Word abonnee

Kies nú voor een abonnement met korting

Abonneer nú met korting

Persoonlijk

Josje en haar man vingen de kinderen van haar verongelukte broer op

josje-voedt-de-kinderen-van-haar-verongelukte-broer-op.jpg

Josje Kershaw en haar man Freek hebben vier kinderen: hun eigen dochters (10 en 8) en die (13 en 11) van haar broer, die verongelukt is. Vijf jaar geleden spraken we al met Josje. Hoe gaat het nu met het gezin?

“Dat juist vandaag het interview is, kan geen toeval zijn. Al stond ik er niet bij stil toen we de afspraak maakten, maar het is vandaag precies negen jaar geleden dat mijn broer Hans en schoonzus Denise verongelukten. Straks komen mijn moeder, haar man en ook mijn oom en zijn vrouw, zij gaven elkaar diezelfde dag het jawoord. Nu ben ik een nuchter type, en de dag van vandaag is niet anders dan de andere 364 dagen van het jaar, maar toch, we maken elk jaar een mooi samenzijn-moment van deze dag.”

Unheimisch gevoel

“Denise was behalve mijn schoonzus ook een goede vriendin. Toen mijn broer en zij vroegen of Freek en ik peettante en peetoom wilden zijn, was ik vereerd. De rol van suikertante leek mij wel wat. Omdat we het belangrijk vonden op papier te zetten dat wij voogd waren voor hun kinderen en zij die van onze kinderen, hebben we het notarieel vastgelegd.”

“De dag dat mijn oom ging trouwen, werd ik met een unheimisch gevoel wakker. Waar dat gevoel vandaan kwam? Geen idee, het zal wel door de zwangerschap komen, dacht ik. Ik was net vijf weken in verwachting.”

Verongelukte broer

“Mijn moeder begreep er niets van; onze oom ging trouwen, maar Hans en Denise waren er nog niet. Ze moesten vanuit Rotterdam naar de Betuwe reizen, zouden ze in de file staan? Maar dan zou mijn broer toch hebben gebeld? Het was tenslotte de bruiloft van zijn lievelingsoom. Tot mijn moeder tijdens de receptie de politie aan de lijn kreeg. Hans en Denise waren omgekomen bij een ongeluk.”

“In mijn beleving bracht ik zonder volume in mijn stem een néééééééé uit, maar ik zal toch hebben gegild, want alle feestgangers keken op. Mijn eerste gedachte was: hoe gaan we dit fiksen met vier kinderen? Dat mijn broer en schoonzus niet meer leefden, daar kwam ik niet bij met mijn gevoel. Tot de volgende morgen het verdriet in alle hevigheid tot mij kwam toen mijn dochter van elf maanden mij vastpakte. Zo’n diepe, niet te beschrijven pijn had ik nooit eerder gevoeld.”

Gewoon beginnen

“En toen belde de notaris. Hij vroeg of ik de voogdij over Fleur en Pepijn, toen vier en twee, wilde accepteren. Mijn moeder zei dat ik er goed over moest nadenken. Maar dat hoefde ik niet. Natuurlijk wist ik niet waar we aan begonnen, maar beloofd is beloofd en we gingen gewoon beginnen. De dag na de crematie stonden de twee aapjes op de stoep. Die lege, holle blik in Fleurs ogen, vergeet ik nooit meer.”

“Ik stond aan de grond genageld. Wat moest ik doen? Gewoon beginnen, zoals we ons hadden voorgenomen. Niet lullen, maar poetsen. En dus zette ik de drie koters een bord pasta voor, mochten ze na het eten spelen en toen hup, voorlezen en naar bed. Alleen bleef Fleur bij het voorlezen, terwijl de andere twee kinderen naast Freek in bed lagen te luisteren, op een veilige afstand staan.”

“Het heeft eindeloos geduurd voordat de blik in Fleurs ogen minder hol werd. En voordat ze mij mama ging noemen. Eerst was het tante Josje, toen mama Josje en nu ‘gewoon’ mama. Ook met Pepijn hebben we behoorlijk wat te verstouwen gehad. Er zit een kop op, zullen we maar zeggen. Denise had oeverloos geduld met hem gehad, zij kon hem makkelijker laten dan ik. En dus heb ik mezelf even afgevraagd of ik naar Pepijn en Fleur een andere moeder moest zijn dan naar mijn eigen kinderen. Maar het bleek onmogelijk met twee maten te meten. Ik ben een ander mens, dus ook een andere moeder.”

Pittige eerste jaren

“De eerste jaren waren pittig. Fleur toonde geen enkele emotie, Pepijn piepte juist overal om, at niet en smeerde poep op de muren van de badkamer. Een kinderpsycholoog aan huis bracht hem verlichting. Hij kreeg lucht in zijn hoofd en werd toegankelijker.”

“De psycholoog dacht Fleur ‘er wel even bij te nemen’. Ik twijfelde. Wat was wijsheid? Fleur was gesloten, maar functioneerde prima, ik had geen issues met haar. Toch ging ik overstag. Het bleek een verkeerde beslissing. De psycholoog drukte bij haar op de verkeerde knoppen, wat voor Fleur de aanleiding was om te gaan projectielbraken. Volgens de psycholoog moesten we het de tijd geven, maar die tijd werkte alleen maar averechts.”

“Fleur keerde zich nog meer naar binnen en spuugde op een gegeven moment zo’n twintig keer per dag. Ik was wanhopig. Nu weet ik dat spugen voor haar een uitlaatklep was, haar manier om haar emoties en boosheid er letterlijk uit te gooien. En om de controle te hebben. Ze was over alles de controle kwijt, maar over het spugen was zíj de baas. Godzijdank konden Fleur, Pepijn, Freek en ik terecht bij de psychotrauma-afdeling van het Wilhelmina Kinderziekenhuis. Al snel werd duidelijk dat Pepijn het best gedijt bij structuur. Nu houd ik daar zelf ook van, maar het kon nog wel wat strakker. En dus krijgen de kinderen sindsdien dagelijks om half zes te eten.”

Diagnose

“Fleur en Pepijn kregen de diagnose onveilige hechting. Het klinkt raar, maar ik was blij met die diagnose. Vanuit daar konden we verder werken en kregen we handvatten om ze de juiste aandacht te geven. Fleur veiligheid en liefde geven deed ik al, haar nog meer liefde geven was dan ook niet de manier. Sterker nog, mijn aandacht voor haar kon soms zelfs een tandje minder.”

“Bij het spugen bijvoorbeeld. Ik leerde inzien dat ik er juist geen aandacht meer aan moest geven, of dat nu positieve of negatieve was. Zet een emmertje voor haar neer, vraag of ze het daarna wil opruimen en loop weg, was het advies. En het werkte. Twintig keer spugen per dag werd vijf keer per dag, vijf keer per dag werd vijf keer per week en tegenwoordig is het hooguit twee keer per jaar.”

Loyaliteitsconflict

“Inmiddels leert Fleur inzien dat ze zich niet mag blijven verschuilen achter haar trauma. Dat ze het rouwen om haar ouders niet als excuus mag blijven aandragen om dingen te doen zoals ze die doet, maar dat ze haar eigen emoties leert herkennen en verwoorden. Een prater is ze nog steeds niet, maar ze merkt wel dat als ze iets niet bespreekbaar maakt, het haar in de weg gaat zitten. Het loyaliteitsconflict dat ze had toen ze bij ons kwam wonen, het feit dat ze niet van ons wilde houden uit angst dat ze haar vader en moeder daarmee tekort zou doen, is omgedraaid. Nu voelt ze zich schuldig naar ons als ze over haar vader en moeder praat.”

Trauma

“Pepijn zit net op de middelbare school en is op zoek naar zijn identiteit. Onzeker is hij ook en daardoor geneigd sociaal wenselijk gedrag te vertonen om mee te kunnen komen met zijn vrienden. Dingen te doen waarvan hij weet dat wij die niet goed vinden. Je ziet vaak bij kinderen die een onveilige hechting hebben gehad of een trauma hebben meegemaakt, dat ze in hun puberteit dertig stappen teruggaan. Maar ik heb alle vertrouwen dat hij zijn weg gaat vinden.”

“Net als Emma en Ymke. Ymke riep als klein meisje dat ze twee mama’s en twee papa’s had. Logisch, dat zeiden haar broer en zus ook. Al was ze nog jong, ze voelde het verdriet en de frustraties bij haar broer en zus. Hetzelfde geldt voor Emma. Zij werd geboren toen Pepijn en Fleur al bij ons woonden. Emma heeft het hart op de tong, is een pleaser en de nieuwsgierigste van het stel.”

Informatie

“Vanmorgen ontdekte ik dat ze op de tablet op zoek was naar informatie over mijn broer. Ze gaf aan dat ze even naar oom Hans wou kijken. Ik heb haar gezegd dat ze altijd alles mag vragen, maar dat het beter is er samen over te praten dan dat ze in haar eentje op zoek gaat. Dat Pepijn en Fleur kinderen zijn van weinig woorden, maakt het soms lastig. Ik weet nooit precies wat er in hen omgaat. En of ze zo doen omdat ze zo zijn of omdat ze zo zijn geworden door het trauma. Maar die knip kun je niet maken, je ontwikkelt je door wat er op je pad komt. Dus stel ik me die vraag niet meer. Ik krijg er toch geen antwoord op.”

Mijn DNA

“Ik houd van alle vier de kinderen evenveel, toch doe ik misschien bij de oudste twee extra mijn best om ze zo goed mogelijk de wereld in te schieten. Ik gun het ze zo. Aan de andere kant ben ik sneller geëmotioneerd als het om Emma en Ymke gaat. Zo moest ik laatst huilen bij de juf van Emma, omdat haar iets onbenulligs was overkomen. Doe even normaal, dacht ik. Ik heb vaak genoeg op school gezeten voor Pepijn of Fleur en toen waren er geen tranen. Ik voelde me daar schuldig over, maar de psycholoog deed mij inzien dat dit verschil in gevoel er mag zijn. Ymke en Emma zijn nu eenmaal mijn DNA.”

American dream

“Freek en ik doen het goed samen. We laten elkaar in onze waarde, vallen elkaar nooit aan of af en hebben zelden woorden. Het was de bedoeling na de geboorte van Emma in Amerika te gaan wonen. We hadden eerder al in het Midden-Oosten gebivakkeerd. Die American dream viel in duigen met de komst van drie kinderen in één jaar. Voor Freek vond ik dat moeilijk. Hij was een wereldreiziger en is nu een gekooid vogeltje, al klaagt hij nooit.”

“Dat Freek en ik het zouden redden samen, daar heb ik geen moment aan getwijfeld. Wij worden samen honderd. De enige angst die ik had, was of we alle vier de kinderen aan boord konden houden. En zie ons nu hier zitten. We doen het hartstikke goed met zijn zessen. Natuurlijk, met vallen en opstaan, met praten, ruzies en knuffels.”

Levenservaring

“Ja, het blijft ongelooflijk verdrietig. En ja, we zijn snel oud geworden met zijn allen. Maar we zijn allesbehalve zielig. Ik kijk liever naar wat we wél hebben. We zijn gezond, de kinderen zijn een geweldig vierspan en ik ben een gelukkige moeder. Ondanks het grote gemis. Als we met zijn allen bij het kampvuur zitten bijvoorbeeld, alle kinderen, de honden. Mijn broer was gek op honden. Of als Fleur staat te koken met Freek. Hij hield ook van koken. Op die momenten weet ik dat mijn broer ons met een glimlach bekijkt.”

Voor altijd bij elkaar

“Deze levenservaring heeft mij verrijkt. Als mens en als moeder. Ik heb geleerd dat als ik zelf niet verander, de kinderen dat ook niet doen. Dat opgewonden standje dat ik kon zijn, ben ik meestal niet meer. Ik blijf kalm en houd de dingen bij mezelf in plaats van een ander iets te verwijten. Ik ben ervan overtuigd dat hoe
relaxed we in het leven staan en de manier waarop de kinderen zich ontwikkelen tot liefdevolle, eigen karakters, ik te danken heb aan die levenservaring.”

“Mijn dringende advies: iedereen gaat ervan uit honderd te worden, maar de realiteit is anders. Laat vastleggen wie er voor je kinderen zorgt als jullie er niet meer zijn. De voogdij is bij ons weer opnieuw vastgelegd: de kinderen blijven alle vier bij elkaar.”

Meer info over dit artikel kun je lezen op mijnnieuwemama.nl.

Artikelen van Margriet.nl ontvangen in je mailbox?
Schrijf je in via margriet.nl/nieuwsbrief.   

Interview | Ymke van Zwoll
Fotografie | Mariel Kolmschot

Ook interessant