Word abonnee

Kies nú voor een abonnement met korting

Abonneer nú met korting

Persoonlijk

Marjan: ‘Het hele huis blauw van dat onzalige gegourmet’

hr_margriet-marjan-van-den-berg_0094-lichtblauw.jpg

Ze vindt het heus inspirerend, al die stijlvolle recepten en mode­reportages in de bladen. Maar eerlijk is eerlijk: de gemiddelde kerst bij Marjan van den Berg thuis ziet er toch nét iets anders uit. Erg? Welnee! Gewoon aan overgeven. Vól overgave.

Een scheve kerstboom, een half aangebrande kalkoen die het hele huis in rookwolken hult en een zwart jurkje met legergroene crocs eronder; op geen enkel moment in het jaar zijn mijn onvolmaaktheden zó zichtbaar als juist met kerst. Nu zou ik daarmee kunnen leven, als ik niet al bijna een leven lang hier, in mijn Margriet, reportages zie van hoe het wél moet. Met koppen als ‘De perfecte kerst zónder stress, inclusief een diner van twaalf gangen’. Het is om gek van te worden.

Een aanslag op het milieu

Omdat ik in mijn kerstviering nooit enige structuur kan ontdekken, geef ik mijn verhaal structuur mee. Ik ga mijn chaotische kerststress opdelen in onderdelen. Wie weet knap ik ervan op. Laten we beginnen met de kerstdecoratie. Zijn er meer mensen bij wie de kunststof guirlandes uitvallen? Guirlandes zijn van die slingers die je decoratief langs bovenkanten van kasten kunt vouwen. Op je schoorsteenmantel staan ze ook prachtig. Ik heb ze met lampjes erin en het effect is geweldig.

Nu liggen die dingen bijna het hele jaar geplet in een vuilniszak op zolder, dus moet ik urenlang geduldig al die takjes terugvouwen om de boel wat volume mee te geven. Dat ging twee jaar lang goed. Lang leve de duurzaamheid. Het derde jaar verloren ze naaldjes. Je zou je kunnen verheugen op het authentieke effect: ze lijken wel echt! Maar in jaar vier werden ze kaal. En in jaar vijf viel er niks meer op te fluffen. Mijn guirlandes waren niets meer en niets minder dan een zonderlinge constructie van sneue plastic draadjes. Dus gooide ik ze weg. Met een knoop in mijn maag, want wat een aanslag op het milieu, al die slingers, al dat plastic, al die zooi.

Hoek vol lelijkheid

Daar trap ik dus niet meer in. Ik zet nu duurzame versiering neer, die eeuwen meegaat. Zoals de houten sterren die mijn buurvrouw zelf in elkaar knutselde en verkocht op onze dorpskerstmarkt. Ik woon in zó’n klein dorp, dat je met goed fatsoen geen kraampje van een dorpsbewoner kunt overslaan. Dus kocht ik die sterren. Ik vind ze lelijk. Te groot, te log, lomp, foute kleur ook. Ik zet ze altijd achter de kerststal die ik ruim dertig jaar geleden bij de Hema kocht. Het kindje Jezus lijkt sprekend op een biggetje en Maria is verschrikkelijk scheel. Ik zet er ook de enorme glazen sneeuwbal bij, waarin je een plastic voorstelling ziet van het kerstverhaal, en die Stille nacht, heilige nacht speelt in een tempo waarop Gabber Piet (waar is die jongen gebleven?) vroeger Hakke & Zage zong. De ervaring leert dat een hoek in de kamer een heel speciale sfeer krijgt als je daar alle lelijke dingen bij elkaar zet. Je kunt er altijd even heen lopen als je de slappe lach wilt krijgen.

Een halve boom en twee pieken

Tot zover de versiering. Laten we de boom behandelen. De kerstboom. Ik bedacht laatst dat ik die vanaf mijn eerste zelfstandige kerst had moeten vastleggen in kruissteekjes. Met het jaartal erbij. Dan had ik al die lapjes aan elkaar kunnen naaien en op tafel kunnen gooien als kerstkleed. Dat had mooie verhalen en herinneringen opgeleverd! De jaren dat ik tegen Jan achteloos zei: ‘Joh, doe maar wat.’ En dan een halve boom kreeg met een platte achterkant en geen piek. Het jaar dat ik er eentje had met twee pieken. Sinds dat jaar heb ik een engel én een piek. Dat kleintje, dat zelfs op een tafeltje nog schriel oogde.

Een ritselende boom

De jaren dat jonge honden en kleinkinderen alles sloopten, zodat we er kunststof ballen in hingen, die door de kamer stuiterden, elke keer als hij omviel. Die keer dat een hond met zijn achterpoot in het snoer kerstlampjes bleef haken, zodat de hele verlichting op de onderste takken kwam te hangen. Dat hebben we maar zo gelaten. Want wat een werk om dat ding helemaal opnieuw op te tuigen. Die ene, die al een dag na kerst al zijn naalden liet vallen. In een gestage stroom. Als je heel stil was, hoorde je ze ritselen. En de boom uit mijn jeugd, met echte kaarsjes die op kerstavond een uurtje mochten branden, terwijl mijn moeder met haar ene hand mij vasthield en met haar andere hand de natte dweil, voor als er iets vlam vatte.

Twee bomen voor de prijs van één

Vorig jaar kreeg ik twee bomen voor de prijs van één. Door corona moesten alle kerstboomverkopers hun handel dumpen en zo kregen we er eentje voor binnen en eentje voor buiten. We zetten de buitenboom voor het raam bij de eettafel. Dat doen we dit jaar weer. Lichtjes maken veel goed, voelen we. En voor wie nu napiekert over dat borduur-idee, wat ook wel weer een ontzettend karwei is: je kunt ze natuurlijk ook tekenen! In een boekje. Aquarel of zo. Of kleurpotlood. En dan dat boekje met kerst doorbladeren met iedereen die je lief is. Jammer dat ik er niet eerder op ben gekomen, maar ik ga er met terugwerkende kracht zeker een poging aan wagen.

Lees ook:
Aaf is dól op kerstvoorpret, maar weet dat die niet zonder gevaar is

Dat onzalige gegourmet

En laten we ons nu eens over het kerstdiner buigen. Ik durf te wedden dat ook in dit nummer van Margriet iets wordt gepresenteerd met de aanprijzing ‘zonder stress’ of ‘eenvoudig voor te bereiden’. En dat is het nooit. Echt nooit. Afgelopen jaar heb ik mijn halve huis verbouwd en er een restaurant van gemaakt. Alle dochters met partner en/of kinderen op anderhalve meter van elkaar aan een eigen tafel met een eigen gourmetstel. Wat een gedoe. Al dat geschreeuw tegen elkaar in een poging toch nog een soort gesprek te voeren. Al die verlengsnoeren. En kóúd, met de tuindeuren open voor de ventilatie! En evengoed nog het hele huis blauw van dat onzalige gegourmet. Toen de kinderen weg waren, heb ik even overwogen om de hele boel zo te laten staan en gewoon in die toestand te verkopen. Ergens anders opnieuw beginnen leek me even een stuk relaxter. Maar we wonen er nog. En we gaan het deze kerst anders doen.

Afhaalchinees

Maar dat roepen we dus elk jaar. Ik heb alles al geprobeerd. Twee dagen de keuken in en op bordjes opgemaakte gangen serveren. Wat een werk. Ooit was ik pas geopereerd en haalden we afhaalchinees in een dorp verderop. De bakken gingen zo op tafel. In elke bak stak Jan ter verhoging van de kerstgedachte een plastic takje hulst. Het was op etensgebied echt het treurigste wat ik ooit heb gezien. De klassieke maaltijd van die enorme kalkoen in de oven met stoofpeertjes, aardappelpuree is nog het minst arbeidsintensief. Maar toch. We schuiven steeds meer naar de vegetarische kant. Biologisch op zijn minst. Dat maakt het niet eenvoudiger.

Het kerstgezelschap is vanaf vorig jaar ook nog eens variabel. Ik claimde kerst als enige dag in het jaar, maar moderne families worden steeds ingewikkelder en er zijn soms in twee dagen zó veel verplichtingen, dat ieder normaal mens er grijs van wordt. Dus heb ik het losgelaten. Kijk maar of je komt. Het hoeft niet. Wie weet zitten Jan en ik dit jaar samen aan de kerstdis. Dan is er één ding zeker: dat is zonder stress.

Twister in kokerrok

Kleding. Ook zoiets. Alle dochters kopen iets nieuws voor kerst. Elk jaar. Ik deed dat vroeger ook. Nu ben ik helemaal gelukkig omdat ik een jurkje van tien jaar geleden weer pas! Als je oud genoeg wordt en lang genoeg alles bewaart, krijg je deze geluksmomenten er gratis bij. Glimmende oorbellen, rinkelende armbanden, een mooie panty met een strikje boven mijn hiel, mijn hoge hakken in de hoek, crocs aan en klaar. Die hakken trek ik alleen aan als ik op de foto ga. Want ik loop af en toe naar de schuur waar schalen eten staan en waar flesjes bier in de koelkast liggen. Dat grasveld steek ik niet over op mijn hakken. Gekke Gerrit. Bovendien zien die drie dochters in hun strakke kokerrokken er al snel niet meer uit als ze besluiten Twister te gaan spelen. En dat besluiten ze elk jaar weer, ook al kleden ze zich er nooit op.

Kerstpakje onder de wortelpuree

De rest van de familie is ook al nauwelijks presentabel. Jongste kleindochter Billie krijgt voor het eerst hapjes groente. Haar moeder vindt een slab afschuwelijk, dus dat kleinkind pruttelt straks een beeldig kerstpakje onder de wortelpuree. Als die kleine haar best doet, zit de hele familie straks onder. Kleinzoon Tos heeft iets nieuws ontdekt: hij drukt de tuut van zijn waterbeker tegen zijn T-shirt en veroorzaakt zo natte vlekken op zijn kersthemdje. Die zit al snel aan tafel alsof hij meedoet aan de competitie Mister Wet T-shirt. En sinds Jan heeft gelezen dat een driedagenbaard hartstikke trendy is, laat hij die staan. Lang niet zo gesoigneerd als de mannen die ik zie in zo’n gelikte kerstreportage. Maar daar ontbreken ook crocs, Twisterende meiden en kinderen onder de worteltjes en in natte kleren. Laat mij maar eens zo’n reportage stylen. Dan zou iedereen zeggen: ‘Wow, dat herken ik. Zo’n zooitje is het bij mij ook altijd.’ Mijn hoofdfoto wordt een close-up van de hond die wegsluipt met een kalkoenpoot in zijn bek.

Houden van kerst

En toch… Ik houd van kerst. Echt. Ik houd van tuincentra vol kerstversiering, van de geur van dennenbomen, van non-stop kerstmuziek op de radio, van lichtjes langs dakranden en van marshmallows bij de vuurkorf en warme chocolademelk. Van glühwein ook en van kerstverhalen over iemand die héél eenzaam is en dat alles dan aan het eind toch goed komt. En ik houd bovenal van het kerstverhaal. Dat verhaal van dat kind en van dat vaste vertrouwen dat er ooit vrede komt. Overal en voor iedereen. En dat we daar dan in een optocht op kerstavond heel mooi en zuiver over zingen met kaarsen in onze handen. En dat het dan zachtjes begint te sneeuwen. Zo’n kerst wens ik mezelf. En zo’n kerst wens ik jou!

Tekst | Marjan van den Berg
Beeld | Getty Images

Ook interessant