Word abonnee

Kies nú voor een abonnement met korting

Abonneer nú met korting

Persoonlijk

André van Duin: ‘Ik dacht dat Janny een enorm chique vrouw was…’

hr_m30-31_janny-en-andrei%c2%81_0314.jpg

Als Janny van der Heijden (66) en André van Duin (74) samen zijn, is een schaterlach nooit ver weg. De smaakmakers van de Nederlandse tv vertellen onder meer over je vrij voelen, verlegenheid en vriendschap.

Vondelpark, Amsterdam. Hollands weer, de warme zon verschuilt zich geregeld achter grijze stapelwolken. Bij de vijver tuurt teckel Nhaan in het water. Janny van der Heijdens gekoesterde viervoeter is gelijnd aan een zalmroze riem met strik in de nek. Zelden zagen we zo’n chic exemplaar, maar wat wil je ook met een hondje dat gek is op truffelkaas? Naast Nhaan poseert Janny. Grote glimlach, niets is te veel. André van Duin slaat het gade van een afstand. Desgevraagd gaat hij gauw naast zijn presentatiecollega staan, maar dol op poseren is hij niet.

André: “Als ik ergens een hekel aan heb, is het een fotoshoot. Nu gaat het vandaag vrij snel en fotograferen we buiten, maar je hebt van die studiofotografen die lampen ophangen en de hele reutemeteut. Je bent zo uren verder en als ik de foto’s zie, denk ik: mwah, was dat het gedoe nou waard?” Janny hoort het en roept: “Enig vind ik dit, dat weet jij ook. Als kind was ik al dol op kleertjes, ander haar, verkleedpartijen. Nu geniet ik van een dag als deze en van alle visagie- en stylingmomenten voor onze programma’s.”

Over Janny en André

Janny van der Heijden is culinair schrijver en presentator. Ze is te zien in Heel Holland Bakt en Denkend aan Holland van Omroep Max én op 24Kitchen. Ook maakt ze een podcastserie, De smaak van vroeger, over 85+-ers en hun eetherinneringen. Janny woont in de Utrechtse Heuvelrug en heeft twee zoons, Roderick en Diederick, plus drie kleinkinderen.

André van Duin is komiek, acteur en presentator. Al decennialang maakt hij succesvolle theaterprogramma’s. Hij is ook bekend van tv en toneel, onder andere Het geheime dagboek van Hendrik Groen en The Sunshine Boys. Samen met Janny is André vanaf augustus te zien in het derde seizoen van Denkend aan Holland bij Omroep Max. Ook presenteert hij Heel Holland Bakt Kids. André woont in Amsterdam.

‘Denkend aan Holland’

Van aanlummelen is deze zomer geen sprake. Het duo neemt een nieuw seizoen Denkend aan Holland op, waarvoor ze Nederland verder verkennen. Dit keer vaart het bootje richting Zaanstreek, de Rijp en de Hanzesteden. Met Nhaan op het voordek, de snuit in de wind, varen ze ook naar Utrecht, Gouda, Zwolle en de Biesbosch. Ook de Heel Holland Bakt-tent is weer opgezet. De eerste draaidagen was het er ijskoud. Met koude vingers is het lastig taartjes bakken, daarom werden vijf haarden aangerukt om de tent te verwarmen. André droeg, stiekem onder zijn jasje, een vest met ingebouwde verwarmingselementen. Terwijl ze happen in een desembol tonijnsalade, vertellen ze over het voorbije anderhalf jaar waarin de lockdowns een grote rol speelden.

Hoe hebben jullie deze tijd beleefd? 

André: “In onze branche vielen de hardste klappen in het theater. Ons presentatiewerk voor tv, opgenomen zonder publiek, kon met een paar extra maatregelen gewoon doorgaan. Maar in de stad vond ik het ontzettend ongezellig. Ik ben het gewend in de middag naar de bioscoop te gaan met aansluitend een bitterballetje op het terras. Nu was het leeg en stil in Amsterdam. Zo’n stad helemaal doods, heel naar was dat.”

Janny: “Ik heb twee kleinkinderen en in januari is daar een derde kleinkind bij gekomen. Na de bevalling mocht ik niet op ziekenhuisbezoek. Ook het kraambezoek later thuis was op afstand. Op school hoorden de kleintjes dat ze hun grootmoeder niet mochten knuffelen en in hun hoofdjes werd dat steeds groter. Daar heb ik verdriet om gehad. Ik miste ook het samenzijn met vrienden. Het kuieren door de stad en spontaan besluiten ergens te dineren.”

Te hard racen

André: “De vrijheid was weg, maar met de stilstand kwam ook het besef dat we misschien te hard raceten met z’n allen. We holden de dag door, vliegtuigen vlogen af en aan. Met het grootste gemak boekten we een ticket naar New York om, bij wijze van spreken, een secretaresse de hand te schudden. Dat idiote gemak is hopelijk voorgoed ten einde nu we heel goed op afstand blijken te kunnen werken. Wat mij betreft houden we meer nieuwe gewoontes in stand. Dat we ter begroeting geen drie zoenen meer geven, vind ik een fijne.”

Janny: “Tijdens de lockdowns sloeg het bakvirus toe. Ik schrijf al honderd jaar over eten, maar werd nu meer dan ooit aangeklampt voor baktips. In de supermarkt zette ik macarons op de kassaband. Het kwam me meteen op een opmerking te staan: ‘O? Wordt er niet meer gebakken?’ Koek of gebak in mijn karretje leggen, kan ik blijkbaar beter niet meer doen.”

janny en andre

Er gloort licht aan het einde van de coronatunnel. Beschouwen jullie jezelf als optimistisch?

Janny: “Ik wel. Ik zie mijzelf deze zomer naar mijn huis op het Franse platteland gaan. Een lange tafel in de tuin, familie die blijft logeren. Ik geloof graag dat het weer kan. Optimisme schuilt in de wijze waarmee je omgaat met wat op je bordje komt. Ik blijf altijd op zoek naar een lichtpuntje, hoe klein ook. Er is een verhaal over een tweeling, de ene een pure optimist, de andere een absolute pessimist. De pessimist wordt opgesloten in een kamer vol cadeaus. ‘Echt niet dat ik die ga openmaken,’ zegt de pessimist. ‘Ik heb altijd alleen maar gezeik.’ De optimist wordt opgesloten in een kamer vol shit en een hooivork.”

“Hij pakt de hooivork, gaat graven en zegt: ‘Als er zo veel shit ligt móét hier wel een pony onder zitten.’ Het schetst hoe ik het leven wil zien, ook al is het niet enkel rozengeur en maneschijn. Fysiek heb ik wat te verduren gehad en een echtscheiding is voor niemand leuk. Maar ik probeer er altijd iets van te maken. Daarbij helpt het dat ik ben gezegend met sterke wortels. Ik heb me in mijn jeugd altijd geliefd gevoeld. Mijn ouders zeiden vaak: ‘Wij wilden een meisje en hier ben je!’ Veel mensen zijn hun hele leven op zoek naar erkenning. Ik niet en daarin voel ik me erg bevoordeeld.”

André: “Het zal mensen misschien verbazen, maar ik beschouw mijzelf niet als een optimist. Sterker nog: ik ben blij dat ik al 74 ben, want de generatie die nu jong is, gaat het moeilijk krijgen, gok ik. We hebben al 76 jaar geen oorlog, maar als ik zie wat er allemaal gebeurt, vraag ik mij af of dat zo blijft. Ik vind het steeds enger worden met het bestaan van chemische wapens en individuen die bereid zijn een oorlog te beginnen om een meningsverschil. Hoe mooi dit tijdperk ook is qua technische vooruitgang en welvaart, de pessimist in mij twijfelt een beetje of we er over honderd jaar nog zijn. Ik ben 74, hoe lang heb ik dan nog, Janny?”

Janny: “Jij? Nog zeker 26 jaar. André van Duin 100, dat zou een prachtig jubileum zijn. Wat zeg ik: een nationale feestdag.”

De waardering voor jou als persoon lijkt steeds groter te worden, André. Voel je dat ook zo?

André: “Ja. Het heeft met mijn leeftijd te maken, denk ik. Vroeger klonk het ‘grote bloemkoluuh’ of ‘effe wachten, pizza’ als mensen mij tegenkwamen. Nu hoor ik dat men het fantastisch vindt om mij te ontmoeten. Ik word steeds meer als een object gezien.”

Janny: “Het knappe aan André is dat hij zichzelf altijd is blijven vernieuwen. In plaats van een doelgroep te verliezen, heeft hij er meer fans bij gekregen.”

André: “Nou god, ja. Ik heb twee generaties overleefd, hè. Er is altijd wel iemand die van me heeft gehoord.”

Maakt de lof verlegen?

André: “Eerlijk gezegd wel. Ik kan er niet mee omgaan als mensen naar me toekomen en zeggen dat ze met tranen in hun ogen naar mijn speech op de Dam hebben gekeken. Dan stamel ik een bedankje, zeg ik dat ik het lief van ze vind. Snel wegwezen, denk ik dan.”

Je raakte inderdaad miljoenen kijkers met jouw toespraak op 4 mei op de Dam. Wat was de boodschap die je wilde uitdragen?

André: “Dat we het leven in vrijheid niet als vanzelfsprekend mogen beschouwen. Pas op het allerlaatste moment, wachtend achter het monument toen het trompetgeschal klonk, werd ik nerveus. Ik wilde het goed overbrengen, mijn verhaal over mijn vaders oorlogsherinneringen en mijn jeugd in het platgebombardeerde Rotterdam. Ik wilde ook heel graag het Homomonument in Amsterdam benoemen. Want nog maar in 1970, helemaal niet lang geleden, werden twee homoseksuele jongens gearresteerd toen ze een krans wilden leggen bij het oorlogsmonument op de Dam ter herinnering aan de vervolging van homo’s in de Tweede Wereldoorlog. De jongens werden opgepakt, hun krans werd vernietigd. Het leidde tot heftige demonstraties en tot het oprichten van het Homomonument. Na mijn speech ontplofte mijn telefoon zowat, zo veel reacties kwamen er binnen. Ook vanuit de gayscene waarin men zich eindelijk gehoord voelde.”

Janny: “Je hebt velen tot tranen toe geroerd. Ook mij.”

Op het einde van de toespraak wierp je een kushand naar de hemel.

André: “Ik vind het een troostende gedachte om ervan uit te gaan dat mijn overleden man Martin met mij meekijkt. Naar omstandigheden gaat het goed met me. Werk houdt me bezig en ik heb een grote vriendengroep die me de eerste kerst zonder Martin en de eerste verjaardag zonder Martin niet alleen laat doen. Ik ben alleen, maar niet eenzaam.”Janny vertelt over de vriendschap die is ontstaan door hun samenwerking voor Heel Holland Bakt. De afstand – Janny wonend in de Utrechtse Heuvelrug, André in Amsterdam – maakt dat ze de deur niet bij elkaar platlopen, maar ze appen vaak en eten geregeld samen. André is goed in Hollandse kost en maakt de perfecte gehaktbal. Janny zorgt voor ‘uitgebreid en ingewikkeld’, een tafel vol vega en non-vega.

Tijdens het interview klinkt vaak Janny’s schaterlach. André maakt haar aan het lachen met de timing en routine van een raskomiek, “Want je moet het leven vooral niet te serieus nemen. Dan is er geen bal meer aan.” Tegelijkertijd vindt hij dat hij lang genoeg met alpinopet en korte broek op het toneel heeft gelopen. Lang genoeg een typetje is geweest. André legt uit: “Ik denk dat ik me altijd achter mijn typetjes heb verstopt. Dat vond ik het makkelijkst, het minst eng. Ik wist niet of men mij, gewoon André, ook leuk zou vinden. Toen ik werd gevraagd voor het toneelstuk The Sunshine Boys en later voor de tv-serie Het geheime dagboek van Hendrik Groenvond ik het niet onprettig om daarmee een andere kant van mezelf te kunnen laten zien. De tijd was er rijp voor.”

Werkend met elkaar, wat heeft jullie het meest verrast?

Janny: “Ik ben vooral erg geïmponeerd door André’s flexibiliteit en enorme vakkennis. Hoe snel jij kunt schakelen en woordgrapjes maakt, daarin ben je echt uniek in Nederland. Daarbij ben je ook nog eens een schat van een vent.”

André: “Ik kende Janny van tv en dacht dat ze enorm chique vrouw was…”

Janny: “Nu ga jij het tegendeel beweren?”

André, lachend: “…maar ze blijkt gewoon ouwe-jongens-krentenbrood. Houdt van schuine moppen en gezelligheid. Ik dacht dat Janny alleen maar heel chic met ieniemienie vorkjes gebakjes at, maar ze blijkt in voor alle grappen die ik voor ons verzin. Ook als ik haar een lelijke tuinbroek laat aantrekken.”

Janny: “Mijn hele imago, pats-boem weg. De kracht van het programma is dat iedereen ziet dat we het zo naar ons zin hebben. Niemand zit elkaar in de weg, ook met Robèrt wordt enorm gelachen.”

Wordt er écht zo veel gesnoept in de tent?

Janny: “André snoept helemaal niet. Slim, want zo veel suiker geeft klap op klap. Ik eet zo veel mogelijk rauwkost tussendoor, maar ik wil nog weleens…”

André: “…hele taarten naar binnen schuiven. ‘Janny, stop nou, de camera’s zijn al uren geleden gestopt met draaien!’ roepen we dan. Maar ze gaat gewoon door. Njam njam, even die nog proeven. Mmm.” Bij Janny klinkt een gulle lach als André besluit: “Ze heeft me een contract laten tekenen, dus ik mag hier verder níéts meer over zeggen.”

Typisch Janny en André

Wat zijn de favorieten van Janny en André?

Ontspannende muziek
Janny: “Alle muziek die André opzet tijdens de lunch en Franse jazz.”
André: “Jazz. Frank Sinatra.”

Fijnste plek in huis
Janny: “De keuken, kokend terwijl ik op mijn telefoon het nieuws bekijk.”
André: “Lekker tv-kijkend vanuit bed.”

Ideale zomerdag
Janny: ”Ik ben een enorme moederkloek. Mijn ideaal is met kinderen en kleinkinderen aan een lange tafel, met kaasplank en glaasje wijn.”
André: “Een schaduwrijk terrasje pakken en daarna een tukje doen. Ik ben niet van de lange zomeravonden. Om half elf denk ik: is die zon nou nog niet onder? Ga nou eens weg! Ik houd van de winterse donkerte, van haardvuur en kaarslicht.”

Poëzie
Janny: “Het esoterische werk van de Perzische filosoof Jalal ad-Din Rumi vind ik mooi.”
André: “Er gaat een wereld voor mij open. Rumi? Esoterisch? Ik lees niet vaak en gedichten al helemáál niet.”

Patisserie
Janny: “De Saint Honorétaart. Nee, toch de Paris-Brest, een soezenring gevuld met crème van nootjes. Daarbij de chocolademelk van Angelina in Parijs.”
André: “Ik geniet meer van hartigs. Zoals de garnalenkroketten van Holtkamp in Amsterdam.”

Koesteren
Janny: “Als er iets goed is gegaan in mijn leven zijn het mijn kinderen. Ik voel me gezegend met ze en ben er trots op dat het goede mensen zijn met fijne gezinnen.”
André: “Gezond blijven, zeker na mijn ervaring met darmkanker, werk hebben en een beetje blijven meetellen.”

Tekst | Nicole Gabriëls
Fotografie | Marloes Bosch

Ook interessant