Word abonnee

Kies nú voor een abonnement met korting

Abonneer nú met korting

Persoonlijk

Henriëtte Tol (67): ‘Geen haar op mijn hoofd die eraan denkt om te stoppen’

henriette-tol-67-geen-haar-op-mijn-hoofd-die-eraan-denkt-om-te-stoppen.jpg

Talloze verhalen over 40-45 hoorde ze, van haar ouders die als jongvolwassenen de oorlog meemaakten. De verhalen blíjven vertellen is belangrijk, vindt Henriëtte Tol – ze doet dat dit voorjaar zelf in De Aanslag – maar ook door de jaarlijkse twee minuten stilte in acht te nemen: “Dat je alleen het gekrijs van de meeuwen hoort en verder niets.”

“Zo,” zegt ze als ze binnenkomt in een Amsterdams hotel wijzend op haar natte haren terwijl ze in een bank ploft. “Mijn haar is nog nat, ik kom net van de baan.” Ze heeft getennist. Buiten. Ook al was het deze ochtend koud en guur. En nee, dat is voor haar geen reden om haar racket in de kast te laten staan. Dat tennissen doet ze met een groep vrienden met als regel: wie kan, komt opdagen. Soms spelen ze enkel, soms dubbel. Voor Henriëtte telt het spelletje, het bezig zijn. Winnen is geen vereiste. “Ik ben niet competitief, ik vind het net zo leuk als er mooie rally’s zijn en een ander het winnende punt krijgt.” Die beweging heeft ze nodig.

Zet haar niet op een yogamatje, dan valt ze in slaap. Dat hoofd moet leeg en dus moet dat lijf in beweging komen. “Het houdt me in shape, zowel lichamelijk als geestelijk. Dat komt mijn spel ook ten goede.”

De Aanslag

Dat spelen doet ze in De Aanslag, een theatervoorstelling naar het boek van Harry Mulisch over een aanslag in de Hongerwinter van 1945 en de daaropvolgende gebeurtenissen, gezien door de ogen van Anton Steenwijk (gespeeld door Victor Löw). “Dit jaar vieren we 75 jaar vrijheid, het verhaal over de oorlog kunnen we niet vaak genoeg vertellen. Wat is er gebeurd? Als je in een bepaalde situatie terechtkomt welke keuzes maak je dan? In de oorlog is de scheidslijn tussen goed en slecht heel dun. En dat is interessant. Ik vind ook dat theater daarvoor is bedoeld, om vraagstukken op te roepen en aan het einde te denken: wat had ik gedaan? De verhalen die we nu horen zijn soms flink aangepast: opeens had iedereen een rol in het verzet, maar dat was natuurlijk niet het geval. Iemand kon goed én slecht zijn in de oorlog. Want als het gaat om leven en dood, hoe ver ga je dan?”

Heb je daar begrip voor, dat iemand ervoor kiest om die slechte kant te kiezen?

“Goed en slecht zijn geen begrippen die naast elkaar of tegenover elkaar kunt stellen. Het gaat over de mens en wat doet de mens? Daarom is het ook zo goed dat bijvoorbeeld een voorstelling als Soldaat van Oranje schoolklassen uitnodigt. Dat ze jonge mensen laten zien hoe het was en ze daarover dan gaan nadenken. En dan kun je het met hen over moreel besef hebben en over angst en uitsluiting. Als zelfs het Eurovisie Songfestival het thema ‘Open Up’ heeft om mensen wakker te schudden, weet je dat dit soort dingen dagelijks spelen. Het is belangrijk om te laten zien dat ieder mens recht heeft op het bestaan, zonder uitgesloten of gediscrimineerd te worden. Dat we allemaal recht hebben op onze eigen vrijheid.”

Sta je persoonlijk ook stil bij het herdenken van de vrijheid?

“Ik ben acht jaar na de bevrijding geboren, ik ben opgegroeid met de herdenking op 4 mei en het vieren van de vrijheid op 5 mei. Mijn ouders waren jong in de oorlog en vertelden vaak wat ze hadden meegemaakt. Daar was ik van onder de indruk. Ik zal altijd die twee minuten in acht nemen. Ik vind het fijn om dat lopend in het bos te doen, maar vind het ook geweldig om het op de Dam in Amsterdam te herdenken. Dat je alleen maar het gekrijs van de meeuwen hoort en verder niets. Wat ik waardevol aan de dodenherdenking vind, is dat het een collectief nationaal moment is. En dat zelfs mensen die het niet zouden willen er niet aan ontkomen, omdat ze er toch mee worden geconfronteerd worden.”

Wat vertelden je ouders over de oorlog?

“Hoe het leven voor hen eruit zag, wat ze deden. Mijn vader is schilder en in de oorlog had hij een stilleven gemaakt van pastelkrijt. Hij had in zijn kamer een bombardement nagemaakt en zijn broertje als model tussen de puinhoop neergelegd alsof hij onder het puin lag. Het was een enorm groot schilderij van anderhalf bij twee meter. Dat schilderij heeft hij altijd bewaard, elke keer als het uit de kast kwam, was ik daarvan onder de indruk. Ze waren jongvolwassen in de oorlog en hadden dingen gedaan waarvan je achteraf kunt denken: dat is best dapper. Ze hadden ook een leeftijd dat ze dachten: dat doen we gewoon.”

henriëtte tol

Waar moet ik dan aan denken?

“Ze hebben niet in het verzet gezeten, of zo, maar hebben wel kleine verzetsdaden gepleegd. Mijn moeder werkte bij de gemeente en haar vorm van verzet was bijvoorbeeld om dingen anders te doen dan de machthebbers dat wilden. Veel mensen hebben kleine verzetsdaden gepleegd, die allemaal even belangrijk zijn geweest. En veel mensen hebben het ook niet gedaan. Of deden het de ene dag wel en de andere dag niet. We kunnen het ons niet voorstellen hoe dat is als je dagelijks in angst en honger leeft, wat dat met je doet. Het is misschien wel makkelijk om te denken dat je altijd het goede zult doen, maar je weet het gewoon niet.

Ook na de oorlog gingen mensen verschillend met de oorlog om. Ik kende mensen die nooit meer naar Duitsland gingen. Of die het vreselijk vonden dat er veel Duitse toeristen naar Bergen aan Zee, waar ik ben opgegroeid, kwamen. Dan voelde je dat er veel woede en haat was. Mijn ouders waren daar genuanceerder in. Ik heb sowieso de liefste ouders van de wereld gehad. Maar het waren ook heel wijze mensen die nooit een volk over één kam schoren.”

Dat moet jou op een bepaalde manier hebben beïnvloed.

“Mijn ouders hebben me veel ruimte gegeven en veel aangeboden. En als je veel aanbod krijgt, kun je kiezen. En kun je ook zien dat er veel verschillende dingen bestaan en naast elkaar kunnen bestaan. Zo was ook hun kijk op de mensheid. Mijn ouders hadden misschien wel een bepaalde speelsheid in zich. Ze maakten me bijvoorbeeld weleens wakker als er een mooi optreden was op de televisie. Of hielden me thuis van school om naar een Jeroen Bosch-tentoonstelling te gaan. Ze waren vooruitstrevend, met alles eigenlijk. Mijn moeder kookte al met knoflook voordat het in schwung was. En ik droeg groene en paarse kleren toen nog niemand die had.”

Jullie waren een heel close gezin, je bent enig kind.

“Het was op een aangename manier symbiotisch. Ik ben enorm verwend met liefde en heb veel te danken aan mijn ouders. Ik denk ook met veel liefde aan ze terug. Mijn vader schilderde, mijn moeder was een enorm getalenteerde vrouw. Ze speelde viool, declameerde voor de radio. En ze was ook heel modern. In het begin van hun huwelijk verdiende zij het geld zodat mijn vader kon schilderen. En toen ze van zijn werk konden leven, heeft ze alles opgegeven op zijn muze te zijn. Mijn vader had zijn atelier aan huis en een galerie naast ons huis. Hij schilderde altijd alleen, maar mijn moeder moest wel in huis zijn.

Toen ik op mijn zeventiende naar de Toneelschool in Amsterdam ging en daar ook ging wonen, werd hij vreselijk onrustig als mijn moeder bij mij was. Alleen zijn vond hij altijd erg moeilijk als hij in een schilderperiode zat. Dat klinkt misschien beklemmend, maar zo heeft mijn moeder dat niet ervaren. Ze waren ontzettend liefdevol naar elkaar toe. Mijn moeder was ook kritisch, daarin zit ook liefde, dat je eerlijk bent, of durft te zijn. Hij liet altijd zijn werk zien en dan zei mijn moeder wat ze er wel of niet goed aan vond. Ze was daar ook heel duidelijk in. Dat vond mijn vader moeilijk, al gaf hij haar later gelijk. Maar ze kon ook dingen zeggen als: ‘Nu blijf je ervanaf, nu is het klaar’. Dan trok ze het schilderij gewoon onder hem vandaan.”

Heb je een lievelingsschilderij van hem?

“Waar ik heel dol op ben, is zijn schilderij met klaprozen. Daar zijn ook ansichtkaarten van gemaakt. Het zijn zulke mooie bloemen. Ik word altijd blij als ik in de auto zit en langs zo’n grauwe berm rijd en ineens klaprozen zie staan. Mijn vader was er ook meester in om die speciale kleur van dat rood te maken. En zijn portretten van onze dochter vind ik ook bijzonder mooi en waardevol. Hij kon heel goed jonge mensen portretteren, dat je al een beetje zag hoe ze later gingen worden. In dat schilderij zie ik mijn peuterdochter en volwassen dochter in één.”

Waren jouw ouders ook kritisch op jouw werk?

“Mijn ouders waren mijn grootste critici. Ik ben wat dat betreft niet bewierookt. Als ze kwamen kijken, waren ze heel eerlijk in hun oordeel. Mijn man en dochter zijn nu de beste critici voor mij. Ik vind het altijd fijn als zij naar een try-out komen kijken, omdat ze met een frisse blik ertegenaan kijken. Ze zeggen ook zinnige dingen, waar ik echt iets aan heb.”

Jij hebt ook een klein gezin, zie je die symbiose van vroeger bij jou thuis terug?

“Ja, we zijn met z’n drieën een heel hechte eenheid. Onze dochter is 24 en al lang het huis uit, maar mijn man Rob en ik brengen heel veel tijd samen door. Ik propageer dat ook bij anderen: ga wat leuks samen doen. Dan vertel ik dat ik samen met mijn man een uurtje koffie heb gedronken in de stad. Want in ons vak zit het gevaar dat je langs elkaar leeft. Rob is decorontwerper en stylist voor theater en televisie en heeft net als ik geen gangbare werktijden. Om elkaar niet uit het oog te verliezen plannen we onze tijd samen. Dat gaat ook zo handig tegenwoordig, met die telefoons. Ik app hem hoe mijn dag eruit ziet en hij appt dan bijvoorbeeld terug dat hij die middag een uur vrij heeft. Nou, dan is dat uur van ons! Of we zetten de wekker en gaan op zondagochtend naar de bioscoop. Ik denk dat het heel goed is voor je relatie om dit soort dingen te doen. Omdat je vaak als je druk bent en elkaar niet veel ziet, die kleine dingen die gebeuren vergeet te delen met elkaar. De eerste sneeuwklokjes waar je blij van wordt. Of juist dat je denkt: waarom voel ik me nu zo intens verdrietig? Die kleine momenten vergeet je soms aan elkaar door te geven omdat er al zo veel dingen te regelen zijn op een dag.”

Je kunt ook denken: ik ben 67, ik stop met werken om samen met die heerlijke man van mij de hele dag leuke dingen doen.

“O nee, daar moeten we alle twee niet aan denken, om te stoppen met ons werk. Maar veel belangrijker is de vraag of ik dat wel wil, stoppen met werken. Ik roep altijd tegen iedereen, en dat is een beetje mijn leus: ‘Blijf altijd nieuwsgierig, blijf letterlijk en figuurlijk in beweging’. Ik doe dat zelf ook, elke rol ben ik nieuwsgierig hoe mijn personage doet, denkt, keuzes maakt. Daarin zit een uitdaging en daardoor blijf ik in beweging. Geen haar op mijn hoofd die eraan denkt om te stoppen. Ik doe wat ik het allerliefste doe!’

De Aanslag is t/m 4 juni in theaters door heel Nederland te zien

Artikelen van Margriet.nl ontvangen in je mailbox?
Schrijf je in op margriet.nl/nieuwsbrief

M17

Dit artikel is eerder verschenen in Margriet 17– 2020
Dit nummer teruglezen? Ga dan naar Magazine.nl.

Tekst: Saskia Smith
Fotografie: Iris Planting

Ook interessant