Henriëtte (61) heeft borstkanker: ‘Ik was soms best wel eenzaam met mijn ziekte’ Beeld Petra Hoogerbrug
Beeld Petra Hoogerbrug

PREMIUM

Henriëtte (61) heeft borstkanker: ‘Ik voelde me soms best eenzaam met mijn ziekte’

In 2008 krijgt Henriëtte van den Broek (61) voor het eerst de diagnose borstkanker. Na een intensieve behandeling van vijf jaar, lijkt het goed te gaan. Maar in 2020 krijgt ze tot haar schrik te horen dat ze opnieuw uitzaaiingen heeft, dit keer in haar maag. “Als ik mijn pruik op had, was er niets aan de hand, maar zodra ik rondliep met een sjaaltje op mijn hoofd, wilde mijn dochter niet meer naast me lopen.”

In 2008 had Henriëtte last van haar arm en steken in haar ribben, iets waarbij ze niet meteen dacht aan borstkanker. “Ik dacht eerst dat ik misschien iets aan mijn hart had,” vertelt ze. Maar na een bezoek aan de huisarts werd ze doorverwezen voor een mammografie, iets wat haar verbaasde. “Ik was al jaarlijks onder controle omdat borstkanker veel voorkomt in onze familie. Drie maanden eerder had ik nog een mammografie gehad, dus ik vroeg meteen of het wel nodig was. Maar de huisarts gaf aan dat ik het toch nog een keer moest doen.”

Nog een mammografie

Henriëtte volgt het advies van de huisarts op en laat, enkele maanden na de vorige controle, een mammografie maken. De uitslag daarvan slaat in als een bom. “Ik had een tumor van ongeveer drie centimeter. Maar dat niet alleen, ik had ook al uitzaaiingen in mijn lymfeklier. Dat kwam hard binnen. Ik was midden in de veertig, stond volop in het leven en had ineens de diagnose borstkanker. Dat moest ik thuis ook gaan vertellen aan mijn kinderen van 11, 16 en 17. Voor hen, en voor mij ook, was het ontzettend schrikken. Ondanks dat ik drie zussen heb met borstkanker, zei ik altijd: dat overkomt mij niet.”

Niet meer naast elkaar lopen

Een jarenlang behandeltraject begint met twee operaties en vervolgens zes chemokuren, 36 bestralingen en nog vijf jaar hormoontherapie. “Die jaren hebben een grote impact op ons gezin gehad. Mijn dochter van 11 had mij echt nog nodig, maar ik moest voor behandelingen naar het ziekenhuis. Daarvan werd ik alleen maar zieker en ik verloor mijn haar. Als ik mijn pruik op had, was er niets aan de hand, maar zodra ik rondliep met een sjaaltje op mijn hoofd, wilde mijn dochter niet meer naast me lopen. Dat maakte me verdrietig, maar ook boos. Ik dacht: ‘Ben je nou helemaal gek, je moet je schamen dat je je zo schaamt voor mij’.”

Zorgeloos

Na de behandelingen lijkt het goed te gaan. Er kan niet gezegd worden dat Henriëtte schoon of genezen is en ze blijft elk jaar onder controle. Daarbij zijn de foto’s van haar borsten keer op keer goed en dus worden de jaren die volgen steeds zorgelozer. “Ik was het bijna vergeten en hield me er niet meer zo mee bezig. Iedereen om mij heen dacht ook dat het wel weer normaal was. Ik had alle behandelingen gehad. Maar het was nog niet klaar en ik had soms nog klachten door de behandeling. Zo had ik soms best wel wat oedeem en last van de schade van de bestralingen. Maar dat zien anderen niet.” Dat anderen het niet zien, komt ook doordat Henriëtte de klachten deels verbergt. “Ik deelde het niet met de mensen om me heen. Dat maakte dat ik soms best wel eenzaam met mijn ziekte was. Anderen voelen niet wat ik voel en waar ik in zit.”

Blijven werken

In alle jaren van ziekte en behandeling blijft Henriëtte werken als wijkziekenverzorgende. Eén jaar is ze er maar tussenuit geweest, in de tijd van de chemo’s en bestralingen. “Dat is eigenlijk altijd goed gegaan. Het was voor mij wel gek om van verzorgende naar patiënt te gaan, maar het is ook goed geweest. Ik stond stil bij hoe ik mijn werk doe en ben ook echt veranderd. Ik ben veel persoonlijker geworden en vind het belangrijk dat ik de mens achter de ziekte zie. Het maakt mij niet uit hoelang ik bij iemand ben, ik neem de tijd om de mens te zien.”

Het werken gaat goed, tot 2020. Het begin van de pandemie breekt aan. “Die periode was zwaar. Ik vond het best wel stressvol en had last van buik- en maagpijn. Ik zei daarom tegen mijn baas: geef mij maar geen coronapatiënten meer. Ik krijg er zoveel pijn in mijn maag van. Maar de pijn ging niet over. Ik ben weer naar de huisarts gegaan en werd doorgestuurd. Een week later kreeg ik te horen dat ik een uitzaaiing van de borstkanker van 2008 had. Ik ben dus nooit genezen geweest.”

Een horrordag

“De dag waarop ik die diagnose kreeg, wil ik nooit meer meemaken. Dat was echt een horrordag. Ik moest mijn kinderen vertellen dat ik ongeneeslijk ziek ben. In 2008 was het al verschrikkelijk, maar toen kon ik nog behandelingen krijgen. Nu kan dat niet, nu kunnen ze me alleen kwaliteit van leven geven. De reacties van de kinderen waren verschrikkelijk. Mijn dochter begon meteen te huilen en zei: 'Dit is nou waar ik altijd bang voor ben geweest.’ Dat brak mijn hart. Het besef dat het bij haar altijd zo diep gezeten heeft.”

Ook voor Henriëtte is het zwaar. “Er gingen meteen allerlei beelden door mijn hoofd. Ik zie de kinderen al de kledingkasten opruimen. Nu gaat het gelukkig wel iets beter. Twee jaar geleden had ik niet kunnen denken dat ik nu zo zou kunnen genieten van het leven. Ik heb een stukje verwerking gehad en besef hoe mooi het leven is. Elke morgen dat ik nog ademhaal is een wonder en dat besef is er. Het is niet allemaal zo vanzelfsprekend. Het leven is mooi, maar met deze diagnose ook wel wat zwaarder. Er zijn zowel mooie als verdrietige en zware momenten. Maar het is meer de lach dan de traan.”

Erfelijk

“Wat ik een lastig idee vind, is dat deze vorm van borstkanker waarschijnlijk erfelijk is. Mijn dochter moet dus over een paar jaar ook beginnen met haar jaarlijkse controles. Dat vind ik misschien nog wel het zwaarst. Dat wil ik gewoon echt niet. Zelf staat ze daar luchtig in, dat had ik toen ik jong was ook, maar als moeder maak je je toch wat meer zorgen.”

Voor nu stabiel

De ziekte van Henriëtte is op dit moment door hormoontherapie stabiel. Ook na de hormoontherapie zijn er nog andere behandelingen mogelijk, maar voor haar is kwaliteit van leven belangrijk. “De tumoren kunnen weer gaan groeien en dan kan ik weer zwaardere behandelingen krijgen. Maar daarmee wordt het voor mij wel steeds pittiger. Het vooruitzicht dat ik nog niet alles gehad heb is ook ergens wel fijn. Het geeft ergens de geruststelling dat er nog iets is voor mij.”

Niet meer genezen

“Weten dat ik niet meer kan genezen kan ervoor zorgen dat ik soms heel verdrietig ben en ik voel me dan echt opgesloten met mezelf. Dagen als kerst, moederdag en mijn verjaardag zijn huilmomentjes geworden. Dan moeten mijn man en ik samen even huilen. Vooral door het idee dat we niet weten dat wat het volgende jaar zal brengen. Ik weet dat ik niet oud zal worden. Maar tegelijkertijd heb ik ook wel die overlevingskracht en denk ik: ze krijgen mij er niet onder.”

Nynke KooyPetra Hoogerbrug

Op alle verhalen van Margriet rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven. Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@margriet.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden