null Beeld Ester Gebuis. Styling: Ora Bollegraaf. Visagie: Nicolette Brøndsted
Beeld Ester Gebuis. Styling: Ora Bollegraaf. Visagie: Nicolette Brøndsted

PREMIUM

Lia van Bekhoven: ‘Ik was een ongeduldige moeder. Altijd haast. Altijd te veel te doen’

Lia van Bekhoven (69) woont al 45 jaar in Londen, waar ze verslag uitbrengt van wat er in Groot-Brittannië speelt. Ze ging ernaartoe voor haar grote liefde Martin, met wie ze twee zonen kreeg en dolgelukkig was. Tót hij drie jaar geleden overleed. “Ik mis hem enorm, maar wát een mazzel dat ik hem ben tegengekomen.”

Dit interview is afgenomen voor het overlijden van koningin Elizabeth.

null Beeld

Lia van Bekhoven groeide op in het Noord-Brabantse Oosterhout en studeerde aan de School voor Journalistiek in Utrecht. In 1976 verhuisde ze naar Londen, waar ze correspondent werd voor Nederlandse en Vlaamse media. Haar eerste opdrachtgevers waren Ikon en Vrij Nederland. Tot 2007 werkte ze voor NOS en GPD-kranten. Haar huidige vaste opdrachtgevers zijn BNR Nieuwsradio, Nieuwsuur, VRT, Elsevier en Sky News. In 2007 werd ze onderscheiden met de Herman Wekker Prijs. Lia heeft vier boeken op haar naam staan. De eerste was Mama gaat uit dansen, het erfgoed van Diana, prinses van Wales (1997), daarop volgde Land van de gespleten God, Noord-Ierland en de troubles (2000) en In Londen, 9 wandelingen door de Britse hoofdstad (2009). In mei van dit jaar kwam haar vierde boek, Klein-Brittannië, hoe macht en mythe het VK verscheuren, uit.

Je vertelde dat je bent opgegroeid met weekblad Margriet. Hoe zit dat?

“Zolang ik me kan herinneren lag Margriet bij ons op tafel. Als kind had ik er weinig mee, maar toen ik ouder werd en studeerde aan de School voor Journalistiek, las ik Margriet geregeld als ik de weekeinden thuis was. Ik herinner me een interview met Sonja Barend, toch een rolmodel. Later, toen ik in Engeland woonde en moeder was geworden, vond ik het interessant om te lezen over hoe er in Nederland over bepaalde dingen werd gedacht. Ik las ook graag over opgroeiende kinderen.”

Je vierde boek, Klein-Brittannië, verscheen onlangs. Wat bedoel je met de titel?

“Het ziet ernaar uit dat Groot-Brittannië steeds kleiner wordt. De Britten zitten in een overgangsfase. Nou is het verhaal van het Verenigd Koninkrijk vaak een verhaal van traag, maar gestaag verval, maar de druk op instituten als de monarchie en de BBC was nooit zo heftig als nu. Alles is aan het afbrokkelen. Het is zelfs nog maar de vraag af of het Verenigd Koninkrijk zoals we het nu kennen over twintig jaar nog bestaat. Misschien heeft Noord-Ierland zich dan wel verenigd met Zuid-Ierland en is Schotland uit het Verenigd Koninkrijk gestapt. Daarnaast neem ik met de titel de Britten op de hak. In dingen waarvan zij denken dat ze groot zijn, vind ik hen juist klein. Een voorbeeld is hun neiging om voortdurend naar het verleden te kijken. Zoals iemand eens zei: ‘De Britten hebben een fantastische toekomst achter de rug.’
Zo hebben ze de Tweede Wereldoorlog gemythologiseerd. In de Britse versie hebben zij, en zij alleen, die oorlog gewonnen. Iets wat onzin is. Aan de andere kant zijn de Britten groots in hun absurdistische kijk op het leven. Ze hebben een enorm gevoel voor humor en zelfspot. Denk maar aan de openingsscène van de Olympische Spelen in Londen in 2012 toen Koningin Elizabeth door James Bond uit Buckingham Palace werd gehaald. Terwijl andere landen de Spelen gebruiken om zich te etaleren en groter voor te doen dan ze zijn, gooien de Britten hun staatshoofd uit de helikopter.”

Je noemt jezelf een Nederlandse Londense. Wat bedoel je daar precies mee?

“Ik mag dan al 45 jaar in Engeland wonen, ik blijf Nederlands. Daar liggen mijn roots. Met de krijtrotsen van Dover, waar sommige mensen tranen van in hun ogen krijgen omdat ze het zo mooi vinden, heb ik niets. Met cricket evenmin en hoezo God saves the Queen? God hoeft wat mij betreft de Queen niet méér te sparen dan andere mensen. Met het Verenigd Koninkrijk heb ik dus weinig, maar met Londen des te meer. Ik houd van die stad en van de mensen die er wonen. Londen is de hoofdstad van de wereld, diverser dan New York. Veertig procent van de Londenaren is geboren in een ander land. Men is niet snel geneigd te oordelen, daar kunnen wij als Nederlanders nog heel wat van leren. Aan de andere kant kunnen de Britten ook iets van óns leren. Vóóruit- in plaats van áchteromkijken, bijvoorbeeld, en meer hun blik over de grens werpen.”

null Beeld Blauwwit geruit kostuum (Asos Design), pumps (Notre V via Omoda).
Beeld Blauwwit geruit kostuum (Asos Design), pumps (Notre V via Omoda).
null Beeld

Terug naar je Nederlandse roots. Vertel eens iets over je jeugd.

“Ik ben de oudste uit een gezin van vier kinderen, ik heb twee zusjes en een broer. Ik groeide op in het Brabantse Oosterhout, een stadje waar de familie van mijn moeder al honderden jaren woonde. Mijn vader was fysiotherapeut, mijn moeder zorgde voor het huishouden en de kinderen, iets wat normaal was in die tijd. We volgden als gezin de katholieke wegwijzers. Elke week lag het omroepblad van de KRO op de deurmat, ik ging naar een katholieke school bij de nonnen, op zondag zaten we in de kerk en we waren actief in het katholieke verenigingsleven. Heel provinciaals allemaal. Het enige exotische in de omgeving was de protestante kerk. Het was allemaal heel vertrouwd. Als kind vond ik dat prettig, maar na de middelbare school vloog het mij naar de keel. Het bruisende Utrechtse studentenleven voelde dan ook als thuiskomen.”

Wat was je voor kind?

“Als je deze vraag aan mijn broer en zussen zou stellen, zouden ze waarschijnlijk zeggen dat ik bazig was, betweterig en regelzuchtig. Ongeduldig was ik trouwens ook. En dat ben ik nog steeds. Daarom houd ik ook zo van Londen. Die stad heeft hetzelfde tempo als ik. Niets zo erg als mensen die in een slome sukkelgang voor me lopen. Maar ik had ook een sociaal geweten en verantwoordelijkheidsgevoel, ik lachte graag en was ondernemend. Alleen of met vriendinnen op vakantie gaan, zat er al vroeg in. Nieuwsgierig was ik ook – dat verklaart mede waarom ik doe wat ik doe – en politiek geëngageerd. Zo was ik bijvoorbeeld actief bij Oosterhouts Behoud en protesteerde ik tegen de gemeente omdat ze het oude centrum tegen de vlakte wilde gooien. Met weinig resultaat overigens; slechts een klein deel van het centrum en tenminste één oude boom zijn overeind gebleven. Dat die boom er nog staat, heeft Oosterhout volgens mijn zus aan mij te danken.”

Wat hebben je ouders jullie meegegeven?

“De vrolijke kijk op het leven hebben we aan onze moeder te danken. We hadden veel lol, waren echte carnavalsvierders en er was altijd muziek. Mijn moeder was muzikaal, mijn broer en zussen ook, ik veel minder. Mijn vader bracht ons sociale en maatschappelijke betrokkenheid bij en dat leverde soms vurige discussies op. Dat we zouden gaan studeren, zodat we in de toekomst onze eigen broek konden ophouden, ook als vrouw, was thuis een vanzelfsprekendheid. Bescheidenheid is ons ook met de paplepel ingegoten. Mijn ouders hadden niets met materie en met geld. Ze waren niet onbemiddeld, maar pronkten er niet mee. Toen ik mijn vader een keer voorstelde de versleten bank, het resultaat van krabgrage katten, te vervangen, antwoordde hij: ‘Hoezo? Het idéé dat ik morgen een nieuwe bank kan kopen, is voor mij voldoende.’”

null Beeld Geruite blouse (Monki), jeans (Stradivarius), pumps (Bronx via Omoda).
Beeld Geruite blouse (Monki), jeans (Stradivarius), pumps (Bronx via Omoda).

En dan je grote liefde. Deze Brit is de reden voor je vertrek naar Londen.

“Ik heb veel mazzel gehad in mijn leven. En mijn grootste geluk is dat ik deze Brit tegen het lijf ben gelopen. Dat was begin jaren zeventig. Ik was in mijn eentje op reis in Israël toen ik Martin ontmoette. Ik werd tot over mijn oren verliefd op hem. En hij gelukkig ook op mij. Tegen onze verwachting in hield onze relatie stand toen we allebei weer thuis waren. In die tijd was Engeland heel ver weg. Vliegtickets waren duur, boottochten duurden lang en van internet had nog nooit iemand gehoord. Dus schreven we elkaar ellenlange brieven. Je weet wel, op dat flinterdunne lichtblauwe luchtpostpapier. Tot uiteindelijk de vraag opspeelde: wie gaat er bij wie wonen? Omdat ik de taal beheerste, besloot ik naar Londen te gaan. De deal was dat we het daar drie jaar zouden proberen. Als ik dan nog niet kon aarden, zou ‘The Man’, zoals ik hem noem, met mij mee naar Nederland gaan. De eerste jaren waren niet makkelijk, maar na drie jaar had ik mijn draai gevonden, dus bleven we in Londen.”

In 2019 is Martin, The Man, overleden. Jullie zijn 45 jaar gelukkig samen geweest. Wat maakte Martin zo bijzonder?

“Alles. En dat vindt iedereen die hem heeft gekend. Een man die mij aan het lachen krijgt, veel kennis heeft, ook op psychisch en sociaal vlak én bovendien niet bang is om de dansvloer op te gaan. Zo’n man vind ik waanzinnig sexy. Martin had een geweldig gevoel voor humor, was wijs, sociaal en tolerant genoeg om met mij te kunnen leven. We waren altijd met elkaar in gesprek en ik mis zijn inzichten enorm. Op zijn begrafenis zei een vriend over Martin: ‘Of hij zette me aan het denken, of hij maakte me aan het lachen.’ Die uitspraak heb ik op een bankje laten graveren dat ik, ter nagedachtenis aan The Man, aan de Theems in de buurt van waar ik woon heb laten plaatsen. Martin was ook een man die vaak liet merken hoeveel hij om me gaf. Welke vrouw wil dat nou niet?”

Hoe afschuwelijk moet het zijn geweest om te horen dat hij uitgezaaide kanker had…

“De grond zonk weg onder mijn voeten. Met tegelijkertijd de heel duidelijke gewaarwording dat vanaf nu het leven nooit meer hetzelfde zou zijn. Martin ging vrij stoïcijns om met zijn doodsvonnis. Een bucketlist had hij niet. Een fuck it-list, zoals een vriend het noemde, had hij wél. Fuck de kanker en gewoon doorgaan met leven, was zijn motto. Hij hoefde geen reisjes of ballonvluchten, maar leven in het hier en nu, koesteren wat hij nog wél kon. Martin wilde niet weten hoelang hij nog te leven had. Ik wel. Die onzekerheid vond ik lastig, ik had behoefte aan duidelijkheid. Uiteindelijk heeft Martin het, mede door zijn levenslust, nog twee jaar volgehouden, langer dan de artsen hadden gedacht. En nu? Hoewel ik me twee jaar op zijn dood kon voorbereiden, heb ik nooit geweten, nooit kúnnen weten, dat verdriet zo intens, diep, allesomvattend kon zijn. Ik mis The Man en ons leven samen enorm, maar ben me tegelijkertijd bewust van de mazzel die ik heb gehad dat ik hem ben tegengekomen. En dat we twee heerlijke zonen hebben, die enthousiast en energiek zijn en me soms verbazen met hun wijsheid, leergierigheid en nieuwsgierigheid. Het succes van mijn boek Klein-Brittannië én het feit dat ik nu in Margriet sta, vinden ze geweldig.”

null Beeld Beige trenchcoat (Zara), laarzen (Notre V via Omoda).
Beeld Beige trenchcoat (Zara), laarzen (Notre V via Omoda).
null Beeld

Hoe was jij als moeder?

“Nou, niet ideaal, vrees ik. Ik zou willen dat ik meer met ze had gelachen en dat ik meer geduld had gehad. Want ja, ik was een ongeduldige moeder. Altijd haast. Altijd te veel te doen. Dus hup, hup, hup, schoenen aan, jas aan, gymtas mee en naar school. Mijn jongste zus vertelde ooit over het beeld dat ze van mij als moeder had. Met de oudste aan mijn borst, druk telefonerend met de redactie, terwijl ik met mijn nog vrije hand een bedankbriefje schreef aan iemand die babysokjes had opgestuurd. Overdreven, natuurlijk, maar haar indruk kwam wel ergens vandaan. Natuurlijk heb ik mezelf afgevraagd of The Man en ik goede ouders zijn geweest. Martin zei dan: ‘We waren goed genoeg,’ en dat is ook zo. En vooralsnog ziet het ernaar uit dat de jongens geen schade hebben ondervonden van al mijn stressen. Al weet ik zeker dat, mocht ik ooit oma worden – en geloof mij, ik kan niet wachten –, dat ik dan de vrolijkste en geduldigste oma van de wereld zal zijn.”

Je bent 69. Jong nog en toch ook niet meer zo heel piep. Hoe vind je het om ouder te worden?

“Ik vind er niet zo veel van. Aan de ene kant ben ik mijn onzekerheid van lang geleden kwijt en maak ik me minder druk over kleine dingen dan vroeger. Aan de andere kant neemt de fysieke onzekerheid misschien wel iets toe; ik durf bijvoorbeeld niet meer zo hard te fietsen. Ik word meer geconfronteerd met mijn eigen sterfelijkheid. Dat komt ook doordat Martin is overleden en steeds meer mensen in mijn omgeving kwaaltjes krijgen, iets waar ik overigens geen last van heb. Geregeld krijg ik de vraag of ik het niet eens wat rustiger aan moet doen. Maar met die vraag heb ik niets. Hoezo rustiger aan doen? Ik ben nog dezelfde persoon die ik twintig, dertig jaar geleden was, nog net zo nieuwsgierig en vind mijn werk nog veel te leuk, zeker nu er zo veel gebeurt in het VK. Dus ja, ik nader de zeventig, so what?

null Beeld

Boek: “Huidige favoriet is Klara en de zon van Kazuo Ishiguro.”

Film: Pulp fiction.”

Muziek: “Feeling good van Nina Simone.”

Engels gerecht: “Dhansak met garnalen.”

Vakantiebestemming: “Botswana.”

Levensmotto: “Het heeft geen zin om te wachten totdat de storm voorbij is. Beter leren dansen in de regen.”

Moment van de dag: “Ontbijt met ochtendbladen na een vroege wandeling.”

Ymke Van ZwollEster Gebuis. Styling: Ora Bollegraaf. Visagie: Nicolette Brøndsted

Op alle verhalen van Margriet rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven. Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@margriet.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden