null Beeld Mariel Kolmschot. Visagie: Nicolette Brøndsted.
Beeld Mariel Kolmschot. Visagie: Nicolette Brøndsted.

PREMIUM

‘Ik vond het lastig om met het onbegrip om te gaan, had het gevoel dat we niet serieus werden genomen’

Desiree Tonino zorgde jarenlang vol overgave voor haar depressieve zoon. Totdat ze er zelf bijna aan onderdoor ging. “Na zes jaar wist ik: hij moet worden opgenomen. Dit gaat niet meer.”

“Het kwam voor mij als een complete verrassing. Sven was altijd een heel vrolijk en opgewekt kind. Sociaal ook. Met veel vriendjes. De puberteit was tot dan toe goed verlopen. Sven was na de basisschool naar de havo gegaan en had het prima naar zijn zin. Althans, zo leek het. Jaren later vertelde hij me dat hij al op de basisschool suïcidale gedachten had. Hij worstelde met het leven. Ik heb daar nooit iets van gemerkt. Zijn vader evenmin. Wat voelde ik me schuldig toen Sven op zijn zestiende kilo’s afviel en niet meer uit bed wilde komen. Zijn vader en ik waren kort daarvoor gescheiden, op mijn initiatief. Aanvankelijk zou Sven samen met zijn tweelingbroer bij mij komen wonen in het nieuwe huis dat ik had gehuurd. Maar last minute besloot hij dat hij bij zijn vader wilde blijven. Op dat moment ging er al een alarmbel bij mij af. Hij wil alles bij het oude vertrouwde laten, dacht ik. Op zich niet vreemd, maar ik voelde aan mijn water dat er meer speelde. Al wist ik toen nog niet wát.”

In de doe-stand

“Van zijn vader hoorde ik dat Sven niet meer at. Van een gezonde knul van ruim een meter tachtig en 83 kilo ging hij in twee maanden tijd naar 58 kilo. Ook zijn dag- en nachtritme had hij volledig omgegooid. ’s Nachts was hij wakker en overdag sliep hij. Ik maakte me enorm veel zorgen. Als ik naar hem toe ging, trof ik hem aan in een kamer die één grote bende was. Met veel moeite kreeg ik hem onder de douche. ‘Wat is er aan de hand lieverd?’ vroeg ik. Maar Sven wist het zelf ook niet. Alleen dat het hem allemaal niet meer kon schelen.

Omdat zijn vader regelmatig voor zijn werk een paar weken in het buitenland moest zijn, drong ik erop aan dat Sven bij mij kwam wonen. Het was echt onverantwoord om hem alleen te laten. Onder dwang is hij uiteindelijk bij mij komen wonen. Vanaf dat moment interesseerde het hem écht niet meer en gaf hij het op. Hij lag alleen nog maar in bed. En ik, ik ging als moeder meteen in de doe-stand. Regelde een afspraak met de huisarts, met therapeuten en een diëtist. Aan verwerken van de scheiding kwam ik niet toe. En dat schuldgevoel dat mij parten speelde? Ook dat schoof ik opzij. Alles stond in het teken van Sven. Ook zijn tweelingbroer, die ik door de situatie veel te weinig aandacht kon geven, was alleen nog maar met Sven bezig. We moesten hem weer op de been krijgen. Maar hoe?”

Altijd met hem bezig

“Elke ochtend bracht ik een dienblad met ontbijt naar zijn kamer. Ik bleef bij hem op bed zitten totdat hij het op had. Dan probeerde ik hem uit bed te krijgen. ‘Eerst één voet over de reling schat, goed zo. En dan je been.’ Vaak gaf hij aan dat het niet lukte, dat hij nog even bleef liggen. Dan kom ik over een uurtje terug, zei ik dan. En herhaalde het ritueel zich opnieuw. ’s Avonds kookte ik zijn lievelingskostje, dan at hij tenminste íéts. De hele dag maakte ik me zorgen. Het kostte zo veel energie. En tijd. Ik was freelance vertaler en kon amper werken. ’s Avonds en in het weekend haalde ik zo veel mogelijk werk in.

