Word abonnee

Kies nú voor een abonnement met korting

Abonneer nú met korting

Persoonlijk

Kitty (56) kreeg hersenmalaria: ‘Toen ik op de ic lag dacht ik maar één ding: ik ga niet dood, no way!’

kitty-56-kreeg-hersenmalaria.jpg

Toen Kitty van der Heijden voor haar werk in Ethiopië woonde, kreeg ze hersenmalaria. De vooruitzichten waren somber. “Op de ic begon ik na te denken. Over mijn leven en de keuzes die ik had gemaakt.”

“Ik had het helemaal niet door. Dacht dat ik een griepje had. Ik woonde met mijn man en twee kinderen alweer een paar jaar in Ethiopië en ik had in de weken voordat ik ziek werd veel gereisd. Vliegtuig in, vliegtuig uit. In New York, waar ik net was geweest, was een griepgolf. Ik was nooit ziek en dacht: dit gaat wel weer over.”

Tropische hersenmalaria

“Toen ik twee dagen op bed lag, zei mijn man dat ik misschien toch eens langs een dokter moest gaan. ‘Ik heb je in de afgelopen 25 jaar nog nooit zo gezien,’ zei hij. Dus gingen we langs een Zwitserse dokterspost. ‘Je hebt tropische hersenmalaria,’ zei hij de arts nadat hij mijn bloed had onderzocht. ‘Dat is dodelijk. Je had beter moeten opletten.’ Er is een verschil tussen ‘gewone’ malaria, waarbij je hoge koorts krijgt maar waarbij je wel meer kans hebt om beter te worden, en hersenmalaria. Bij hersenmalaria worden ook je hersenen aangetast en vallen al je organen uit. In Afrika is hersenmalaria in veel gevallen dodelijk. Ik schrok me wezenloos. Het kwam als een totale verrassing.”

Antimuggenspray, lange broeken en dikke sokken

“Als diplomaat reis ik de hele wereld over en ben ik me bewust van de risico’s die bepaalde landen met zich meebrengen. Uiteraard hoort daar ook malaria bij. Ter preventie kun je malariatabletten slikken, maar die zijn eigenlijk alleen voor kortdurend gebruik. Als je, zoals ik, een paar jaar ergens woont, is het beter om andere maatregelen te treffen. Daarom waren wij elke dag zodra het ging schemeren extra alert: inspuiten met antimuggenspray, lange broeken en shirts aan, dikke sokken en dichte schoenen. Dat ging al jaren goed. Ik had dan ook geen seconde aan malaria gedacht.

Later vroeg iemand: heb je in de twee weken voorafgaand aan je ziekte iets anders gedaan dan anders? Toen viel het kwartje. Mijn man en ik hadden inderdaad twee weken eerder een feestje gehad, op het strand. Een chic en formeel Oud & Nieuwfeestje: jasje-dasje voor mijn man en een jurk – met split – voor mij. Natuurlijk had ik me goed ingespoten, maar voor één keer had ik mijn lange broek en dikke sokken verruild voor iets elegants. Toen moet het zijn gebeurd.”

Killer nummer één

“Ik moest een paar dagen in het ziekenhuis blijven en kreeg medicatie via een infuus. De arts was hard en ietwat afgestompt. Zonder eromheen te draaien, zei hij dat dit weleens einde verhaal zou kunnen betekenen. In Ethiopië is malaria killer nummer één, dus voor hem was ik de zoveelste patiënt. Toch ging het na een paar dagen beter met me. De arts kon in mijn bloed zien dat er een ‘omslagpunt’ was. Het ging de goede kant op en ik werd ontslagen uit het ziekenhuis. Hij had te vroeg gejuicht. Al snel werd ik héél ziek. Zo ziek, dat ik het toilet grenzend aan mijn eigen slaapkamer niet meer kon vinden. In allerijl reed mijn man mij terug naar het ziekenhuis. De pillen die ik had meegekregen bleken niet te werken. De parasieten waren resistent.”

Verrijkend leven

“Ik heb altijd veel gereisd en veel verschillende plekken op de wereld gezien. Mijn vader werkte bij Shell en als kind groeide ik op op Curaçao. Na mijn studie begon ik – eerst alleen, later met mijn man en nog later met onze twee kinderen – aan een soortgelijk leven. Een hectisch bestaan, waarin je steeds opnieuw moet aarden en je weg moet zien te vinden. En dat een prijs heeft, want je bent er niet als je vader overlijdt, je vrienden trouwen of als je zus een kind krijgt. Maar het is ook een verrijkend leven. Door het reizen, maar vooral door het werk dat ik doe.”

‘Ik ga dit gewoon overleven’

Toen ik hersenmalaria kreeg, was ik dus in Ethiopië gestationeerd. Als directeur Afrika en Europa bij het World Resources Institute leidde ik het ontwikkelingswerk vanuit dat land. En daar, op die ic, dacht ik maar één ding: ik ga niet dood. No way. Ik ga dit gewoon overleven!

Er was een Noorse arts die de leiding had. Ik had vertrouwen in hem. Ook was ik dankbaar dat ik überhaupt in het ziekenhuis kon worden opgenomen. Als ik een Ethiopische vrouw was geweest zonder geld, had ik helemaal geen zorg ontvangen en was ik zeker doodgegaan. Mijn zussen riepen door de telefoon dat ik naar Nederland moest komen. Dat ik beter hier kon worden behandeld. Maar wat weten we in Nederland over malaria? De kennis in Ethiopië over dit soort tropische ziektes is vele malen groter. Dus gaf ik me over aan de arts en de verpleegkundigen. Niet dat ik die gesprekken met mijn zussen heel bewust heb gevoerd; ik kan me weinig van die eerste dagen op de ic herinneren. Mijn man heeft me later verteld dat de paniek bij mijn familie groot was.”

Nadenken

“Na vijf dagen begon ik, tegen verwachting in, op te knappen. Doordat ik via een infuus verschillende medicijnen kreeg toegediend, begonnen mijn vitale organen weer te functioneren. En werd ik weer wat helderder in mijn hoofd. Ik begon na te denken. Over mijn leven, over de keuzes die ik had gemaakt. Had ik het de afgelopen vijftig jaar allemaal goed gedaan? Had ik wellicht iets anders moeten doen?”

‘Dood is onomkeerbaar’

“Mijn moeder overleed toen ik vijftien jaar was, heel plotseling. Tijdens een vakantie werd ze ’s nachts onwel. Mijn vader heeft haar nog geprobeerd te reanimeren, maar een hartaanval in combinatie met een longembolie is haar fataal geworden. Haar overlijden heeft een grote impact op me gehad en me ervan bewust gemaakt dat het morgen zomaar over kan zijn. Daarom heb ik sinds haar dood elke dag ten volle geleefd. Een jaar voor haar overlijden overleed de jongen op wie ik heel verliefd was aan een hersentumor.

Deze twee gebeurtenissen hebben me geleerd dat de dood onomkeerbaar is. Dat je bijvoorbeeld niet met ruzie uit elkaar moet gaan, omdat degene die je liefhebt er zomaar niet meer kan zijn. Tot op de dag van vandaag denk ik: had ik maar tegen mijn moeder gezegd dat ze een fantastische moeder was. Maar ik was een heel recalcitrante puber, dus heb ik dat nooit gedaan en daar heb ik spijt van. Aan dat soort dingen dacht ik toen ik op de ic lag.”

Een nieuw inzicht door hersenmalaria

“Ik leefde altijd al heel bewust door mijn vroege ervaring met de dood. Toen ik echter genas van hersenmalaria en weer levend dat ziekenhuisje uitstapte, had ik er een nieuw inzicht bij gekregen: in al die jaren was ik mezelf vergeten. De keuzes die ik had gemaakt met betrekking tot mijn gezin en mijn werk zou ik zo weer maken. Maar ik was mezelf behoorlijk voorbijgelopen. Ik realiseerde me dat ik altijd betekenis had gehaald uit het feit dat ik van betekenis kon zijn voor een ander. Of dat nu mijn man was, mijn kinderen of die arme boer in Ethiopië.

Rust nam ik niet. Ik was net dat Duracell-konijntje dat maar doorging en doorging. Eten? Dat deed ik even snel tussendoor. Sporten? Geen tijd voor.Dat moest anders. Ik kwam tot het inzicht dat tijd nemen voor jezelf niet egoïstisch is, maar essentieel. Waarom zou ik goed voor een ander willen zorgen en niet voor mezelf?”

Fitter dan ooit

“Sinds die januarimaand in 2018, waarin ik zo ziek was, ben ik anders gaan leven. Ik drink geen alcohol meer en eet geen vlees. In Ethiopië begon ik met kickboksles. Nu ik weer in Nederland woon, zwem ik twee keer per week in ijskoud natuurwater. Ik voel me een ander mens. Ik ben 25 kilo afgevallen en voel me fitter dan ooit. Als directeur-generaal ontwikkelings-samenwerking bij Buitenlandse Zaken zit mijn agenda van minuut tot minuut helemaal vol.

Tegenwoordig geef ik echter mijn grenzen aan. ‘Mij niet bellen tussen vijf uur ’s middags en acht uur ’s avonds,’ zeg ik bijvoorbeeld tegen collega’s. Die uren zijn voor de kinderen. Mijn man is momenteel ambassadeur in Zweden en voor het eerst in dertig jaar sta ik er thuis even alleen voor. Er moet worden gekookt en ik wil tijd hebben voor mijn kinderen. Dus dat moment baken ik af.”

‘Altijd keuzes gemaakt uit mijn hart’

“Weet je, ik was altijd al gelukkig. De keuzes die ik heb gemaakt in mijn leven, heb ik altijd gemaakt vanuit mijn hart. Ik kon twintig jaar geleden bijvoorbeeld de jongste ambassadeur ooit worden. Een gigantische promotie, waar menigeen van droomt. ‘En mijn man dan?’ vroeg ik. ‘Kan hij mee?’ Toen bleek dat dat niet mogelijk was, wist ik meteen: dit moet ik niet doen. Ik zou ongelukkig worden van het gescheiden leven van mijn man. Zo’n titel is dan niet belangrijk. We leven nu wel even tijdelijk apart, maar vanuit Zweden kunnen we makkelijk heen en weer reizen. Vanuit het land waar ik destijds zou worden gestationeerd niet.

Ik heb er nooit spijt van gehad. Keuzes maken op basis van je gevoel is mij dus niet vreemd. En het mooie is: het pakt dan ook altijd goed uit. Als je je keuzes maakt op basis van wat anderen van je verwachten of omdat je dan een bepaalde status hebt in de maatschappij: dat werkt niet. Daar word je doodongelukkig van. Kiezen voor geluk is een keuze. Maar mijn leven is nog mooier geworden nu ik beter voor mezelf zorg. Ik ben meer ontspannen. Heb energie voor tien. Pas nu pluk ik écht de dag.”

Tekst | Nathalie de Graaf
Fotografie | Mariël Kolmschot

Dit artikel verscheen eerder in Margriet 29-2021. Dit nummer nabestellen kan via lossebladen.nl.

Ook interessant