Word abonnee

Kies nú voor een abonnement met korting

Abonneer nú met korting

Persoonlijk

Presentatrice Leonie ter Braak: ‘Ik voel altijd een soort van chaos in mijn brein’

presentatrice-leonie-ter-braak-mijn-hoofd-is-net-een-flipperkast-het-gaat-alle-kanten-op.jpg

Presentatrice Leonie ter Braak (40) mag graag ‘prediken’, zoals ze het zelf noemt, over het vinden van geluk. “Uiteindelijk zit geluk niet in het perfecte huis, een dik salaris of een compliment van de baas, maar heel simpel in de alledaagse dingen.”

“Boris! Niet doen! Laat ze met rust!” Het is ochtend en we bellen met Leonie ter Braak, die tijdens het interview een lange ochtendwandeling maakt met adoptiehond Boris. Die, op zijn beurt, zojuist vrolijk blaffend de pauw en parelhoen van de buurman het dak van de schuur op heeft gejaagd. Leonie, tegen de gevluchte dieren: “Och, och. Sorry, dame en heer. Jeetje.”

Van Amsterdam naar ’t Gooi

Leonie en haar gezin zijn verhuisd. Van een oud schoolpand in Amsterdam naar een voormalig koetshuis in een bos bij ’t Gooi. Initieel zag Leonie de verhuizing niet zo zitten. Ze zou de gemêleerdheid, de diversiteit van de stad gaan missen. Met pijn in het hart ging ze weg. Een beetje als liefdesverdriet voelde het. Voor haar man Floris, al net zo Funda-gek als zij, was er een uitgebreide zoektocht voorafgegaan aan de bezichtiging. Daarbij bleef het niet bij inzoomen op foto’s. Nee, Floris bestudeerde ook de ligging van de beoogde parels uitgebreid via Google-maps.

Geen verstopte spoorbaan naast de tuin? Geen drukke middelbare school om de hoek? Het koetshuis uit 1902 kwam ongeschonden door de keuring. Er moest wel het nodige worden verbouwd, waarbij twee totaal verschillende Pinterest-moodboards – dat van Leonie ‘bohemian boers’ met een voorliefde voor meubels uit de jaren dertig en veertig, dat van Floris moderner met tijdloze designstukken – moesten samenkomen. Dat lukte. En de omgeving is al net zo fijn. Leonie schetst het plaatje: “Landgoederen met slingerende wandelpaden. Alles groeit en bloeit. Voor me in de vijver zwemmen waterhoentjes en zwanen. Dat is zo mooi als het klinkt. Echt, het brengt de geest tot rust.”

Is dat welkom, die rust?

“Voor iedereen, denk ik, en voor mij in het bijzonder. Op mijn basisschoolrapport schreven onderwijzers: ‘snel afgeleid’. Dat is nog steeds de aard van het beestje. Ik voel altijd een soort van chaos in mijn brein. Het maakt dat ik altijd iets te laat kom op een afspraak, dat ik mijn telefoon op het dak van de auto laat liggen. En tijdens dit interview denk ik: hé, prachtig hier. Ik zou de kinderen hier een keer moeten fotograferen. Mijn hoofd is net een flipperkast, het gaat alle kanten op. Dat levert vast creativiteit op, maar het is ook bloedirritant om zo te leven, omdat het veel energie kost.

De rust van de natuur hebben we daarom wel bewust opgezocht. In Amsterdam hadden we een kleine tuin en ik gun mijn kinderen een jeugd vol ruimte en vrijheid, zoals ik die had in Buurse, een Twents boerendorp. Binnen in het huis hebben Floris en ik eindeloos gedebatteerd over welke kleur verf er op de muren kwam. Hij appt me net twee grappige kunstwerken door. Zijn smaak is origineel. Dat krijg ik op een presenteerblaadje aangeboden, echt fijn. De tuin is nog niet klaar. Er komt een soort boerenheg, de afscheiding naar de buren, met vlierbes, wilde sering, sleedoorn, jasmijn en kardinaalsmuts. Misschien een klein terras waarop we de avondzon meepikken. Heerlijk. Dan ben ik op mijn gelukkigst.”

