Header relatie therapie juiste kleur Beeld redactie
Beeld redactie

PREMIUM

‘Het lijkt wel of we nu al zijn uitgepraat met elkaar’

Deze keer in Relatietherapie: Janine (54) en Wilco (59). Zij hebben een latrelatie en zien elkaar meerdere keren per week. Hoewel ze beiden zeggen zich op die momenten te verheugen, is het niet echt gezellig als ze samen zijn. “Denken voor de ander en daarop baseren hoe je handelt ten opzichte van diegene leidt altijd tot misverstanden.”

Altijd op eieren lopen

“Ik heb altijd het idee dat ik bij Wilco op eieren moet lopen”, zegt Janine. “Als hij naar mij toe komt en hij heeft stress gehad op zijn werk, zie ik dat meteen aan hem. Ik weet dan dat ik niet te veel tegen hem moet zeggen.Hoe ik dat weet? Nou, voor mij is dat heel duidelijk. Ik zie het aan zijn ogen en hij heeft dan zo’n rimpel. Hij gaat meteen op de bank zitten, krant erbij of tv aan. Hij ziet me dan eigenlijk niet, begroet me ook niet normaal, maar zit helemaal in zichzelf. Ik moet dan aanvoelen hoelang ik hem met rust moet laten. Als ik denk dat het weer kan, of als ik klaar ben met koken, roep ik hem aan tafel. Maar dan nóg heb ik vaak het idee dat ik hem lastigval.”

Nog even lezen

“Hij zal ook nooit meteen komen als ik hem roep. Vaak blijft hij nog even lezen of wil hij eerst iets afkijken op tv. Ik vind dat respectloos. Ik doe mijn best om zorg te besteden aan het eten en hij geeft me het gevoel dat hij dat niet merkt en in elk geval niet waardeert. Ik weet dat hij liever wat later eet, maar ik wil op een bepaald moment ook klaar zijn met opruimen en het gevoel hebben dat ik niets meer hoef.”

Gesprek hoe de dag was

“Voor mij is het belangrijk om aan tafel een gesprek te hebben over hoe de dag was. Maar als ik vraag of hij een zware dag heeft gehad, ontkent hij dat, terwijl ik het gewoon zie. Hij vindt dat ik dan voor hem denk en houdt vol dat er voor zijn gevoel niets aan de hand is. Ik zeg dan: ‘Als je het er niet over wil hebben, moet je het zeggen.’ Maar als hij in zo’n bui is, valt zelfs die opmerking totaal verkeerd. Volgens hem hoeft hij het nergens over te hebben, want er is niks. Daar krijgen we dan ruzie over.”

Kom dan niet

“Als ik iets wil vertellen over mijn werk, of over iemand die ik heb ontmoet, kan hij het nauwelijks opbrengen om daarnaar te luisteren. Alles aan hem drukt dan uit dat hij het totaal niet interessant vindt. Het lijkt wel of we nu al zijn uitgepraat met elkaar. We wonen niet samen, dus zo vaak zien we elkaar niet. Meestal in het weekend en daarnaast nog één, soms twee, keer per week. Ik verheug me er altijd op als hij komt. Ik wil er dan graag een gezellige avond van maken. Maar hij ziet het, geloof ik, vooral als een opgave om de avond met mij door te brengen. Dat maakt me verdrietig, alsof hij me totaal niet mist en veel liever thuis was gebleven. Dan denk ik: kom dan niet, als je geen zin hebt of te moe bent.”

Lees ook: Relatietherapie: ‘Ik had hem het mes op de keel gezet: het was therapie óf scheiden’

Van geen kwaad bewust

“Dat zegt ze vaak in zo’n ruzie: dat ik beter naar huis kan gaan als ik geen zin heb om bij haar te zijn”zegt Wilco. “Maar ik heb dan toch niet voor niets een uur gereden, van mijn huis naar het hare, en moeite gedaan om op tijd bij haar te zijn? Ik weet namelijk dat ze het vervelend vindt als we nog laat bezig zijn met koken en opruimen. Ik denk vaak: laat die uitgebreide maaltijden zitten. Ik neem thuis of onderweg wel wat, of ik warm iets op. Maar dat vindt ze ongezellig, dus is ze al chagrijnig als ik vanwege problemen op mijn werk eens wat later kom. Terwijl ik dan echt moeite heb gedaan om er op háár tijd te zijn. Ik vind het dan niet echt prettig om te horen dat ik beter thuis had kunnen blijven.”

Lekker bij elkaar zijn

“Vervolgens krijg ik te horen dat ik gestrest ben of geïrriteerd, terwijl ik me echt van geen kwaad bewust ben. Ik vind het fijn om Janine te zien. In de auto heb ik me daarop al verheugd. Wat ik daarna het liefst wil, is lekker bij elkaar zijn, samen wat eten en een film kijken en samen slapen. Natuurlijk wil ik ook weten wat zij allemaal heeft gedaan, maar meestal hebben we tussendoor elke dag toch minstens één keer contact met elkaar, dus in grote lijnen weet ik dat wel.”

Diepgaand of moeilijk

“Als ik zelf een hele dag druk ben geweest en onderweg naar Janine toe in de auto nog verschillende telefoongesprekken heb gevoerd, omdat zij het niet fijn vindt als ik zit te bellen als ik bij haar ben, dan hoef ik mijn dag niet óók nog eens ’s avonds door te nemen. Een gesprek moet voor haar altijd diepgaand of moeilijk zijn. Ik kan daartegen opzien. Bovendien moet ik altijd even landen als ik bij haar kom, dus dan heb ik niet meteen hele verhalen.”

Ze gedraagt zich zenuwachtig

“Ik merk dan meteen aan haar dat ze teleurgesteld is en dat ze iets anders van me verwacht. Ze zit me dan te observeren en gedraagt zich zenuwachtig. Zo komt ze bijvoorbeeld steeds met vragen en opmerkingen of ik iets wil drinken, of ik al trek heb en dat ze over tien minuten klaar is met koken. Allemaal van die vragen waar bij haar van alles achter zit. Ik zit dan kennelijk fout, heb haar niet enthousiast genoeg begroet bij het binnenkomen, misschien iets vergeten wat ik had moeten onthouden of niet gezien dat ze iets nieuws aanheeft.Ik denk dan: zég het alsjeblieft gewoon als er iets is. Maar zo werkt dat niet bij haar. Ik moet de dingen aanvoelen en als ik dat probeer, weet ik van tevoren dat ik weer eens niet heb begrepen wat zij nodig heeft.”

Lees ook: Mijn verhaal: ‘Ik kan weer normaal functioneren en herwin het vertrouwen in mijzelf’

De relatietherapie

Het eerste wat me opvalt tijdens het luisteren naar het verhaal van Janine en Wilco is dat ze continu voor elkaar denken. Ze gaan ervan uit dat ze weten wat er in de ander omgaat. Als ik vraag hoe ze daar zo zeker van kunnen zijn en of ze weleens aan elkaar vragen of ze goed zitten met hun aanname, zeggen ze: ‘Dat heeft geen zin, want hij/zij ontkent dat dan toch.’ ‘Kan dat zijn omdat hij/zij misschien zelf beter weet wat hij/zij voelt of denkt?’ vraag ik. Beiden gaan er echter van uit dat ze de ander beter lezen dan hij of zij dat zelf kan. “Ik zie het toch aan hem,” zegt Janine, “als hij gestrest is.”

Aan haar vragen

Wilco vindt ook dat het duidelijk is als Janine ergens boos over is, ook al weet hij nog niet wat zijn misstap precies is geweest. “Misschien aan haar vragen,” suggereer ik, “of ze boos is en zo ja waarover.” “Zinloos,” oordeelt Wilco, “dan ontkent ze het of zegt dat ik dat best weet. Dus moet ik nóg meer mijn best doen om te weten wat er in haar omgaat. Vindt zij.”

Denken voor de ander

Ik vind heel iets anders. Denken voor de ander en daarop baseren hoe je handelt ten opzichte van diegene leidt altijd tot misverstanden. Beter is het in zo’n geval om je veronderstelling te toetsen bij de ander: ‘Ik denk dat je ergens boos over bent, klopt dat?’ Natuurlijk bestaat de kans dat de ander dat ontkent. Wij hebben nu eenmaal liever niet dat iemand onze gedachten leest en zéker niet dat de ander ons beter lijkt te kennen dan dat wij onszelf kennen. Dus mocht hij zeggen dat hij helemaal niet boos is, neem dat dan aan. De kans bestaat dat hij, zelfs als hij enigszins geïrriteerd is, zich toch anders gaat gedragen om duidelijk te maken dat hij niet boos is.

Een ongelukkig huwelijk

Ik begrijp wel waarom Wilco en Janine steeds zo behoedzaam aftasten hoe de ander zich voelt. Ze hebben beiden een ongelukkig huwelijk achter de rug en zijn verlaten door hun eerdere partners. Ze hebben elkaar gevonden, maar zijn bang deze nieuwe liefde ook weer te verliezen. Daarom hebben ze steeds hun radar aan om de ander te peilen. Voelt hij zich wel goed, houdt hij nog van mij, heb ik iets verkeerd gedaan? Vanuit het verleden hebben ze immers meegekregen dat ze niet goed genoeg waren als geliefde.

De verschillen accepteren

De verschillen accepteren In de therapie delen ze die onzekerheid, hun verlatingsangst en hun liefde voor elkaar. Ze signaleren het bij zichzelf en bij elkaar als ze weer gedachten lezen. Ze uiten die gedachte hardop en vragen na of-ie klopt. Ze proberen daar eerlijk over te zijn: als je geïrriteerd was of behoefte had aan rust, geef dat dan toe. Een goede relatie betekent niet dat je je nooit aan elkaar mag ergeren. Het betekent dat je de verschillen accepteert en niet alles op jezelf betrekt. Als je partner even op zichzelf wil zijn of zich aan je ergert, betekent dat niet dat hij niet meer van je houdt. Juist het feit dat hij dat kan zeggen, betekent dat je veilig bent bij elkaar.

Redactieredactie

Op alle verhalen van Margriet rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven. Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@margriet.nl.
© 2023 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden