrein op me af. Of ik ertegenaan hik? Ik heb veel vriendinnen die er al doorheen zijn en die zeggen dat de periode daarna voor veel vrouwen een heel leuke tijd is. Daar houd ik me dan maar aan vast.”

“In de Britse serie Fleabag zegt een van de personages dat je na de overgang eindelijk wordt wie je bent. Je hoeft dit niet meer, je hoeft dat niet meer, dat klinkt toch fantastisch? Ik denk ook dat we als vrouwen met wat meer liefde en compassie naar onszelf moeten kijken en blij zijn dat we ouder mogen worden.”

Dat we eindelijk de kern bereiken van wie we zijn?

“Precies! Niet meer gedreven door al die hormonale toestanden. Ik heb heel vaak bejaarden-fantasieën, en daarmee bedoel ik dat ik mezelf als oma zie. En dan Marc als opa. En dat we dan de kleinkinderen van het station gaan halen. Ik zie dat als een soort ideaal leven. Ik ben bijvoorbeeld naar vakantiehuisjes aan het zoeken. In Drenthe of Groningen, daar waar het rustig is.”

“Dat doe ik omdat ik nu denk: wat heerlijk om even alleen weg te kunnen, maar als die twee jongens van mij straks uitvliegen, zal het wel als een hamer op me afkomen. Om dat een beetje te dempen, verheug ik me nu al op dat oma-zijn. En dat ik dan met opa in dat huisje in Drenthe woon en we daar heel fijn ons leven leven.”

Tekst | Saskia Smith
Beeld | Ester Gebuis

Dit interview met Lies Visschedijk verscheen eerder in Margriet 16-2021. Dit nummer nabestellen kan via magazine.nl.

Ook interessant