Persoonlijk

Zij van Jan Siebelink: Gerda Siebelink-van der Haas

gerda-siebelink_1121.jpg

Hoe is het om de partner van een bekende Nederlander te zijn? Deze week: voormalig leerkracht en vertaalster Gerda Siebelink-van der Haas (77), vrouw van schrijver Jan Siebelink (79).

“Voor mijn studie Nederlands bezocht ik in 1960 een lezing over literatuur. Ineens stond Jan naast me. Hij vroeg of ik koffie wilde. Vervolgens keek hij me aan en vroeg hij: ‘We kennen elkaar toch nog van de kweekschool?’ Inderdaad had ik hem daar weleens gezien. Hij zat twee klassen hoger en stond in de pauzes vaak met zijn vrienden tegen het hek geleund. Niet dat ik toen veel aandacht aan hem schonk, ik had meer oog voor andere jongens. Over onze ontmoeting die avond zei hij later: ‘Ik ben achter die mooie benen van je aangegaan.’ Tussen het eerste kopje koffie samen en onze trouwdag vijf jaar daarna met behoorlijk veel drank, ging het nog verschillende keren aan en uit. Maar op een bepaald moment wist ik het heel zeker: dit is mijn man! Aanvankelijk tot teleurstelling van mijn moeder. Zij had me liever met een ingenieur zien thuiskomen. Later kon ze het overigens heel goed vinden met Jan en zijn familie. In het huwelijk van mijn ouders was er veel strijd. Mijn moeder smeet met de borden en gooide altijd al haar onvrede eruit. Ik lijk meer op mijn vader, die een binnenvetter was. Het gevoel van geborgenheid dat ik thuis miste, vond ik bij Jan. Hij was echt een fijne, leuke jongen. Aantrekkelijk ook, met zijn krachtige gezicht, pikzwarte haar en intellectuele uitstraling. Hij 
studeerde Frans en kon bevlogen 
vertellen over Franse literatuur. Net als mijn vader werd Jan docent. Jan gaf Frans, mijn vader Engels. Mijn vader sprak altijd uitermate negatief over godsdienst en Jan komt, zoals bekend, uit een heel gelovig gezin. Hoewel ik van huis uit dus niet gelovig ben, schreef ik op mijn zestiende wel gedichten aan God. Ik heb niet veel met de kerkelijke leer, maar ik geloof wel dat er iets hogers is. In elk geval had ik geen moeite met Jans geloof. We hebben onze drie 
kinderen laten dopen en baden vroeger ook aan tafel. Dat gaf me een prettig 
gevoel van veiligheid. Ik vond Jans vader een heel lieve, zachtaardige man. Zoals Jan in Knielen op een bed violen 
beschrijft, vroeg zijn vader mij vaak om voor te lezen. Dat vond ik altijd heel fijn. Ik doe het op verzoek van Jan nog af en toe tijdens zijn lezingen. En ja, dan 
gebeurt het me nog weleens dat ik daarbij volschiet. Omdat alles zo gevoelvol wordt beschreven.
In de tijd dat ik bij Jans ouders over 
de vloer kwam, heb ik die geloofs-
uitspattingen van zijn vader nooit zo 
extreem meegemaakt als Jan in zijn boek beschrijft. Het megasucces van het boek hebben we natuurlijk nooit voorzien. Sterker nog: toen ik het verhaal destijds begon te lezen, dacht ik: alweer over de kwekerij? Schrijf eens iets anders. Hij had al eerder over zijn ouders geschreven, hè. Maar Jan liet zich niet op andere 
gedachten brengen. Dat hij trouw blijft aan zijn gevoel bewonder ik wel in hem. Het is zíjn perceptie en bovendien is wat hij schrijft een mix van realiteit en fictie.”

Dit is een gedeelte uit het interview met Gerda Siebelink-van der Haas. Lees het hele interview met Gerda in Margriet 2017-38, bestel deze editie na via magazine.nl.

Interview | Mieke van Wijk
Fotografie | Marloes Bosch
Visagie | Nicolette Brøndsted

Ook leuk om te lezen

Kijk ook deze video

Artikelen van Margriet.nl ontvangen in je mailbox? Schrijf je in op margriet.nl/nieuwsbrief.

Ook interessant