Word abonnee

Kies nú voor een abonnement met korting

Abonneer nú met korting

Persoonlijk

Ilja Gort: ‘Ik vind het vervelend om stil te staan bij mijn eigen dood’

ilja-gort-ik-vind-het-vervelend-om-stil-te-staan-bij-mijn-eigen-dood.jpg

Wijnboer Ilja Gort (70) leeft als God in Frankrijk. Daar probeert hij vooral te beseffen hoe goed hij het heeft. En hij blijft zich verbazen: “Zoals Jan Wolkers een uur naar torretjes kon kijken? Dat kan ik ook.”

Kom mee,” zegt Ilja Gort. Hij gaat staan, loopt een paar meter naar links en wijst dan met onverholen trots op een vrolijk klaterend beekje. Als een kind zo blij is hij met deze stroom water die sinds een paar maanden door zijn Franse landgoed meandert. “Ik zat hier vorig jaar te tikken aan mijn nieuwe boek Bed en Breakfast en dacht: wat zou het leuk zijn als ik hier wat gekabbel van een beekje hoor. Ik geef amper geld uit, koop mijn kleren op de rommelmarkt, maar als ik iets écht wil dan koop ik het. Dus heb ik een geul laten graven, twee grote vijvers laten aanleggen en er een stevige pomp in gezet. En nu stroomt hier een beekje.”

Weinig te klagem

Ziehier een man die weinig te klagen heeft. Ilja Gort – de schrijvende en televisie makende wijnboer met pet, vrolijke inborst en dito snor – leeft de droom. Gort verdiende in zijn jonge jaren een flinke zak geld met het maken van platen, film- en reclamemuziek, maar kocht in 1994 een château in Saint-Romain-la-Virvée, in de Franse Gironde. Sindsdien bestiert hij daar Château La Tulipe, het succesvolle wijnbedrijf. Vol overgave, want hij mag inmiddels zeventig zijn, weleens een kwaaltje hebben, Ilja is nog net zo energiek als dertig jaar geleden.

Met zijn zoon Klaas werkt hij nog dagelijks in de wijngaard en samen met zijn vrouw Caroline rent hij elke ochtend de heuvel van zijn chateau op en weer af. Het lichaam in vorm houden. En als Ilja toch weer eens naar Nederland moet, bevindt zich op de zolder van zijn huis in Amersfoort nog een alleraardigst sportzaaltje waar hij ook kan trainen.

Leven als Gort in Frankrijk

Maar waarom zou je eigenlijk, als je ook permanent als Gort in Frankrijk kunt leven? Ilja: “Omdat ik het daar óók leuk vind. Als ik de voordeur opendoe, wandel ik zo naar het cafeetje op de hoek. Daar ken ik iedereen, daar drink ik even koffie, maak ik een praatje. En in Nederland kom ik mensen tegen die bij het theater of de televisie werken, daar doe ik inspiratie op. Hier op dit afgelegen chateau is het anders. Ik kan een kanon afschieten en dan nog valt de kogel op mijn eigen grond. Ik kan zo ver kijken als ik wil en zie alleen maar bos, een oud dorpskerkje en kijk, daarginds in het dal stroomt de Dordogne.”

“Hier is alleen maar schoonheid. En absolute eenzaamheid. Ik moet het hier hebben van mijn gezin en een paar mensen uit het dorp met wie ik praat over de oogst en het weer, maar ook over ziekte en dood. Een gesprek heeft hier al snel een licht filosofische ondertoon.”

Waarom was Frankrijk destijds het beloofde land voor jou?

“Vanwege dezelfde reden dat het dat voor miljoenen andere Nederlanders is. Frankrijk, ja, dat is het paradijs op aarde! Hier is het altijd mooi weer, alles is gratis en er wonen alleen maar lieve mensen. Daarom kijk ik ook zo graag naar Ik vertrek: altijd weer mensen die het idee hebben dat ze alle zorgen in Nederland achterlaten en in Frankrijk een nieuw, gelukkig leven beginnen. Maar die zorgen neem je gewoon mee en er komen een hoop nieuwe bij, dus het is dubbele ellende. Alleen weet je dat niet als je gaat – of je wilt het niet weten. Voor mij gold hetzelfde. Mijn liefde voor Frankrijk stamt uit de late zeventiger jaren. Ik zag er overal mannetjes die aan het jeu-de-boulen waren, met van die blauwe broeken aan en petjes op. Beetje kletsen en daarna op het terras in de zon pastis drinken.
Die deden niks, niemand deed wat. Ja, lekker eten en wijn drinken. Daar wilde ik deel van uitmaken. Dus kocht ik dit chateau.”

En toen bleken die Fransen toch een verdraaid koppig volk.

“Dat is misschien wel de grootste gesel waar God mij mee heeft geslagen: dat ik altijd wil winnen. Een probleem? Prima, dat los ik wel eventjes op. Zo ook met de Fransen, die rare, koppige, eigenzinnige, gereserveerde types. Op welke knop moest ik nu drukken om ze toch te laten ontdooien? Hoe zorgde ik ervoor dat ze me leuk gingen vinden? Want bij Fransen ligt het woord ‘nee’ voor in de mond: ze zeggen het nog voor je bent uitgesproken. Bij een restaurant zomaar op een leeg terrasje gaan zitten? No way. Ze willen eerst weten of je wel hebt gereserveerd enwijzen je vervolgens zelf een plek toe. Ondanks dat er niemand zit. Maar als het je dan lukt, als je ze voor je weet te winnen, wil je ze ook niet meer kwijt. Ik houd van ze, hoezeer ik ze soms ook kan haten.”

Je hebt het afgelopen coronajaar vrijwel volledig in Frankrijk doorgebracht. Was het goed vol te houden?

“Man, het was het mooiste jaar uit mijn leven, echt fantástisch. Na enige geharrewar konden we vanuit Nederland naar Frankrijk rijden, waar we vervolgens met Klaas en zijn vriendin Meriam een jaar lang met z’n vieren hebben geleefd. ’s Avonds om de beurt koken, samen eten, lachen, verhalen vertellen. Heerlijk. Klaas is nu 31, maar toen hij nog klein was had ik hem altijd op m’n knie. Ik was geen seconde bij hem vandaan, wilde alles samendoen. En toen was hij groot, ging-ie weg, studeren. Daar wen je aan, maar ineens,
al die jaren later, had ik hem weer terug! Hij zit niet meer op mijn knie, maar we zijn wel weer samen, we lachen, hebben plezier. En dan ook nog met een vriendin die harstikke leuk is. En met Caroline. We waren ineens weer een gezín.”

Wilde je zoon altijd al bij jou in het bedrijf werken?

“Nee, dat is langzaam gegroeid. In eerste instantie wilde ik het ook niet, maar na zijn studie stond hij ineens voor m’n snufferd. Hij wist niet wat hij moest doen, heeft zelfs nog een tijdje achter de kassa bij de Dirk gezeten, maar vroeg uiteindelijk of hij bij mij kon komen werken. Ik wilde dat niet, want ik houd van hem. En als je van iemand houdt, kun je niet lelijk tegen die persoon doen. Dat is nodig, iemand af en toe op zijn flikker geven, anders word je geen compleet mens. Maar ik kan dat niet. Ik wil dat niet. Dus zei ik dat hij op moest donderen. Trek de wijde wereld in, bevrucht alle vrouwen die je tegenkomt! Dat heeft-ie niet gedaan, hij is gewoon hier gebleven. En hij vindt het nog leuk ook: hij gaat het bedrijf langzaam van me overnemen.”

Ilja Gort en zijn zoon Klaas

Lastig?

“Nee, dat is goed. Net als het feit dat we allebei een andere visie hebben. Het is leuk om elkaar daarin te bestrijden, leuk om te zien hoe hij mij onderuit probeert te halen en nog leuker als ik het dan toch weer voor elkaar krijg om mijn zin door te drijven. Neem dat beekje. Klaas wilde het absoluut niet, want het kostte een flinke hap geld. ‘Maar Klaas,’ zei ik, ‘ik verdien toch geld?’ Ik heb daar lang voor moeten knokken. En moet jij raden wie nu het drukst bezig is om dat beekje mooi te maken met plantjes en steentjes…”

Wat voor vader ben jij?

“De leukste ter wereld. Er is geen leukere vader dan ik. Ik heb Klaas vanaf zijn geboorte tegen mij aan geklemd en toen dat niet meer ging, nam ik hem overal mee naartoe. Altijd ben ik met dat jong bezig geweest. Ik liet hem hier op een Solex door het veld rijden,
leerde hem houthakken, schieten op blikjes met een buks en de eerste keer dat ik op een tractor reed, zat hij naast me. We reden direct een gat in de schuur, maar we moesten vreselijk lachen. We hebben altijd een hoop plezier gehad.”

Het kind in jou is nooit weggegaan, hè?

Lachend: “Nee, ik ben blijvend infantiel.”

Hoe behoud je dat kind als zeventigjarige?

“Blijf je verbazen. Zoals Jan Wolkers een uur naar torretjes kon kijken? Dat kan ik ook. Bij ons in de slaapkamer overwinteren altijd lieveheersbeestjes. Die pak ik dan op en zet ze vervolgens buiten neer. Ik verbaas me over de bloemetjes, over beestjes, maar ook over mensen. Dat maakt me een slechte interviewer, want ik let amper op wat iemand zegt. Ik kijk naar wat die persoon op dat moment voelt, naar het rare haar dat uit zijn neus groeit, naar haar gekke oor. Ik verbaas me constant.”

Zijn jouw vrienden ook zo?

“Ik denk het wel, maar ik probeer me in elk geval te omringen met mensen die slimmer zijn dan ik. Ik doe dingen meer op gevoel, ben niet zo razendslim als bijvoorbeeld mijn vriend Roel, die fiscaal advocaat is. Maar ik vind het heerlijk om met hem te discussiëren over van alles. Want hij is behalve slim ook stronteigenwijs en heeft een uitgesproken mening – waar ik het over het algemeen niet mee eens ben. Ik vind het leuk om hem in zo’n soort verbale vechtpartij beentje te lichten. Als dat lukt, is dat heel bevredigend. En ik ben dol op intelligente vrouwen. Slimme vrouwen vind ik supersexy.”

Is dat ook de reden dat het werkt tussen jou en Caroline?

“Ik denk het, want ze is waanzinnig slim. Zij ontkent het zelf, maar volgens mij is Caroline hoogbegaafd. Daarnaast is ze honderd procent eerlijk en goedhartig. Dat ben ik niet. Ik ben een mean mother, ik houd ervan om te knokken, te kijken waar ik de wet kan omzeilen. Dat zou zij nooit doen, Caroline is het braafste meisje uit de klas. Altijd lief, open, oplossingsgericht en ontzettend sociaal. En daarboven dus heel intelligent. Een levensgevaarlijk wezentje dus.”

Wat ziet zij in jou?

“We zeggen altijd tegen elkaar dat wij de knuppel en het rapier zijn. Als er een conflict is met iemand ga ik er vaak met een gestrekt been in, terwijl zij met heel lieve, vriendelijke oplossingen komt. Meestal schuif ik in zo’n geval eerst Caroline naar voren, omdat zij dat zo goed kan. En als het dan niet lukt, dreig ik iemand op zijn neus te stompen. Figuurlijk dan, hè, maar het is een ijzersterke combinatie.”

Terwijl je met eerdere geliefden meer tegen elkaar knokte in plaats van tegen de rest?

“Ja, zo was het precies! Voor Caroline had ik twee serieuze relaties en met name die tweede vrouw was net zo iemand als ik. Zij had dezelfde gekkigheid, creativiteit, lastigheid. Dat matchte niet en dus ging het fout. Met Caroline is dat anders. Terwijl zij totaal niet het type vrouw is waar ik normaliter op val. Ze droeg grote broeken en legerkistjes. Ik dacht eerlijk gezegd dat ze lesbisch was.”

En nu leven jullie al dertien jaar de droom.

“Ja, we flikken het gewoon, hier in ons eigen paradijs, omringd door de wijngaarden. De vogels zingen en daar groeien aardbeien, kersen en vijgen. En niemand die ons hier lastigvalt. Niemand die ons ziet. Ik kan hier zo in mijn blote pik naar buiten lopen! Dus straks, als het warmer wordt, gaan we vijgen plukken. Als Adam en Eva.”

Zit er überhaupt een sombere kant aan Ilja Gort?

“O zeker. Ik vind het vervelend om stil te staan bij mijn eigen dood, mijn krakkemikkigheid. Ik denk er liever niet over na. En heel soms, als ik te veel wijn heb gedronken, ben ik de volgende dag weleens somber, haha.”

Hoeveel drinkt een wijnboer eigenlijk?

“Dat is wel een dingetje… Ik drink elke dag wijn, dus dan moet je niet te veel drinken. Het is jammer, maar ik kan slechts twee, drie glazen wijn op een dag drinken. Als ik meer drink, krijg ik daar last van en mag ik de volgende dag geen wijn. Dat vind ik vreselijk, want wijn is mijn passie. Soms denk ik ’s ochtends als ik opsta al aan welke wijn ik ’s avonds zal opentrekken. Vreselijk hè, haha.”

Met een beetje genieten is niets mis.

“Zo is het. En ik realiseer me steeds meer de kostbaarheid van het moment. Helemaal sinds er bij Philippe, een van mijn trouwste werknemers, een ernstige ziekte werd geconstateerd. Hij heeft 25 jaar voor ons gewerkt, is nooit een dag ziek geweest en het is een fantastische man. Ik draag hem op handen. Twee jaar geleden ging hij met pensioen en een week later kwam hij me vertellen dat hij ziek was. Ik werd gek. Gelukkig is het nu gestabiliseerd, het is aan het genezen.”

“Sindsdien verzin ik elke keer klussen om hem hier te krijgen. Kom Philippe, we gaan een moestuintje maken, een muurtje metselen. In de 25 jaar ervoor stond ik er nooit bij stil, maar nu… Altijd als hij er is, realiseer ik me hoe fijn het is dat hij er nog is, dat we samen praten, samen metselen. Het kan simpelweg niet, maar eigenlijk zou je je dat met al je geliefden continu moeten realiseren.”

Staat er überhaupt nog iets op jouw wensenlijstje?

“Ik stelde diezelfde vraag ooit aan een jongeman met een bed and breakfast in de Provence. Hij had een klein huisje, twee kinderen en een restaurantje dat werd gerund door zijn vrouw. Ik stelde hem die vraag en verwachtte onbewust dat hij misschien een wat groter restaurant wilde, een ruimer huis, misschien wat personeel. Maar hij zei: que ça dure. Opdat het voort mag duren. Dat vond ik een behoorlijk goed antwoord. Laat het vooral zo doorgaan, het is goed zo.”

Tekst | Marcel Langedijk
Fotografie | Caroline d’Hollosy, Ilja Gort.

Ook interessant