Persoonlijk

Janine Abbring: ‘Ik ben niet zo bezig met dat bekend zijn’

janine-abbring-ik-ben-niet-zo-bezig-met-dat-bekend-zijn.jpg

Eigenlijk rolt presentatrice Janine Abbring haar hele carrière al overal in, zonder vooropgezet plan. Maar met haar werk voor Zomergasten en Zondag met Lubach zit ze nu precies waar ze wil zijn.

“Ik heb ongelooflijke mazzel met deze programma’s waarin het draait om verdieping en schoonheid.”

Janine Abbring

We spreken elkaar via Zoom. Janine zit relaxed op haar bank, terwijl haar vriend de hond uitlaat. Opvallend is dat zij mij vrijwel direct vragen begint te stellen en ik er gedurende het hele gesprek voor moet waken dat zij degene is die míj interviewt in plaats van andersom. Tegenover me zit duidelijk een oprecht geïnteresseerde journaliste die anderen snel op hun gemak stelt. We bespreken onze uitgroei nu de kappers gesloten zijn en ze vraagt of ik kinderen heb en hoe dat nu gaat, met z’n allen thuis in coronatijd. Ze heeft zelf geen kinderen en zegt dat dat vooral nu een zegen is. Ze woont in Hilversum, dicht bij het bos, waar nu eindeloos veel wordt gewandeld met hond Tess. “Ik heb het gevoel dat ze gespierder is geworden door al dat lopen.”

Hiervoor woonde je in Amsterdam, ben je voor je werk naar Hilversum verhuisd?

“Het grote voordeel aan dit huis is dat ik de achterdeur uit loop en al in het bos ben. Elke dag bedenk ik weer dat ik de goede keuze heb gemaakt. Voordat ik in Amsterdam woonde, had ik een boerderijtje in Groningen, in the middle of nowhere. Dat vond ik heerlijk. Vanwege werk en de lange reistijden moest ik toch richting Randstad en toen dacht ik: dan ga ik lekker in Amsterdam wonen, tussen de hipster-cafeetjes, yogascholen en vlak bij mijn vrienden. Maar ik kon niet aarden in de stad en mijn hond al helemáál niet. Ik vroeg me af: wie ik houd ik nou voor de gek met mijn hippe gedoe? Ik moet in de natuur zitten. Hilversum is vooral een middenweg tussen het echte buiten van Groningen en de stad.”

Jouw werk voor Zondag met Lubach ging gewoon door toen corona uitbrak.

“Ja, daar ik had ongelooflijke mazzel mee. De opnames konden doorgaan met wat aanpassingen, zodat we niet te dicht op elkaar zaten. Omdat heel Nederland thuis zat, hadden we hogere kijkcijfers dan ooit. Maar voor zo veel vrienden om me heen viel het werk in een keer weg. Zoals mijn Zweedse vriend die in Amsterdam in de toeristenbranche werkt; hij zit nu werkloos thuis. Dit had niemand voorzien, we dachten dat er altijd toeristen zouden zijn. Hij woont in een woongroep, dus ik heb meteen gezegd dat als hij mij nog wilde zien de komende tijd, hij bij mij moest komen wonen. Ik wilde geen risico lopen om ziek te worden, ook omdat ik me verantwoordelijk voelde voor Zondag met Lubach.”

En, hoe bevalt het samenwonen, want je woonde daarvoor bewust apart van elkaar?

“Het was wel wennen. Mijn vriend is heel makkelijk, maar ik ben zelf niet de makkelijkste. Hij is heel lief, meegaand en geduldig. Hij is wel een sloddervos, maar vindt het ook prima om op te ruimen als ik dat vraag. Ik ben een lichtgeraakt iemand en zo gewend om alleen te wonen en alles op mijn manier te doen. Dit is wel even andere koek, maar het gaat goed. Ik was ook gewoon druk aan het werk, dat hield me op de been, haha.”

Hoe onderhoud je in deze periode relaties met je vrienden en familie?

“Ik zat in een werkbubbel en dat zijn mijn vrienden wel van me gewend. Dan zit ik in een vacuüm en heb ik even geen tijd. Nu ik vrij ben, komen mijn twee goede vriendinnen wandelen in het bos. Ik houd van alleen zijn en vind het wel prettig dat allerlei plichtplegingen zijn weggevallen. Wel vinden mijn zus en ik het lastig voor mijn vader. Mijn moeder is drie jaar geleden overleden. Hij heeft wel een vriendin, maar hij woont niet met haar samen. Hiervoor had hij een rijk sociaal leven en was veel op pad met de camper. Nu zit hij veel alleen. Ik ga elke week bij hem langs om samen met de hond te wandelen. Ik zie hem vaker dan hiervoor. Hij woont alleen wel boven in Groningen, dus ik ben in totaal vijf uur onderweg om hem even te zien.”

Jij bent toch ook in Groningen opgegroeid?

“Eigenlijk in Drenthe. Op mijn twaalfde verhuisden we naar het dorp waar mijn vader nu nog woont. Voor een puber is dat geen handige leeftijd om te verpotten. Vóór die tijd had ik altijd wel een grote mond, maar dat hing blijkbaar samen met een veilige omgeving. Hemelsbreed was de nieuwe woonplaats niet zo ver, maar ik kwam in een hele andere wereld terecht. Op de nieuwe school werd ik gepest. Er was bijvoorbeeld een meisje dat snel ergens anders ging zitten als ik aan haar tafel kwam. Het is lastig om op te reflecteren, waar het nou aan lag. Mensen die worden gepest, hebben de neiging het erg bij zichzelf te zoeken. En als puber kun je je er helemaal in verliezen en denken dat het nooit meer goedkomt. Ik ben na een paar maanden naar een andere school gegaan en daar ging het meteen goed. Daar had ik me voorgenomen me niet weer de kaas van het brood te laten eten en een wat grotere mond op te zetten.”

En hoe was vervolgens je studententijd in Zwolle?

“Heel fijn, ik woonde met allemaal vrouwen in huis. Twee huisgenootjes die ik toen had, zijn nu nog heel goede vriendinnen. Ik heb heel goede herinneringen aan die tijd. Als je een huis met elkaar hebt gedeeld, krijg je een soort zussenrelatie omdat je elkaar zo door en door kent.”

Dus toen vond je samenwonen wél leuk?

“Ja, ik kan het wel! In Westeremden (Groningen) heb ik ook samengewoond met een vriend, puur platonisch, en dat beviel heel goed. Blijkbaar kan ik het wel als ik geen relatie met iemand heb. Anders ga ik de ander steeds meer op de huid zitten. Het is raar hoe zoiets werkt. Als ik diegene met wie ik een relatie heb hetzelfde zou behandelen als mijn vrienden, zou ik veel liever zijn.”

Je moeder is veel ziek geweest. Hoe was dat?

“Die periode is zó lang geweest dat het lastig is om daar iets over te zeggen. Toen ik op de lagere school zat, lag mijn moeder al veel in bed. Ze had een zware rugaandoening en moest veel slapen. Maar als kind hoorde dat voor mij gewoon bij het leven, ik vond dat niet vervelend. Ze was altijd thuis en had alle tijd voor me. Ik heb van haar goed leren koken. Pas later, toen ik al studeerde, werd ze zieker en ging harder achteruit. Dat was heel pittig.”

“Ik ben stiekem opgelucht dat ze deze coronatijd niet meer hoeft mee te maken. Ze woonde in een verpleeghuis, dan had ik haar niet kunnen opzoeken. De laatste jaren was ze aan het dementeren en dan moest ik elke keer opnieuw uitleggen waarom ze niet met me mee mocht als ik wegging. Dat gesprek heb ik honderden keren gevoerd, dat was heel pijnlijk. Ik moet er niet aan denken aan hoe dat in deze coronatijd was gegaan, als je niet langs mag bij je ouders in het verpleeghuis.”

Wel een rare speling van de natuur dat je moeder een rugaandoening had en dat jij nu ook rugpijn hebt door je val.

“Het is vergelijkbaar, maar ook weer heel anders. Ik hoef niet op bed te liggen en rust te houden, zoals bij mijn moeder het credo was. De kennis rondom rugblessures is nu heel anders, bewegen is juist het devies. Ik werd twee dagen na mijn operatie gillend en wel rechtop gezet in een korset; ik moest mijn spieren zo veel mogelijk gebruiken. Nu train ik drie keer per week met een personal trainer, anders doe ik het niet, want ik heb een hekel aan sport. En dagelijks doe ik aan yoga, dat helpt allemaal. Stilzitten is het pijnlijkst.”

“Als ik bij mijn vader langsga, lig ik op de achterbank met een kussentje, zodat ik mijn benen gestrekt kan houden. Anders kom ik gebroken aan na een rit van tweeëneenhalf uur. Mijn vader ziet me klooien met dat kussentje, op zo’n moment kijken we elkaar wel aan en denken: ja, dit is net als bij mama.”

Belemmert de rugpijn je niet in je werk?

“Nee, ik kan er nu goed mee omgaan. Ik ben in het verleden mezelf weleens voorbij gerend. Dan zat ik toch te lang op een slechte stoel en negeerde de pijn. Tot ik weer op een punt kwam dat de pijn te heftig werd. Dat doe ik nu niet meer. Ik heb een spuuglelijke ergonomische stoel en die gaat overal mee naartoe. En ik heb natuurlijk mijn hond, waardoor ik goed pauzes houd.”

Toen het ongeluk gebeurde, bleef je heel goed naar je gevoel luisteren en plat liggen, wat iedereen ook zei.

“Dat kwam omdat ik het jaar ervoor iets heftigs had meegemaakt tijdens een yogavakantie met mijn zus in Thailand. Ik kreeg daar extreme pijn in mijn borstkas, maar in het ziekenhuis werd dat weggewuifd als aanstellerij. Ik kreeg stevige spierverslappers en dat was het. Eenmaal in Nederland kreeg ik na een paar weken dezelfde pijn, maar dan aan de andere kant. Gelukkig heeft mijn huisarts toen wel meteen actie ondernomen. Ik bleek in Thailand een longembolie te hebben gehad en had er nu een in mijn andere long. Als je dat niet behandelt, is dat heel gevaarlijk, dan kan zo’n bloedpropje naar je hoofd of hart schieten.”

“Toen heb ik met mezelf de afspraak gemaakt: als ik ooit zelf denk dat er iets ernstigs mis is, houd ik voet bij stuk. Bij die val in het water in Zuid-Afrika voelde ik direct dat er iets stuk was. Dus ook al zeiden de mensen om me heen dat ik even moest gaan zitten, ik bleef liggen. Het was heel lastig om me daar liggend weg te krijgen, maar ik dacht: jullie verzinnen het maar. Ze hebben een plank losgewrikt die tussen twee rotsen lag, en met de riemen van de geluidsmensen ben ik daarop vastgesnoerd.”

Artikelen van Margriet.nl ontvangen in je mailbox?
Schrijf je in via margriet.nl/nieuwsbrief.  

Door deze val was je opeens bekend in Nederland?

“Ja, dat ging helemaal langs me heen toen ik in het ziekenhuis in Zuid-Afrika lag. Ach, ik ben niet zo bezig met dat bekend zijn. Dat is altijd in golven gegaan. De eerste keer was toen ik een hitje scoorde met Arjen Lubach. In korte tijd waren we vooral in Groningen bekend en moest ik in de HEMA opeens handtekeningen uitdelen aan scholieren. Ik vond het grappig, maar het deed verder niet veel met me. Daarna zakte de bekendheid weg en kwam het weer op toen ik een van de jakhalzen was van De Wereld Draait Door. En nu ben ik alleen in de zomer op tv. Ik ga er nooit vanuit dat mensen me herkennen en schrik er altijd een beetje van.”

Heb je nog toekomstdromen voor je carrière?

“Ik heb nooit zulke grote dromen gehad, ik ben best onzeker van mezelf. Volgens mijn omgeving op het onredelijke af. Toen ik werd benaderd voor Zomergasten dacht ik dat ze eigenlijk voor Arjen Lubach belden, dat gebeurt wel vaker. Zo werkt mijn hoofd, dingen overkomen me daardoor. Nu ik erkenning krijg voor mijn werk is dat heel fijn. Ik ben heel trots op de Sonja Barend Award die ik ontving voor het interview met Eberhard van der Laan. Al was dat natuurlijk ook een goed gesprek dankzij zijn inbreng en kwetsbaarheid. Bij de VPRO staan ze erg open voor eigen creativiteit en inbreng, dus ze vragen me geregeld wat ik verder wil maken. Maar ik ben heel tevreden zoals het is, met Zondag met Lubach en Zomergasten, luxe is dat hoor.”

Dit artikel is eerder verschenen in Margriet 29/30 – 2020Dit nummer teruglezen? Ga dan naar Magazine.nl.

Tekst | Dorine van der Wind
Fotografie | Bart Honingh

Ook interessant