Persoonlijk

Irene Moors: ‘Aan botox zou ik nooit beginnen’

ma35_rudolphenirene_m6z8900verlengt.jpg

Over smaak valt te twisten heet de nieuwe kookwedstrijd van SBS6, die Irene Moors (49) en Rudolph van Veen (49) vanaf 29 augustus presenteren. Reden genoeg om het duo te bevragen over hun overeenkomsten en verschillen in smaak op het gebied van eten, uiterlijk, liefde, opvoeden en wonen.

Over eten

Irene neemt een laatste hap van de cheesecake die Rudolph heeft geserveerd en zegt met schuldbewuste blik: “Ik heb het alweer volledig op. Het spijt me verschrikkelijk.”
Rudolph: “Als je nog meer wilt, dan kan dat. Mijn moeder noemde dat de geruststellende overvloed. Er zat altijd genoeg in de pan, zodat je drie keer kon opscheppen.”
Irene: “Ik heb zondag een verjaardag en ben bang dat ik ook een geruststellende overvloed heb… besteld! (schatert) Bestellen is mijn middle name… Jij bestelt natuurlijk nooit?”
Rudolph: “Soms sushi, als Simone, mijn vriendin, weet dat ik heel laat thuis ben.”
Irene: “Bestel jij sushi?! Dan moet je een topadres hebben, want als ik zo goed sushi kon maken als jij, zou ik het nooit meer bestellen. Bij mij in de buurt zit een goede Italiaanse traiteur, waar ik veel afhaal. Pizza’s haal ik weer bij een ander restaurant, waar ze gebakken worden terwijl je erbij staat. Voor mijn zoon is een diepvriespizza het allerlekkerste wat er is, maar ik houd te veel van kwaliteit om dat soort dingen nog te eten. We zijn thuis ook groot fan van die maaltijdboxen, waarin recepten en alle ingrediënten voor een hele week zitten.”
Rudolph: “Zo’n diepvriespizza komt niet eens in me op. Ik heb er vroeger natuurlijk weleens een gegeten. Je wordt niet als kok geboren, maar ontwikkelt je smaak, dat maakt dit vak zo leuk en avontuurlijk. Ik ga meestal zonder plan naar de winkel en kies wat me tegemoet lacht. Een enkele keer kookt Simone. Dan kiest ze uit een stuk of vier gerechten die ik nooit maak, omdat ik wil dat ze van haar het allerlekkerst zijn.”
Irene: “Als dat geen liefde is! Ik heb het lange tijd te druk gehad om me veel met koken en eten bezig te houden. Ik ben ook niet culinair opgevoed. Mijn moeder werkte tot zes uur en vroeg ons om rond kwart voor zes het vuur onder de aardappels, diepvriesspinazie en gehaktballen aan te zetten, zodat het klaar was als ze thuiskwam. Ik moet ook opeens denken aan de doe-het-zelftompouce. Poeder, water erbij… dat maakten wij vroeger.”
Rudolph: “Bestonden die dingen toen al? Mijn moeder haalde altijd een grote doos weekendgebak, met moorkoppen en tompoucen erin.”
Irene: “Ik bedoel maar: andere culinaire achtergrond. Ik heb het bij mijn eigen kinderen niet veel beter aangepakt. Toen ze klein waren, was ik van de potjes. Heb je die weleens geproefd? Ze zijn eigenlijk heel vies. Maar wel makkelijk. Ik durf het bijna niet te zeggen, maar ik vond het jammer dat de potjestijd voorbij was, want toen moest ik zelf iets gaan verzinnen. Nu eten mijn kinderen nog steeds niet echt lekker mee. Vooral met mijn zoon is het elke avond een gevecht. Hij wil alleen maar sperziebonen, spinazie, broccoli, lasagne of pizza. Nooit wat anders, beresaai.”
Rudolph: “Dat zijn wel goede groentes en het gaat vanzelf beter als ze ouder worden. Hoe we het met mijn dochter Doris (22) deden, ben ik een beetje kwijt. Ik was toen volop bezig met mijn carrière en haar moeder verzorgde dat grotendeels. Met mijn jongste, Ralph (3), heb ik een project gemaakt van het eten. Alles zelfgekookt en in potjes ingevroren. Het eerste wat hij kreeg, was groene asperge. Hij eet nog steeds goed, maar ik wil daar niet te stoer over doen, want misschien komt er nog een periode dat hij niks meer wil. Ik ben er wel van overtuigd dat je beter met moeilijke smaken kunt beginnen en niet meteen overal appelmoes door moet te spatelen.”

Over uiterlijk

Irene: “Kleding moet voor mij draagbaar zijn en makkelijk zitten. Ik heb een vrij los imago en daar hoort ook losse kleding bij. Niet te keurig. Een pak kan, maar dan wel met gympen en een T-shirtje eronder. In mijn dagelijks leven draag ik voornamelijk spijkerbroeken, voor tv of evenementen werk ik met een stylist. Bij galapremières raak ik volledig in paniek. Lange jurken! Die vind ik bijna niemand staan. Ja, als ze voor tienduizenden dollars op je lijf worden gemaakt, maar ik moet toch even goedkoper slagen.”
Rudolph: “Ik draag buiten de keuken het liefst pakken. Ik houd van netjes. In een T-shirt de deur uit gaan, doe ik niet. Dat vind ik net alsof ik aan het verhuizen ben. Kleding is voor mij ook een uiting van respect naar anderen. Als ik thuis een diner geef en de visite komt in een T-shirt en een flodderbroek, dan moet ik even slikken.”
Irene: “Rudolph is hier wel extreem in, hoor. Hij ziet er altijd spic en span uit. Ik ben een keer bij hem thuis gaan filmen: zijn kledingkast zag er onberispelijk uit. Dat mag ik toch wel zeggen? Hij vindt dat logisch, zo’n nette kast, maar ik wist niet wat ik zag. Rudolph heeft een heel duidelijke mening over kleding. Als het heet is en er lopen mensen op slippers, dan kan hij dat bijna niet aan.”
Rudolph: “Klopt, ik zou ze zelf nooit aantrekken. Gipsy look en hippiestijl, dat is niet mijn cup of tea.”
Irene: “O, dat vind ik dus enig. Alles lekker los. Ik trek ook gewoon mijn slippers aan als ik een afspraak met Rudolph heb. Ik heb nu mooie espadrilles aan, je ziet m’n tenen niet eens, maar dit vindt hij al minder.”
Rudolph: “Als ik een uitnodiging krijg voor een feest in Ibiza-stijl, dan vrees ik dat ik helaas geen tijd heb. Ik ben niet zo opgevoed, hoor, mijn vader was zeeman en ook heel vrij. Maar ik ben zelf erg van de etiquette. Ik vind het belangrijk om er clean uit te zien, ook wat betreft mijn haar. Ik verf het fris blond, tot ik van nature helemaal grijs ben.”
Irene: “Ik ben al jaren duifgrijs, dus ik blondeer het ook. Make-up gebruik ik niet veel, alleen mascara. En ik verf mijn wimpers en wenkbrauwen. Om de vijf weken lig ik bij de schoonheidsspecialiste, maar met rimpels heb ik he-le-maal geen probleem. Botox zou ik nooit aan beginnen. Ik vind dat vrouwen die aan botox en fillers doen op elkaar gaan lijken. Het karakter verdwijnt uit iemands gezicht.”
Rudolph: “Ik laat er ook niks aan doen. Lenzen vind ik al eng, laat staan naalden.”

interview: bas maliepaard fotografie: iris planting styling: hanna suurland kleding irene: toute fabienne.

Dit is een gedeelte uit het interview met Irene en Rudolph in Margriet. Het volledige interview lees je in Margriet 36-2016. Dit nummer nabestellen? Dat kan bij Tijdschrift365.nl of koop het artikel op Blendle.

 

Ook interessant