Lees ook:
Catherine Keyl: ‘De grote grijze wolk die boven me hing is enigszins aan het oplossen’

Als model woonde je jaren in New York. Een groter contrast is bijna niet denkbaar.

“Zo stond ik op een schuurfeest met muziek van Boh Foi Toch, een Achterhoekse band, en werd ik met bier overgoten. En zo was ik het enige witte meisje in een achterbuurt in Brooklyn. Bewoonde ik een piepklein appartement en zat ik in de bus, op weg naar een modellenklus in Manhattan, een eind weg te kletsen met locals. Zo jong als ik was – ik was pas vijftien toen ik begon met reizen – was ik er goed in. Ik vond die totaal andere wereld heerlijk. Ik houd nog steeds van reizen en hoop dat ook mijn kinderen mee te geven: verbreed je horizon.

Zorg ervoor dat je niet burgerlijk wordt en gaat oordelen. Denk niet zwart-wit, wees niet bang voor het onbekende. De stad kent een bepaalde anonimiteit die lekker is. Je bent er vrij om te gaan waar je wilt en kunt daardoor loskomen van de mening van anderen. Tegelijk kan wonen in een stad eenzaam zijn. In een dorp voelt het soms verstikkend, maar kijkt men wel naar elkaar om. Worden er pannetjes soep naar een weduwe gebracht. Ik houd van beide werelden. In ons huis hebben we de stad in onze rug, we voelen de reuring van Hilversum, en de bossen aan onze voeten. Het beste van beide werelden, denk ik.”

Dat klinkt romantisch. Is dat ook een prima medicijn tegen een ‘libidoloze fase’?

“Haha! Vorig jaar maakte ik één keer een opmerking over een libidoloze fase en dat werd vervolgens breed uitgemeten in showbizzprogramma’s. Dus je kunt het leuk proberen, maar mijn mond gaat nooit meer open over mijn libido. Had ik een man naast me die mijn ontwapenende uitspraken in de media onprettig vond, dan had hij echt een kluif aan mij. Maar Floris kan goed incasseren. Alles wat ik over hem post of zeg in interviews, laat ik hem wel eerst lezen. Hij heeft geen groot ego, vindt het allemaal wel best. Om toch een béétje antwoord te geven op je vraag: na veertien jaar relatie zit je echt niet meer romantisch samen op een kleedje voor het haardvuur.

Da’s leuk voor de beginfase. Nu lijkt het me vooral onhandig. Je zult maar net lekker bezig zijn als de oudste binnenkomt. Of je lang of kort in een relatie zit, soms moet je ervoor werken om het goed te houden. Je moet leren accepteren dat de dingen zijn zoals ze zijn en een mindere periode wordt altijd gevolgd door een betere. Floris is mijn rots. Ik bel hem meteen, bij goed en slecht nieuws. We waren al hecht en door corona zijn we altijd bij elkaar. Tenzij ik programma’s aan het draaien ben natuurlijk. Maar thuis, samen, benauwt het nooit.”

In jouw nieuwste programma kopen kinderen een huis zonder dat de ouders het hebben gezien. Kun jij je dat voorstellen?

“Totaal niet. James en Valentijn zijn pas 7 en 4 jaar en daarmee veel jonger dan de pubers in Kinderen kopen een huis. De kijker zal wel denken: het is vast niet echt, als we de ouders een afgeplakt koopcontract voorleggen. Maar dat is het wel. Wat een dappere ouders. Geen idee hebben welk huis je koopt, ga er maar aanstaan. Ik zou nooit die controle durven weggeven. Daarbij is onze smaak te uitgesproken en weet Floris veel te goed wat hij mooi vindt. We hebben het er blijkbaar constant over, want in de auto horen we James ons nadoen vanaf de achterbank. ‘Heel mooi huis, mama.’ Vaak wijst hij dan het allerlelijkste huis uit de buurt aan. Hij denkt vast: kennelijk moet ik iets van huizen vinden, papa en mama praten er ook altijd over. We laten hem zijn mening vormen. Gelukkig hoeven we zijn koopcontract niet te tekenen.”

Afgelopen jaar werd je veertig. Wat betekende dat voor jou?

“Met deze leeftijd komt het besef dat ik alles heb waarvan ik als twintiger droomde: een grote liefde, een gezin, een stabiele tv-carrière, ik ben gezond, gelukkig. Toen ik veertig werd, mocht ik preken voor de Dienst voor ongelovigen. Dat is niets kerkelijks: het is een seizoensgebonden viering in het theater waarbij verschillende mensen een lezing houden. Als pokon voor de geest, zeg maar. Mijn preek ging over veertig worden en de bloedambitie waarmee je werkt om de door jou gestelde stip op de horizon te realiseren. Ik heb geluk met bepaalde dingen, in die zin ben ik een zondagskind, maar ik zorg er zelf ook voor dat ik de juiste mensen ontmoet.

Zo besloot ik ooit dat ik wilde werken bij Talpa van John de Mol. Ik maakte een compilatie van mijn tv-werk voor RTV Oost en zorgde ervoor dat dat bandje op zijn bureau terechtkwam. Toen kreeg ik inderdaad een telefoontje of ik langs wilde komen. Ik stíkzenuwachtig, natuurlijk. Dacht: wat cool, zit ik hier echt met John te ouwehoeren over tv en formats. We hadden een klik en ik belandde in zijn formatteam. Niet zomaar een team, anderen uit die groep hebben later onder andere The Voice ontwikkeld. Na een jaar had ik zin in een andere energie en verliet het Talpa-nest. Ik miste de energie van live-tv en mocht aan de slag als presentator van WNL’s Goedemorgen Nederland.”

Ambitie

“In de jaren erna moest ik mijn ambitie nog leren begrenzen. Ik werkte hard aan mijn carrière en was zó bang om alles te verliezen, dat ik sommige mensen toestond over mijn grenzen heen te gaan. Programma’s die me niet lagen maakte ik tóch, dan maar met buikpijn. Want als ik ‘nee’ zou zeggen, vonden de mensen van hogerhand dat niet leuk. Na mijn zwangerschapsverlof van James ging ik veel te snel weer aan het werk. Bang om mijn positie kwijt te raken, ook al was die me toegezegd. Nou wil ik niet klinken als een spirituele trut, maar ik mag graag prediken dat het geluk niet in die stip op de horizon zit. Het zit ’m heel simpel in alledaagse dingen. In het besef dat je maar heel kort op deze aarde bent en onderdeel bent van een groter geheel.”

Hoe word je je daar bewust van?

“Door jezelf te trainen. Je bewust te zijn van het feit dat je meer bent dan die stem in je hoofd. De buitenwereld zal altijd een perceptie van je hebben en altijd iets van je verwachten. Hoe goed je de liefde, kinderen, gezondheid en werk ook op de rit hebt. Uiteindelijk zit geluk niet in het perfecte huis, een dik salaris, een compliment van de baas of hoge kijkcijfers die me even op wolken doen lopen. De wereld kan giftig zijn als je de mooie, kleine dingen niet meer ziet. Ik ben helemaal geen kerkganger, maar misschien is het wel een gemis in de maatschappij dat we niet met z’n allen een wekelijks moment van bezinning inlassen. Als je God wegdenkt en het geloof ziet als iets van jezelf, dan is zo’n moment een welkom element in deze wereld waarin we als een kip zonder kop doorrazen.

Er wordt honend gedaan over spiritualiteit, maar eigenlijk is het, in mijn ogen, gewoon bezinning en dankbaarheid voor wat er is. En soms denk ik: pffff, makkelijk lullen Ter Braak. En vind ik dat trainen van mijzelf, mijn angsten laten gaan, echt weer heel moeilijk. Maar lukt het me wel om lekker autonoom te zijn, het heft in eigen hand te nemen. Dan voel ik me ontspannen en heb ik ’s ochtends zin om mijn bed uit te springen.”

Tekst | Nicole Gabriëls
Beeld | Ester Gebuis

cover M24

Dit interview met Leonie ter Braak verscheen in Margriet 2021-24. Je kunt deze editie nabestellen via lossebladen.nl.

Ook interessant