Persoonlijk

Herman den Blijker: ‘Ik kon de hele dag wel blijven eten’

herman.jpg

Topchef Herman den Blijker heeft een zwak voor eten. En voor zijn zoon Matz (8). Voor hem verruilde hij vier maanden geleden zijn snaaierijen – veel en vet – voor een personal trainer. De dag begint nu in de sportschool.

Zo’n twintig minuten na de afgesproken tijd komt Herman restaurant Las Palmas binnenlopen. Als Herman er eenmaal is, wil iedereen iets van hem. Veertig minuten later dan gepland, begint uiteindelijk dan toch het gesprek. Herman zal dat later overigens dubbel en dwars goedmaken. Want als we na een klein uurtje interviewen en een fotoshoot van anderhalf uur besluiten verder te gaan met het interview, blijkt onze tafel netjes gedekt en krijgen we een verlate lunch. Als de ober vraagt of we witte wijn willen en ik daarop bevestigend antwoord, schudt Herman zijn hoofd: “Prik.” Waar ik nog naïef denk dat hij niet drinkt overdag en we straks dus gezamenlijk aan de Spa Rood zitten, had ik beter moeten weten. Herman laat met het codewoord ‘prik’ namelijk de champagne aanrukken. En niet zomaar ‘prik’, maar een fles Ruinart. Herman: “Het beste van het beste.” Oké, Herman, het te laat komen is je bij dezen vergeven.

Proost. Je bent inmiddels 58. En dat terwijl je dacht dat je de dertig niet zou halen. “Klopt. Dat was een diepe overtuiging die ik niet van me kon afschudden. Ik heb dat gevoel altijd gehad. Ik weet niet waar die angst vandaan kwam. Ik ging ook altijd vol gas, elke dag gaf ik alles. Ik wilde alles meemaken, liefst vandaag nog. Als ik om tien uur klaar was met werken, reed ik vol gas naar Brussel, Parijs of Schiphol. Alle centen uit m’n zakken en dan ergens naartoe gaan waar ik wilde eten. En dan weer terug om te werken. In die tijd dacht ik: dertig is nog ver weg en dat ga ik niet halen. Nooit.”

Je knippert even met je ogen en je bent al bijna het dubbele! (lacht)“Inderdaad ja. Op een gegeven moment wás ik dertig, toen werd het nog erger. Kreeg ik de instelling: het maakt niet uit, ik haal vast de veertig niet. Nog steeds ging ik overal vreten en drinken. Ik vond het ook allemaal lekker: whisky, champagne, wijn. Alleen maar dikke, vette dranken. Met eten was het net zo: lekker eten, veel en vet. Als ik ergens zat te lunchen en het was gezellig, kon ik zo tot ’s avonds blijven zitten. En blíjven eten, hè. Dat wordt op een gegeven moment een beetje lastig.”

Je doelt nu op je gewicht. Hoe heeft het ooit zo ver kunnen komen? “Ik heb tot mijn twintigste zo’n 75 à tachtig kilo gewogen. Maar ik ken weinig grenzen, ben gretig, wil er altijd vol in. Met alles, dus ook met eten. Voor mij is het nog best een prestatie dat ik nooit bóven die honderdvijftig kilo ben gekomen. Ik heb altijd al een probleem gehad met maat houden. Je moet proeven als je kok bent, maar je hoeft niet te vreten natuurlijk. Dat deed ik wel. Ik vergat weleens te ontbijten, of ik lunchte niet, of ’s avonds schoot eten erbij in. Ik ontwikkelde een regelmaat in het niet regelmatig zijn. Als ik ’s ochtends de zaak binnenkwam en ik ging brood afbakken, of ik haalde de kazen uit de kaaskast, dan ging ik snaaien, want ik had geen bodem. En als klanten bij het diner zeiden: ‘Kom er gezellig bij zitten,’ dan vrat ik die kaasplank leeg of ik at die zwezerik op en dronk een glaasje wijn. Kijk: als je thuis een maaltijd kookt, hoeft die niet per se subliem op smaak te zijn. Maar bij ons moet elk hapje in één keer raak zijn. Daar ga je aan wennen, aan die smaken. Een bek smaak, noem ik dat. Het werd een gewoonte om een plakje zwezerik extra in de pan te gooien. En dat is met elke gewoonte of verslaving zo. Ik durf best te stellen dat ik een probleem had of heb, al weet ik het inmiddels onder controle te houden. Ik was verslaafd aan eten, ik ben gewoon een junk.”

 ‘Als klanten bij het diner zeiden: ‘Kom er gezellig bij zitten,’ dan vrat ik die kaasplank leeg of ik at die zwezerik op en dronk een glaasje wijn.’

Heb je daar weleens hulp voor gezocht? Gedacht: ik moet van die verslaving af? “Nou, kijk… Ik vind natuurlijk niet dat ik echt verslaafd ben.” (stilte) “Ik vind dat ik het in de hand kan houden. Maar dat vindt iedereen die…”

Verslaafd is… “Uhm, juist ja.”

Je zei dat je het inmiddels onder controle weet te houden. Hoe doe je dat? “Ik heb een eetschema en ik train met een personal trainer. Elke ochtend om zeven uur, zeven dagen per week, anderhalf uur per dag. Ik ben te zwaar en te vet. Ik zie dit als mijn laatste kans. Als ik met mijn zoon Matz ga voetballen, moet ik normaal met ’m kunnen praten. Als we straks zeven jaar verder zijn, ben ik 65. Dan moet ie niet met z’n opa door de stad lopen. Dan wil ik wel serieus fit zijn en met hem mee kunnen komen. Er is nu een besef gekomen voor mezelf: het is nu of nooit. Omdat ik zo zwaar was, moest mijn lichaam natuurlijk wennen aan het sporten. En wat dacht je van mijn knieën? Ik moest een soort vrachtwagen in gang brengen die vijf jaar had stilgestaan. De eerste keer op de loopband was verschrikkelijk. Eerst kwam ik neer en daarna mijn vel. Alsof er een olifant op die band neerplofte. Confronterend. Maar nu, na vier maanden, gaat het goed. Mijn personal trainer maakt een schema tot juni. Dan moet ik op 115 kilo zitten en moet mijn vetpercentage veel lager zijn. Toen ik begon, zat ik zeker op honderdveertig kilo. En dan lieg ik nog een beetje. Het klinkt ook zo ontzettend hoog.”

Tekst | Thea Tijssen.
Fotografie | Marloes Bosch

Dit is een gedeelte uit het interview met topchef Herman den Blijker. Het volledige interview lees je in Margriet 11-2017. Dit nummer nabestellen? Dat kan via Tijdschrift365.nl. Je kunt het hele interview ook online lezen via Blendle.

Ook lekker leesvoer:

Artikelen van Margriet.nl ontvangen in je mailbox? Schrijf je in op Margriet.nl/nieuwsbrief

Ook interessant