Persoonlijk

Nog nooit verteld: ‘Ik heb hypochondrie en schuil voor corona bij mijn ouders’

ik-heb-hypochondrie-en-schuil-voor-corona-bij-mijn-ouders.jpg

Last van hypochondrie heeft Yvette (49) altijd al gehad. In deze angstaanjagende coronatijd heeft ze zó veel last van haar ziektevrees, dat ze weer bij haar ouders is ingetrokken. 

“Elke avond als mijn ouders naar bed gaan, sla ik mijn laptop open om te skypen met mijn man. Dat doe ik vanuit de kamer waarin ik als meisje sliep. Het voelt nog steeds onwerkelijk dat ik daar nu weer bivakkeer. Ik had nooit verwacht opnieuw bij mijn ouders in te trekken. Niet terwijl zij nog gezond zijn en mijn echtgenoot niets liever zou willen dat dan ik gewoon naast hem lig. Maar voor
mijn eigen gemoedsrust zit ik al sinds begin maart in volledige quarantaine. Alleen hier bij mijn ouders kan ik rustig ademhalen.”

Hypochondrie

“Ik heb een ernstige vorm van hypochondrie, ziektevrees. Uit wat ik lees op internet kampt bijna iedereen daar op dit moment wel een beetje mee. We zijn zó gefixeerd op corona dat we bij elk kuchje denken: o nee! Natuurlijk is dat voor iedereen naar, maar voor mij is het onleefbaar. Want ik ben niet zomaar ongerust, ik krijg paniekaanvallen die uren kunnen aanhouden. En dat is werkelijk niet uit te houden.”

“Toen ik twintig was, ben ik een keer heel erg ziek geworden nadat ik bij een grieperige vriendin was geweest. Ik wist dat ze niet lekker was, maar ik dacht dat het geen kwaad zou kunnen. Nou, dat heb ik geweten. Zij was na drie dagen weer beter, ik heb twee weken hondsberoerd in bed gelegen. En maar overgeven, vreselijk was het. Toen ik eindelijk beter werd, was ik maar liefst zes kilo afgevallen. Voortaan pas ik beter op, dacht ik.”

Groepen mensen

“Dat op zich gezonde voornemen is met de jaren uitgegroeid tot een akelige angststoornis waar ik continu mee bezig ben. Ik ga ‘verdachte’ mensen uit de weg en neem andere voorzorgsmaatregelen. Dat dat ziekelijk is, weet ik best, maar ik kan me er niet tegen verzetten. Het ‘vervelende’ is dat mijn strategie succes heeft, want ik ben sinds die ene keer nooit meer ziek geweest – wat mij sterkt om er vooral mee door te gaan. Terwijl het mijn leven erg ingewikkeld maakt.”

“In mijn hoofd ben ik er doorlopend mee bezig en ik ontwijk veel situaties. In groepen mensen zul je mij bijvoorbeeld nooit zien. En ik offer liever vakantiedagen op als mijn auto kapot is dan dat ik met het openbaar vervoer naar mijn werk ga. Anders schiet mijn lichaam in de alarmstand. Dan krijg ik hyperventilatie. Ik word duizelig, kortademig, misselijk, heb tintelingen en hartkloppingen. Slapen lukt dan ook niet meer en als ik moe ben, heeft de angst nóg meer kans. Het vreemde is dat ik het met mijn verstand heus wel kan relativeren. Ik weet dat een doodgewoon griepje niet zo erg is. Maar mijn lichaam schreeuwt: help, paniek! En geeft om de haverklap signalen van ziekte. Hoe vaak ik thuis ben gebleven terwijl een dag later bleek dat er niets aan de hand was… Het is niet meer te tellen.”

Malende gedachten

“Toch was ermee te leven. Vooral omdat ik een superlieve man heb. Samen zorgen we voor zijn twee kinderen, die vijftien en achttien zijn. Zelfs zij hebben begrip voor mijn hypochondrie en hoewel ze er geregeld goedbedoelde grapjes over maken, houden ze er ook echt wel rekening mee.”

“En toen kwam corona. Wat heb ik mij boos gemaakt over mensen die er nog zo lang luchtig en lacherig over deden. Al toen het alleen nog maar in China was, wist ik dat dit heel serieus kon worden. Ik heb angstvallig het nieuws gevolgd en toen het virus Europa bereikte, kreeg ik slapeloze nachten. Begrijp me goed: ik weet heel goed dat ik, kerngezond als ik ben, niet tot een risicogroep behoor. Dat hoeft niemand mij te vertellen. Ik weet ook dat corona bij de meeste mensen maar lichte klachten geeft. Maar deze rationele afwegingen komen niet aan bij mij. De angst is er evengoed. En erger nog: de angst voor de ángst. Ik was zó bang om bang te worden, dat ik al snel paniekaanvallen kreeg. De bekende klachten: hartkloppingen, tintelingen, doorwaakte nachten en malende gedachten.”

Te overstuur om te werken

“Nog even heb ik geprobeerd om me rustig te houden met de kalmeringspillen die ik van de dokter heb, voor noodgevallen. Maar ik wil absoluut niet verslaafd raken, dus langer dan een paar dagen wilde ik die niet gebruiken. Sinds de eerste besmetting in Nederland ben ik thuis gebleven, te gespannen en overstuur om nog te werken. Maar thuis was ik natuurlijk niet alleen. Mijn man was begripvol, omdat hij weet dat ik mij echt niet aanstel – als íémand het erg vindt dat ik zo heftig en overdreven reageer, ben ik dat zelf wel – maar hij kon zijn leven op dat moment nog niet volledig stopzetten omdat ik zo bang was. En van zijn kinderen kon ik dat natuurlijk al helemáál niet vragen. Maar als ik erbij nadacht met welk risico zij mij weer in contact brachten, moest ik soms overgeven van angst.”

“Een paar dagen was in een andere kamer zitten en slapen nog genoeg, tot ook de angst daardoorheen brak. Toen ouderen werd geadviseerd om thuis te blijven, was het mijn man die zei: ‘Trek weer bij je ouders in, lieverd. Dan hebben zij afleiding en voel jij je veiliger.’ Ik wist meteen dat hij gelijk had. Dus ik woon nu weer bij mijn ouders. Op zich is dat wel gezellig; ik heb een goede band met ze en we steunen elkaar. Maar ik mis mijn man en bonuskinderen enorm. Ik vind het vreselijk dat we in deze periode niet samen kunnen zijn, dat ik hen niet kan steunen. Wat voel ik mij een slappeling. Ik laat ze zo in de steek! Maar ik kan niet anders. En dat weten ze gelukkig. Hier is het gewoon het rustigst voor mij. Maar wat verlang ik naar ze. En wat doet het pijn dat ik geen idee heb wanneer ik ze weer kan zien. Ook als de maatregelen versoepelen, zal het voor mij nog lange tijd niet te doen zijn om naar buiten te gaan. Ik kan het niet, durf het niet. Dit kan nog wel maanden duren. Ik heb me nog nooit zo eenzaam gevoeld.”

m17



Dit artikel verscheen in Margriet 2020-17. Je kunt deze editie hier (na)bestellen.

Artikelen van Margriet ontvangen in je mailbox?
Schrijf je in op margriet.nl/nieuwsbrief.

Tekst | Lydia van der Weide
Beeld | iStock

Ook interessant