Persoonlijk

Alexandra: ‘Als er een vliegtuig overvloog, lieten ze zich plat op de grond vallen’

alexandra-vertelt-hoe-haar-moeder-als-meisje-de-hongerwinter-meemaakte.jpg

Een paar weken geleden zag ik in ‘De Wereld Draait Door’ de Joodse Selma van de Perre zitten, 97 jaar. Zij vertelde haar verhaal over de verschrikkingen van de Tweede Wereldoorlog, hoe zij in het verzet had gezeten, opgepakt werd en naar kamp Ravensbrück gebracht.

Ze overleefde het kamp en schreef een boek over haar ervaringen: Mijn naam is Selma.

Oorlog

Tijdens de uitzending belde mijn moeder. “Kijk je naar tv? Wat een indrukwekkend verhaal hè! Ik ga gauw weer verder kijken.” Ze is veel bezig met de oorlog. Komt natuurlijk doordat we dit jaar 75 jaar geleden zijn bevrijd. Ik vertelde haar dat we ook in Margriet een interview hadden met mevrouw van de Perre en nam me meteen voor om de Margriet voor haar mee te nemen.

Toen mama een paar jaar geleden een herseninfarct kreeg en we allemaal dachten dat ze niet meer lang te leven had, ben ik haar gaan interviewen. Over haar jeugd, haar ouders, haar vriendinnen, over haar grote liefde Gerrit (mijn vader) en ook over de oorlog. Eén van de verhalen wil ik hier graag delen.

De hongerwinter

Mijn moeder woonde met haar familie in Amsterdam en in de hongerwinter, februari ’45, was er niet genoeg eten meer in de stad. Er woonde een tante van mijn moeder in Winterswijk en mijn oma en opa besloten hun twee jongste dochters daarheen te sturen. Hoe moeilijk dat ook was, ze moesten ze loslaten en erop vertrouwen dat dit goedkwam. Mijn moeder en haar zus kenden de boerderij goed, want ze hadden er als kind vaak gelogeerd.

Op een dag vertrokken ze, mijn moeder (17) en mijn tante Tilly (18), op fietsen met harde banden (gemaakt uit autobanden, heel zwaar fietsen was dat) en een fles water en een koek van aardappelschillen – die hun moeder gebakken had – voor onderweg. Verder moesten ze bedelen om eten. Hun vader had gezegd dat ze als het donker werd moesten aanbellen bij de plaatselijke dominee voor onderdak.

Overnachten

Ze kwamen tot Voorthuizen en belden inderdaad aan bij de dominee. Die had geen plaats en stuurde hen naar de ouderling. Maar ook die had geen plek voor de twee meisjes. Ze waren zo moe en toen heeft mijn tante zomaar ergens aangebeld. Als ze maar in de gang mochten zitten, dan waren ze al blij. Een aardige mevrouw deed open. Ze mochten binnenkomen, maar moesten wel even wachten. De mevrouw wachtte op twee Rotterdamse meisjes die zouden komen overnachten. Toen die niet op kwamen dagen, mochten mijn moeder en tante daar in een bed slapen. Ze kregen te eten, wat een luxe!

De volgende ochtend kregen ze ook nog ontbijt van de dame en vervolgden ze hun weg weer. Bij Zutphen moesten ze de IJssel over. Daarvoor hadden ze een Ausweis moeten halen in Amsterdam, in het gebouw waar nu de Gerrit van der Veenschool zit. Met heel veel moeite was dat gelukt. De Duitser had ze het hemd van het lijf gevraagd en had ze gekleineerd. Mama was zo zenuwachtig geworden, maar wilde dat niet laten blijken. “Dat gunde ik hem niet”, zei ze. Maar eenmaal aangekomen bij de IJssel, was er niemand te bekennen en konden ze door. Overal kwamen ze mensen tegen die op hongertocht waren, mensen die met handkarren liepen en op zoek gingen naar eten.

Plat op de grond

Hoe verder ze kwamen, hoe spannender het werd. Er werd voortdurend geschoten door de Engelsen op alles wat bewoog. Ze kwamen al dichter bij de Duitse grens en de Engelsen dachten dat dit al Duitsland was. Dus telkens als er een vliegtuig overvloog, gooiden ze hun fietsen op de grond en lieten zich plat op de grond vallen. Of ze schuilden in een greppel. Op de hoogte van Groenlo zei mijn tante: “Ik kan niet meer. Ik laat me hier vallen. Als er weer een Duitse auto aankomt, steek ik gewoon mijn hand op en houd ik ‘m aan.”

“Ben je gek!”, zei mijn moeder. “Dat zijn onze vijanden! Bovendien wordt er dan helemaal op ons geschoten!” Ze was doodsbang dat het mis zou gaan. Maar mijn tante was totaal uitgeput en hield inderdaad een auto aan. Twee dikke Duitsers in een pick-up stopten voor de meisjes. De fietsen gingen achter in de bak en mama en haar zus moesten voorin zitten, tussen de twee Duitsers in. Omdat mama goed Duits sprak, moest zij het woord doen.

Winterswijk

Uiteindelijk was het een ritje van een half uurtje ongeveer, en kwamen ze veilig aan in Winterswijk. In het centrum lieten de Duitsers ze eruit en haalden ze hun fietsen uit de achterbak. Zo fietsten ze naar de boerderij, waar ze warm ontvangen werden en meteen te eten kregen.

Mama heeft nog veel meer meegemaakt, er zijn zat verhalen te vertellen. “Deze dingen komen steeds vaker terug in mijn gedachten”, zegt ze. “Vooral nu ik zo oud ben. En natuurlijk omdat je er veel over leest in de bladen en de kranten en op televisie er aandacht aan besteed wordt. Ik ben de enige van mijn gezin die er nog is. Ik kan het er met niemand meer over hebben. En soms is het fijn om het van me af te praten.”

Herenigd

Op 28 maart werd Winterswijk bevrijd. Mijn moeder en haar zus bleven nog tot in september op de boerderij, er was namelijk nog geen vervoer naar Amsterdam. Toen er weer treinen reden vanaf Arnhem, ondernamen ze de tocht terug en werden zij herenigd met hun ouders.

Alexandra Holscher (53), eindredacteur, is getrouwd en moeder van drie kinderen (16, 19 en 21). Naast haar werk is ze mantelzorger voor haar moeder van 93. Om te ontspannen doet ze aan yoga, bootcamp en zingt ze in een koor. Ze houdt van films kijken en ‘met haar handen bezig zijn’.

Meer blogs van Alexandra lezen?
Dat kan hier!

Beeld | iStock

Ook interessant