‘Het plaatje klopte, maar niemand wist hoe eenzaam ik was’

Deel dit artikel:

Ilonka Hennekeij woont in een dorpje in Zeeuws-Vlaanderen. Ze is al 26 jaar samen met Edwin en moeder van drie zonen (18, 16 en 12). Ze heeft alles, zou je denken. Toch voelde ze zich jarenlang eenzaam.

“Het ‘plaatje’ aan de buitenkant klopte helemaal: een fijn gezin, een lieve man en kinderen. Met daarnaast werk en ook wel een aantal vrienden. Maar nooit voelde ik me echt op mijn gemak. Ik begreep anderen niet en zij mij niet. Daardoor heb ik me heel lang ontzettend eenzaam gevoeld en dat vond ik verschrikkelijk.  Al sinds mijn puberteit had ik het gevoel dat ik van een andere planeet kom. Niet dat ik geen vriendinnen had. Tijdens mijn school- en later studietijd had ik een ‘gewoon’ sociaal leven, 
inclusief vriendinnen. Maar rond mijn achttiende verwaterde het contact, zelfs dat met mijn beste vriendin. Ik deed de opleiding mode en kleding en had moeite aansluiting te vinden met mijn klasgenoten. Ik voelde me nooit echt begrepen. Terwijl ik hunkerde naar oprecht, diep contact, bleven de gesprekken voor mijn gevoel altijd 
oppervlakkig. Ik wilde dieper gaan, maar durfde tegelijkertijd niet echt te delen wat er in me 
omging. Uit zelfbescherming, denk ik. Ik was bang om gepest te worden als ik me kwetsbaar zou opstellen, en heel onzeker. Zo bleef ik degene die altijd naar groepen vrienden keek met een steen in mijn maag. Ik dacht dat ik dat ook wilde. Maar wat ik werkelijk wilde, was begrepen 
worden. Het gemis aan diepgaand contact droeg ik elke dag met me mee.”

‘Naar groepen vrienden keek ik met een steen in mijn maag. Wat wilde ik daar graag bij horen!’

De echte klik

“Omdat ik graag net zo wilde zijn als anderen, probeerde ik me zo veel mogelijk aan te passen. Maar daar werd ik nóg ongelukkiger van en ik voelde me intussen nog steeds eenzaam. Het werkt natuurlijk niet om te proberen iemand te zijn die je niet bent. Als je je niet in anderen 
herkent, voelt het alsof je geïsoleerd bent. Hoeveel mensen je ook om je heen hebt. Ik vroeg me af waarom mijn klasgenoten zo 
luchtig in het leven leken te staan. Ze oogden 
altijd vrolijk en voerden gesprekken over uitgaan. Kroegen en discotheken waren een ver-van-mijn- bedshow waaraan ik helemaal geen behoefte had. Ik maakte wel een praatje op school, maar daar bleef het bij. Het voelde alsof ik een adelaar was die overal boven zweefde en alles overzag, terwijl anderen aan de oppervlakte bleven. Niet dat ik van hen ‘eiste’ dat ze op een bepaalde manier moesten zijn voordat ik met ze om wilde gaan. Het was meer een diepgeworteld, onvervuld 
verlangen dat voortdurend aan me knaagde. Een leegte die ik maar niet leek te kunnen vullen. Ik heb twee broers die dit helemaal niet hebben. En ook dat was zo confronterend. Ook in ons gezin was ik de vreemde eend in de bijt. In diezelfde periode, op mijn achttiende, leerde ik mijn man kennen. Hij is heel anders dan ik: een stoere vent die met beide benen op de grond staat. Met hem kwam er een groepje vrienden in m’n leven met wie we samen optrokken. Maar ook met hen was de echte klik er niet. Als mensen aan me vroegen: ‘Wat doe je?’ dacht ik alleen maar: wie bén je? Ik ben opgehouden die vraag te stellen. Mensen konden daar zo raar op reageren. Veel mensen praten alleen maar over anderen en laten niets van zichzelf zien.”

Ik hoor er niet bij

“Op mijn 26ste werd ik voor het eerst moeder. Je zou verwachten dat dat eindelijk voor verdieping in de contacten zou zorgen. Maar ook nu bleef het oppervlakkig. Een keer had ik afgesproken met de moeder van een vriendje van mijn kind, maar die moeder kwam niet opdagen. Toen ik haar later zag, deed ze daar heel laconiek over. Terwijl ik me vreselijk gekwetst voelde. Desondanks durfde ik dat niet uit te spreken, uit angst dat ze zou zeggen dat ik me niet zo moest aanstellen. Het eenzame gevoel zorgde er niet voor dat ik met een deken over mijn hoofd in bed ging 
liggen. Ik deed wel mee. Zo hielp ik op school, ik werkte en ik had ook wel plezier. Maar ik voelde altijd een soort leegte. Ook was ik bang om 
de verkeerde dingen te zeggen tegen andere mensen. Ik wilde hen niet kwetsen, maar ook mezelf niet. Ik besprak mijn gevoelens wel met mijn man, maar hij deed er vaak wat gemakkelijk over. ‘Trek het je niet aan,’ zei hij dan, en daarmee 
was de kous voor hem af. Hij bedoelde het niet vervelend, maar begreep gewoon niet dat ik me zo liet raken door zulke – in zijn ogen – kleine dingen. Desondanks hadden we een fijne relatie. En die hebben we nog steeds. Op een bepaalde manier hielp zijn nuchterheid me ook om niet te lang in mijn gepieker te blijven hangen. Hij gaf me nooit het gevoel dat ik zeurde, maar slaagde er meestal wel in mijn gedachten te verzetten. Het gemis in verbondenheid zat ’m vooral in 
contacten met andere vrouwen. In het verlangen naar vriendschap. Ik heb me zo lang verloren 
gevoeld in die periode. Op mijn 39ste ging ik 
geregeld om met een aantal vrouwen, we spraken soms af. Totdat ik vanuit het niets, zonder opgaaf van reden, niet meer werd uitgenodigd. Dat was heel pijnlijk voor me. Ik keerde in mezelf en was zo lamgeslagen dat ik niet eens de moed had om te vragen waaróm ik niet meer werd uitgenodigd. Het bevestigde alleen het gevoel dat ik minder was dan anderen.”

Een leuker, lichter leven

“Op een middag was ik wat aan het rondkijken op Facebook en zag ik ineens een bericht van een vrouw bij een onderwerp over hooggevoeligheid. Ik herkende wat ze schreef: de eenzaamheid, de zoektocht naar verbondenheid, het twijfelen aan zichzelf. Ik zat altijd vol plannen en ambities die ik nooit leek te kunnen omzetten in realiteit. Bij anderen zag ik dat ze wel een concreet doel 
hadden en eraan werkten om dat te bereiken. Terwijl ik altijd last had van twijfels, wat me enorm tegenhield te zijn wie ik ben. Nu bleek ik dus niet de enige te zijn die daarmee worstelde! Ik heb contact met haar opgenomen en wat ik nooit eerder had meegemaakt, was er nu wel: zo veel herkenning. Ze gaf trainingen aan mensen zoals ik en via haar kwam ik in contact met vrouwen die hetzelfde ervoeren, die ook eenzaam waren. Het voelde als thuiskomen. Voor mij was het de bevrijding uit de gevangenis die ik voor mezelf had gecreëerd. Door mijn gevoel van anders-zijn en niet weten waarom, sloot ik mezelf op in mijn gedachten. Nu weet ik: mijn voelsprieten staan altijd uit en ik voel meer dan de meeste mensen. Ik kan bijvoorbeeld direct aan iemand zien of diegene liegt. Of als iemand niet lekker in zijn vel zit, terwijl hij of zij wel zégt dat het goed gaat. Eindelijk, na veertig jaar, weet ik wat er ‘anders’ is aan mij. Het heeft me geholpen de wereld beter te leren begrijpen, andere mensen beter te leren begrijpen. Eindelijk kan ik de luchtigheid van dingen inzien en hoef ik me niet meer persoonlijk aangesproken te voelen. Nu ik dit weet, kan ik grapjes maken en zelfs ‘chitchatten’.

Eenzaam ben ik niet meer

Doordat ik mezelf nu snap, kan ik ook mijn 
kinderen beter begeleiden. In hen zie ik veel van mezelf terug: het geslotene, het gevoelige, al 
op jonge leeftijd jezelf niet begrijpen. Ik kan 
vertellen over het contact met jezelf, wat ikzelf nooit had en waardoor ik ook geen contact had met anderen. En ik kan nu uitleggen dat wanneer ze iets voelen bij een ander, ze dat niet op zichzelf hoeven te betrekken. Zo kan ik ze helpen niet te doen wat ik al die tijd deed. Maar het allerbelangrijkste is: ik snap mezelf 
eindelijk, en daardoor is het niet meer zo 
belangrijk dat anderen mij snappen. Doordat ik nu zo anders in het leven sta, stap ik makkelijker op mensen af en ben ik niet meer zo bang om 
gekwetst of afgewezen te worden. En nu kan ik eindelijk zeggen: eenzaam ben ik niet meer.”

Dit interview verscheen eerder in Margriet 2018-41. Je kunt deze editie nabestellen via magazine.nl.

Artikelen van Margriet.nl ontvangen in je mailbox? Schrijf je in op margriet.nl/nieuwsbrief.

Tekst | Vivienne Groenewoud
Fotografie | Mariel Kolmschot