null Beeld Mariel Kolmschot. Visagie: Nicolette Brøndsted
Beeld Mariel Kolmschot. Visagie: Nicolette Brøndsted

PREMIUM

‘Het was alsof ons leven stilstond en geen enkel perspectief bood’

Al elf jaar duurt de Syrische burgeroorlog nu. Het voortslepende conflict kostte honderdduizenden mensen het leven en zorgde voor de grootste vluchtelingencrisis ooit. Miljoenen mensen ontvluchtten hun land. Een van hen is Faten Kenaan. In 2015 kwam zij met haar man en twee zoons vanuit Damascus naar Nederland.

“Ik wilde het land al eerder verlaten, ­leefde alle dagen in angst. Maar mijn man wilde dat aanvankelijk niet, hij kon zijn moeder niet alleen daar achterlaten. Alle jongens moeten er vanaf hun achttiende in het leger. Mijn zoons waren destijds vijftien en zeventien. De oudste moest telkens zijn ID-bewijs op straat laten zien, zodat ze konden checken of hij niet zijn dienstplicht ontliep. Ik was altijd bezorgd om mijn kinderen.”

“De directe aanleiding voor onze vlucht was een raketinslag op de school van mijn jongste zoon. Hij stond samen met zijn vriend bij de ingang toen zijn vriend werd getroffen door de verwoestende explosie. Onder het bloed ging hij in de taxi met zijn zwaargewonde vriend naar het ziekenhuis. Een dag later overleed de jongen aan zijn verwondingen. Mijn zoon had daarna nachtmerries, huilde vaak in de maanden na de aanslag. Toen vervolgens mijn schoonmoeder overleed, was ook mijn man ervan overtuigd dat onze toekomst niet meer in Syrië kon liggen.”

null Beeld

Faten met man en zoons in Damascus, 2001, nog onwetend van de oorlog die in maart 2011 zou uitbreken en die hun huis zou verwoesten. Fotoalbums zijn er niet meer. Dit is een van de weinige foto’s die ze nog heeft.

null Beeld

Steeds op de vlucht

“In eerste instantie ben ik met mijn zoons naar Libanon gegaan, het land waar ik ben geboren en tot mijn 29ste heb ­gewoond. Ik heb een jaar psychologie ­gestudeerd in Beiroet en werkte er in de kinderopvang. Toen ik mijn Syrische man ontmoette, ben ik verhuisd naar zijn land en daar hebben we samen een nieuw leven opgebouwd. Maar het leven in Syrië was dus onmogelijk en veel te gevaarlijk geworden. Ik kon ­terecht bij mijn ouders en trok met mijn kinderen bij hen in. Mijn man bleef aanvankelijk nog in Damascus. Het was een moeilijke tijd. De jongens konden er niet naar school, we zaten veel binnen. Libanezen houden niet van Syriërs, het voelde alsof we met de nek werden aangekeken, ook al was ik zelf van oorsprong Libanese. Het leven was er duur en ik was eigenlijk voortdurend boos. Waarom werd ik achtervolgd door oorlog en moest ik steeds op de vlucht?”

Onder de indruk van Nederland

“Na zes maanden in Libanon was bij mij het punt bereikt dat het zo niet verder kon. Het was alsof ons leven stilstond en geen enkel perspectief bood. We hadden ondertussen geld gespaard om het Midden-Oosten achter ons te laten. Ik heb een zus die al heel lang in Nederland woont. Een andere broer en zus van mij wonen in Canada. In beide landen was ik al eens geweest. ­Canada is een mooi land, maar het is er vaak zo koud. Heel vroeger was ik al eens een maand op bezoek geweest bij mijn zus in Nederland. Het had een onuitwisbare indruk op mij ­gemaakt, ik houd van Nederland en de Nederlanders.”

“Met hulp van diverse mensen en de nodige forse betalingen hebben we uiteindelijk in dertien dagen tijd Nederland bereikt. We doorkruisten tien landen, waaronder Turkije, Griekenland, Servië, Slovenië en Macedonië. Op allerlei manieren; per trein, rubberboot, in de bus en hele stukken lopend. Na diverse ­omzwervingen in Nederland via verschillende plekken – van Ter Apel, Voorst en Tilburg tot Boekel – zijn we uiteindelijk in Haarlem beland. We wonen hier met veel plezier. De kinderen hebben hier hun opleiding en werk, er is goed openbaar vervoer en alles is binnen handbereik. Ze voelen zich hier thuis en wij ook.”

null Beeld

Veilig thuis

“Soms mis ik mijn familie, mijn buurvrouw en mijn schoonzus. De dingen die we samen deden. Een stukje wandelen met mijn zus – ik heb er vijf, en één broer – samen winkelen, urenlang kletsen. Inmiddels heb ik een Nederlands paspoort en zodoende kon ik onlangs een bezoek aan mijn ouders brengen. Nog ­altijd is Libanon een prachtig land, maar men zit er vaak zonder water en de elektriciteit valt steeds uit. En het levensonderhoud is er nog altijd ontzettend duur. Gelukkig kunnen we wel veel en vaak bellen. Ik bel mijn ouders twee keer per dag. Ja, elke dag. Soms mis ik de geur van jasmijn en gardinia, een soort witte roos. Of dan denk ik aan manakish, Libanees platbrood met tijm, za’atar, tomaat, ui en gehakt.”

“Maar we hebben het hier goed. Ik ben blij met mijn werk bij Atelier Sûr in Haarlem. Mijn man was een bekwaam kleermaker in Damascus, hij maakte veel maatpakken voor personeel van de Amerikaanse ambassade. Bij Sûr kan hij zijn vak weer uitoefenen. Sinds een jaar werk ik hier nu ook twee dagen per week. Ik maak sieraden en bak koekjes die in de winkel worden verkocht. Er ­werken hier mensen met verschillende achtergronden. Het is er fijn, de sfeer is goed, ik heb hier vriendinnen. We kletsen heel wat af in het atelier. Soms vallen we automatisch even terug op het Arabisch, als we de juiste woorden niet kunnen vinden. Maar dan krijgen we te horen: ‘Nee, Nederlands ­spreken!’ En dat is ook goed, ik wil graag leren. Mijn jongens spreken vloeiend Nederlands en Engels, daar ben ik trots op. Wij hebben weer een toekomst.”

“De oorlog in Oekraïne boezemt me angst in. In mijn jeugd was er oorlog in Libanon, daarna was er oorlog in Syrië en nu is er ook oorlog aan de rand van Europa, waar ik me veilig waande. Ik kan de beelden op tv moeilijk zien. Het is te confronterend, ik moet ervan huilen. Je gunt ieder mens een veilig thuis.”

Nacht van de Vluchteling

In de nacht van zaterdag 18 op zondag 19 juni 2022 vindt voor de elfde keer de Nacht van de Vluchteling plaats. De deelnemers lopen een route van veertig of twintig kilometer, om zo veel mogelijk geld in te zamelen voor noodhulp aan mensen die op de vlucht zijn voor oorlog, geweld en onderdrukking. Wereldwijd zijn dat een duizelingwekkende 82,4 miljoen ontheemden. De tocht wordt in zes Nederlandse steden gehouden: Amsterdam, Rotterdam, Den Haag, Utrecht, Nijmegen en Tilburg. Na de eerste editie in 2010 met 450 deelnemers is de Nacht inmiddels uitgegroeid tot een evenement van formaat met vele duizenden lopers. Dit jaar leeft er veel solidariteit met de mensen die uit Oekraïne op de vlucht zijn. De opbrengst gaat naar verschillende hulpprojecten en wordt besteed aan acute nood, zoals medische zorg, onderdak, voedsel en schoon drinkwater, maar ook aan bijvoorbeeld onderwijs en psychosociale steun. Na twee coronajaren belooft de 2022-editie een heel bijzondere te worden.

Meer info: vluchteling.nl

Noor FeijeMariel Kolmschot. Visagie: Nicolette Brøndsted
Meer over

Op alle verhalen van Margriet rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven. Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@margriet.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden