Word abonnee

Kies nú voor een abonnement met korting

Abonneer nú met korting

Persoonlijk

Hugo de Jonge en zijn moeder Teunie: ‘Dat hij de politiek in ging, vond ik eerst niet leuk’

hugo-de-jonge-en-zijn-moeder-teunie-dat-hij-de-politiek-in-ging-vond-ik-eerst-niet-leuk.jpg

Vicepremier en demissionair minister van Volksgezondheid Hugo de Jonge (43) en zijn moeder Teunie (68) staan beiden positief in het leven en zijn echte ‘doeners’. “Mijn moeder kijkt altijd waar ze kan helpen.” Dat zij zich aanmeldde om te gaan prikken als vrijwilliger voor de GGD past helemaal in het plaatje.

De fotoshoot vindt plaats in het Holiday Inn hotel in Leiden. Teunie de Jonge is op deze locatie om haar bijdrage te leveren aan het vaccineren. Een symbolische locatie, want in Leiden volgde Teunie in 1970 de opleiding tot verpleegkundige in het Diaconessenziekenhuis. Hugo de Jonge, als minister verantwoordelijk voor de vaccinatie-operatie in Nederland, komt op werkbezoek bij de GGD. Een mooi moment voor moeder en zoon om bij te praten in deze drukke tijden.

Moeder Teunie zit in de visagie als zoon Hugo de Jonge binnenkomt. “Hoe is het, mam? Wat zie je er mooi uit.” Moeder is bezorgd of het niet een vreselijke week was voor Hugo, met al die debatten. Maar Hugo oogt ontspannen en zegt dat ze zich geen zorgen hoeft te maken.

‘Normaal gesproken krijg ik nog steeds een grote knuffel van hem’

Tijdens de fotoshoot geeft hij haar aanwijzingen waar ze haar voeten het best kan zetten. Teunie geeft niet veel om uiterlijk vertoon. De opvallende schoenen van Hugo hoeven wat haar betreft niet prominent in beeld, daar gaat het al veel te veel over. Hugo denkt dat hij zijn gevoel voor mode van zijn opa van moederskant heeft, naar wie hij is vernoemd. Teunie: “Ja, je lijkt erg op mijn vader, die was ook altijd joviaal.”

Moeder en zoon hebben duidelijk een sterke band. Volgens Teunie begon dat toen Hugo een baby was en uren bij haar op schoot zat. “Zijn oudere broer wilde dat nooit, maar Hugo was er niet weg te krijgen. Heerlijk was dat. Normaal gesproken krijg ik nog steeds een grote knuffel van hem. Hij is zo groot en ik klein, dan verdwijn ik helemaal. Helaas mag dat nu niet.” Ze zijn duidelijk blij elkaar te zien en praten bij over hoe het met de kleinkinderen gaat, over het thuisonderwijs en de laatste coronamaatregelen.

Mooi om te zien hoe blij jullie zijn weer even tijd voor elkaar te hebben. Welke rol speelt je moeder in je leven, Hugo?

Hugo: “Mijn beide ouders spelen een belangrijke rol in mijn leven. Ze volgen werkelijk alles wat ik doe, ik snap niet waar ze de tijd vandaan halen. ‘Ik zou het niet doen, ga iets leuks doen’, zeg ik altijd gekscherend tegen ze. Maar die betrokkenheid is natuurlijk erg mooi. Na een interview of debat krijg ik altijd een appje van mijn moeder dat het goed ging, ook als het niet zo was. Het meest kritische appje is standaard van mijn vrouw en het minst kritische van mijn moeder. De waarheid zal wel ergens in het midden liggen. Mijn moeder is de voorzitter van de fanclub.”

Teunie: “Ik heb vijf kinderen, iedere moeder zal herkennen dat je met ieder kind een andere relatie hebt. Met Hugo heb ik veel contact, hij belt geregeld. Hugo is heel spontaan en open, dat maakt het makkelijk. Je weet meteen wat je aan elkaar hebt, dat is heel fijn. We lijken op elkaar.”

Hugo: “Ja, we staan beiden positief in het leven. Mijn opa was ook zo. Wat zo typerend aan hem was: hij las dezelfde krant als zijn vrouw, maar waar oma Leentje pessimistisch was en vooral het slechte nieuws zag, haalde hij uit diezelfde krant het goede nieuws naar boven en las dat voor aan zijn vrouw. Mijn moeder en ik zien overal wel een gat in, dat hebben we van hem. We kijken waar je elkaar kunt helpen.”

Teunie: “Ik zal nooit vergeten toen je zusje op stel en sprong een kamer zocht. We zijn samen de hele dag door Rotterdam gereden omdat we per se die dag een onderkomen wilden. En we rustten niet voor het was gelukt. Op dat soort momenten is het zo heerlijk om Hugo aan mijn zijde te hebben.”

hugo de jonge moeder

‘Je bent niet voor jezelf op deze wereld, je bent er om anderen te helpen’

Hugo: “Dat voor elkaar zorgen lieten mijn ouders zien in onze opvoeding. Ze benadrukten: je bent niet voor jezelf op deze wereld, je bent er om anderen te helpen. Er waren altijd mensen bij ons over de vloer die hulp nodig hadden. Of mijn moeder zamelde kleren in voor mensen in Roemenië. Ze heeft eindeloos veel projecten aangepakt. En nog steeds. Dat vind ik heel erg mooi aan haar. Het is mouwen opstropen en doen.”

Teunie: “Klopt, ik ben een doener net als Hugo. Mijn man en ik hebben zes jaar in Zimbabwe gewoond voor zijn werk. Het waren de hoogtijdagen van aids, daarom waren er veel weeskinderen. Ik heb vrouwengroepen opgezet om voor deze kinderen te koken. Bij een schoolbezoek viel het me op dat er geen schriften en pennen waren, die heb ik met duizenden ingekocht bij de groothandel. Ook zag ik die kindjes bibberen van de kou. Ik heb stapels wol ingekocht en we zijn met al die vrouwen truien gaan breien. Verder verleende ik veel medische zorg.”

Hugo: “Nog steeds zal niemand tevergeefs een beroep op haar doen. Als je de optelsom maakt van wat ze allemaal doet… Dat is ongelooflijk. Ze werkt als vrijwilliger voor Vluchtelingenwerk en helpt asielzoekers die net een status hebben gekregen bij de opstart. Ze heeft kinderclubs en is actief in de kerk. Dat heeft ze haar leven lang gedaan en doet ze nog steeds. Heel mooi is dat.”

Hoe was Hugo als kind?

Teunie: “Hugo was heel creatief. Als jong ventje ging hij langs het grofvuil en nam houten palen mee om in de tuin een hut te bouwen. Hij ging altijd zijn eigen weg. Zijn muzikaliteit viel ook op. Hugo was nog maar zes en speelde met zijn speelgoedfluit keihard door de pianoles van grote broer Marien heen. Hij kreeg zijn eigen blokfluit en later een altfluit. Ook leerde hij zichzelf gitaar spelen. Op de pabo ontdekte hij meerstemmig zingen en hij heeft een kinderkoor opgezet in onze kerk. Dat was een groot succes.”

“Hij zorgt voor veel vreugde en vrolijkheid in ons gezin. We genieten enorm van zijn humor. Als hij ergens binnenkomt, begint hij met een grap. Ik las net briefjes terug die hij vroeger aan me schreef en zo veel jaar later moet ik daar nog om schaterlachen. En hij was altijd al een sterke leider. Voor ons veertigjarig huwelijksfeest organiseerde hij een gezinskoor, hij zorgt dan dat iedereen meedoet.”

Dus dat hij minister werd, paste wel bij zijn karakter?

Teunie: “Dat hij de politiek in ging, vond ik eerst niet leuk. Ik heb niet zo’n politieke interesse. Maar ik vond het vooral jammer omdat hij zo’n goede meester was! Dat vond ik zonde.”

Hugo: “Mijn politieke interesse komt duidelijk van mijn vader. Net als hij wil ik het naadje van de kous weten, ook als het over een andere discipline gaat. Mijn carrière is zo gelopen, het was geen vooropgezet plan. Ik ben de pabo gaan doen omdat ik werken met kinderen zo mooi vond, op mijn 22ste was ik adjunct-directeur van een school. Na vier jaar liet mijn vrouw Mireille me een vacature zien van beleidsmedewerker Onderwijs bij de CDA-fractie. Ik heb gesolliciteerd en voor mijn volgende functies werd ik telkens gevraagd, ik rolde van het een in het ander.”

Overleg je deze stappen met je moeder?

Hugo: “Nee, met Mireille overleg ik alles en aan mijn moeder vertel ik het. Ze is toch altijd enthousiast over wat ik doe, dus dat is makkelijk.”

Jullie hebben vast ook weleens gebotst. Hoe was je als puber?

Hugo: “Ik was een ingewikkelde puber. Alles waar mijn ouders me voor wilden behoeden, deed ik toch. Ik kwam te laat thuis, had vaak gedoe op school. Het leuke was dat mijn moeder het allemaal zag, maar ze maakte er geen scène van. Geregeld werd ze uitgenodigd op school om over mijn gedrag te praten. Mijn moeder was geneigd het verhaal van school te verzachten en het voor mij op te nemen.”

Teunie: “Ik ben een keer zo boos geworden op een leerkracht omdat die iets over jou vertelde wat helemaal niet klopte.”

Hugo, lachend: “Ik denk dat hij best een punt had. Gelukkig verhuisden we als domineesgezin vaak, en kon ik telkens een nieuwe start maken.”

Zeeuws dialect

Teunie: “Toen we van Zeeland naar Puttershoek verhuisden, heb jij de eerste drie weken op de nieuwe school je mond niet opengedaan. Je wist dat er dan Zeeuws dialect uit zou komen en de kinderen zouden lachen.”

Hugo: “Klopt, en daarvoor was ik een Hollands ventje uit Alphen aan de Rijn. Dat werd in Zeeland niet gewaardeerd, zonder dialect hoor je er niet bij.”

Teunie: “Hugo heeft het vermogen om zich in no-time aan te passen aan de groep waar hij bij komt. Dat is heel sterk van hem.”

Hugo: “Al die verhuizingen zijn vormend geweest, dat aanpassen aan een nieuwe groep heb ik van mijn moeder. Zij maakt ook makkelijk contact. Het verhuizen zorgde voor een sterke band onderling. Je bent op elkaar aangewezen, we zijn daardoor een hecht gezin. We moesten telkens nieuwe vrienden maken en tegelijkertijd wisten we dat het tijdelijk was. Ik ging vooral om met mijn broers Marien en Jakob, we steunden elkaar door dik en dun.”

Hoe was het om in een domineesgezin op te groeien? Er wordt altijd op je gelet.

Hugo: “Ja, de hele gemeente kijkt mee. Het zoontje van de dominee moet zich extra netjes gedragen. Ik weet nog goed dat we vroeger met een groepje besjes gingen schieten door een pvc-buis. Het doel was een vitrage, daar spatten die blauwe besjes zo mooi uiteen en zorgden voor een rode vlek. De vrouw des huizes kwam naar buiten en zei in Zeeuws dialect: ‘Moar jie bin’tr iën van den dòmenie!’ Ik was nog niet thuis of ze had al gebeld.”

Teunie: “Maar wij hebben ons er nooit iets van aangetrokken en gingen er relaxed mee om.”

Hugo: “Zo doe ik dat nu ook bij mijn kinderen. Ze snappen heel goed dat er extra op ze wordt gelet of ze zich aan de coronaregels houden. Maar net als mijn ouders ga ik ze niet op de huid zitten. Ik ben hun vader en niet hun handhaver.”

Bent u trots op uw moeder die nu helpt met prikken?

Hugo: “Mijn moeder is absoluut een groot voorbeeld, ik ben ongelooflijk trots op haar. Zij staat voor mij symbool voor al die mensen die tijdens deze crisis opstaan om te helpen. Er is veel aandacht voor een klein groepje mensen dat de regels aan zijn laars lapt. Maar daartegenover staat een grote groep mensen die elkaar helpt. Nederland is een land waar het in de genen zit om voor elkaar te zorgen. Alle zekerheden vielen weg, maar wat bovenkwam is die zorg voor elkaar. Het is typerend voor mijn moeder dat ze me opbelde om te vertellen dat ze zich had aangemeld om te gaan prikken.”

Teunie: “Dit is zo ongelooflijk mooi om te doen, daar kan geen uitje tegenop. Ik kom vol adrenaline thuis door alle blije mensen die ik heb ontmoet.”

Hugo: “Voor oudere mensen is het Bevrijdingsdag als ze een prik krijgen, dat maakt alle kritiek relatief.”

Hoe vindt u al die kritiek op uw zoon?

Teunie: “Het hoort erbij. Ik vind dat hij zijn werk goed doet. En ik zie dat hij gelukkig goed met de kritiek omgaat, anders zou ik het wel lastig vinden. Hij zit goed in zijn vel en daar gaat het mij als moeder om.”

Hugo de Jonge over zijn moeder

Haar levenslessen: “Behandel de ander zoals je zelf wilt worden behandeld. En: je wordt niet groter door op een ander te gaan staan.”
Moment samen: “Gewoon kletsen, dat kunnen we urenlang. Met mijn vader ga ik graag naar een jazzconcert.”
Moederdag: “Ik hoor net dat ze het een heel belangrijke dag vindt. Gelukkig geef ik altijd bloemen. De tijd van een gekleide asbak is voorbij.”
Mooiste eigenschap: “Haar monterheid. Ze heeft altijd zin in de dag en om iets te ondernemen.”

Dit interview met Hugo de Jonge en zijn moeder Teunie de Jonge verscheen eerder in Margriet 19-2020. Dit nummer nabestellen kan via Lossebladen.nl.

Tekst | Dorine van der Wind
Fotografie | Iris Planting

Margriet Podcast Onder Artikelbeeld

Nieuw op Margriet.nl: ‘Mijn verhaal’ de podcast. In deze indrukwekkende tiendelige podcastserie gaan we in gesprek met vrouwen met een bijzonder verhaal. Gesprekken over verlies, bijzondere liefdes en eindelijk jezelf kunnen zijn. Beluister vanaf 19 mei iedere woensdag een nieuwe aflevering op Margriet.nl/podcast.

Ook interessant