Word abonnee

Kies nú voor een abonnement met korting

Abonneer nú met korting

Persoonlijk

Lenie was laaggeletterd: ‘De drempel om hulp te zoeken was enorm hoog’

lenie-was-laaggeletterd-de-drempel-om-hulp-te-zoeken-was-enorm-hoog.jpg

Op de basisschool liep Lenie Klaverstijn een lees- en schrijfachterstand op. Jarenlang was ze laaggeletterd, tot ze om hulp vroeg: “Het was alsof ik jaren achter een zwaar fluwelen theatergordijn had geleefd, dat ineens werd opengetrokken.”

“Ik weet nog hoe ik in de eerste klas het lokaal binnen liep. Omdat ik net daarvoor de mazelen had gehad, begon ik twee weken later dan mijn klasgenoten aan het schooljaar. Ik kreeg van de juf een leesplankje en een doosje met letters en de rest moest ik zelf maar uitzoeken.”

‘Ik dacht echt dat ik dom was’

“Ze gaf me nul begeleiding. Vanaf het begin liep ik achter de feiten aan en die achterstand kreeg ik niet weggewerkt. Ik moest helemaal achter in de klas zitten. Als de andere leerlingen gingen lezen, moest ik van de juf het fonteintje schoonmaken of de planten water geven. Soms kreeg ik een voorleesbeurt. Dan struikelde ik over de woorden en werd ik door de hele klas uitgelachen.”

“‘Goed zo Lenie, je krijgt een vier’, sneerde de lerares. Dan voelde ik me zó klein worden. Dat jaar bleef ik zitten. Toen ik aan het begin van het nieuwe schooljaar aan de juf vroeg of ik dan nu eindelijk mocht lezen, antwoordde ze: ‘Kind, maak je niet druk, je blijft dit jaar toch weer zitten.’ Natuurlijk gaf dit mijn zelfbeeld een knauw. Ik dacht echt dat ik dom was en op mijn rapporten regende het onvoldoendes.”

“Mijn ouders waren lieve mensen die mij helaas niet konden helpen om de achterstand weg te werken. Mijn moeder moest in de vierde klas van school om geld te gaan verdienen, mijn vader stopte in de vijfde klas met school. Hun leven lang hebben ze keihard gewerkt in hun eigen café. Thuis waren er geen boeken, wel las mijn vader op zaterdag de krant.”

“Mijn moeder vroeg hem dan soms of er nog iets interessants in stond, waarop mijn vader haar dan een artikel voorlas. Pas onlangs realiseerde ik me dat zij waarschijnlijk ook niet goed kon lezen en dat daarom aan hem vroeg. Zo kon ze ook fantastisch koken, maar schreef ze haar recepten nooit op. Die probeer ik nu op de proef te evenaren.”

Lees ook:
Judith wordt langzaam blind: ‘De diagnose voelde als een doodvonnis’

Spelfouten

“Na de lagere school ging ik naar de huishoudschool. Iemand anders kreeg ik zo gek om boekverslagen voor mij te maken. Daarna volgde ik de opleiding voor kapster. Ik trouwde en kreeg twee kinderen. In mijn beleving redde ik me in die jaren heel aardig. Het klinkt misschien gek, maar ik had niet eens door dat ik laaggeletterd was. Ik kon heus lezen, maar schrijven deed ik niet. En als ik het wél deed, dan zaten er fouten in.”

“Een boodschappenlijstje wemelde al van de spelfouten. Ik hoorde altijd dat ik een slecht handschrift had, dus ik dacht dat het daaraan lag. Als ik bij instanties een formulier moest invullen, nam ik dat mee naar huis en liet ik het invullen door mijn vader en later door mijn ex-man. In die tijd waren er geen computers, alles kon ik telefonisch regelen en dat ging me prima af.”

Oude trauma’s

“Ik merkte wel dat ik mijn kinderen naarmate ze ouder werden moeilijk kon ondersteunen bij hun huiswerk. Dat vond ik pijnlijk, maar dat was nu eenmaal zo. Op een dag las ik in de krant: ‘De kapper heeft het vliegtuig gekaapt.’ Dat vond ik zo gek, want nergens in het verhaal kon ik iets terugvinden over een kapper. Met dat krantenartikel stapte ik 26 jaar geleden naar de leerkracht van mijn destijds zevenjarige dochter. Ik vroeg haar waarom ik dit niet snapte.”

“‘Je hebt een probleem met de open en gesloten lettergrepen’, zei ze. Ze verwees me door naar het ROC, waar ik via het volwassenenonderwijs NT1 – Nederlands als eerste taal – kon gaan volgen. De drempel om daarnaartoe te stappen was enorm hoog. Ik was bang en had zo’n negatief zelfbeeld: ik was dom en ik kon het allemaal toch niet. De oude trauma’s uit mijn schooltijd kwamen in alle hevigheid terug, maar ik zette door voor mijn kinderen.”

“Mijn verbazing was groot toen ik de deur van het leslokaal opende en een man of vijftien van mijn leeftijd in de klas zag zitten. Ik was dus niet de enige die moeite had met lezen en schrijven. Dat had ik jarenlang gedacht.”

Honger naar kennis

“Doodeng vond ik het om weer in de klas te zitten. Ik was bang om fouten te maken en als er iets werd gevraagd, hield ik mijn mond stijf dicht. Toch groeide heel langzaam mijn zelfvertrouwen. Ik leerde om niet te kijken naar wat ik verkeerd schreef, maar juist naar wat ik wél goed spelde. Dit werd ook aangemoedigd door de lerares die niet zoals mijn juf van vroeger steeds mijn fouten benadrukte, maar mij juist vertrouwen en begrip gaf.”

“Ik leerde alle basisstof die ik vroeger had gemist – spelling, grammatica en tekstschrijven – maar ook notulen en boekverslagen maken. In de jaren daarna haalde ik diverse certificaten om mijn algemene ontwikkeling bij te spijkeren. Zo friste ik ook mijn rekenen op. Ik wist bijvoorbeeld nooit de volglijn van kilo, pond, ons, gram of milligram. Ik hoorde de klok wel luiden, maar wist nooit waar de klepel hing.”

Vooruitgang

“Er ging een wereld voor me open. Het was alsof ik jaren achter een zwaar fluwelen theatergordijn had geleefd, dat ineens werd opengetrokken. Ik besefte dat ik mijn boodschappenlijstjes altijd fonetisch had gespeld. Een keertje kon ik er zelf geen wijs uit worden. ‘Spekselaas’ stond er op het briefje. Dat had dus speculaas moeten zijn, maar ik wist totaal niet hoe ik dat moest spellen en ik kwam zonder speculaas thuis. Mijn lijstjes werden steeds beter, merkte ik.”

“Ook kon ik eindelijk buitenlandse films met ondertiteling kijken. Eerder kon ik dat niet bijhouden, de woorden gingen veel te snel voor mij. Ineens snapte ik ook het huiswerk van mijn dochter. Fantastisch vond ik dat, ik gróéíde gewoon. Ik kreeg honger naar meer kennis en begon boeken te lezen. Ook volgde ik computerlessen en leerde ik Engels. Mijn wereld werd groter. Vroeger kon ik de straatnamen niet lezen, maar ik keek goed naar de omgeving. Zo kon ik met de tram reizen.”

“Nu zoek ik via een app precies uit hoe ik ergens kan komen. En in de auto kan ik zelf de navigatie instellen. Ook doe ik nu mijn eigen administratie. Na jarenlang te hebben gedacht ‘ik weet het niet en ik kan het niet’, besef ik nu: ik weet het wél.”

Meer zelfvertrouwen

“In 2006 werd ik taalambassadeur voor Stichting Lezen en Schrijven. Dat was destijds een nieuw project waarvoor ik werd gevraagd. Deze vrijwilligersfunctie heeft me fantastische dingen gebracht, zoals spreken met prinses Laurentien en diverse media-optredens. Als taalambassadeur vraag ik aandacht voor het feit dat er veel meer mensen zijn die moeite hebben met lezen en schrijven dan vaak wordt gedacht: in Nederland zijn dat er zo’n 2,5 miljoen.”

“Ik geef voorlichting aan bijvoorbeeld de GGD, de Sociale Dienst, politieke partijen en het Leger des Heils. Dan vertel ik over mijn eigen achtergrond, waar ik me tegenwoordig totaal niet meer voor schaam. Soms word ik door instanties gevraagd om teksten te keuren op leesbaarheid. Dat heb ik laatst nog voor de gemeente Almere gedaan voor een brochure over uitkeringen. Meteen struikelde ik over lange, ingewikkelde zinnen, moeilijke woorden en een onlogische indeling.”

