Persoonlijk

Humberto en zijn moeder Tilly (90) zeilden samen de wereld over

humberto-en-zijn-moeder-tilly-90-zeilden-samen-de-wereld-over.jpg

Humberto: “De liefde voor het varen zat er al van kleins af aan in. Ik had toen al de wens om de wereld te ontdekken, het liefst op een boot. Op mijn veertigste werd die droom waarheid. Ik ben toen vertrokken vanuit Spanje, waar ik twintig jaar had gewoond.” Later zeilde hij ook nog met zijn moeder Tilly. Hij vertelt ons zijn hele verhaal.

“Na een huwelijk van negentien jaar vroeg mijn vrouw wat ik nou eigenlijk echt wilde. Daar hoefde ik niet lang over na te denken: de wereld rond zeilen. Al drie dagen later was ons huis verkocht, kocht ik mijn eerste zeilboot en verliet mijn vrouw (met wie hij nog steeds goed bevriend is, red.) en zoons Adrian en Sergi om het ruime sop te kiezen.”

Moeder Tilly

“Mijn moeder Tilly hield in een atlas bij waar ik naartoe ging en was superenthousiast. We hadden, voor zover de internet- en telefoonverbindingen dat toelieten, geregeld contact. In 2012 kwam ik naar Nederland omdat bij mijn broertje Joepi, die downsyndroom had, kanker was geconstateerd. Ik kwam voor hem en mijn moeder zorgen. Na het overlijden van Joepi bleef ik na de uitvaart nog een tijdje bij mijn moeder, tot ze zei dat ik terug moest naar Fiji. ‘Daar heb je het veel meer naar je zin.’ Ik deed dat, maar belde vanaf dat moment elke dag met haar. Tijdens een van die gesprekken zei m’n moeder: ‘Ik wil naar Fiji toe’. Toen ik uitlegde dat ik na twintig jaar op een boot te hebben geleefd echt niet meer van plan was om op het land te gaan wonen, zei ze: ‘Nee, ik kom aan boord!’ Dat was wel iets om serieus over na te denken. ‘Mijn boot is te onhandig, dat kan niet.’ Maar ze was vastbesloten. We zouden samen een catamaran kopen. Bleek ze dat al helemaal te hebben uitgezocht met wat vrienden.”

Catamaran

“Mijn moeder verkocht haar huis, waardoor we een catamaran konden kopen én laten aanpassen: er kwam een lift in, overal handgrepen, een elektrisch toilet en aangepaste traptreden zodat je maar kleine stappen hoefde te zetten. Er zaten standaard al een keuken, twee badkuipen én vier tweepersoonshutten in. Mijn slaapvertrek was aan de ene kant, dat van mijn moeder aan de andere. Het schip was bijna vijftien meter lang. Mijn broer en zussen stonden niet te springen bij het idee dat onze moeder op die leeftijd nog de wereld over zou gaan zeilen. Er zijn heel wat doktersverklaringen nodig geweest en bemiddeling van een ouderenorganisatie om het tóch te laten gebeuren. Ik ben trouwens blij dat ik het droog houd terwijl ik over mijn moeder praat. Soms voelt het erg zwaar als ik het over haar heb.”

Verpleegster mee

“Een vrouw die ik kende, zou als verpleegster meegaan op onze reis om mijn moeder te verzorgen. Zij heeft mijn moeder naar Curaçao gebracht, maar het klikte niet, dus na enkele weken ging ze terug naar Nederland en besloten we het samen te doen. M’n moeder kon amper lopen, amper staan en was nog nooit op een boot geweest. Maar dat weerhield ons er niet van. We begonnen onze reis op Curaçao en voeren van daaruit naar Colombia en Panama. Daarna maakten we de overtocht naar Frans-Polynesië. Een reis van ruim achtduizend kilometer.”

“We waren al een paar weken onderweg toen zowel onze brandstof als ons verse voedsel begon op te raken. Een groot visserschip schoot ons toen te hulp. De kapitein zag dat er een hoogbejaarde vrouw aan boord was en wilde graag kennis met haar maken. Mijn moeder was ons geheime wapen; mensen deden alles voor haar. De schipper heeft ons tot de nok toe bevoorraad, zodat we verder konden varen. Na 46 dagen bereikten we onze bestemming in de Stille Zuidzee. Daar liggen honderden kleine eilandjes, het ene nog mooier dan het andere. Op Bora Bora heb je huisjes op palen waar je een fortuin betaalt om te mogen overnachten. We lagen daar gewoon naast met onze eigen boot. Geweldig toch?”

Breien

“Mijn moeder zat graag voor op de boot. Lekker in het briesje. Ze las veel en had veel wol en breipennen bij zich. Daarmee breide ze babytruitjes en wollen sokjes voor de plaatselijke bevolking. Ze heeft menig dame in verre oorden breiles gegeven. In Nederland zat ze altijd voor de tv of achter het raam naar buiten te kijken. Hier was ze, waar we ook kwamen, het middelpunt van de belangstelling. Iedereen vond haar geweldig. Ze kon daar echt van genieten.”

Geen pijn

“Mijn moeder voelde zich steeds beter. In Nederland had ze veel pijn door haar artrose. Toen ze hier was, verdween alle pijn. Dat was vooral te danken aan het klimaat, maar ik denk dat het ook met voeding te maken had. In die twee jaar en negen maanden aan boord heeft mijn moeder – op haar ziekbed na – maar twee dagen géén verse vis gehad. Ook at ze elke dag vers fruit, verse groenten én een kokosnoot. Ik mis haar vaak, bijvoorbeeld op momenten dat ik vis aan boord breng. Voorheen ging ik dan naar haar hut en zei: ‘Mam, ik ga m’n visnet ophalen.’ Dan kwam ik terug met de vangst en was ze zo blij: ‘O, kijk eens wat mooi! Wat schitterend! Heerlijk!’ Dat enthousiasme mis ik zo erg.”

“Ook zo bijzonder: toen mijn moeder uit Nederland kwam, kon ze amper lopen. Op Fiji, wat onze thuisbasis werd, heb ik haar opnieuw leren lopen. Soms rende ze bijna achter haar rollator over het strand. We gingen samen vaak naar de markt. Veel mensen stopten haar iets toe of maakten een praatje. Die mensen praatten dan in hun eigen taal en mijn moeder antwoordde gewoon in het Nederlands. Nog steeds zijn er mensen die vragen: ‘Hé, waar is je moeder?’ En dan kan ik af en toe niet uit m’n woorden komen. Als ik hen vertel dat ze is overleden, huilen zij nog harder dan ikzelf.”

Ontroerende momenten

“In maart van dit jaar werd m’n moeder ziek. In korte tijd gingen haar geheugen en gezondheid snel achteruit. We waren op het meest afgelegen eiland in Fiji, Fulaga. We zijn toen teruggevaren naar Savusavu, het tweede grootste eiland van Fiji. Daar heeft ze twaalf dagen in het ziekenhuis gelegen. Dat is heel anders dan wij in Nederland gewend zijn; in Fiji moet je als familie van de patiënt het beddengoed verschonen, schone handdoeken meenemen en je familielid te eten geven. Er waren gelukkig veel mensen die me hielpen met de verzorging van mijn moeder. Zij leerden me bijvoorbeeld hoe ik de lakens moest verschonen terwijl mijn moeder nog in bed lag. Ik voedde mijn moeder, maar ze was zo ziek dat alles er meteen weer uit kwam. Zo naar, maar zij vond het juist rottig voor míj. Ik zei: ‘Mam, dat geeft helemaal niks, ik vind het niet erg. U heeft het toch ook allemaal voor mij gedaan toen ik klein was.’”

Ziekbed

“Later kreeg ze een buisje in haar neus waardoor ze kon worden gevoed. We keken twee dagen hoe het ging en omdat het weinige eten erin bleef, moest ze terug naar de boot. Daar is ze zestien dagen geweest. Al na twee dagen trok ze dat buisje eruit. Ze zei: ‘Ik kan niks meer, ik wil dat het stopt.’ Toen heeft ze nog veertien dagen geen voedsel en vocht binnen gekregen. Ze kennen hier niet zoiets als euthanasie, dus die laatste fase duurde lang. Gelukkig had ze geen pijn. Meestal ging ik naast haar liggen. Dan wilde ze m’n hand vasthouden. Dat waren ontroerende momenten. Ik vertelde haar veel en zij mij ook. We hebben lang afscheid kunnen nemen.”

“Op een gegeven moment had ze al anderhalve dag niet meer bewogen. Ik boog over haar heen en nam haar in mijn armen, terwijl ik huilde. Heel langzaam ging haar linkerarm naar mijn rug. En met haar andere arm gaf ze langzaam zachte klopjes op mijn hoofd. Tot het allerlaatste moment was ze meer míjn troost dan andersom. Ze was zo’n ongelooflijk lief mens. Samen met de lokale bevolking – drie families die ik in het ziekenhuis heb leren kennen – heb ik haar in mei begraven op Vanua Levu, vlak bij de plaats Savusavu. Ze ligt op een berg, omringd door bomen vol tropische vogels, met uitzicht op zee. Een prachtige plek.”

‘Mooiste is zorgen voor mijn moeder Tilly’

“Dat ik dag en nacht bij mijn moeder was, was zo’n geluk. Ik kom op de mooiste plekken ter wereld, heb een schitterende boot, maar dat is het allemaal niet. Het allermooiste wat iemand zich wensen kan, ben ik kwijt; het zorgen voor mijn moeder. Ik hoef niet nog een ander mooi eiland te zien. Ik kan vis vangen, kokosnoten eten en blije mensen zien, maar mijn échte doel is weg. Eerlijk gezegd had ik gedacht dat mijn moeder en ik nog veel langer konden reizen. Zo zouden we nog naar Nieuw-Zeeland en Nieuw-Caledonië gaan. Natuurlijk had ik mijn eigen vrijheid ervoor opgegeven, maar voor haar zorgen was veel mooier dan ik het ooit in mijn eentje had gehad.”

Tekst | Thea Tijssen
Fotografie | privébeeld

Cover 09

Dit artikel is eerder verschenen in Margriet 09– 2020 Dit nummer terug lezen? Ga dan naar Magazine.nl.

Artikelen van Margriet.nl ontvangen in je mailbox?
Schrijf je in op margriet.nl/nieuwsbrief

Ook interessant