Persoonlijk

Marcel Hensema: ‘Nog steeds kan ik voor alles bij mijn ouders terecht’

marcel-hensema-nog-steeds-kan-ik-voor-alles-bij-mijn-ouders-terecht.jpg

Als acteur Marcel Hensema niet lekker in zijn vel zit, stapt hij de deur uit en gaat hij urenlang lopen. “De huidige situatie creëert ook saamhorigheid en nederigheid ten opzichte van de natuur. Ik hoop dat dat zo blijft.”

Marcel Hensema staat in de voortuin van z’n Amsterdamse woning, pal aan het IJmeer. Hij tuurt over het water, alsof hij ergens naar op zoek is. Of misschien mijmert hij over het leven, wie zal het zeggen. Zijn begroeting is joviaal en hartelijk, zoals je dat doet met dierbare vrienden, maar wel met een goede anderhalve meter afstand. Eerder die dag heeft hij een rondje gesupt vertelt hij, wijzen naar een surfplank op links. Daarna is hij achter zijn laptop gekropen om e-mails te beantwoorden en z’n administratie te doen. Een dag zoals er veel van zijn in dit rare coronatijdperk.

Je werk voor deze zomer is allemaal afgelast. Wat doet die stilstand met jou?

“De eerste weken vond ik het heel lekker om tot rust te komen. Het was steeds prachtig weer, dus ik ben veel gaan wandelen, suppen en lezen. Maar na een tijdje werd ik toch een beetje onrustig: hoe lang houd ik dit vol, ook financieel? Ik dacht: weet je wat, ik ga luisterboeken inspreken. Microfoon gekocht, mezelf eigen gemaakt om met een audioprogramma te werken, maar de uitgeverijen zaten helemaal niet op mij te wachten. Toen bedacht ik dat ik deze zomer kan aanbieden om bij mensen thuis te komen spelen. Ik heb een filmpje op Facebook gezet en daar kwam ineens heel veel respons op. Sindsdien word ik overstelpt door mensen die me willen boeken.”

Is het glas bij jou altijd halfvol?

“Ik denk dat ik wel zo ben ingesteld. Soms word ik even wanhopig, omdat ik mijn vak niet op een normale manier kan uitoefenen. Maar ik probeer wel te dealen met de omstandigheden en originele dingen te bedenken. Ik weet niet hoe lang de houdbaarheid is, maar ik denk dat wij als soort geniaal zijn in overleven en zoeken naar oplossingen. Dat brengt je vaak op paden die je anders niet had kunnen verzinnen, zoals de huiskamervoorstellingen die ik nu geef. Je merkt dat de hele situatie ook saamhorigheid en nederigheid ten opzichte van de natuur creëert. Misschien ben ik naïef, maar ik hoop dat het in dat opzicht een beetje zo zal blijven.”

Je bent net vijftig geworden, hoe voel je je daarbij?

“Ik had een fantastische verjaardag, de beste ever. Mijn vrouw had een heel programma georganiseerd, samen met mijn dochter: een keukenaubade van oude buurjongetjes, met vrienden door de Jordaan varen op een versierde boot, picknicken met mijn beste vriend, taart eten met de regisseur van Hollands Hoop, een tuinconcert van vrienden met een gitaar”, vertelt Hensema. “Als je normaal een feestje geeft, móét je om de drie minuten iets: de bitterballen uit het vet halen, wijn inschenken. Het mooie was nu dat ik de hele dag echt contact had met mensen, zodat we rustig een gesprek konden voeren met aandacht voor elkaar. Het was een soort In de hoofdrol van Mies Bouwman, maar dan thuis.”

Vind je het fijn om het stralende middelpunt te zijn?

“Vroeger was ik vaak haantje de voorste met optreden en zingen. Op kamp was ik de jongen die de liedjes inzette, echt een gangmaker. Op de een of andere manier zat er een soort geldingsdrang in mij, ik wilde gezien worden. Dat is er nog altijd, zoiets zit diep ingebakken in de mens, maar ik heb nu mijn werk om aan die behoefte te voldoen. Ik speel nu even psycholoog van de koude grond, maar daardoor ben ik op feestjes steeds meer de man in het hoekje geworden. Op het podium heb ik alle aandacht, dus daarbuiten voer ik liever een goed gesprek aan de zijlijn.”

Heb je het idee dat je anders in het leven staat dan pakweg twintig jaar terug?

“Ik vind vijftig een mooie leeftijd, omdat je nog wel ambities hebt, maar niet meer zo nodig hoeft als vroeger. Het besef wat ertoe doet in het leven en wat waardevol is, groeit. Dat je niet zo veel nodig hebt en dat het gaat om echte vrienden, een mooie liefde, je kinderen. Al die clichés worden steeds meer waar. Dat vind ik fijn aan ouder worden.”

Had je een midlifecrisis nodig om tot deze inzichten te komen?

“Dat heeft absoluut meegespeeld. Het zal zo’n twee jaar geleden zijn geweest dat ik aan mezelf merkte dat ik narriger was dan anders. Ik zat niet lekker in mijn vel en voelde me vaak onzeker: is dit het nou, wat komt er nog? Soms was ik vrolijk, dan weer was ik niet vooruit te branden, maar ik wist niet waar het aan lag. Ik ben met een psycholoog gaan praten – wat voor mij niet echt werkte – en ben gaan wandelen. Urenlang lopen in de natuur, geen mens tegenkomen. Ik had het nodig om de rust in mezelf weer te vinden. De wandelingen brachten een soort langzaam leven op gang, wat mij heel erg goed heeft gedaan.”

Is wandelen een vast onderdeel in je leven geworden?

“Wandelen is de manier om even te aarden, omdat je wordt teruggeworpen op jezelf en vragen gaat stellen als: waar draait het nou echt om? Je realiseert je dat je niet alles in het leven in de hand hebt en dat het morgen anders kan zijn. Dat is iets wat ik nog regelmatig opzoek. Afgelopen week nog zat ik thuis en wist ik het even niet meer. Ik was emotioneel en zat niet lekker in mijn vel. Dan stap ik de deur uit richting Muiderberg en ga urenlang lopen. Over de dijk, tussen de schapen en de koeien door. De natuur, de frisse buitenlucht, dat heeft op mij een enorm positief effect.”

Brengt de natuur je terug naar je jeugd, ravottend op het Groningse platteland?

“Och ja, dat zit heel diep. Ik was een echt buitenkind. Met vrienden hutten of vlotten bouwen, door de natuur zwerven, avonturen beleven. Als jongetje was ik altijd aan het gek doen en spelen, daar heb ik later mijn vak van gemaakt. Spelen en natuur, dat is wat ik leuk vind. Ik heb het geluk dat we in Amsterdam in een mooie omgeving wonen, aan het water, maar de stad blijft toch vrij stenig. Soms kan ik hevig verlangen naar het ongerepte van Groningen, de stilte en de natuur.”

Wat heb je van je ouders, nuchtere Groningers, meegekregen?

“Eerlijk zijn en bij jezelf blijven. Ze hebben me ook veel vrijheid gegeven, min of meer noodgedwongen, omdat ze bijna altijd aan het werk waren. We hadden een snackbar aan huis met een cafégedeelte erbij. Soms dacht ik: god, waarom gaan wij nooit op vakantie? Maar dan moesten zij in de zaak zijn. Dat vond ik jammer, maar aan de andere kant bood mij dat de mogelijkheid om zelf met de bakfiets naar België te gaan en andere gekke uitstapjes te verzinnen. Ik was vroeg zelfredzaam en ben al op mijn zestiende uit huis gegaan. Niet omdat het niet klikte, maar omdat ik aan vrijheid toe was. Nog steeds kan ik voor alles bij ze terecht, de deur is altijd open. Ik kom uit een gezin met veel liefde, alleen werd daar nooit zo over gepraat.”

Probeer je dat bij je eigen kinderen anders te doen?

“Ja, maar soms denk ik: jemig Marcel, houd je mond toch eens. Dat wisselt elkaar af, wat eigenlijk komt door mijn vrouw. Waar mijn jeugd werd gekenmerkt door Nederlandstalige muziek, bier dat op zaterdagavond door het café vloog en de leesmap met de Aktueel en de Donald Duck, is zij een domineesdochter die opgegroeid is met vrijwilligerswerk, poëzie, klassieke muziek en mooie teksten. We zijn dit jaar dertig jaar samen en in die tijd neem je wel wat van elkaar over. Ik pendel heen en weer tussen die twee kanten. Soms vind ik het heerlijk om op volume tien te luisteren naar een piratenzender met obscure liedjes die niemand in de culturele wereld kent, maar ik vind het ook prachtig om een mooi concert te zien in Het Concertgebouw.”

Ben je blij met die mix van high en low culture in je leven?

“Dat brengt me veel. Ik probeer voorstellingen met diepgang te maken, maar streef er wel altijd naar dat ze voor een groot publiek toegankelijk zijn. De drempel om naar het theater te gaan, is voor sommige mensen heel groot. Dat werkt een deel van de gesubsidieerde toneelwereld zelf in de hand, door te focussen op één groep van gelijkgestemden en veel moeilijke woorden te gebruiken om uit te leggen wat ze nu eigenlijk doen. Ik vind niet dat we in een Jip en Janneke-samenleving moeten leven, maar ik denk wel dat de kloof met de rest van Nederland een beetje door de culturele elite in stand wordt gehouden. Daarom koester ik het contact met mijn publiek, omdat dat mij voedt en me elke keer weer leert hoe het grootste deel van het land naar de wereld kijkt.”

Wat is het geheim van een huwelijk dat al dertig jaar meegaat?

“In gesprek blijven en tijd voor elkaar maken. Soms schiet dat er weleens bij in, dan ben je met z’n tweeën zo druk dat je even moet stilstaan om elkaar weer te vinden. In een relatie die al dertig jaar meegaat, ga je door van alles heen met z’n tweeën. Dat maakt de band en het houden van alleen maar sterker.”

“Natuurlijk is het niet zo dat ik elke dag met roze vlinders door het huis loop, maar soms zijn die momenten er ineens weer, en dat is te gek. Het belangrijkste is dat je het samen constant opnieuw moet blijven uitvinden. Mijn vrouw en ik doen dat door veel nieuwe dingen met z’n tweeën te doen. Elze vond het bijvoorbeeld supereng om op een surfplank te staan, maar laatst zijn we toch ’s ochtends vroeg naar Vuurtoreneiland gaan suppen. Daar heb je een strandje, waar we met een thermoskoffie zijn gaan zitten. Dat zijn fantastische momenten.”

Artikelen van Margriet.nl ontvangen in je mailbox?
Schrijf je in op margriet.nl/nieuwsbrief

Welke rol spelen je kinderen in je levensgeluk?

“Een heel grote. Het fijne aan de coronatijd is dat we zo veel met z’n vieren zijn. Mijn zoon is negentien en studeert aan de Herman Brood Academie. Hij zal binnen een paar jaar wel uitvliegen. Mijn zestienjarige dochter misschien ook, dus tijd samen is heel kostbaar. Soms levert het ook spanningen op, met z’n allen op die paar vierkante meter, maar daar staan zo veel mooie momenten tegenover. Gisteravond nog hebben we met z’n allen op een oud industrieterrein gepicknickt met een vriend die alleen op een flatje zit. Elke week spreken we met hem af, na het eten gaan we jeu-de-boulen. Dat vind ik iets moois, wat ik koester aan deze periode.”

Hoe kijk je naar de post-coronatoekomst?

“Ik heb geen grote werkdromen, zo van: ik wil ooit nog eens Macbeth spelen. Dat zou ik hartstikke leuk vinden hoor, maar het zijn geen brandende ambities. Als ik mag doorgaan met mijn werk zoals dat de afgelopen jaren ging, ben ik een tevreden mens. Verder hoop ik op een toekomst met veel mooie mensen om mij heen. Ik heb veel vrienden die ik al mijn leven lang meedraag. We kunnen elkaar af en toe een halfjaar niet spreken, maar na een paar minuten bij elkaar zijn we er weer. Het is een groot goed om het leven met hen en mijn familie te beleven. Dat klinkt zijig, maar dat is wel echt zo.”

Dit interview met Marcel Hensema is eerder verschenen in Margriet 25– 2020Dit nummer teruglezen? Ga dan naar Magazine.nl.

Tekst | Fleur Baxmeier
Fotografie | Iris Planting.

Ook interessant