Ik was altijd bezig. Ontspannen? Daar kwam ik niet aan toe. ‘Wat doe je om weer op te laden?’ vroeg de psycholoog die ik na een tijd raadpleegde omdat ik veel boosheid naar mijn ex voelde. Hij ging heel anders met de situatie om, liet het meer los. Dat nam ik hem kwalijk omdat hij naar mijn mening geen idee had hoe het er bij mij thuis aan toe ging. Die boosheid, daar moest ik wat mee vond ik, want hoe kon hij weten hoe het was om voor een depressief kind te zorgen? ‘Ik houd van wandelen en fotograferen,’ zei ik tegen de psycholoog. ‘Maar ik kan me niet herinneren wanneer ik dat voor het laatst heb gedaan.’

De week daarna liep ik boos over het strand. Het was koud, het waaide en hagelde. ‘Heb je nu verdorie je zin?’ mopperde ik in gedachten tegen mijn psycholoog. ‘Heb ik nu mijn huiswerk gedaan?’ Ik moest van haar vóór onze volgende afspraak één keer hebben gewandeld. Maar hoe boos ik op dat moment ook was, het was wel een keerpunt. Vanaf dat moment nam ik steeds wat meer tijd voor mezelf. En zo kreeg ik uiteindelijk ook een vriend.”

null Beeld

Onbegrip

“Sven bezocht ondertussen de ene na de andere therapeut. Van hem hoorde ik dat ze stuk voor stuk groeven in zijn verleden, maar dat er niet een duidelijke oorzaak voor de depressie naar voren kwam. Het was frustrerend dat er steeds weer een nieuwe therapeut kwam en dat ik op een gegeven moment als moeder overal buiten werd gehouden. Zeker toen hij achttien werd en volgens de wet volwassen. Mij werd niets meer verteld. Ik merkte aan Sven dat de gesprekken veel energie kostten en dat het niet hielp. Soms ging het even wat beter en dan kon hij weer naar school. Om vervolgens toch een terugval te krijgen. Voor hem heel teleurstellend en demotiverend.

‘Hoe kan het toch dat ik me zo voel?’ vroeg hij vaak. Omdat er ook momenten waren dat hij zich goed voelde, was er geen begrip vanuit school. ‘Wij merken niets aan hem als hij hier is,’ werd er gezegd. ‘Nee, dat klopt,’ legde ik dan uit. ‘Depressiviteit zie je niet. Het is geen gebroken been.’ Dat onbegrip vond ik lastig om mee om te gaan. Ik had het gevoel dat we niet serieus werden genomen. Sven is uiteindelijk van school gegaan en heeft het nog op het mbo en de vavo (volwassenenonderwijs, red.) geprobeerd, maar het ging niet.”

Helemaal op

“Het eten bleef een strijd. Een keer at hij twee dagen niet, hij nam alleen een slokje water. In paniek belde ik de huisarts. ‘Als hij vrijdag niet heeft gegeten, dan nemen we hem op,’ zei hij. Waarop Sven weer wat begon te eten. Want een opname, dat wilde hij niet. De enige persoon die voor hem mocht zorgen was ik. Ik had lange gesprekken met mijn psycholoog, vriendinnen en mijn zus. Sven heeft eens in detail aan zijn neefje, de zoon van mijn zus, verteld hoe hij een einde aan zijn leven wilde maken.

Mijn nieuwe vriend was een steun. Toen hij bij me introk – wat heel goed ging, want Sven kon goed met hem opschieten – hield hij me een spiegel voor zonder te oordelen. Hij had een frisse blik. ‘Je kunt nu ook nee zeggen,’ zei hij bijvoorbeeld als ik weer voor Sven aan het zorgen was. Het deed me inzien dat ik de situatie zelf in stand hield. Ik ondernam actie, maar Svén moest degene zijn die actie moest ondernemen. Omdat ik hem zo veel uit handen nam, deed hij dat niet. We waren inmiddels zes jaar verder en er was niets veranderd. Ik hielp hem niet.”

Eyeopener

“De eyeopener kwam toen ik van een lotgenote hoorde dat haar broer al sinds zijn puberteit met depressie kampte. Inmiddels was hij in de veertig en zijn ouders deden nog altijd alles voor hem. Dat houd ik niet vol! dacht ik. Hoelang gaat dit nog duren? Hij moet opgenomen worden. Die gedachte kwam langzaam bij me op. Hij moet het huis uit. We houden de situatie op deze manier alleen maar in stand. Ik durfde het niet hardop uit te spreken. Laat staan te zeggen tegen Sven.”

Opname

“Niet veel later hoorde ik hem boven huilen. Toen ik naar hem toe ging, zei hij: ‘Ik moet hier weg.’ We waren allebei op hetzelfde moment tot dezelfde conclusie gekomen. Ik was opgelucht dat ik het niet had hoeven zeggen. Vanaf toen ging het snel. Sven werd opgenomen op de Paaz-afdeling (psychiatrische afdeling van een ziekenhuis, red.). Hij heeft daar twee maanden gezeten. Met zijn vader sprak ik af dat hij na zijn opname bij hem mocht komen wonen. Iets wat Sven niet wilde, maar waarvan ik aan alles voelde: dit móét gewoon. Ik was inmiddels helemaal op, aan het einde van mijn Latijn. Daarbij kon ik hem niet helpen. Er moest iets veranderen.”

Weg donkere deken

“Ik heb Sven anderhalf jaar niet gezien. Toen ik hem opzocht in het ziekenhuis gaf hij aan dat het goed ging en dat hij wel weer naar huis kon. ‘Nee Sven,’ zei ik. ‘Je gaat naar papa.’ Hij werd zo boos op me dat hij zich omdraaide en het ziekenhuis in liep. Daarna heb ik hem niet meer gezien. Het was zo dubbel. Aan de ene kant was de donkere deken thuis weg. Alles voelde veel lichter. Ik had meer tijd voor mezelf, mijn andere zoon en mijn partner. Aan de andere kant miste ik Sven verschrikkelijk. En ik voelde me schuldig. Had ik er juist aan gedaan om hem op te laten nemen? Hem naar zijn vader te laten gaan?”

Andere aanpak

“Inmiddels zijn we twee jaar verder. Het gaat goed met Sven. Na zijn opname is hij bij zijn vader gaan wonen die een heel andere aanpak had. Eten naar zijn kamer brengen? Dat doet hij niet. ‘Je bent volwassen en als het jouw keuze is om niet te eten, dan is dat maar zo,’ zegt hij. Ik weet niet of het de andere aanpak is, de opname op de Paaz-afdeling of het feit dat Sven inmiddels een paar jaar ouder is – hij is nu 24 – maar hij voelt zich beter. Hij werkt vier dagen in de week en heeft sinds kort eigen woonruimte. Afgelopen november stond hij opeens bij me op de stoep. ‘Ik kom even koffiedrinken, mama,’ zei hij. Met tranen in mijn ogen liet ik hem binnen.

Hij is volwassener en verstandiger geworden. We hebben fijn gepraat. Nog niet over wat er allemaal is gebeurd, maar dat komt wel. Het is goed zoals het nu is. Ik ben ontzettend blij voor hem. Maar dat dubbele gevoel, dat blijft, merk ik. Nu hij op zichzelf woont kan niemand hem in de gaten houden, denk ik dan. Weet je, als je kind suïcidaal is – of was –, dan is er een continu gevoel van angst. Angst voor dat bewuste telefoontje. Laatst maakte ik een lange wandeling, midden in de natuur. Als ik nu gebeld word, duurt het een uur voordat ik bij hem ben, dacht ik. Maar ik moet het loslaten. Ik heb alles gedaan wat ik kon. Hij is nu inderdaad volwassen. Het gaat goed met hem. En ik moet gewoon blijven wandelen in de natuur.”

Vanwege privacyredenen is de naam Sven gefingeerd.

Desiree schreef een boek over haar ervaringen: Einde aan de duisternis, als je kind een doodswens heeft (te bestellen via de boekhandel). Hierin vertelt ze haar verhaal en interviewt ze deskundigen. Ze hoopt hiermee andere ouders tot steun te zijn.

Nathalie de GraafMariel Kolmschot. Visagie: Nicolette Brøndsted.

Op alle verhalen van Margriet rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven. Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@margriet.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden