Word abonnee

Kies nú voor een abonnement met korting

Abonneer nú met korting

Persoonlijk

Kluun (56) over zijn nieuwste boek: ‘Ik heb geen gêne, in ‘Familieopstelling’ ook niet’

kluun-margriet.jpg

Wie Familieopstelling in handen krijgt, heeft met deze beschrijving op het omslag meteen in een notendop de inhoud van het boek te pakken. Naar beproefd Kluun-recept leest het als een trein, is het wederom bijna pijnlijk openhartig, grappig en soms onthutsend, maar vooral ontroerend. Het is de zoektocht van een kwetsbare vijftiger die zich afvraagt of hij wel de persoon is geworden die hij wil zijn, en die vervolgens flink met zichzelf aan de slag gaat.

Resultaat: Raymondus Godefridus Norbertus van de Klundert, beter bekend als Kluun, is met het ouder worden wel degelijk wijzer, maar ook zachter en milder geworden, vertelt hij op zijn Amsterdamse woonboot.

Toen ik Familieopstelling las, dacht ik door de ontwikkeling die je je alter ego Stijn laat doormaken dat er misschien sprake is van catharsis, de emotionele zuivering van Kluun?

Hij lacht: “Mensen die het licht zeggen te hebben gezien moet je per definitie wantrouwen, vind ik. Ik werd in de bloei van mijn leven geconfronteerd met het feit dat het leven niet maakbaar is; mijn vrouw kreeg immers kanker. Inmiddels zijn we bijna twintig jaar verder en begon ik dit boek aanvankelijk met mijn eigen naam, Raymond, te schrijven. Tot ik mij realiseerde dat ik niet de geschiedenis van de familie Van de Klundert uit Tilburg wilde vertellen, maar het verhaal van een vijftiger die zichzelf na een aantal gestrande relaties begint om te spitten. Dat vond ik interessanter, en door ‘Stijn’ te gebruiken kon ik bepaalde dingen wat vetter aanzetten.

Maar zijn frustraties en emoties zijn de mijne. Op deze leeftijd raak je opeens geïnteresseerd in hoe je ouders in elkaar zaten en hoeveel invloed dat op jouw karakter heeft gehad. Ik ben opgegroeid in Tilburg – een echte Kruikenzeiker dus – vertrok naar Amsterdam, kwam in de reclame terecht, trouwde, werd vader, verloor mijn vrouw aan kanker, hertrouwde, kreeg nog twee dochters, scheidde acht jaar geleden, en heb daarna nog een langere en enkele korte relaties gehad. Zeven jaar geleden viel mijn vader opeens dood neer en vorig jaar april stierf mijn moeder op 82-jarige leeftijd aan alzheimer.

In de afgelopen jaren ben ik door een heel proces gegaan. Ik ging in therapie, heb intensieve sessies bij een topcoach gevolgd, ben zelf een opleiding tot coach gaan doen en ik heb ook zo’n intensieve therapieweek in het buitenland bijgewoond, zoals ik in Familieopstelling beschrijf. Dus, om eindelijk antwoord op je vraag te geven: nee, ik voel me niet gezuiverd. Wel weet ik nu veel meer van mijzelf; van mijn valkuilen, mijn demonen, waar ik goed in ben. Ik heb meer zelfacceptatie dan vijf of tien jaar geleden.”

Waar zat dat gebrek aan zelfacceptatie in?

“Net als ieders persoonlijkheid is ook de mijne een pakketje. Ik weet nog dat mijn huidige vriendin in het begin van onze relatie vroeg: ‘Ben jij lief?’ Waarop ik antwoordde: ‘Ik ben ongelooflijk lief!’ Dat klinkt raar, want ik weet dat ‘lief’ of ‘trouw,’ wat ik ook ben, niet het eerste is wat mensen met mij associëren. Toch heb ik de meeste van mijn Brabantse vrienden uit de jaren tachtig nog, ik ben trouw aan mijn familie en als ik een relatie heb, dan heb ik daar alles voor over. Ik ben een romanticus die gelooft in eeuwige liefde. Mijn ouders zijn zestig jaar gelukkig getrouwd geweest. Mijn zus Melanie is ook al vijfentwintig jaar samen met haar vriend.

Maar bij mij is er steeds iets geweest waardoor dat niet lukte. Hoe kan dat? We komen immers uit hetzelfde nest. De kanker van Judith kan ik mijzelf moeilijk verwijten, maar bij de anderen was er wel sprake van een patroon. Niet dat ik nu het licht heb gezien en de heilige formule voor een succesvolle relatie heb doorgrond, het is meer dat ik nu weet wat ik kan, wat ik wil, en wat ik te bieden heb. En ik ben ouder geworden, dat scheelt ook.”

Bij ons vorige interview was je met Nicole. Over haar zei je stellig: ‘Dit is voor altijd.’ De romantische intentie is dus wel aanwezig.

“Ja. Nicole en ik zijn smoorverliefd geweest. Maar onze karakters lagen zó ver uit elkaar, dat ik mij op een gegeven moment serieus begon af te vragen of onze relatie die karakterverschillen zou kunnen overleven. Dat is ons uiteindelijk niet gelukt.”

Ik kreeg door dit boek de indruk dat je misschien spijt hebt dat je Komt een vrouw bij de dokter hebt geschreven?

Beslist: “Nee, zeker niet.”

Ik vraag het omdat je in Familieopstelling meer dan eens terugkomt op je imago bij het grote publiek. Je schrijft: ‘Mijn bekendheid is een zelfgecreëerd monster. Eerst was er het boek waardoor ik mezelf pardoes een imago bezorgde als ’s lands bekendste vreemdganger sinds Prins Bernhard.’ Zou je Komt een vrouw bij de dokter nu weer op dezelfde manier schrijven?

“Absoluut. Al ben ik blij dat ik destijds de impact ervan niet kon bevroeden. Ik wist dat het een heftig verhaal was, maar dat er meer dan een miljoen exemplaren van zouden worden verkocht en dat het boek zou worden verfilmd natuurlijk niet. Het is een zelfgecreëerd monster geworden ja, omdat ik mijn zwarte kant durfde te laten zien.

Als lezer wil je de ik-persoon dolgraag een enorme lul vinden, maar ergens denk je: wacht even, als ik zelf 35 zou zijn, hoe zou ik dan reageren? Geloven in je eigen normen en waarden is lekker comfortabel, maar je weet pas wat die normen en waarden en ‘in voor- en tegenspoed’ waard zijn als – op z’n Amsterdams gezegd – de pleuris in je leven uitbreekt. Iedere ziekenhuispsycholoog kan je vertellen dat, zeker op die leeftijd, een relatie enorm onder druk komt te staan als een van de twee een terminale ziekte krijgt. Ik heb geen gêne, in Familieopstelling ook niet. Daar zullen mensen ook wel weer van alles van gaan vinden.”

Best bijzonder, de meeste mensen hebben de natuurlijke neiging om aardig gevonden te willen worden.

“Maar die behoefte heb ik wel degelijk, aardig gevonden worden. Kennelijk is de drang om uitgesproken te zijn nog net iets groter.”

Even terug naar Familieopstelling: welke karaktereigenschappen deel jij met je ouders?

“Mijn moeder kon niet, zoals ze dat noemde, tegen ‘verveel’. Als mijn zus en ik een beetje aan het kibbelen waren, zei ze (zet een Tilburgs accent op): ‘Gin ruzie maoke!’ Of: ‘Hè, zèèt ’s een bietje lief vur mekaor.’ Ik kon gewoon niet boos worden op haar. Nog steeds niet hoor, dat zit heel diep. Mijn moeder heeft als kind continu ruziënde ouders meegemaakt. Het gevolg was dat ze banger was voor ruzie dan voor de Derde Wereldoorlog.

Wat ik in therapie heb ontdekt, is dat ik – net als mijn vader die dat al helemaal tot kunst had verheven – altijd bezig ben geweest om mijn moeder uit de wind te houden. Op zijn beurt had mijn vader podiumdrang. Hij wilde prins carnaval, quizmaster én bingomaster zijn. Mijn vader had aandacht nodig en die kreeg hij zestig jaar lang van mijn moeder. Mijn moeder had liefde en harmonie nodig en die kreeg zij zestig jaar lang van mijn vader. Dat was de simpele formule van hun liefde.

Het is heel interessant om onderzoek naar je ouders en grootouders te doen, te ontdekken waar bepaalde karaktereigenschappen vandaan komen. Mijn conflictvermijdende gedrag komt dus door mijn moeder. Mijn podiumdrang heb ik van mijn vader. We hebben, en dat is mijn diepe overtuiging, door onze jeugd allemaal onze eigenaardigheden, kleine of grote trauma’s, maar ik vind het niet erg fraai om als vijftiger nog steeds met een beschuldigende vinger naar je ouders te wijzen. Wat er ook gebeurt in je leven, je hebt zelf de mogelijkheid om de regie weer terug te pakken. Dat zeg ik als coach ook: ‘We gaan op zoek naar de oorzaak waarom je hier zit, maar je zult jezelf op een bepaald moment toch een trap onder je reet moeten geven om je leven weer op te pakken.’”

Hoe ben je in het coachen terechtgekomen?

“Dat kwam eigenlijk door DJ Armin van Buuren die, toen ik hem vertelde blij te zijn met een goede recensie, zei: ‘Je hebt twee miljoen boeken verkocht, dus wat interesseert het jou wat de recensent van Vrij Nederland vindt?’ Als je iets creatiefs maakt, of dat nou muziek, een schilderij of een boek is, stel je letterlijk iets ten toon. Dan mogen mensen daar iets van vinden. Hun mening kun je hooguit ter kennis aannemen, maar als je er je oren naar laat hangen, kun je niet meer creëren. Die houding had Armin van een coach geleerd toen hij zelf merkte dat ‘wat anderen vinden’ zijn werk was gaan beïnvloeden.

Ik besloot om naar Armins coach te gaan. Aan die gesprekken heb ik heel veel gehad; ik was zelfs zó onder de indruk van die man en zijn werk, dat ik besloot om zelf coach te worden. Via hem ben ik bij de opleiding van Anne de Jong terechtgekomen. Daar heb ik keurig in een klasje de opleiding gevolgd en voltooid. Later vroeg Anne mij een keer advies over de titel van haar nieuwe boek. Ik heb haar uitgenodigd, we hebben het drie keer zakelijk kunnen houden, maar het was niet te stoppen. Nu heb ik al meer dan een jaar verkering met mijn juf!”

Wat leuk, maar was het voor jou niet goed geweest om eens langere tijd single te zijn?

“Dat zeiden mijn beste vrienden ook. En ik had het mij echt heilig voorgenomen. Maar als single ben ik tamelijk zelfdestructief en dan loopt het binnen de kortste keren zwaar uit de hand. Dan haat ik mezelf. De clash tussen het intieme van seks en de leegheid die je bij ‘seks om de seks’ ervaart is mij in de loop der jaren steeds meer tegen gaan staan. Ik kon het niet eens meer verdragen als zo’n ‘los contact’ wilde blijven slapen. Met Anne vind ik dat juist heerlijk! Ik ben gewoon een gelukkiger mens als ik een relatie heb. De diepte van continuïteit in de liefde ben ik steeds meer gaan waarderen. Ik ben al jaren zo trouw als een hondje.” 

Dus met Anne is het echt voor altijd?

“Ja. Ik heb mooie liefdes gehad, maar de karakters van Nathalie, van Nicole en van mij liepen enorm uiteen. Dat was niet het geval met Judith, zij was in spiritueel en psychisch opzicht veel verder dan ik. Wij pasten heel goed bij elkaar, maar het is niet ondenkbeeldig dat wij, als zij niet was gestorven, op een bepaald moment toch waren gescheiden omdat zij mijn vreemdgaan beu was geworden. In Anne heb ik een vrouw gevonden met wie ik ook in alles op één lijn zit. Ik ben rijp voor die liefde, wat ik als dertiger niet was. Dus ja. Volmondig ja. Kluun heeft zijn vrouw gevonden.” Met een lach: “Hoezee! Komt het toch nog goed!”

Artikelen van Margriet ontvangen in je mailbox?
Schrijf je in op margriet.nl/nieuwsbrief.

Tekst | Heleen Spanjaard
Beeld | Bart Honingh

Dit interview met Kluun is eerder verschenen in Margriet 39– 2020 Dit nummer terug lezen? Ga dan naar Magazine.nl.

Ook interessant