Persoonlijk

Nog nooit verteld: ‘Ik verzwijg mijn borderline persoonlijkheidsstoornis’

borderline.jpg

Twintig jaar geleden kreeg Marije (44) de diagnose borderline. Eerst was ze daar open over, maar dat heeft ze later afgeleerd.

“Soms hoor ik over mensen die op een bepaald punt in hun leven een andere voornaam zijn gaan gebruiken. Omdat ze geen positieve associaties meer hadden met hun oude en een nieuwe start wilden maken. Zoiets neemt natuurlijk wat tijd in beslag: er zijn mensen die hen uit gewoonte nog aanspreken bij hun oude naam. Totdat ze na verloop van tijd hun echte nieuwe ‘ik’ kunnen zijn.

Nieuw begin

Zo voelt het voor mij ook. Ik heb mijn oude naam niet afgeschud maar wel de diagnose die ik twintig jaar geleden kreeg. Inmiddels is mijn vriendenkring zo veranderd dat er nog slechts enkelen zijn die ervan weten – en die houden gelukkig hun mond. Voor mij is dit ook een nieuw begin geweest. Want het stempel borderline heb ik als erg vervelend en ondermijnend ervaren.

Ik heb een complexe jeugd gehad. In ons gezin speelde verwaarlozing en seksueel misbruik. Op mijn veertiende ben ik bij een oom en tante in huis gekomen. Dat was een opluchting: eindelijk kreeg ik aandacht, gezónde aandacht, en had ik een veilige haven. Toch was ik een dwarse puber, ik stelde het geduld en de liefde van mijn oom en tante hevig op de proef. Alsof ik niet kon geloven dat het echt was, en ik de teleurstelling, als die toch zou komen, het liefst zo snel mogelijk over me af wilde roepen. Maar ze zijn me blijven steunen tot ze acht jaar geleden vlak na elkaar overleden. Zij hebben mij gered, zeg ik altijd: ik vrees dat anders verkeerd met mij was afgelopen.

Eenzaam

Toen ik op mijn twintigste op mezelf ging wonen reisde ik nog elk weekend naar hen toe. Heel fijn, want door de week was ik eenzaam. Vriendinnen maken ging moeizaam. Ik vond wel gemakkelijk aansluiting, ik kan heel uitbundig en innemend zijn, zeker met een drankje op. Maar ik had last van wisselende stemmingen waardoor ik me vaak terugtrok. Dan liet ik niets horen en vergaten de meiden met wie ik omging mij weer. Ik hoorde er nooit echt bij. In mijn eentje op mijn kamer voelde ik me vaak zo rot dat ik mezelf beschadigde. Alle nare gevoelens verdwenen dan even. Ik schaamde me er diep voor en liep altijd met bedekte armen en benen. Soms had ik vriendjes maar mijn relaties liepen niet soepel. Ik was erg jaloers. Soms knalde het zo bij ruzies dat het op vechten uitliep.

Die term wordt te pas en te onpas gebruikt, altijd negatief, alsof het mensen betreft die niet goed snik zijn

Omdat ik wel voelde dat er iets mis met mij was, ben ik in therapie gegaan. Dat begon met vijf sessies cognitieve gedragstherapie, om meer controle over mijn gevoelens te krijgen. Via een psychiater mondde dit uit in dagtherapie, drie keer per week, omdat er een borderline persoonlijkheidsstoornis bij mij was vastgesteld. Tegenwoordig wordt dat de Emotie Regulatiestoornis genoemd. Toch hebben de meeste mensen het nog steeds over ‘borderliners’ en die term wordt te pas en te onpas gebruikt, altijd negatief, alsof het mensen betreft die niet goed snik zijn en je maar beter kunt mijden.

Houvast

Op het moment van de diagnose was ik opgelucht. Ik zat zo met mezelf in de knoop dat ik blij was dat ik ‘iets’ had. Dat gaf me houvast. Ik was er heel open over tegen omgeving, omdat ik nu eindelijk kon verklaren waardoor ik me soms anders gedroeg.’ Ik had op begrip gehoopt maar hoewel sommige mensen in het begin wel aardig reageren, werd het later vaak tegen me gebruikt. Als ik boos werd, werd ik niet serieus genomen. Mensen wuifden het al gauw weg want ja: ik was tenslotte een borderliner. Dat gebeurde ook in werksituaties. Ik heb altijd goede banen gehad maar raakte geregeld in de clinch met werkgevers of collega’s. Natuurlijk had ik daar óók een aandeel in. Daar wilde ik gerust naar kijken en deed dat bijvoorbeeld met mijn psychiater en oom en tante. Anderen wezen mijn gevoelens, mijn visie zo resoluut af, dat mij dat heel verdrietig maakte. Door mijn stempel was het alsof ik altíjd, bij voorbaat al, ongelijk had en dat deed veel zeer. Vooral omdat het steeds beter met mij ging. Door mijn stoornis liggen mijn emoties continu onder een vergrootglas en het was een uitdaging voor me om daar goed mee om te leren gaan. Maar ik in de loop van de jaren kreeg ik steeds meer inzicht. Ik kon rustiger blijven, was niet zo heetgebakend meer. Antidepressiva deed me ook goed. In mezelf snijden werd verleden tijd en dat ik nu alweer jaren voor dezelfde baas werk, naar ieders tevredenheid, zegt ook wel wat.

Toch bleef de diagnose borderline me achtervolgen en op een dag, zo’n tien jaar geleden, heb ik besloten het niet meer te delen. Niet met collega’s, niet met vriendinnen en ook niet bij mannen. Net als wanneer je een nieuwe naam aanneemt kostte het tijd om het achter me te laten. Soms begonnen mensen er nog over. Als ze dat op een onprettige manier deden, nam ik afstand van ze. En ik zocht heel bewust naar nieuwe contacten. Die vertelde ik niets. Ik werd opnieuw verliefd – en hield ook tegen mijn partner mijn mond over. Eindelijk werd ik niet meteen als labiel en ingewikkeld bestempeld. Wat een verademing. Dat die relatie stukliep, had niets met mijn stoornis te maken. Het was een doodgewone relatie, met pieken en dalen, die iedereen heeft. Dat we nog altijd bevriend zijn onderstreept wel dat ik echt geen hysterisch iemand ben. Mijn huidige partner weet evenmin iets van mijn vroegere diagnose. Soms denk ik erover om het te vertellen – we zijn al drie jaar bij elkaar, we houden veel van elkaar; dan zou dat toch moeten kunnen? Maar mijn vertrouwen is in het verleden te vaak beschadigd. Ik ben bang dat het vroeg of laat toch weer tegen me wordt gebruikt. En wat doet het ertoe. Iedereen heeft wel wat.”

Interview | Lydia van der Weide
Beeld| iStock

De namen in deze tekst zijn vanwege 
privacyredenen gefingeerd. Ook (anoniem) een geheim delen? 
Er wordt integer en vertrouwelijk met je 
bericht omgegaan. Mail naar Lydia van 
der Weide: redactie@margriet.nl.

Dit interview stond in Margriet 2018-35. Deze editie kun je nabestellen via Magazine.nl.

Margriet 35

Ook interessant om te lezen:

Psycholoog: waarom ‘skinny shaming’ net zo schadelijk is als ‘fat shaming’
Deze 3 lichamelijke klachten kunnen wijzen op leververvetting
9 tips om zo snel mogelijk boodschappen te doen

Ook interessant