“Ik weet uit ervaring dat laaggeletterden daarin vastlopen, die haken na twee zinnen af. Dus als taal­ambassadeur geef ik aan wat er anders moet en hoe het kan worden aangepast. Dat is écht nodig. Onlangs was er bijvoorbeeld ook veel kritiek op coronabrochures, waarin informatie onnodig ingewikkeld was geformuleerd. Zo zonde, want daardoor bereik je een groot deel van de doelgroep niet.”

Mondige vrouw

“Dat ik voor dat soort dingen word gevraagd, geeft mij kracht. Van een stil, onzeker persoon ben ik veranderd in een mondige vrouw die weet wat ze wil en niet meer over zich heen laat lopen. Zo heb ik al een tijd een lekkage in mijn huis, waarvan de schade nog steeds niet is verholpen. Van de woningbouwvereniging kreeg ik te horen dat ik een account moet aanmaken om een klacht te kunnen indienen.”

“Vroeger had ik niet geweten hoe ik dat moest aanpakken en een klachtenbrief schrijven had ik al helemáál nooit gedaan. Nu draai ik daar mijn hand niet meer voor om.”

“En toen mijn vader naar een verzorgingshuis ging, heb ik alle administratie aangepakt: zijn postadres moest worden aangepast, net als zijn bankrekening. Dat is geen enkel probleem meer. Net als praten via Teams of Zoom. Veel laaggeletterden hebben tegenwoordig problemen met digitale vaardigheden, maar gelukkig heb ik daar deze periode geen moeite meer mee gehad omdat ik al vóór de grote digitalisering om hulp vroeg.”

Niet dom

“Er zijn veel vooroordelen over mensen die laaggeletterd zijn. Buitenstaanders denken vaak dat alleen personen met een allochtone achtergrond moeite hebben met lezen en schrijven. Maar het geldt net zo goed voor mensen voor wie Nederlands wél de moedertaal is. Ik ben daar het levende bewijs van. De meeste mensen gaan er klakkeloos van uit dat iedereen goed leest en schrijft. Ze denken: je hebt hier op de basisschool en middelbare school gezeten, dus dat zit wel snor.”

“Het taboe hierop houden laag­geletterden onbewust zelf in stand door er niet over te praten, soms niet eens met hun partner of familie. Of ze zijn zich er niet eens echt van bewust, zoals ik vroeger de schuld gaf aan mijn handschrift. Een ander vooroordeel over laaggeletterden is dat ze dom zijn. Dat heb ik zelf ook heel lang gedacht. Daarom wilde ik ook nooit meedoen aan kennisspelletjes. Ik weet nog hoe ik jaren geleden een potje Triviant won; wát een triomf gaf dat.”

“Vroeger las ik zelden boeken. Voor mijn Nederlandse lessen moest ik er wel aan geloven. Ik begon met weerstand, maar ben ervan gaan genieten. Ik houd vooral van thrillers van bijvoorbeeld Saskia Noort en Esther Verhoef. En soms schrijf ik teksten om mijn hoofd leeg te maken. Die post ik op Facebook en ik krijg er nog complimenten op ook.”

“Letters hebben mij uiteindelijk meer vrijheid, kracht en lef gegeven dan wat dan ook in deze wereld. Eerst gaven ze mij pijn. Bij elk woord dat ik opschreef zat de angst dat ik het niet wist. Wat een bevrijding was het toen ik leerde dat ik wél kon lezen en schrijven. En dat bracht me uiteindelijk onafhankelijkheid. Vroeger dacht ik dat ik me prima kon redden, nu weet ik zeker dat dat echt zo is.”

Week van Lezen en Schrijven

In Nederland hebben zo’n 2,5 miljoen volwassenen moeite met lezen, schrijven en/of rekenen. Vaak missen zij ook digitale vaardigheden om goed om te gaan met een computer, smartphone en tablet. Tijdens de Week van Lezen en Schrijven, dit jaar van 6 tot en met 12 september, vraagt Stichting Lezen en Schrijven samen met honderden gemeenten, bibliotheken, ziekenhuizen en vrijwilligersorganisaties extra aandacht voor het verminderen en voorkomen van laaggeletterdheid in Nederland.

Kijk voor meer info op lezenenschrijven.nl.

Tekst | Anne Broekman
Fotografie | Mariel Kolmschot

Ook interessant