null Beeld Boris van Mierlo (portret Kees) en privébeeld.
Beeld Boris van Mierlo (portret Kees) en privébeeld.

PREMIUM

Kees van der Spek over Peter R. de Vries: ‘Hij deelde het verdriet van velen en dat knaagde heel erg aan hem. Zo’n grote vent, met een piepklein hartje’

Een jaar geleden leidde de moord op Peter R. de Vries tot grote verbijstering. Kees van der Spek werkte jarenlang samen met Peter. In Margriet blikt hij terug op die bijzondere periode en op de roerige tijd rondom Peters schokkende dood.

“Ik heb met Peter gewerkt van 1 januari 1996 tot mei 2012. Heel lang is hij onder­deel van mijn leven geweest en er waren jaren waarin ik Peter vaker zag dan mijn eigen vrouw. Met Peter maakte ik buitenlandreizen voor zijn programma Peter R. de Vries, misdaadverslaggever. We gingen op misdaadavontuur in Cambodja. Dronken bier in Manilla, als de opnames waren afgerond. Tot 2012 maakte Peter dagelijks deel uit van mijn leven. Na die tijd sprak ik hem met veel regelmaat.”

Op gesprek bij Peter

“Onze lange samenwerking begon toen ik solliciteerde op de functie van bureau­­redacteur. Ik werkte indertijd bij een kabelkrant in Noord-Holland en was tevens correspondent voor het Algemeen Dagblad. Eigenlijk had ik een dubbele baan, ik verdiende best veel geld op mijn dertigste. Maar mijn chef-nieuwsdienst van de kabelkrant vond de dubbel­functie minder leuk. Er was een beetje jaloezie en ik wilde daar weg. Mijn buurvrouw overhandigde me een uitgeknipte advertentie uit de Volkskrant: voor het nieuwe televisieprogramma Peter R. de Vries, misdaadverslaggever zocht men een bureauredacteur. Ik schreef een brief, deed er een pasfoto bij en een hele stapel kopietjes van artikelen die ik had geschreven voor het AD. Artikelen die je, met een beetje fantasie, in de misdaadhoek kon plaatsen. Als referentie gaf ik de chef-nieuwsdienst van het AD op, omdat ik wist dat Peter als freelance verslaggever voor het AD ook met hem werkte.”

null Beeld

“Ik mocht op gesprek komen. Nou waren de sollicitatiegesprekken bij Peter in latere jaren helemaal niet fijn, maar in mijn tijd was het nog nieuw voor hem en was hij aan het aftasten. Twee jaar later was ik ongetwijfeld niet aangenomen. ‘Noem vier misdaad­journalisten’, kon hij vragen. En: ‘Wat is je favoriete misdaadboek?’ Mij is dat toen nog bespaard gebleven. Gelukkig maar, want wist ik toen veel? Wij hadden het gewoon over de openingsartikelen van de krant die ik had geschreven. Ik kreeg de baan. Als product van de jaren zeventig en tachtig was ik het gewend om in tijden waarin de banen niet voor het oprapen lagen heel blij te zijn met het feit dat ik überhaupt werk had. Keihard werken, dan maak je het, dat was het heersende beeld. Ik maakte een goede beurt door Peter te vragen hoe laat we in het weekend begonnen met het werk. We bleken in de weekends vrij te zijn.”

Toewerken naar een climax

“In het begin was het aftasten. Kwam er een misdaadzaak binnen, dan moest ik een draaiboekje maken voor de uitzending op tv en dat ging niet eens zo heel goed. Op tv moet je toewerken naar een climax. Ik was precies de omgekeerde volgorde gewend, want een krantenbericht begin je met het noemen van het grote nieuws. In die begindagen luisterde ik een gesprek af in de kantine tussen Peter en de eindredacteur. ‘Wat moeten we toch met die Van der Spek?’ hoorde ik Peter zeggen.”

null Beeld

Alabama, Verenigde Staten. In het huis van Beth Holloway, de moeder van Natalee. Een overleg met z’n drieën, net voordat Beth naar Peru zou vliegen om te kijken of ze een ontmoeting kon krijgen met Joran van der Sloot, die daar vastzat voor de moord op Stephany Flores.

null Beeld

“Niet lang daarna kreeg ik voor het programma mijn allereerste zaak, de balletmoord op Marinus van de Nieuwenhof. De bureau­redactie daarvan deed ik al minder slecht. Peter was een krantenjournalist, geen tv-maker. Hij had een sloot mensen voor het programma werken… Niet normaal. Zestien man waren in dienst. Daarmee was Peter R. de Vries, misdaadverslaggever het duurste programma ooit voor Endemol, naar het schijnt. Toen ik mijn tweede zaak voor het programma heel goed deed, nam Peter me apart. ‘We gaan iets leuks doen. We gaan naar het buitenland, kom mee.’ Het was de eerste reis die we samen maakten, naar Dubai om een spoor van digitale geldverduistering te onderzoeken. Vanaf dat moment werden we vrienden.”

Goede aanvulling

“Het is gissen waarom het zo goed werkte tussen ons. We hadden in elk geval veel lol met z’n tweeën. Daarnaast denk ik dat het Peter beviel dat hij zogezegd niet meer in z’n eentje alle kikkers in de teil hoefde te houden. Hij vond het fijn om een harde werker naast zich te hebben. Ook vulden we elkaar aan: hij enorm feitelijk onderlegd in alle zaken die je kunt bedenken. En ik die goed ben in het zien van het verhaal van een zaak. Hoe vertel je dat verhaal, waar begin en eindig je, hoe breng je dat regiematig in beeld?”

null Beeld

Libanon, 2012. Onze laatste reis die we samen maakte voor het televisieprogramma Peter R. de Vries, misdaadverslaggever. Dit was tijdens een overleg op het dak van ons hotel in Beiroet.

null Beeld

“Er was tussen ons bijna nooit irritatie. Terwijl hij natuurlijk wel stronteigenwijs was. Hij kon heel erg botsen met iedereen. Zijn ontregelende karakter maakte dat hij overal werd gevraagd als talkshowgast, want met Peter werd er lekker een knuppel in het hoenderhoek gegooid. ‘Je moet niet een mening hebben om een andere mening te hebben, De Vries,’ zei ik dan. We konden alles tegen elkaar zeggen. Ik denk dat Peter en ik de enige niet-gay mannen zijn, die koosnaampjes voor elkaar hadden. Die naampjes hadden vaak te maken met zaken waaraan we hadden gewerkt.

Ons laatste in de serie, eentje die we bleven gebruiken tot aan Peters dood, was Sgra. Elk whatsappje naar elkaar begonnen we met ‘Sgra’. Het had te maken met de zaak Nicky Verstappen. Een van de kampleiders, Gerard, was een boerse man die nog bij zijn moeder woonde. Zo’n type dat zijn grote, witte onderbroeken te drogen hangt boven de ouderwetse houtkachel. Kampleider Gerard werd door iedereen Sgra genoemd en nadat we hem hadden gesproken voor het programma liepen we weg van het land rondom zijn huis. Toen klonk het tussen ons: ‘Nou, Sgra, wat vond je ervan?’ We hebben elkaar nooit meer anders genoemd.”

Onwezenlijk gevoel

“Het is een jaar na Peters dood. Natuurlijk voel ik nog steeds enorme boosheid dat die klootzakken dit voor elkaar hebben gekregen. Ik volg de rechtszaak op de voet. Met georganiseerde misdaad heb ik niks, het interesseert me eerlijk gezegd geen zak en ik sta dan ook niet in de rij om de zaak van Holleeder of Taghi te volgen. Maar bij deze zaak is dat allemaal anders. Daarbij ben ik aanwezig omdat Peter is vermoord.Ik was voor een reportage op Cyprus toen Peter werd neergeschoten en ik herinner me sterk hoe onwezenlijk het voelde. Er was een cameraman bij me, die ook sinds 1996 met Peter werkte. We waren verbijsterd. We gingen ervan uit dat Peter dood was, omdat hij in zijn hoofd was geschoten. “Ik herinner het me van dag tot dag: het gebeurde op dinsdag, we vlogen terug naar Nederland op donderdag.”

null Beeld

“Die zaterdag stond een gezinsvakantie van drie weken gepland. Terug in Nederland had ik veel contact met zijn ex-vrouw Jacqueline. ‘Wat moeten we nou doen?’ Ik zou vrijdag bij hem op bezoek gaan in het ziekenhuis, maar op donderdag­avond belde Jacqueline: ‘Kom maar niet. Peter gaat een fase in van weken, misschien wel maanden, waarin hij in een soort coma wordt gehouden, waardoor er een klein kansje op herstel is. Dit kan best lang duren. Ga maar gewoon op vakantie.’ Met een raar gevoel ging ik met mijn gezin naar Spanje. De week erop belde Jacqueline. Het ging fout met Peter, het was een aflopende zaak. Toen ze het me vertelde stond ik op een druk strand in Andalusië. Binnen twee uur werd ik plat­gebeld door de NOS, door alles en iedereen. Opeens bestempelde iedereen mij als zijn beste vriend. We waren heel vriendschap­pelijk, dat zonder meer. Maar we liepen de deur niet bij elkaar plat. Peter was erg privé. In zijn nieuwe huis was ik bijvoorbeeld nog nooit geweest. Dan zo’n betiteling als beste vriend… Op die manier over een dode praten, was precies waar Peter een hekel aan had.”

Grote bek, piepklein hartje

“Ik mag graag geloven dat Peter de enige atheïst in de hemel is. Als je me vraagt wat zijn nalatenschap voor mij persoonlijk is, denk ik aan een paar dingen. Zo heb ik van hem geleerd dat je nazorg moet plegen. Als er een misdaadzaak is geweest en je doet daar geen uitzendingen meer over, moet je contact houden met de nabestaanden. Blijven bellen op de sterfdag van het kind, bloemen sturen, even langsgaan. Bij Hans en Corry, van de zaak Marion en Romy van Buuren. Bij Peter en Bertie, de ouders van Nicky Verstappen. Peter hield contact.”

null Beeld

New York, opnames voor Peter R. de Vries, misdaadverslaggever.

null Beeld

“Hij torste al het leed mee van al de zaken waarnaar hij onderzoek had gedaan. Hij deelde het verdriet van velen en dat knaagde heel erg aan hem. Zo’n grote vent als hij was, met zijn stoere kop. Ontregelend, met best een grote bek zoals hij die kon hebben op tv. Hij had een piepklein hartje en was heel snel geëmotioneerd. Peter was helemaal geen regisseur, noch een tv-maker. Hij was een journalist in pure vorm. In mijn werk denk ik vaak aan hem. Als ik tijdens het maken van Oplichters aangepakt een fittie heb met productie of met Juridische Zaken van RTL of ik iets wel of niet in beeld mag brengen, haal ik Peter vaak aan: ‘Dit zou Peter wel doen.’ Of: ‘Dit zou Peter anders doen.’ Het tv-vak heb ik bij hem geleerd. Politiedossiers lezen is bijvoorbeeld een vak apart. Je moet leren het kaf van het koren te scheiden. Het feiten vormen, draaiboek maken, de regie, de montage… Ik leerde het op zijn werkvloer en de jaren waarin ik niet mét Peter werkte, gebruikte ik hem als klankbord.”

Angst voor de dood

“Ik ben een verhalenverteller. Een journalist die verslag doet van een situatie. Maakten we van Peter R. de Vries, misdaadverslaggever jaarlijks zestien afleveringen met zestien man, nu maak ik er twaalf in een jaar met één redacteur in dienst, Puck. Ik doe presentatie, regie en montage met dat heel kleine team. Het is hartstikke hard werken. Ik kom net terug uit Turkije en Brazilië. Je moet nooit iets faken, heb ik van Peter geleerd. Nooit iets opleuken of opnieuw draaien. Dat zal ik dus ook voor mijn eigen programma nooit van z’n lang zal ze leven doen. Het avontuur begint op Schiphol en we kijken of het lukt, dat is mijn formule.”

null Beeld

Op Aruba voor de zaak Natalee Holloway.

null Beeld

Wat er met Peter is gebeurd doet me niet anders denken over het leven. Ons werk had altijd met de dood te maken. We kregen alleen maar zaken met moord en doodslag voor onze neus. Dat neemt niet weg dat ik het extreem shockerend vind dat dit met Peter gebeurde. Als ik eerlijk ben, kan ik nog steeds niet geloven dat hij is vermoord. Ik acht de kans klein dat ik doelwit word van een aanslag. Er zal echt niet een Nigeriaan naar Nederland komen om mij om te leggen vanwege iets wat ik aan de kaak heb gesteld in mijn uitzending. Waar mijn angst voor de dood dan wel vandaan komt, weet ik niet. Ik weet wel dat ik er altijd al bang voor ben geweest. En da’s behoorlijk onhandig voor iemand die het liefst driehonderd jaar oud wil worden.”

Nicole GabriëlsBoris van Mierlo (portret Kees) en privébeeld.
Meer over

Op alle verhalen van Margriet rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven. Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@margriet.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden