Persoonlijk

Herman Koch: ‘Ik ben meerdere keren door het oog van de naald gekropen’

herman-koch-ben-meerdere-keren-door-het-oog-van-de-naald-gekropen.jpg

Het is misschien moeilijk voor te stellen, maar ooit werkte schrijver en acteur Herman Koch als stoere boerenknecht in de Karelische bossen van Finland. Koeien melken, akkers bewerken (“Dat is zulk bevredigend werk, je kijkt achterom en je ziet meteen resultaat”) en bomen omzagen in het bos. In z’n eentje in de vrieskou.

In die bossen, niet ver van de poolcirkel, leven nog volop wolven en beren, maar die hebben vanuit het struikgewas waarschijnlijk hoofdschuddend naar die lange, magere jongen uit Nederland zitten kijken. De jonge Herman – negentien was hij toen – was als stadsjongen namelijk niet altijd even handig bezig. Zacht uitgedrukt. Bijna-slagaderlijke bloedingen, bijna rondvliegende vingers, bijna-fatale botsingen met de tractor, het mag een wonder heten dat hij dit Finse avontuur überhaupt heeft overleefd. Ongelooflijk?

Herman Koch

“Als ik mensen vertel dat ik daar een halfjaar in de sneeuw op een tractor heb rondgereden om bomen om te zagen, kijken ze me altijd aan met zo’n blik van: ‘Jij?! Op een tractor?’ Maar het is wel waar”, zegt hij geamuseerd vanachter een steak tartare en een Belgisch biertje.

De twijfel over zichzelf als stoere, bomen omzagende boerenknecht vond hij mooi om te beschrijven, maar ook hoe mensen erop reageren. “Er zit iets ongeloofwaardigs aan, iets wat niet te checken is. Niet dat ik zelf twijfelde over mijn mannelijkheid, maar als ik van die heel stoere mannen zoals Jack Nicholson of Clint Eastwood zie, denk ik toch: zo zou ik ook wel willen zijn. Tegelijkertijd besef ik dat ik dat type man helemaal niet ben. Daar heb ik langzamerhand totale vrede mee, maar het is wel een leuk thema om over te schrijven.”

Finse dagen

Finse dagen is de titel van zijn nieuwste boek. Het is een – grotendeels autobiografisch – verslag van de scheiding van zijn ouders als gevolg van de tamelijk bizarre verhouding van zijn vader met een oude weduwe, de dood van zijn moeder, en van zijn tijd in Finland. Maar hij vertelt ook over het heden, waarin hij als 66-jarige op die gebeurtenissen terugkijkt en voor boekpromotie terugkeert naar Finland. Het is een verrassend persoonlijk verhaal voor iemand die altijd weinig mededeelzaam is geweest over privézaken en nog steeds bezweert dat hij nooit zijn memoires zal schrijven. Maar zijn eigen jeugd in een boek verwerken deed hij al eerder, vertelt hij, al was dat lang geleden.

Eerste roman

In 1989 om precies te zijn. “In mijn eerste roman: Red ons, Maria Montanelli. Maar wel ‘vermomd’, omdat ik het schreef vanuit het perspectief van het zeventienjarige hoofdpersonage. Daar kwamen de scheiding van mijn ouders en de dood van mijn moeder al in voor, en de vriendin van mijn vader ook. Heel zwart-wit en geschreven vanuit het perspectief van een woedende puber die vooral zijn vader verwijt dat hij de boel erbij heeft laten zitten. Ditmaal had ik de behoefte om er met meer afstand, dus objectiever, naar te kijken. Zonder de vermomming van een romanfiguur. Ik verwerk wel vaker autobiografische dingen in mijn romans. Mensen die mij persoonlijk kennen, herkennen dat meestal wel. Mijn zoon zegt dan altijd: ‘Ja vader – hij noemt mij dan altijd ironisch ‘vader’ – ik zie wel wat jij aan het doen bent, hoor.’ Hij weet natuurlijk precies wat waar en wat niet waar is.”

De boeman

Koch werd geboren in Arnhem en verhuisde op zijn tweede naar Amsterdam-Zuid. Hij bleef enig kind, al had zijn vader uit een eerder huwelijk een zoon en drie dochters. Hij omschrijft het gezin waarin hij opgroeide als een gelukkige drie-eenheid. Tot zijn dertiende jaar. Toen viel zijn vader voor een andere vrouw. “En niet zomaar een vrouw, maar een nogal vreemde weduwe die ouder was dan mijn moeder. Hoe was dat in godsnaam mogelijk? Doordat mijn ouders mij bij hun moeilijkheden betrokken, kreeg ik een enorm solidariteitsprobleem. Maar ja, mijn vader was de hoofdschuldige, dus werd hij de boeman.”

Barre omstandigheden

De drie-eenheid werd dus een twee-eenheid, die eerder dan verwacht ten einde kwam toen zijn moeder vier jaar later aan kanker stierf. Anderhalf jaar later – het was 1973 – vertrok Herman naar Finland, in een tijd waarin jongeren druiven gingen plukken in Frankrijk, sinaasappels in Spanje of aan de slag gingen in een Israëlische kibboets. Warme, zonnige bestemmingen, dus waarom Finland?

“Ik zag dat land als een soort romantisch ideaal van het Scandinavische; de bossen, de beren, het wilde. Ook had ik met vrienden het idealistische plan om in de Pyreneeën een verlaten dorp te kopen en daar een zelfvoorzienende commune te stichten, waarvoor ik mij ‘boerentechnieken’ eigen moest maken. Daarnaast had ik in die periode kennelijk behoefte aan barre omstandigheden; aan kou, aan spierpijn, uitputting. Lichamelijke inspanning is een van de kortere wegen naar geluk, dat heb ik daar wel geleerd.”

Herman Koch

Het volwassen worden

In het hoge noorden ontpopte hij zich tot een roekeloze boerenknecht: veel te hard rijden op een grote tractor, recht op bomen af rijden, uit de bocht vliegen, onervaren met kettingzagen werken. Met enige psychologie van de koude grond denk je al snel: die jongen was nog in de rouw, eenzaam en hartstikke depressief. En daardoor heel zelfdestructief. Maar nee. “Dat ik zo veel risico nam was, denk ik, gewoon onderdeel van het volwassen worden. Ik was bevrijd van de moeder die het meest zou lijden onder een ongeluk van mij, waardoor ik me vrij voelde om die risico’s te nemen. Het maakte opeens niet meer zo veel uit wat er met mij persoonlijk gebeurde. Eigenlijk was ik daar zelfs volmaakt gelukkig.”

Door het oog van de naald

“Ook later heb ik het nog weleens leuk gevonden om opzettelijk iets gevaarlijks te doen, ik ben meerdere keren door het oog van de naald gekropen. Daar ben ik mee gestopt toen ik vader werd. Kennelijk moest ik opnieuw het gevoel krijgen voor een ander in leven te moeten blijven. De tragische kant van de jongen die ik was, heb ik wel een beetje aangezet. Doe ik nog weleens. Tegen mijn vrouw zeg ik elk jaar: ‘Met kerst gaan we wel weer naar jouw ouders, want uit het weeshuis heb ik nog geen uitnodiging ontvangen.’” (lacht) “Dat breng ik natuurlijk met een knipoog, al zegt Amalia altijd: ‘O, wat zíélig!’ Maar het is waar dat ik mij wat verloren voelde toen ik naar Finland ging. En ik had ook nog eens de eenzaamste plek uitgekozen om over mijn leven na te denken.”

Schrijver

“Dat ik schrijver wilde worden, stond toen al voor mij vast. Een toekomstperspectief waar mijn vader matig enthousiast op reageerde. Hij werkte in de krantenwereld, schreef zelf columns, had twee jeugdboeken op zijn naam staan en is interim directeur geweest van uitgeverij De Arbeiderspers, dus wist hij dat boeken schrijven over het algemeen bitter weinig oplevert. Daarom wilde hij liever dat ik zou gaan studeren, want: ‘Dan kun je tenminste geld verdienen en daarnaast schrijven.’”

Succesvolle auteur

Voor Herman een extra reden om een halfjaar naar Finland te gaan, weg van de vragen van zijn vader over wat zijn zoon met de rest van zijn leven wilde doen. Achteraf bekeken had vader Koch had zich geen zorgen hoeven maken; Herman werd een succesvolle auteur en dat geldt ook voor zijn halfzus Else, die bekend werd als kinderboekenschrijfster en Gouden griffel-winnares Els Pelgrom. Maar, geeft hij toe: “De generatie boven ons zag een dergelijke beroepskeuze anders. Toen mijn aanstaande schoonmoeder 33 jaar geleden hoorde wat ik deed, zei ze tegen Amalia: ‘Ah, een bohemien!’ Met andere woorden: dus geen tandarts of advocaat.”

Stabiel liefdesleven

Het is dus allemaal goed gekomen. Van verbittering over zijn jeugd is dan ook geen sprake. De zorgen van zijn vader over Hermans toekomst is hij met het ouder worden beter gaan begrijpen. “En ik veroordeel hem ook niet meer omdat hij van het ene gezin naar het volgende overstapte. Zo ben ik tot mijn dertigste in relaties zelf ook geweest. Al had ik toen nog geen kind.” Een stabiel liefdesleven vond hij bij de Spaanse Amalia, die hij in Barcelona ontmoette. Met haar kreeg hij 25 jaar geleden zoon Pablo.

Hoeveelheid alcohol

Er wordt nog een biertje besteld. Nog een opvallend iets in Finse dagen trouwens, de hoeveelheid alcohol die de jonge Herman consumeert. “Ik ben nog steeds een liefhebber van alcohol, maar veel matiger omdat je anders niet kunt functioneren. Als jongen durfde ik alleen een meisje te versieren na twee waterglazen jonge jenever. Voordat ik dan iets tegen haar kon zeggen, moest ik de tuin in rennen om het er allemaal weer uit te gooien. Ach, ik was gewoon verlegen en daar had ik drank bij nodig. Verlegen ben ik nog wel een beetje, dat raak je nooit helemaal kwijt, maar ik kan er goed mee omgaan. Ik functioneer sowieso tien keer beter dan tien, twintig of vijftig jaar geleden. Naarmate je ouder wordt, vergeef je jezelf ook meer. Als ik eens iets verkeerds tegen iemand zeg, ben ik het ook meteen weer vergeten.”

Een korte concentratieboog

Eind goed, al goed. Alles bij elkaar, vindt hij, heeft zijn enigszins bizarre verleden hem ook wat goeds opgeleverd. Dit boek bijvoorbeeld dat al een tijd klaarlag, omdat hij bewust even niet wilde publiceren. Het volgende boek is trouwens ook al af. Niet slecht voor een auteur die door een korte concentratieboog alleen een paar uur in de ochtend werkt. En dan is het weer tijd voor andere aangename zaken. “Rondje hardlopen, naar de film, uit eten… Zeker als we in Spanje zijn, en daar zijn we veel. Vooral in Barcelona, waar we een huis huren. Lezen doe ik ook graag, hoewel minder dan vroeger. Voetbal kijken is voor mij de perfecte ontspanning. Ik ben Ajax-fan en heb lang met Pablo een seizoenkaart gehad. Sinds hij in Barcelona studeert, maken we graag reisjes naar de buitenlandse uitwedstrijden. Naar München bijvoorbeeld, of naar Madrid als Ajax tegen Real moet spelen. En dan om twee uur ’s nachts in een café met een gin-tonic nog wat eten omdat in Spanje alles nog open is. Dat is genieten.”

Heimwee naar zijn gloriejaren met Jiskefet en Debiteuren Crediteuren op televisie heeft Herman niet. “Geen behoefte aan. Het was een lange periode van vijftien jaar, maar dat is over. Ben ik ook wel blij om. Ik heb geen zin meer om bij het Amstelstation te staan wachten om te gaan filmen. Hoe leuk ik het toen ook vond. Dat is denk ik ook een leeftijdsding.” Hij drinkt zijn glas leeg en lacht: “Ik zit nu gewoon liever thuis op de bank.”

Tekst | Heleen Spanjaard
Fotografie | Marloes Bosch

Kitty

Dit artikel is eerder verschenen in Margriet 14– 2020 Dit nummer terug lezen? Ga dan naar Magazine.nl.

Ook interessant