Letty (73) praat over haar mentale gezondheid. Beeld Letty van der Geest
Beeld Letty van der Geest

PREMIUM

Letty (73): ‘Ik zag geen blauwe lucht en hoorde de vogels niet meer’

Elk jaar is het op tien oktober de Internationale Dag van de Mentale Gezondheid. We spraken Letty van der Geest (73) over haar depressie en psychotische neigingen. “Ik werd ontzettend jaloers op een trui.”

Ze schreef een boek over haar depressieve periode: Het leven is niet zoveel soeps. Haar psychiater zorgde ervoor dat ze uit het dal klom.

Moeizame jeugd

Als kind groeide Letty op met een alcoholistische vader en een ongelukkige moeder. Ze had altijd het gevoel dat ze voor anderen moest zorgen en kwam er niet aan toe om zichzelf gelukkig te maken. Door een gebrek aan aandacht en te weinig liefde van haar ouders, ging ze op zoek naar bevestiging bij anderen. Als jonge vrouw klampte ze zich vast aan mannen. Daarbij was ook vaak sprake van seks. “Dan had ik ten minste iemand voor een uurtje. Dat was op dat moment beter dan niks.”

Nooit gelukkig geweest

Letty vertelt dat ze nooit een heel gelukkig iemand is geweest. “Er knaagde altijd al iets. Er zat iets niet helemaal goed: een onvervuld gat. Ik wilde zó graag gezien worden. Dat iemand me de leukste vond. Maar die bevestiging kreeg ik maar niet. Door die leegte kreeg ik een depressie. Toen ik volwassen werd, zonk ik naar een dieptepunt: het enige waar ik mee bezig was, was een man terugveroveren die mij niet meer wilde. Ik probeerde die relatie vast te houden. Maar hoe meer ik dat probeerde, hoe meer hij mij wegduwde. Ik had weg kunnen gaan, maar ik klampte me heel aan hem vast.”

Psychotische neigingen

Tijdens haar depressie kreeg ze last van suïcidale gedachten. Op de snelweg dacht ze er weleens aan om tegen een boom op te rijden. “Ik wilde niet per se dood, maar ik wilde wel van de pijn af. Ik zat in een cocon: ik zag geen blauwe lucht en hoorde geen vogels meer. Soms werd ik bijna psychotisch en ik begon te schreeuwen. Ik wilde vastgehouden worden en dat gebeurde niet. Ik zocht naar iemand die mij kon redden.”

“Ik kon ook heel jaloers zijn op voorwerpen. Mijn partner had bijvoorbeeld een nieuwe trui gekocht en ik werd ontzettend jaloers op die trui. Ik begon te schreeuwen dat hij 'm uit moest trekken, want ík wilde hem warm maken in plaats van die trui. Volkomen onredelijk. Als hij piano speelde, vroeg ik hem om samen boodschappen te gaan doen, want ik was zo ontzettend jaloers op het feit dat hij zo druk bezig was met die piano.”

Letty wilde het leven zoals in de film: samensmelten met een partner en elkaar aanvullen, een symbiotische relatie. “Zodat ik me nooit meer alleen zou voelen. Tijdens die depressie voelde ik me heel alleen. Maar in feite is ieder mens alleen. Mijn psychiater zei dat je eigenlijk alleen honderd procent gelukkig bent in de baarmoeder, omdat je dan altijd samen bent met je moeder en precies krijgt wat je nodig hebt. Ook in je eerste levensjaar ben je vaak één met je moeder. Je kunt op zoek blijven gaan naar dat gevoel, maar dat krijg je nooit meer terug.”

Naar de psychiater

Op het moment dat Letty in deze depressie zat, kwam ze bij haar psychiater terecht. “Hij zag eruit zoals je hoopt dat een psychiater eruitziet: een gemoedelijke, ronde, lieve man met een wijs gezicht. Het was een warm iemand en hij begreep me goed. Hij zette me met beide benen op de grond.”

Dat deed hij door heel realistisch te zijn. “Dan zei hij tegen me: ‘er zijn misschien momenten dat een mens gelukkig is, maar het leven is niet zo veel soeps. Af en toe tevreden zijn is ook al goed. Je kunt je beter niet op mensen focussen, want die zijn een beetje onbetrouwbaar.’ Volgens hem kon ik me beter op kunst of de natuur gaan richten. Juist dat focussen op mensen had ik altijd gedaan; ik had veel bevestiging nodig. Dat deed ik al toen ik jonger was, door middel van seks. Dan had ik ten minste iemand voor een uurtje, dan wist ik dat iemand me even zag staan. Dat was op dat moment beter dan niks.”

De psychiater kwam telkens met vlijmscherpe zinnen op de proppen. “Ik ben dertien jaar op en af bij hem in behandeling geweest. Hij zei dat het gat niet meer gevuld zou worden, dat ik verlangde naar dingen die een kind van ouders hoort te krijgen. Ik wilde gezien worden: de beste en liefste voor iemand zijn. Het gevoel krijgen dat ik er mocht zijn. Dat heb ik nooit gehad. Ik was altijd bezig om voor anderen te zorgen en kwam nooit aan mijn eigen geluk toe.”

De weg naar herstel

In kleine stappen klom Letty uit haar depressie. “Ik begon met simpele handelingen om mijn zelfvertrouwen op te krikken. Kleine succesjes die niet konden mislukken, zoals de ramen lappen of stamppot maken. Als iets mislukt, voel je je meteen drie treden naar beneden donderen, dus mijn pyschiater moedigde mij aan om kleine stappen te zetten.”

UIteindelijk kreeg Letty een nieuwe, eindelijk gezonde relatie. “Hij had geen drie weken eerder moeten komen, want dan had ik hem veel te saai gevonden. Ik weet wat ik aan hem heb, want hij is heel betrouwbaar. Vroeger had ik dat niet interessant gevonden: een aardige, goede man. Maar ik was nu niet meer op zoek naar iemand voor wie ik mijn best moest doen. Ik vond dat heel gek in het begin, dat hij me al leuk vond precies zoals ik was.”

Het is nu zo'n twintig jaar geleden dat Letty die depressie had. Ze leerde om minder verwachtingen te hebben in het leven en sneller tevreden te zijn. “Als je niets meer verwacht en je krijgt iets, dan is het echt een cadeau. Ik kan al blij zijn als ik in de supermarkt alle groenten kan pakken die ik wil en dat ik gezond eten kan koken. Ook geniet ik van mijn fantastische hond en vind ik het fijn dat er geen ruzie in huis is. Door dit proces ben ik een dankbaar persoon geworden.”

Saskia WinkensLetty van der Geest

Op alle verhalen van Margriet rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven. Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@margriet.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden